Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2019, 8988Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 12 februari 2019 nr. VO/1439588, tot wijziging van de Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo in verband met het toevoegen van een gesloten ontheffingscategorie voor pabo-gediplomeerden met een aanvullend certificaat

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 33, tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 80, vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

ARTIKEL I

De Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo wordt als volgt gewijzigd:

A

In de eerste alinea worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen opgenomen:

basis- en kaderberoepsgerichte leerweg:

basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet;

vmbo:

voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet;

B

In bijlage I wordt na de rij, beginnend met ‘Pabo-gediplomeerd’, een rij ingevoegd, luidende:

Pabo-gediplomeerd met aanvullend certificaat*

Certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis/kader’ afgegeven door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in combinatie met een pabo-diploma

In de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo kunnen pabo-gediplomeerden een belangrijke bijdrage leveren, doordat hun pedagogische en didactische vaardigheden goed aansluiten op de behoeften van leerlingen in dit deel van het vmbo. Door hun kennis met behulp van nascholing op niveau te brengen, kunnen pabo-gediplomeerden zich kwalificeren om als groepsleraar les te geven in de onderbouw vmbo basis- en kader. De pabo-gediplomeerde met certificaat geeft les in een specifiek deel van het tweedegraads gebied waarvoor geen reguliere opleiding is.

Vakken in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, waaruit op grond van het certificaat blijkt dat sprake is van een buitengewone bekwaamheid, te weten:

Nederlands, rekenen, wiskunde en de gekozen vakken bij het certificaat (Engels en vakken uit het leergebied Mens en Maatschappij, Mens en Natuur).

C

In bijlage I wordt na de tabel een alinea toegevoegd, luidende:

* Voor de pabo-gediplomeerden met een aanvullend certificaat is – in afwijking van de regel dat een ontheffingsbesluit op een aanvraag volgt – voorzien in een ambtshalve toekenning. De voorschriften hiervoor zijn neergelegd in het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis/kader.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

TOELICHTING

Om les te mogen geven in het voortgezet onderwijs (hierna: vo), moet een leraar bevoegd zijn. In de Wet op het voortgezet onderwijs (hierna: WVO) is geregeld onder welke voorwaarden iemand bevoegd is. Het uitgangspunt is dat leraren over een getuigschrift moeten beschikken, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de bekwaamheidseisen die gelden voor het onderwijs dat zij geven. Daarnaast bepaalt artikel 33, tweede lid, van de WVO dat de minister in bijzondere gevallen een ontheffing van die voorwaarden kan verlenen aan personen die door buitengewone bekwaamheid uitmunten in een bepaald vak of onderdeel daarvan. Met deze wijziging wordt de Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo (hierna: de beleidsregel) aangevuld met een mogelijkheid voor leraren uit het primair onderwijs om met een aanvullend certificaat les te geven in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (hierna: vmbo). Met deze wijziging van de beleidsregel en het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis- en kader wordt geregeld dat deze groep bekwame leraren niet langer onbevoegd les geeft in dit deel van het vmbo.

