Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2019, 71774Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2019, nr. WJZ/ 19312824, tot wijziging van Uitvoeringsregeling zeevisserij onder meer in verband met de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor 2020

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PbEU 2019, L 141), Verordening (EU) 2019/982 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1343/2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) (PbEU 2019, L 164), Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad van 30 oktober 2019 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/124 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PbEU 2019, L 281), de Verordening van de Raad van PM tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en de Verordening van de Raad van PM tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn;

Gelet op de artikelen 17 en 19 van de Landbouwwet en op de artikelen 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling zeevisserij wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt in de omschrijving van het begrip ‘deelgebied, sector of deelsector’ na ‘verordening vangstmogelijkheden’ toegevoegd ‘en artikel 2 van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee’.

2. In het eerste lid wordt in de omschrijving van het begrip ‘Europees quotum’ de zinsnede ‘waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft’ vervangen door ‘waarop een verordening over vangstmogelijkheden betrekking heeft’ en wordt de zinsnede ‘vermeld in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in deel 2 van de bijlage van de verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden’ vervangen door ‘vermeld in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in deel 2 van de bijlage van de verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in deel 1 van bijlage II of in bijlage III bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee’.

3. In het tweede lid vervallen de begrippen ‘verordening nr. 2115/2005’ en ‘verordening nr. 1386/2007’ en de daarbij behorende omschrijvingen.

4. In het tweede lid wordt na de omschrijving van het begrip ‘verordening 2019/472’ de volgende begripsbepaling ingevoegd:

verordening 2019/833:

Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PbEU 2019, L 141).

5. In het tweede lid komt omschrijving van het begrip ‘verordening vangstmogelijkheden’ te luiden:

Verordening (EU) PM van de Raad van PM tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.

6. In het tweede lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van de omschrijving van het begrip ‘verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden’ door een puntkomma, de volgende begrippen en daarbij behorende begripsomschrijvingen toegevoegd, luidende:

verordening vangstmogelijkheden Oostzee:

Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad van 30 oktober 2019 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/124 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PbEU 2019, L 281);

verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee:

Verordening (EU) PM van de Raad van PM tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.

B

In artikel 8, zesde lid, wordt de zinsnede ‘genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of deel 2 van de bijlage van verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden’ vervangen door ‘genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in deel 2 van de bijlage van de verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in deel 1 van bijlage II of in bijlage III bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee’.

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede ‘genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of deel 2 van de bijlage van verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden’ vervangen door ‘genoemd in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in deel 2 van de bijlage van de verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in deel 1 van bijlage II of in bijlage III bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee’.

2. In het derde lid, onderdeel c, wordt ‘artikel 45 van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘de artikelen 44 en 45 van de verordening vangstmogelijkheden’.

3. In het derde lid, onderdeel d, wordt de zinsnede ‘bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of deel 2 van de bijlage van verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden’ vervangen door ‘bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden, in deel 2 van de bijlage van de verordening vangstmogelijkheden diepzeevisbestanden, in de bijlage bij de verordening vangstmogelijkheden Oostzee, in deel 1 van bijlage II of in bijlage III bij de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee’.

D

Artikel 13, komt te luiden:

Artikel 13. Overige verboden

  • 1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 7, eerste lid, 10, eerste lid, 11, 13, eerste en tweede lid, 13b, eerste lid, 14, 20, 22, tweede lid en vierde lid, tweede zin, 25, eerste, tweede en derde lid, 26, 27a, 29, tweede en derde lid, tweede en derde zin, 30, eerste lid, tweede lid, tweede zin, en derde lid, 31, eerste en tweede lid, 33, 34, 35, 36, tweede lid, 37, eerste, tweede en derde lid, tweede zin, en vierde lid, 40, 41, 42, 48 en 49 van de verordening vangstmogelijkheden.

  • 2. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met de artikelen 9, eerste lid, 18, 21, tweede lid, 22, eerste, derde en vierde lid, eerste zin, 24, eerste en tweede lid, 27, 28, 29, eerste lid, 32, 36, eerste lid, 37, derde lid, eerste zin, 38, 39, 43 en 47 van de verordening vangstmogelijkheden.

