Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2019, 69524Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/260635, tot wijziging van de Regeling tarieven scheepvaart 2005, de Regeling Nederlandse tarieven Schepenwet, de Regeling Olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995, de Regeling tarieven Schepenwet 1999 en de Vergoedingsregeling tuchtcollege loodsen in verband met indexering van de tarieven en enkele andere wijzigingen en bijstellingen

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 51, tweede lid, van de Binnenvaartwet, artikel 35 van de Loodsenwet, artikel 37, derde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992, de artikelen 4, tweede lid, 17, eerste lid, en 21, eerste lid, van de Meetbrievenwet 1981, artikel 72, eerste en tweede lid, van de Schepenwet, artikel 311a, derde lid, van het Wetboek van Koophandel, artikel 34 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, artikel 14, derde lid, van de Wet havenstaatcontrole, de artikelen 2, derde lid, en 10 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, artikel 49, tweede lid, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 40, tweede lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen, artikel 62, aanhef en onderdelen a, b, c, d, e, h, i, j en k, van de Wet zeevarenden en de artikelen 6, derde lid, en 6a, derde lid, van de Zeebrievenwet;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling tarieven scheepvaart 2005 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 1.549’ vervangen door ‘€ 1.593’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 981’ vervangen door ‘€ 1.009’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 439’ vervangen door ‘€ 452’.

B

In artikel 1.5 wordt telkens ‘€ 169’ vervangen door ‘€ 174’.

C

In artikel 1.7 wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

D

In artikel 1.8 wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

F

In artikel 1.10 wordt telkens ‘€ 109’ vervangen door ‘€ 112’.

G

In artikel 1.11 wordt ‘€ 129’ vervangen door ‘€ 133’.

H

Artikel 1.13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

2. In het vierde lid wordt ‘€ 277’ vervangen door ‘€ 285’.

I

Artikel 1.14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 422’ vervangen door ‘€ 434’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 124’ vervangen door ‘€ 128’.

J

In artikel 1.18 wordt ‘€ 218’ vervangen door ‘€ 224’.

K

Artikel 1.21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 44,98’ vervangen door ‘€ 45,88, exclusief BTW’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 16,94’ vervangen door ‘€ 17,28, exclusief BTW’.

L

Artikel 1.22 komt als volgt te luiden:

Art. 1.22 Tarief vaartijdenboek

  • 1. Voor de afgifte van een vaartijdenboek als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de Binnenvaartregeling en artikel 3.13 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is een tarief verschuldigd van € 51,64, exclusief BTW.

  • 2. Voor de afgifte van een verklaring bij het vaartijdenboek als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, van de Binnenvaartregeling en artikel 3.13, vierde lid, van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn, is een tarief verschuldigd van € 17,28, exclusief BTW.

  • 3. Voor het verrichten van mutaties in het vaartijdenboek of in een verklaring bij het vaartijdenboek is een tarief verschuldigd van € 17,28, exclusief BTW.

M

In artikel 1.23 wordt ‘€ 84’ vervangen door ‘€ 87’.

N

Artikel 1.24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 116’ vervangen door ‘€ 119’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 557’ vervangen door ‘€ 560’.

3. In onderdeel c wordt ‘€ 186’ vervangen door ‘€ 191’.

4. In onderdeel d wordt ‘€ 45’ vervangen door ‘€ 46’.

O

Artikel 1.27 komt als volgt te luiden:

Voor het gedeeltelijk onderzoek, op basis van een gedeeltelijke vrijstelling van de examenverplichtingen voor het klein vaarbewijs I, als bedoeld in artikel 7.12 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

P

Artikel 1.27a komt als volgt te luiden:

Voor het examen ter verkrijging van het klein vaarbewijs voor de vaart op de rivieren, kanalen en meren en de vaart op alle binnenwateren, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Q

Artikel 1.27b komt als volgt te luiden:

