Besluit van de directeur Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van 4 februari 2019, nr. 19030687, houdende verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019 (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019)

De directeur Nationaal Coördinator Groningen,

Gelet op artikel 19 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZK 2019;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de directeur NCG:

de directeur Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

b. de directeuren:

de directeuren van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

c. de kabinetschef:

de kabinetschef van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

d. de teamhoofden:

de teamhoofden van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

e. de gebiedsmanagers:

de gebiedsmanagers van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

f. het DT:

het directieteam van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat bestaande uit de in de onderdelen a, b c en d genoemde functionarissen;

g. het bedrag:

het bedrag inclusief de verschuldigde omzetbelasting (BTW).

§ 2. Taakverdeling tussen de directeur NCG en de onder hem ressorterende functionarissen

Artikel 2

Aan de directeur NCG is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:

  • a. onderwerpen waarover binnen het DT geen overeenstemming bestaat;

  • b. aangelegenheden:

    • 1°. ten aanzien waarvan de directeur NCG in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of

    • 2°. die door een lid van het DT aan de directeur NCG ter afhandeling worden voorgelegd.

Artikel 3

  • 1. Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 1.000.000 niet te boven gaat.

  • 2. Aan de directeuren wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallingsverlof- en ouderschapsverlof;

    • c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;

    • d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

    • e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.

Artikel 4

  • 1. Aan de kabinetschef wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.

  • 2. Aan de kabinetschef wordt voorts voor de onder hem ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallingsverlof- en ouderschapsverlof;

    • c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;

    • d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

    • e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.

Artikel 5

  • 1. Aan de teamhoofden wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 50.000 niet te boven gaat.

  • 2. Aan de teamhoofden wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallingsverlof- en ouderschapsverlof;

    • c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;

    • d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

    • e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.

Artikel 6

  • 1. Aan de gebiedsmanagers wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 5.000 niet te boven gaat.

  • 2. Aan de gebiedsmanagers van de versterkingspunten wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hem ressorterende medewerkers, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

    • a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;

    • c. het aangaan van verplichtingen en het afhandelen van verzoeken inzake de opleiding van personeel;

    • d. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

    • e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.

§ 3. Vervanging

Artikel 7

  • 1. De uit dit besluit voor de directeuren voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een andere directeur.

  • 2. De uit dit besluit voor de kabinetschef voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een teamhoofd.

  • 3. De uit dit besluit voor een teamhoofd voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een ander teamhoofd.

  • 4. De uit dit besluit voor een gebiedsmanager voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een teamhoofd.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2019.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2019.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 4 februari 2019

P.A. Spijkerman directeur Nationaal Coördinator Groningen

Naar boven