  • 3. De voorwaarden, bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c en d, van de verordening vangstmogelijkheden, gelden uitsluitend voor vissersvaartuigen ten behoeve waarvan een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening is verleend voor de in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c onderscheidenlijk d, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten.

E

In artikel 15, eerste lid, wordt ‘artikel 4, onderdeel r, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘artikel 4, onderdeel s, van de verordening vangstmogelijkheden’.

F

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16. Vangstmogelijkheden Oostzee

Het is verboden in strijd te handelen met artikel 8 van de verordening vangstmogelijkheden Oostzee.

G

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17. Vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee

  • 1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 5, derde lid, 8, tweede lid, 13 en 14 van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.

  • 2. Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in strijd met artikel 8, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.

H

Artikel 18 komt te luiden:

Artikel 18. Herstelmaatregelen kabeljauw Noordzee

Het is verboden visserijactiviteiten uit te oefenen in de gebieden en gedurende de perioden, bedoeld in artikel 13a van de verordening vangstmogelijkheden.

I

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20. Overige visserij-inspanning

Het is verboden te vissen met de typen vistuigen, bedoeld in onderdeel 1 van bijlage IIA van de verordening vangstmogelijkheden, in het gebied, bedoeld in onderdeel 1 van die bijlage, en die typen vistuig aan boord te houden.

J

In artikel 29, vijfde lid, onderdeel b, wordt ‘artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘artikel 12, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden’.

K

Artikel 71 vervalt.

L

Artikel 73a komt te luiden:

Artikel 73a. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied

Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 9 bis tot en met 9 quinquies, 10, 11 bis, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 quinquies bis, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 ter, eerste lid, 22 bis tot en met 22 quinquies, 22, septies, 22 duodecies, 22 terdecies van verordening nr. 1343/2011.

M

Artikel 75 komt te luiden:

Artikel 75. Instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in NAFO-gebied

  • 1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, tweede en vierde tot en met zesde lid, 10, 11, 12, derde en vijfde lid, 13, tweede en derde lid, 14, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste en derde lid, 18, 19, derde lid, 21, derde lid, 22, tweede en zevende tot en met achtste lid, 23, vijfde en negende lid, 24, 25, eerste tot en met zesde lid, 26, eerste en zesde tot en met achtste lid, 27, tweede en twaalfde lid, 32, 39, zesde lid, 41, 46, eerste lid, van verordening 2019/833 en met de door de Europese Commissie op grond van artikel 50 van verordening 2019/833 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

  • 2. Als havens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, en 39, eerste lid, van verordening 2019/833, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in bijlage 2B met uitzondering van Amsterdam.

  • 3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a, en 39, derde lid, van verordening 2019/833, is de NVWA.

  • 4. Het is verboden met een vaartuig als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2019/833, een Nederlandse haven binnen te varen, dan wel de bemanning van dat vaartuig te vervangen.

N

In artikel 84a, derde lid, onderdeel a, wordt ‘het type vistuig GTR, GNS, FYK, FPN of FIX’ vervangen door ‘het type vistuig GTR, GNS, GNC, FYK, FPN of FIX’.

O

Artikel 120 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘artikel 10, vierde en vijfde lid, van de verordening vangstmogelijkheden’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde en zesde lid, van de verordening vangstmogelijkheden’.

2. In het tweede lid, onderdeel a, onder (i), wordt ‘artikel 10, vierde lid, onderdeel a’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde lid, onderdeel a’ en wordt ‘artikel 10, vierde lid, aanhef’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde lid, aanhef’.

3. In het tweede lid, onderdeel a, onder (ii), wordt ‘artikel 10, vierde lid, onderdeel b’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde lid, onderdeel b’ en wordt ‘artikel 10, vierde lid, aanhef’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde lid, aanhef’.

4. In het tweede lid, onderdeel a, onder (iii), wordt ‘artikel 10, vijfde lid’ vervangen door ‘artikel 10, zesde lid’ en wordt ‘artikel 10, vijfde lid, aanhef’ vervangen door ‘artikel 10, zesde lid, aanhef’.

5. In het derde lid wordt ‘artikel 10, vierde lid, onderdeel b, of vijfde lid’ vervangen door ‘artikel 10, vijfde lid, onderdeel b, of zesde lid’.