Buitengewone bekwaamheid

Leraren met een getuigschrift van de pedagogische academie voor leraren in het basisonderwijs (hierna: pabo) zijn bevoegd om les te geven in het basisonderwijs. In het verleden waren pabo-gediplomeerden die hun diploma vóór 1 augustus 2006 hadden behaald, ook bevoegd om les te geven aan leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs (hierna: lwoo) in het vmbo. Door het vervallen van de landelijke criteria en de individuele indicering van lwoo-leerlingen verdwijnt de grondslag voor pabo-gediplomeerden om deze groep leerlingen in het vmbo les te geven. De bekwaamheid van deze groep leraren en de behoefte eraan vervalt echter niet. Pabo-gediplomeerden beschikken over uitstekende pedagogische, didactische en onderwijskundige kwaliteiten die goed aansluiten bij de pedagogisch-didactische behoeften van leerlingen in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo (hierna: vmbo basis- en kader). Beheersing van vakkennis op het niveau van een tweedegraads opgeleide leraar wordt in het vmbo basis- en kader minder noodzakelijk geacht.1 Scholen melden uiteenlopende redenen waarom zij pabo-gediplomeerden bekwaam vinden om in te zetten in de onderbouw van het vmbo. Zo letten pabo-gediplomeerden vaak meer op de individuele leerling, voelen ze door hun achtergrond beter aan wat een leerling nodig heeft en kunnen ze goed zijn in klassenmanagement. Schoolleiders geven aan dat tweedegraads opgeleiden zich qua vakinhoudelijke kennis onderscheiden.2 Bovendien hebben de leerlingen in de onderbouw van het vmbo basis- en kader vaker dan andere leerlingen in het vo te maken met leerachterstanden en een achterblijvende sociaal-emotionele ontwikkeling. De kwaliteiten die nodig zijn om daar goed op in te spelen, zijn volgens de schoolleiders van vmbo-scholen het best ontwikkeld bij pabo-gediplomeerden. Voorbeelden hiervan zijn het kunnen motiveren van leerlingen, het kunnen inspelen op verschillende leerstijlen en herkennen van de zorgleerling.3 Daarnaast willen schoolleiders meer groepsleraren voor de klas in de onderbouw van het vmbo basis- en kader kunnen zetten. Groepsleraren zijn leraren die meerdere vakken aan één klas kunnen geven. Het werken met een groepsleerkracht kan voor meer structuur en veiligheid zorgen en de overstap van het primair onderwijs naar het vo verkleinen. De leerlingen hebben dan immers te maken met minder wisselingen van leraren. Een pabo-gediplomeerde is opgeleid om in meerdere vakken les te geven. Door de inzet van pabo-gediplomeerden in deze klassen sluit het onderwijs beter aan bij de leerbehoefte van deze leerlingen en krijgen zowel de vmbo-leerling als de pabo-gediplomeerden meer kansen in het onderwijs.

Bijzondere gevallen

Uit nader onderzoek4 blijkt dat schoolbesturen geregeld leraren met een afgeronde pabo-opleiding aanstellen om, vooral in de onderbouw van het vmbo basis- en kader, lessen te verzorgen in vakken als Nederlands, rekenen of wiskunde. Pabo-gediplomeerden die worden ingezet in de onderbouw basis- en kader zijn een afgebakende groep die in een beperkt deel van het vmbo wordt ingezet waarvoor geen aparte, reguliere opleiding is. Met het veld is afgesproken dat deze groep bevoegd les kan geven, indien pabo-gediplomeerden hun opleiding aanvullen met scholing voor het certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis- en kader’. 5 De scholing biedt maatwerktrajecten aan. De mate waarin een pabo-gediplomeerde reeds geschikt is om in de onderbouw van het vmbo basis- en kader les te geven, zal immers van leraar tot leraar verschillen. Met het maatwerktraject kunnen leraren de vereiste bijscholing krijgen ten aanzien van vakinhoud, vakdidactiek en algemeen pedagogisch, didactische vaardigheden gericht op de vmbo-leerling.6

Bijscholing

Sinds 1 februari 2017 kunnen leraren die op basis van een pabo-diploma benoemd zijn in het vo en als leraar werkzaam zijn in het vmbo kiezen voor een opleidingstraject op maat met een duur van 30 EC. Het opleidingstraject bestaat uit vier onderdelen:

  • Algemeen pedagogisch, didactisch gericht op de vmbo-leerlingen: een deel met een algemeen onderwijskundige/pedagogische/didactische inhoud gericht op de specifieke doelgroep van de leerlingen onderbouw vmbo, waaronder kennis van de ontwikkeling van de adolescent, kennis van specifieke ondersteuningsbehoeften, algemeen didactische kennis en vaardigheden in de context van beroepsgericht onderwijs.

  • Een deel vakinhoud en vakdidactiek rekenen/wiskunde.

  • Een deel vakinhoud en vakdidactiek Nederlands.

  • Een deel vakinhoud en vakdidactiek van vakken uit de leergebieden Mens en Maatschappij, Mens en Natuur en/of Engels. Het is mogelijk voor kandidaten om zich meervoudig te profileren.