  • 1. Voor de behandeling van het gedeeltelijk onderzoek, op basis van een gedeeltelijke vrijstelling van de examenverplichtingen voor het klein vaarbewijs I, als bedoeld in artikel 7.12 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

  • 2. Voor het examen voor het klein vaarbewijs II, betrekking hebbend op de onderwerpen genoemd in artikel 7.15, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

R

Artikel 1.27c komt als volgt te luiden:

Voor de behandeling van een aanvraag voor een groot pleziervaartbewijs, als bedoeld in artikel 7.8, derde lid, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

S

Artikel 1.27f komt als volgt te luiden:

  • 1. Voor deelname aan het theoriegedeelte van het examen ter verkrijging van het diploma CWO groot motorschip, bedoeld in artikel 7.8, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

  • 2. Voor deelname aan het praktijkgedeelte van het examen ter verkrijging van het diploma CWO groot motorschip, bedoeld in artikel 7.8, derde lid, onderdeel a, van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

T

Artikel 1.27g komt als volgt te luiden:

Voor de kosten van de behandeling van een aanvraag van een internationaal certificaat van competentie als bedoeld in artikel 7.25 van de Binnenvaartregeling, is een tarief verschuldigd dat is vastgesteld door het CBR overeenkomstig artikel 4am van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

U

Artikel 1.31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 146’ vervangen door ‘€ 150’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 146 vervangen door ‘€ 150’ en wordt ‘€ 96’ vervangen door ‘€ 99’.

V

In artikel 1.32 wordt ‘€ 33’ vervangen door ‘€ 34’.

W

Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 330’ vervangen door ‘€ 339’.

b. In onderdeel b wordt ‘€ 287’ vervangen door ‘€ 295’.

X

In artikel 2.3 wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

Y

In artikel 2.4 wordt ‘€ 440’ vervangen door ‘€ 453’.

Z

In artikel 2.5 wordt ‘€ 1.123’ vervangen door ‘€ 1.155’.

AA

Artikel 2.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 159’ vervangen door ‘€ 164’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 55’ vervangen door ‘€ 57’.

BB

In artikel 2.7 wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

CC

In artikel 2.8, onderdeel a, wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

DD

In artikel 2.9 wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

EE

Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 1.551’ vervangen door ‘€ 1.595’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 167’ vervangen door ‘€ 172’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 138’ vervangen door ‘€ 142’.

4. In het vierde lid wordt ‘€ 476’ vervangen door ‘€ 490’.

5. In het vijfde lid wordt ‘€ 159’ vervangen door ‘€ 164’.

FF

Artikel 2.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 305’ vervangen door ‘€ 314’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 184’ vervangen door ‘€ 189’.

GG

In artikel 2.12 wordt ‘€ 175’ vervangen door ‘€ 180’.

HH

In artikel 2.13, onderdeel a, wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

II

In artikel 2.14 wordt ‘€ 123’ vervangen door ‘€ 127’.

JJ

In artikel 2.16 wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

KK

Artikel 2.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tabel in het eerste lid komt als volgt te luiden:

Type onderzoek

≤75 m

>75 m

Onderzoek eerste afgifte

€ 160

 

Onderzoek eerste afgifte

 

€ 321

Viseren certificaten

€ 82

 

Viseren certificaten

 

€ 82

Onderzoek hernieuwde afgifte

€ 160

 

Onderzoek hernieuwde afgifte

 

€ 160

2. In het tweede lid wordt ‘€ 384’ vervangen door ‘€ 395’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 576’ vervangen door ‘€ 592’.

LL

In artikel 2.19 wordt ‘€ 182’ vervangen door ‘€ 187’.

MM

Artikel 2.20 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 182’ vervangen door ‘€ 187’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

NN

In artikel 2.21 wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

OO

Artikel 2.21a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 175’ vervangen door ‘€ 180’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

PP

In artikel 2.21b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 249’ vervangen door ‘€ 256’.

QQ

In artikel 2.21c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 486’ vervangen door ‘€ 500’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 153’ vervangen door ‘€ 157’.