6. In het zesde lid vervalt onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b en c tot a en b.

P

De bijlagen 8, 9 en 11 worden vervangen door de bij deze regeling gevoegde bijlagen A, B respectievelijk.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met uitzondering van artikel I, onderdeel I, dat in werking treedt met ingang van 1 februari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 19 december 2019

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze: J.C. Goet Secretaris-Generaal Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

BIJLAGE A BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL P, VAN DE REGELING VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT VAN 19 DECEMBER 2019, NR. WJZ/ 19312824, TOT WIJZIGING VAN UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ ONDER MEER IN VERBAND MET DE VASTSTELLING VAN DE VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR 2020

BIJLAGE 8, BEHORENDE BIJ DE ARTIKELEN 1, EERSTE LID, 21, EERSTE LID EN 29, EERSTE LID, VAN DE UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ

De vangstgebieden, bedoeld in artikel 1, eerste lid, de vissoorten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, en de percentages, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij voor het kalenderjaar 2020

Vissoort

Gebied

Percentage

Blauwe wijting

Wateren van de Unie en internationale wateren van de

ICES-deelgebieden 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d, 8e, en de ICES-deelgebieden 12 en 14

102,1140%

Grote zilversmelt

Wateren van de Unie en internationale wateren van de

ICES-deelgebieden 5, 6 en 7

79,9161%

Haring

Wateren van de Unie, wateren van de Faeröer, Noorse wateren en internationale wateren van de ICES-deelgebieden 1 en 2

89,2590%

Wateren van de Unie en Noorse wateren van ICES-deelgebied 4 ten noorden van 53° 30' NB

99,9710%

ICES-sectoren 4c en 7d

100,0773%

Wateren van de Unie en internationale wateren van de ICES-sectoren 5b, 6b en 6a-Noord

82,9268%

ICES-sectoren 6a-Zuid, 7b en 7c

81,9564%

ICES-sectoren 7g, 7h, 7j en 7k

14,0288%

Horsmakreel

Wateren van de Unie van de ICES-sectoren 2a en 4a;

ICES-deelgebied 6, ICES-sectoren 7a-c, 7e-k, 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van de ICES-deelgebieden 12 en 14

58,4781%

Wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d

88,6566%

Kabeljauw

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

51,9497%

Makreel

ICES-deelgebieden 6 en 7, ICES-sectoren 8a, 8b, 8d en 8e; wateren van de Unie en internationale wateren van ICES-sector 5b; internationale wateren van ICES-sector 2a en de ICES-deelgebieden 12 en 14

141,1360%

Schol

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

89,0914%

Tong

Wateren van de Unie van ICES-sector 2a en

ICES-deelgebied 4

125,0749%

Wijting

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a

108,6239%

BIJLAGE B BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL P, VAN DE REGELING VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT VAN 19 DECEMBER 2019, NR. WJZ/ 19312824, TOT WIJZIGING VAN UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ ONDER MEER IN VERBAND MET DE VASTSTELLING VAN DE VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR 2020

BIJLAGE 9, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 24 VAN DE UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ

De vangsthoeveelheden, bedoeld in artikel 24 van de Uitvoeringsregeling zeevisserij, voor het kalenderjaar 2020

Artikel 24, eerste lid, onderdeel a

Kabeljauw:

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

54 kilogram per maand

Wijting:

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a

36 kilogram per maand

Makreel:

ICES-sector 3a en ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3b, 3c en de ICES-deelsectoren 22 tot en met 32

188 kilogram per maand

Artikel 24, eerste lid, onderdeel c

Kabeljauw:

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a; het gedeelte van ICES-sector 3a dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

155 kilogram per jaar

Wijting:

ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sector 2a

56 kilogram per jaar

Makreel:

ICES-sector 3a en ICES-deelgebied 4; wateren van de Unie van ICES-sectoren 2a, 3b, 3c en de ICES-deelsectoren 22 tot en met 32

51 kilogram per jaar

Artikel 24, eerste lid, onderdeel d

Horsmakreel:

wateren van de Unie van de ICES-sectoren 4b, 4c en 7d

249 kilogram per jaar

BIJLAGE C BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL P, VAN DE REGELING VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT VAN 19 DECEMBER 2019, NR. WJZ/ 19312824, TOT WIJZIGING VAN UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ ONDER MEER IN VERBAND MET DE VASTSTELLING VAN DE VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR 2020

BIJLAGE 11, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 140C VAN DE UITVOERINGSREGELING ZEEVISSERIJ

Drempelprijzen voor toepassing van het opslagmechanisme door in Nederland erkende producentenorganisaties gedurende het jaar 2020 voor partijen van de vermelde vissoorten die zijn gestript en de kwaliteitsaanduiding Extra, A hebben (in euro/ton).

