Onderlinge regeling tot wijziging van de Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Curaçao en Nederland in verband met de toetreding van Sint Maarten tot deze samenwerkingsregeling

Nederland, Curaçao en Sint Maarten,

Overwegende:

  • dat Sint Maarten het wenselijk acht een optimale informatie-uitwisseling binnen de rechtshandhavingketen van het land alsook met die van de overige Caribische (ei)landen van het Koninkrijk te bevorderen en daartoe specifieke diensten en producten (apparatuur en programmatuur) wenst af te nemen van de Stichting Beheer ICT Rechtshandhaving (hierna te noemen: de Beheerorganisatie);

  • dat Sint Maarten in navolging van Curaçao en Nederland, laatstgenoemde wat betreft diens openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hiertoe een deelnameovereenkomst met de Beheerorganisatie is aangegaan op 3 augustus 2018;

  • dat het voor een volledige formele deelname van Sint Maarten aan de Beheerorganisatie wenselijk en noodzakelijk is dat het land toetreedt tot de Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Curaçao en Nederland – een onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van het Statuut – welke regeling de samenwerking van de landen in de Beheerorganisatie regelt;

  • dat Sintmaarten bereid is toe te treden tot de Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Curaçao en Nederland, mits eenzijdig opzegbaar, zodat deze onderlinge regeling daartoe dient te worden gewijzigd;

Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden;

Komen het volgende overeen:

ARTIKEL I

de Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Curaçao en Nederland wordt als volgt gewijzigd:

A.

Het opschrift komt te luiden:

Onderlinge regeling inzake de ICT-voorziening in de rechtshandhavingketen van Curaçao, van Sint Maarten alsmede van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Samenwerkingsregeling ICT rechtshandhavingketen Curaçao, Sint Maarten en Nederland)

B.

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt na ‘de Minister van Justitie van Curaçao,’ ingevoegd: , de Minister van Justitie van Sint Maarten.

2. In onderdeel c wordt na ‘Curaçao,’ ingevoegd: Sint Maarten.

C.

Aan artikel 11 wordt, onder plaatsing van het cijfer 1 voor de bestaande tekst, een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De regeling kan door elk land afzonderlijk schriftelijk worden opgezegd, met een opzegtermijn van één jaar voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar. Wanneer een van de landen gebruik maakt van deze opzeggingsbevoegdheid behoudt de regeling voor de overige landen zijn werking.

D.

In artikel 12 wordt na ‘Curaçao’ ingevoegd: , Sint Maarten.

ARTIKEL II

Deze onderlinge regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de laatste van de handtekeningen is geplaatst en zal in het Afkondigingsblad van Sint Maarten, het Publicatieblad van Curaçao en de Staatscourant van Nederland worden geplaatst.

Datum laatste handtekening: 26 november 2019

Voor Sint Maarten: De Minister van Justitie

Voor Curaçao: De Minister van Justitie

Voor Nederland: De Minister van Justitie en Veiligheid

Naar boven