RR

In artikel 2.21d wordt ‘€ 171’ vervangen door ‘€ 176’.

SS

In artikel 2.22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 242’ vervangen door ‘€ 249’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

TT

In artikel 2.24 wordt ‘€ 74’ vervangen door ‘€ 76’.

UU

Artikel 2.25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 114’ vervangen door ‘€ 117’.

b. In onderdeel b wordt ‘€ 76’ vervangen door ‘€ 78’.

c. In onderdeel c wordt ‘€ 126’ vervangen door ‘€ 127’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 229’ vervangen door ‘€ 231’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 120’ vervangen door ‘€ 121’.

VV

In artikel 2.26 wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

WW

In artikel 2.27 wordt ‘€ 119’ vervangen door ‘€ 120’.

XX

In artikel 2.28 wordt telkens ‘€ 144’ vervangen door ‘€ 148’.

YY

In artikel 2.30 wordt ‘€ 96’ vervangen door ‘€ 99’ en wordt ‘€ 146’ vervangen door ‘€ 150’.

ZZ

Artikel 2.33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 146’ vervangen door ‘€ 150’ en wordt ‘€ 96’ vervangen door ‘€ 99’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 34’ vervangen door ‘€ 35’.

AAA

Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 1.575’ vervangen door ‘€ 1.620’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 541’ vervangen door ‘€ 556’.

BBB

Artikel 3.1a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘2.253’ vervangen door ‘2.317’.

2. In het tweede lid wordt ‘2.253’ vervangen door ‘2.317’.

3. In het derde lid wordt ‘179’ vervangen door ‘184’.

CCC

In artikel 3.2 wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

DDD

Artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 313’ vervangen door ‘€ 322’.

3. In het derde lid wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

EEE

In artikel 3.5 wordt ‘€ 153’ vervangen door ‘€ 157’.

FFF

Artikel 3.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 118’ vervangen door ‘€ 119’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 138’ vervangen door ‘€ 139’.

GGG

Artikel 3.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 118’ vervangen door ‘€ 119’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 138’ vervangen door ‘€ 139’.

HHH

In artikel 3.8 wordt ‘€ 68’ vervangen door ‘€ 69’.

III

In artikel 3.9 wordt ‘€ 141’ vervangen door ‘€ 145’.

JJJ

In artikel 3.10 wordt ‘€ 288’ vervangen door ‘€ 296’.

KKK

In artikel 3.11 wordt ‘€ 120’ vervangen door ‘€ 121’.

LLL

In artikel 3.12 wordt ‘€ 120’ vervangen door ‘€ 121’.

MMM

In artikel 4.1 wordt ‘€ 171’ vervangen door ‘€ 176’.

NNN

Artikel 4.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. ‘een in het Algemeen Rijksambtenarenreglement daarmee gelijkgestelde dag’ wordt vervangen door ‘een in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen erkende feestdag’.

  • 2. ‘€ 80’ wordt vervangen door ‘€ 82’.

ARTIKEL II

De Regeling Nederlandse tarieven Schepenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 250’ vervangen door ‘€ 257’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 171’ vervangen door ‘€ 176’.

B

In artikel 5 wordt ‘€ 472’ vervangen door ‘€ 486’.

C

In artikel 7 wordt ‘€ 906’ vervangen door ‘€ 932’.

D

In artikel 8 wordt ‘€ 666’ vervangen door ‘€ 685’.

E

Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 252’ vervangen door ‘€ 259’.

F

In artikel 13 wordt ‘€ 109’ vervangen door ‘€ 112’.

G

In artikel 14 wordt ‘€ 503’ vervangen door ‘€ 517’.

H

Artikel 14a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘2.253’ vervangen door ‘2.317’.