Soort en FAO-/GN-code

Grootte

Benaming

Afmeting

Drempelprijs (EUR/t)

Schol

       

| per 01-01-2020

1

Groot

41 cm en groter

1.750

t/m 30-04-2020

2

Schol I

35 tot 41 cm

1.300

[PLE/GN 3022200]

3

Schol II

31 tot 35 cm

1.270

 

4

Schol III

27 tot 31 cm

1.130

Schol

       

|| per 01-05-2020

1

Groot

41 cm en groter

2.040

t/m 30-11-2020

2

Schol I

35 tot 41 cm

1.490

[PLE/GN 3022200]

3

Schol II

31 tot 35 cm

1.360

 

4

Schol III

27 tot 31 cm

1.210

Schol

       

||| per 01-12-2020

1

Groot

41 cm en groter

1.750

t/m 31-12-2020

2

Schol I

35 tot 41 cm

1.370

[PLE/GN 3022200]

3

Schol II

31 tot 35 cm

1.340

 

4

Schol III

27 tot 31 cm

1.210

Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd

   

Breedte v.h. pantser

 

of in water gekookt

1

 

6,8 mm en meer

2.830

[CSH/GN 3062310]

2

 

6,5 mm en meer

2.830

TOELICHTING

I. ALGEMEEN

1. Doel en aanleiding

De Uitvoeringsregeling zeevisserij (hierna: Uitvoeringsregeling) bevat de voorschriften die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Europese verordeningen op het gebied van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dit betreft onder meer de verordeningen over vangstmogelijkheden, alsmede de verordeningen waarin specifieke instandhoudings- en handhavingsmaatregelen zijn vastgelegd voor de gebieden die onder de bevoegdheid van zogenoemde regionale visserijorganisaties vallen. In de verordeningen over vangstmogelijkheden zijn onder meer de maximaal toegestane vangstmogelijkheden in de wateren van de Unie en voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie alsmede een aantal daaraan gerelateerde aanvullende voorschriften opgenomen.

Door middel van deze wijzigingsregeling is een aantal aanpassingen in de Uitvoeringsregeling doorgevoerd die samenhangen met een drietal in 2019 vastgestelde verordeningen tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden. Dit betreft de verordening vangstmogelijkheden1, de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en de Zwarte Zee2 en verordening vangstmogelijkheden Oostzee3.

Daarnaast zijn in 2019 twee nieuwe verordeningen vastgesteld waarin bindende besluiten van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (Northwest Atlantic Fisheries Organisation - NAFO) en van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (General Fisheries Commission for the Mediterranean - GFCM) zijn omgezet in recht van de Europese Unie4. Ook aan deze verordeningen wordt door middel van deze wijzigingsregeling uitvoering gegeven.

2. Verordeningen over vangstmogelijkheden

De vangstmogelijkheden die zijn vastgelegd in bovengenoemde verordeningen vangstmogelijkheden, kunnen worden onderscheiden in vangstbeperkingen en inspanningsbeperkingen. Vangstbeperkingen zijn de maatregelen waarin is vastgelegd hoeveel vis er totaal uit bepaalde gebieden mag worden gevangen, de zogenoemde TAC (‘Total Allowable Catch’, ofwel totale toegestane vangst), onder welke voorwaarden dat mag en hoe die hoeveelheden zijn verdeeld over de lidstaten, de zogenoemde quota. In een aantal gevallen is een deel van de TAC niet aan individuele lidstaten toegekend en kunnen deze hoeveelheden – veelal als bijvangst – worden opgevist door alle vissers uit de EU. Inspanningsbeperkingen zien op de beperking van de omvang van de uitvarende vissersvloot en het aantal dagen dat er gevist kan worden. Dit betreft het regiem dat is vastgesteld in het kader van het beheer van de tongbestanden in het westelijke kanaal in ICES-sector 7e en dat geldt van 1 februari 2020 tot 1 februari 2020. De vangstmogelijkheden in wateren van de Unie en voor vaartuigen van de Unie in andere wateren worden tezamen met de daaraan gerelateerde aanvullende voorschriften jaarlijks door de Raad van de Europese Unie vastgesteld.