Het traject wordt afgesloten met een assessment, waarmee de pabo-gediplomeerde kan aantonen dat hij buitengewoon bekwaam is in de zin van artikel 33, tweede lid, van de WVO om les te geven in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg. De drie verschillende modules maken het mogelijk voor pabo- gediplomeerden om bekwaam te worden voor de vakken: Nederlands, rekenen/wiskunde en Engels of Nederlands, rekenen/wiskunde en een leergebied Mens en Maatschappij of Mens en Natuur.7

Rol Landelijk Overleg Examencommissies

Het Landelijk Overleg Examencommissies van Tweedegraadsopleidingen en pabo’s (LOEX) is bij de inrichting van de scholing geconsulteerd over de wijze van toetsing en afsluiting. De examencommissies op de instituten zorgen voor borging van de eindkwalificaties in de toetsing. Hierover zijn afspraken gemaakt en vastgelegd.8

Algemene ontheffing door een besluit van algemene strekking

De ontheffing geldt voor pabo-gediplomeerden die het certificaat in het verleden hebben behaald of in de toekomst behalen vanaf de dag van verstrekking van het certificaat. De ontheffing levert geen administratieve lasten op, omdat er geen individuele ontheffing hoeft te worden ingediend. Doorgaans wordt een ontheffing per casus verleend. In dit geval betreft het een algemene ontheffing voor de groep pabo-gediplomeerden die een certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis/kader’ hebben. Dit wordt met het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis- en kader geregeld.

Inwerkingtreding

Doorgaans gelden vaste momenten voor de inwerkingtreding van nieuwe regelgeving. In dit geval is de inwerkingtreding gekoppeld aan het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis- en kader, dat geldig wordt de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze wijziging van de beleidsregel biedt de juridische grondslag voor het Besluit ontheffing gecertificeerde pabo-gediplomeerden voor de onderbouw vmbo basis- en kader en dient dus gelijktijdig in werking te treden.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs, A. Slob


X Noot
1

Researchned, ‘Kennis en vaardigheden voor goed gegeven lessen in het vmbo. Analyse van wensen en ervaringen’, april 2018.

X Noot
2

Researchned, ‘Wel bekwaam, (nog) niet bevoegd. Onderzoek naar pabo-gediplomeerden in het vmbo’, juli 2015.

X Noot
3

Researchned, ‘Kennis en vaardigheden voor goed gegeven lessen in het vmbo. Analyse van wensen en ervaringen’, april 2018.

X Noot
4

O.a. IPTO-onderzoek van 2011 naar (on)bevoegdheid in het VO en Beroepsonderwijs, ‘Onbevoegd lesgeven in het Voortgezet Onderwijs’. Rapportage van onderzoek naar onbevoegd gegeven lessen, 2014.

X Noot
5

In 2016 hebben OCW, de Vereniging Hogescholen (VH), de VO-raad en de Onderwijscoöperatie in het plan van aanpak tegengaan onbevoegd lesgeven gezamenlijk de ambitie geuit om pabo-gediplomeerden met een scholingstraject les te kunnen laten geven in de onderbouw van het vmbo basis-en kader. VH, VO-raad en de Onderwijscoöperatie onderkennen dat pabo-afgestudeerden uitstekend vakbekwaam werk verrichten in het geven van vakken als Nederlands en Rekenen/wiskunde in de onderbouw van basis- en kader als dit wordt aangevuld met een bepaalde vorm van verkortte bijscholing om de pedagogisch-didactische vaardigheden en de kennis over vakinhoud toe te spitsen op de vmbo-leerlingen.

X Noot
6

Expermeeting VOraad, Vereniging Hogescholen en de Onderwijscoörperatie 31-8-2016.

X Noot
7

Landelijk raamwerk voor het verkrijgen van een bevoegdheid Groepsleerkacht in het onderbouw VMBO Basis/Kader voor pabo-opgeleiden die onbevoegd lesgeven in het vo. 2017

X Noot
8

Idem.