2. In het tweede lid wordt ‘179’ vervangen door ‘184’.

I

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. De tabel in het eerste lid komt als volgt te luiden:

 

< 24 meter

≥ 24 meter

Geklasseerde vissersvaartuigen

   

Onderzoek eerste afgifte certificaat

 

€ 16.082

Periodiek onderzoek vernieuwing/handhaving certificaat

 

€ 2.340

Onderzoek overname met langlopend certificaat

 

€ 5.378

Niet-geklasseerde vissersvaartuigen

   

Onderzoek eerste afgifte certificaat

€ 12.986

€ 29.383

Periodiek onderzoek vernieuwing/handhaving certificaat

€ 2.184

€ 2.688

Onderzoek overname met langlopend certificaat

€ 5.079

€ 6.257

2. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 2.719’ vervangen door ‘€ 2.798’

b. In onderdeel b wordt ‘€ 3.010’ vervangen door ‘€ 3.096’

3. In het vijfde lid wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’ en wordt ‘€ 314’ vervangen door ‘€ 323’.

4. In het zesde lid wordt ‘€ 314’ vervangen door ‘€ 323’.

J

In artikel 18 wordt ‘€ 906’ vervangen door ‘€ 932’.

K

In artikel 21 wordt ‘€ 150’ vervangen door ‘€ 154’.

L

Artikel 22, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. ‘een in het Algemeen Rijksambtenarenreglement daarmee gelijkgestelde dag’ wordt vervangen door ‘een in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen erkende feestdag’.

2. ‘€ 80’ wordt vervangen door ‘€ 82’.

M

Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 1.316’ vervangen door ‘€ 1.354’.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 150’ vervangen door ‘€ 154’.

N

In artikel 24 wordt ‘€ 156’ vervangen door ‘€ 160’.

O

De twee tabellen in bijlage 1 komen te luiden:

Tarief onderzoek van niet-geklasseerde schepen en aannemersmateriaal

<500 GT

≥500 GT

Vrachtschip

   

Hernieuwde afgifte

€ 5.752

€ 7.367

Viseren certificaten

€ 1.311

€ 2.157

Aannemersmateriaal met voortstuwing

   

Hernieuwde afgifte

€ 6.702

€ 9.095

Viseren certificaten

€ 1.408

€ 2.254

Aannemersmateriaal zonder voortstuwing

   

Hernieuwde afgifte

€ 2.540

€ 3.218

Viseren certificaten

€ 819

€ 932

Aannemersmateriaal zonder voortstuwing, inclusief bemand werken

   

Hernieuwde afgifte

€ 2.540

€ 3.218

Viseren certificaten

€ 932

€ 932

Supply- en supportschip

   

Hernieuwde afgifte

€ 4.827

€ 7.367

Viseren certificaten

€ 819

€ 2.157

Sleepboot ≥24 meter

 

Hernieuwde afgifte

€ 5.866

Viseren certificaten

€ 1.591

Personentender ≥24 meter

 

Hernieuwde afgifte

€ 4.827

Viseren certificaten

€ 1.472

Patrouille-, peil- en meetvaartuig ≥24 meter

 

Hernieuwde afgifte

€ 4.827

Viseren certificaten

€ 1.472

ARTIKEL III

Artikel 2 van de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 50,63’ vervangen door ‘€ 51,64’.

2. In het derde lid wordt ‘€ 16,94’ vervangen door ‘€ 17,28’.

ARTIKEL IV

In artikel 31, eerste lid, van de Regeling tarieven Schepenwet 1999 wordt ‘een in het Algemeen Rijksambtenarenreglement daarmee gelijkgestelde dag’ vervangen door ‘een in artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet genoemde algemeen erkende feestdag’.

ARTIKEL V

In artikel 4 van de Vergoedingsregeling tuchtcollege loodsen wordt ‘worden vergoed volgens de bepalingen van het Reisbesluit binnenland’ vervangen door ‘in het binnenland worden vergoed volgens hetgeen daarover overeengekomen is in de laatste afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn’.