3. Regeldruk

Deze wijziging van de Uitvoeringsregeling leidt niet tot een wijziging van de regeldruk. Er volgen geen nieuwe of gewijzigde informatieverplichtingen uit deze regeling. Ook brengt deze wijzigingsregeling geen relevante nalevingskosten met zich.

4. Inwerkingtreding en kabinetsbeleid vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2020, met uitzondering van artikel I, onderdeel I, dat in werking treedt met ingang van 1 februari 2020. Hiermee wordt afgeweken van de uitgangspunten van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten. Een van die uitgangspunten is dat regelgeving minimaal twee maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding daarvan wordt gepubliceerd. De onderhavige wijzigingsregeling strekt onder meer ter uitvoering van de verordening vangstmogelijkheden voor 2020. De vaststelling van die verordening vindt echter pas plaats in de Europese Raad van 16 en 17 december 2019. Dit brengt mee dat de termijn tussen publicatie van de onderhavige uitvoeringsregeling en de inwerkingtreding daarvan korter is dan twee maanden en aldus niet voldaan kan worden aan het betreffende beleid inzake vaste verandermomenten. Deze afwijking van het kabinetsbeleid is echter gerechtvaardigd te achten, nu deze wijzigingsregeling strekt ter uitvoering van bindende EU-regelgeving.

II. ARTIKELEN

Artikel I, onderdeel A

Met dit onderdeel zijn diverse begripsbepalingen in de Uitvoeringsregeling geactualiseerd.

Artikel I, onderdelen B, C, D, E, I, en J

Dit onderdeel strekt ertoe de verwijzingen naar de verordening vangstmogelijkheden te actualiseren en verwijzingen naar de verordening vangstmogelijkheden Oostzee en de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee waar nodig in te voeren.

Artikel I, onderdelen F en G

Met de door middel van de in deze onderdelen doorgevoerde wijzigingen wordt uitvoering gegeven aan de verordening vangstmogelijkheden Oostzee en de verordening vangstmogelijkheden Middellandse Zee en Zwarte Zee.

Artikel I, onderdeel H

Met het oog op het herstel van de kabeljauwbestanden in de Noordzee is in de verordening vangstmogelijkheden een aantal zogenoemde gebiedssluitingen opgenomen. In deze gebieden is het in principe verboden te vissen, met uitzondering van visserij met pelagische vistuigen (purse seines en trawls). De omschrijving van deze gebieden en de exacte periode waarin de sluiting geldt zijn opgenomen in bijlage IIc bij de verordening vangstmogelijkheden. De met het oog op de handhaving van deze gebiedssluiting noodzakelijke bepaling wordt met de in dit onderdeel opgenomen wijzing doorgevoerd in artikel 18 van de Uitvoeringsregeling.

Artikel I, onderdelen K en M

De instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de NAFO waren voorheen omgezet in Verordening (EG) nr. 1386/20075. Daarnaast was het in NAFO-verband vastgestelde herstelplan voor zwarte heilbot neergelegd in Verordening (EG) nr. 2115/20056. Sinds de vaststelling van deze verordeningen zijn de bindende bepalingen van de NAFO veelvuldig gewijzigd. De nieuwe bepalingen, die onder meer betrekking hebben op instandhoudingsmaatregelen voor bepaalde soorten, bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen, inspectieprocedures op zee en in de haven, vaartuigvoorschriften, monitoring van visserijactiviteiten en aanvullende havenstaatmaatregelenmoeten zijn bij de in paragraaf 1 van de algemene toelichting aangestipte verordening 2019/833 in het recht van de Unie omgezet en de oude verordeningen zijn tegelijkertijd ingetrokken.

Door middel van de in onderdeel M opgenomen wijziging wordt aan de nieuwe verordening voor het NAFO-verdragsgebied thans uitvoering gegeven in artikel 75 van de Uitvoeringsregeling. Artikel 71 van de Uitvoeringsregeling waarin uitvoering werd gegeven aan het ingetrokken herstelplan voor zwarte heilbot in het NAFO-gebied komt te vervallen door de in onderdeel K doorgevoerde wijziging.

