Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Commissariaat voor de MediaStaatscourant 2019, 7282Overig

Reglement horen in de bezwaarfase, Commissariaat voor de Media

Het Commissariaat voor de Media,

Gelet op hoofdstuk 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit: het volgende reglement vast te stellen voor het horen in de bezwaarfase door het Commissariaat voor de Media:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

a. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

b. belanghebbende:

belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb;

c. Commissariaat:

Commissariaat voor de Media;

d. externe voorzitter:

persoon, niet in dienst van het Commissariaat, die de hoorzittingen als benoemd in artikel 2 leidt daaronder ook te verstaan -tenzij hierna anders bepaald- de plaatsvervangend voorzitter;

e. leden:

leden van de hoorcommissie, niet zijnde de voorzitter.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1. Indien bezwaarschriften zijn gericht tegen een sanctiebesluit van het Commissariaat voor een overtreding van de artikelen 2.88a, 2.89, 2.90, 2.91, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97, 2.106, 2.107, 2.108, 2.109, 2.141, 3.5a, 3.7, 3.8, 3.9, 3.11, 3.15, 3.16, 3.17, 3.19, 3.19a en 3.19b, van de Mediawet 2008, geschiedt het horen door een commissie met een externe voorzitter.

  • 2. Het Commissariaat kan in geval van bezwaarschriften gericht tegen overige sanctiebesluiten eveneens besluiten om het horen te laten plaatsvinden door een commissie met een externe voorzitter.

Artikel 3 Samenstelling commissie

  • 1. De hoorcommissie als bedoeld in artikel 2 bestaat uit de voorzitter en ten minste twee leden.

  • 2. De leden zijn werkzaam op de afdeling Juridische Zaken en Handhaving van het Commissariaat.

Artikel 4 Benoeming externe voorzitter

  • 1. De voorzitter wordt door het Commissariaat benoemd.

  • 2. Het Commissariaat kan tevens één plaatsvervangend voorzitter benoemen.

  • 3. De voorzitter wordt voor een periode van maximaal vijf jaar benoemd. Deze termijn kan eenmalig met maximaal vijf jaar worden verlengd. Bij de instelling van de hoorcommissie wordt de plaatsvervangend voorzitter in afwijking van het voorgaande eenmalig voor een periode van tweeëneenhalf jaar benoemd.

  • 4. De voorzitter kan op ieder moment verzoeken om de benoeming, zoals genoemd in het vorige lid, in te trekken.

  • 5. Indien er geen plaatsvervangend voorzitter is aangewezen blijft de aftredend voorzitter de functie vervullen totdat in opvolging is voorzien.

Artikel 5 Geheimhouding en beïnvloeding

  • 1. Indien de voorzitter de beschikking krijgt over gegevens waarvan deze het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is deze verplicht tot geheimhouding daarvan.

  • 2. De voorzitter laat zich niet beïnvloeden door belanghebbenden, dan wel door anderen die op enigerlei wijze zijn betrokken bij het werkveld van het Commissariaat.

  • 3. De voorzitter verschoont zich van de behandeling van zaken waarbij deze in enig opzicht betrokken is of is geweest.

Artikel 6 Procedure

  • 1. Bezwaarschriften worden met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig mogelijk door het Commissariaat naar de externe voorzitter gestuurd.

  • 2. Het Commissariaat zorgt er voor dat de externe voorzitter toegang heeft tot alle op de zaak betrekking hebbende stukken daaronder begrepen -indien van toepassing- beeld- en geluidmateriaal.

  • 3. De externe voorzitter heeft als specifieke taak om er tijdens de hoorzitting zorg voor te dragen dat alle belanghebbenden hun standpunt kunnen toelichten.

Artikel 7 Verslag en advies

  • 1. De leden brengen aan het Commissariaat verslag uit van het horen en geven daarbij een intern advies.

  • 2. De externe voorzitter is ervoor verantwoordelijk dat in dit advies adequaat aandacht wordt besteed aan alle ingebrachte standpunten tijdens de hoorzitting.

Artikel 8 Slotbepaling

  • 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 15 februari 2019.

  • 2. Dit reglement vervangt het Reglement Adviescommissie Bezwaarschriften van 21 mei 2015.

  • 3. Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement horen in de bezwaarfase.

  • 4. Dit reglement zal op de website van het Commissariaat en in de Staatscourant worden geplaatst.

Hilversum, 5 februari 2019

Het Commissariaat voor de Media,

M. de Cock Buning voorzitter

E. Eljon commissaris

J.G.C.M. Buné commissaris

TOELICHTING

Algemeen

Met vaststelling van dit reglement en intrekking van het Reglement Adviescommissie Bezwaarschriften wordt geregeld dat het horen in de artikel 2 bepaalde bezwaarzaken plaatsvindt door een interne hoorcommissie onder leiding van een externe voorzitter.

De voorzitter leidt de hoorzitting. Daarbij worden de indiener, medewerkers van het Commissariaat die bij het bestreden besluit betrokken zijn geweest en eventuele derden in de gelegenheid gesteld hun standpunt naar voren te brengen. Het horen dient ertoe dat het Commissariaat bij het nemen van de beslissing op het bezwaar over alle relevante informatie beschikt. Daarbij is de heroverweging geen louter juridische heroverweging, maar ook een beleidsmatige. Doel van de hoorzitting is om álle relevante feiten en omstandigheden boven water te krijgen. Daarom heeft de voorzitter een actieve rol; de voorzitter stelt kritische vragen aan de indiener, aan medewerkers van het Commissariaat die bij het bestreden besluit betrokken zijn geweest en aan eventuele derden.

De leden van de commissie stellen het advies en het verslag van de hoorzitting op. Daarbij betrekken zij juridische en beleidsmatige overwegingen. Het advies en het verslag worden aan de voorzitter toegezonden voordat deze stukken aan het College worden voorgelegd. Als de voorzitter van oordeel is dat in het advies of het verslag bepaalde aspecten ten onrechte niet aan bod komen, dan wijst hij de medewerkers die het voorstel tot besluit hebben opgesteld daarop. De voorzitter kan zich te allen tijde tot het College wenden als deze vindt dat in een concrete zaak of in algemene zin aan aspecten te weinig aandacht wordt besteed in de advisering. De interne leden zijn verantwoordelijk voor de inhoud van het voorstel aan het College.