ARTIKEL VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2020 treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij ten aanzien van de artikelen I, onderdeel NNN, onder 1, II, onderdeel L, onder 1, IV en V terug tot en met 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling tarieven scheepvaart 2005, Regeling Nederlandse tarieven Schepenwet en de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995. De laatste jaren is toegewerkt naar een herziening van het tariefstelsel. Deze zal naar verwachting in de tweede helft van 2020 in werking treden. Voor de periode tot aan de inwerkingtreding van het nieuwe tariefstelsel blijven de Regeling tarieven scheepvaart 2005, de Regeling Nederlandse tarieven Schepenwet en de Regeling olie-afgifteboekje Rijnvaart 1995 van toepassing.

Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in verband met de inwerkingtreding artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 een aantal wijzigingen op te nemen in de Regeling tarieven Schepenwet 1999 en de Vergoedingsregeling tuchtcollege loodsen. Zo werd in enkele regelingen verwezen naar specifieke artikelen van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) en het Reisbesluit binnenland. Deze twee regelingen vervallen met de bovengenoemde inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Daarom zijn de desbetreffende verwijzingen vervangen door verwijzingen naar de Algemene termijnenwet, respectievelijk de laatste afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Tarieven ILT

Voor de vergunningverlenende werkzaamheden van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) worden tarieven in rekening gebracht. Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is ten aanzien van de ILT-tarieven dat zoveel mogelijk kostendekkende tarieven in rekening worden gebracht.

Met onderhavige wijzigingsregeling zal aan voornoemd uitgangspunt nog niet worden voldaan. De tarieven zullen per 1 januari 2020 slechts worden aangepast aan de ontwikkeling van de kosten van vergunningverlening. Door het toepassen van een gewogen gemiddelde van de percentages Prijs overheidsconsumptie netto materieel (IMOC) en CAO sector Overheid (publicatie CPB, september 2019) zullen de tarieven per 1 januari 2020 stijgen met 2,86%. Hierbij kan de tariefwijziging per product iets afwijken door het afronden van de bedragen.

Tarieven CBR

Per 1 januari 2020 zijn de taken en bevoegdheden ten aanzien van de afgifte van enkele vaarbewijzen en de daarbij behorende afname van examens van de VAMEX overgedragen aan het CBR. Een aantal taken met betrekking tot enkele vaarbewijzen was al bij het CBR ondergebracht. Met de aangebrachte wijzigingen worden de bijbehorende tarieven vastgesteld door het CBR. Deze worden goedgekeurd door de Minister.

Tarieven Kiwa

Op 1 juni 2010 is de afgifte van een aantal vergunningen door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat in mandaat overgedragen aan Kiwa N.V. (hierna: Kiwa). De overeenkomst met Kiwa voorziet in een jaarlijkse stijging van de door Kiwa gehanteerde tarieven met een inflatiecorrectie en vanaf 1 januari 2014 tevens in een daling van de tarieven met een efficiencyfactor. Deze efficiencyfactor bedraagt per 1 januari 2020 met betrekking tot de vergoedingen voor documenten van de binnenvaart in totaal -2,0% en voor de koopvaardij en visserij -1,5%. De efficiencyfactoren, zoals overeengekomen in de overeenkomst met Kiwa, zijn toegepast op de kostendekkende tarieven. Dit is gebeurd met het oog op het rijksbeleid om zoveel mogelijk kostendekkende tarieven te hanteren.

Een verlaging van een tarief als gevolg van de toepassing van de efficiencyfactor van een niet kostendekkend tarief zou haaks staan op het rijksbeleid. Per saldo leidt dit bij een inflatiecorrectie over 2019 van 2,6% tot een tariefmutatie van 0,6% voor de binnenvaart en 1,1% voor de koopvaardij en visserij. Hierbij kan de tariefwijziging per individueel product iets afwijken vanwege afronding.

De Kiwa heeft van 11 tot 24 september geconsulteerd. Hieruit zijn een aantal reacties voortgekomen, welke door het departement beantwoord zullen worden. Deze reacties hebben niet tot een aanpassing van de tarievenregeling geleid.