Artikel I, onderdeel L

Dit onderdeel voorziet erin uitvoering te geven aan verordening 2019/982 waarbij een aantal nieuwe bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied zijn opgenomen in verordening nr. 1343/20117. De hiermee verband houdende wijzigingen zijn doorgevoerd in artikel 73a van de Uitvoeringsregeling.

Artikel I, onderdeel N

In artikel 84a van de Uitvoeringsregeling zijn de voorwaarden opgenomen waaronder een vismachtiging voor de visserij op zeebaars kan worden verstrekt. Deze voorwaarden vloeien voort uit artikel 10 van de verordening vangstmogelijkheden en behelzen onder meer de eis dat gedurende de Europese referentie periode die van 1 juli 2015 tot 30 september 2016 loopt, met specifiek vistuig moet zijn gevist. Voor de visserij met vaste netten betrof dit voorheen de tuigcodes GTR, GNS, FYK, FPN en FIX. Omdat evenwel ook met vistuigen van categorie GNC kleine hoeveelheden zeebaars ongewenst worden bij gevangen is deze tuigcode op verzoek van Nederland nu ook expliciet opgenomen in de verordening vangstmogelijkheden. Door middel van dit onderdeel wordt deze wijziging doorgevoerd in artikel 84a van de Uitvoeringsregeling. Deze aanpassing heeft tot gevolg dat vissersvaartuigen die blijkens hun logboekgegevens in de Europese referentieperiode zeebaars hebben aangeland die is gevangen met vaste netten met tuigcode GNC, in aanmerking kunnen komen voor een zeebaarsmachtiging voor het jaar 2020.

Artikel I, onderdeel O

In artikel 120 van de Uitvoeringsregeling is onder meer de recreatieve visserij op zeebaars geregeld, waarmee uitvoering wordt gegeven aan artikel 10, vijfde en zesde lid, van de Verordening vangstmogelijkheden. Door middel van de in onderdeel O opgenomen wijziging wordt de verwijzing naar deze Europese bepalingen geactualiseerd. Nieuw in artikel 10, vijfde lid, van deze verordening is dat het niet langer is toegestaan om met vaste netten, waaronder vistuig van het type staand, gericht op zeebaars te vissen.

Artikel I, onderdeel P

In de gewijzigde bijlagen 8 en 9 wordt nationaal uitvoering gegeven aan de verordening vangstmogelijkheden. Dit in verband met de omstandigheid dat de aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden voor een aantal bestanden zijn verdeeld in individuele contingenten. Bijlage 11 bevat de op grond van artikel 31, vierde lid, van de GMO-verordening vast te stellen drempelprijzen.

Artikel II (inwerkingtreding)

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met uitzondering van artikel I, onderdeel I, dat in werking treedt met ingang van 1 februari 2020. In paragraaf 4 van het algemeen deel van de toelichting is aangegeven hoe deze publicatie en de datum van inwerkingtreding zich verhouden tot het kabinetsbeleid betreffende de vaste verandermomenten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze: J.C. Goet Secretaris-Generaal Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit


X Noot
1

de verordening tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

X Noot
2

de Verordening van de Raad van PM tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee

X Noot
3

Verordening (EU) 2019/1838 van de Raad van 30 oktober 2019 tot vaststelling, voor 2020, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/124 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PbEU 2019, L 281)

X Noot
4

Verordening (EU) 2019/833 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen die van toepassing zijn in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan, tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1627 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2115/2005 en (EG) nr. 1386/2007 van de Raad (PbEU 2019, L 141) en Verordening (EU) 2019/982 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1343/2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) (PbEU 2019, L 164)

X Noot
5

Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PbEU 2007, L 318)

X Noot
6

Verordening (EG) nr. 2115/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van een herstelplan voor zwarte heilbot in het kader van de visserijorganisatie in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PbEU 2005, L 340)

X Noot
7

Verordening (EU) nr. 1343/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het GFCM-overeenkomstgebied (General Fisheries Commission for the Mediterranean – Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee) en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee (PbEU 2011, L 347)