Effecten op de administratieve lasten en de nalevingskosten

De regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). ATR heeft de analyse gedeeld dat de wijzigingsregeling geen omvangrijke gevolgen heeft voor de regeldruk en heeft om die reden geen formeel advies uitgebracht over de regeling.

Inhoudelijke nalevingskosten zijn de directe kosten voor het bedrijfsleven van naleving van inhoudelijke verplichtingen als gevolg van wet- en regelgeving. Het zijn bijvoorbeeld de tijd en daarmee samenhangende kosten die een bedrijf nodig heeft om een aanvraag in te dienen. Deze inhoudelijke nalevingkosten en ook de administratieve lasten wijzigen in 2020 niet. De regeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). De ATR heeft geconcludeerd dat deze wijzigingen geen omvangrijke regeldrukeffecten tot gevolg zullen hebben.

Internetconsultatie

De ontwerpregeling is aangeboden voor internetconsultatie. De reacties op de internetconsultatie hebben niet geleid tot inhoudelijke wijzigingen.

Uitvoerbaarheid & handhaafbaarheid

Omdat het hier enkel gaat over de jaarlijks terugkerende wijziging van de scheepvaarttarieven, is in overleg met de Inspectie Leefomgeving en Transport geen HUF-toets uitgevoerd.

Vaste verandermomenten

De regeling treedt conform de vaste verandermomenten in werking per 1 januari 2020, of ten minste zo spoedig mogelijk na deze datum. Omdat deze regeling niet voor 1 november 2019 is gepubliceerd, zal wat betreft de vereiste invoeringstermijn worden afgeweken van de daarvoor geldende twee maanden. De reden hiervoor is dat vertraging van de inwerkingtreding van de regeling zal leiden tot nadelige financiële gevolgen voor de ILT, het CBR en Kiwa (art. 4.17, vijfde lid, onder a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).

De terugwerkende kracht ten aanzien van de artikelen I, onderdeel NNN, onder 1, II, onderdeel L, onder 1, IV en V is noodzakelijk om buiten twijfel te stellen dat, bij inwerkingtreding van de regeling na 1 januari 2020, de werkzaamheden die verricht worden of reiskosten die gemaakt worden onder de genoemde artikelen gedurende de periode tot inwerkingtreding vergoed worden.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel NNN, onder 1, artikel II, onderdeel L, onder 1, en artikel IV

Op 1 januari 2020 treedt artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking. Dit betekent dat de rechtspositie voor ambtenaren in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) wordt ondergebracht. Bovendien vervalt daarmee het ARAR. Omdat in de regelingen, genoemd in artikel I, onderdeel NNN, artikel II, onderdeel L en artikel IV, verwijzingen naar het ARAR waren opgenomen is van de gelegenheid gebruik gemaakt dit aan te passen. In plaats van de verwijzing naar het ARAR wordt verwezen naar artikel 3, eerste lid, van de Algemene termijnenwet. Deze verwijzing is beleidsneutraal, omdat het om dezelfde dagen gaat als in artikel 21, zevende lid, van het ARAR.

Artikel V

In de Vergoedingsregeling tuchtcollege loodsen werd verwezen naar het Reisbesluit binnenland. Dat besluit vervalt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020. Deze verwijzing zorgde ervoor dat voor wat betreft de reiskosten werd aangesloten bij de bepalingen die voor rijksambtenaren golden. De arbeidsvoorwaarden van de sector Rijk worden voortaan privaatrechtelijk geregeld. De verwijzing naar deze arbeidsvoorwaarden in deze regeling vergt daarom aanpassing. Om dat te bewerkstelligen wordt voortaan verwezen naar de voor die ambtenaren laatste gesloten cao. Het woord «laatste» maakt duidelijk dat met de rechtspositionele bepaling aangesloten wordt bij de meest recente cao. Daardoor werken nieuwe wijzigingen in de cao door in de betreffende bepaling. Daarnaast blijft de materiële werking van de bepaling in stand in het geval er op enig moment sprake zou zijn van een cao-loze periode.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga