Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2019, 68350Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister voor Milieu en Wonen, van 16 december 2019, nr. IENW/BSK-2019/253868, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij in verband met de actualisering van bijlage 1

De Minister voor Milieu en Wonen,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 1, eerste lid, van de Wet ammoniak en veehouderij;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling ammoniak en veehouderij wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 1, onderdeel A 1 diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code A 1.13 komt te luiden:

A 1.13

ligboxenstal met roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif

BWL 2010.34.V8

 

6

2. De rij met Rav-code A 1.23 komt te luiden:

A 1.23

ligboxenstal met geprofileerde vloerplaten met sterk hellende langssleuven met urineafvoergat en hellende dwarsgroeven, aaneengesloten gelegd of gescheiden door mestafstorten voorzien van emissiereductiekleppen, met mestschuif

BWL 2013.04.V5

 

6

3. De rij met Rav-code A 1.30 komt te luiden:

A 1.30

ligboxenstal met roostervloer voorzien van bolle rubberen matten, met mestschuif

BWL 2017.06.V2

 

8

B

Bijlage 1, onderdeel D 1.1 diercategorie biggenopfok (gespeende biggen), wordt als volgt gewijzigd:

Na regel D 1.1.17 wordt een nieuwe regel ingevoegd luidende:

D 1.1.18

hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend oppervlak van maximaal 0,062 m2 per big

BWL 2019.02

19

0,21

C

Bijlage 1, onderdeel D 1.3 diercategorie guste en dragende zeugen, wordt als volgt gewijzigd:

Na regel D 1.3.15 wordt een nieuwe regel ingevoegd luidende:

D 1.3.16

hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul-/spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend oppervlak van maximaal 0,3 m2 per varken

BWL 2019.03

19

1,5

D

Bijlage 1, onderdeel D 3 diercategorie vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code D 3.2.3 komt te luiden:

D 3.2.3

koeldeksysteem met metalen driekantroostervloer (170% koeloppervlak)

     

2. Na regel D 3.2.3 worden twee nieuwe regels ingevoegd luidende:

D 3.2.3.2

emitterend oppervlak mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar maximaal 0,67 m2 per dierplaats

BWL 2001.25.V3

5

1,7

D 3.2.3.3

emitterend oppervlak mestkanaal maximaal 0,5 m2 per dierplaats

BWL 2019.05

5

1,4

3. Na regel D 3.2.18 wordt een nieuwe regel ingevoegd luidende:

D 3.2.19

hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul-/spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlak van maximaal 0,08 m2 per varken

BWL 2019.04

19

0,77

E

Bijlage 1, onderdeel E 1 diercategorie opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken, wordt als volgt gewijzigd:

De rij met Rav-code E 1.11 komt te luiden:

E 1.11

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

11

0,088

F

Bijlage 1, onderdeel E 3 diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code E 3.4 komt te luiden:

E 3.4

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

11

0,129

2. De rij met Rav-code E 3.8 komt te luiden:

E 3.8

stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar

BWL 2010.13.V7

11

0,077

3. De rij met Rav-code E 3.9 komt te luiden:

E 3.9

stal met buizenverwarming

BWL 2017.01.V2

11

0,077

G

Bijlage 1, onderdeel E 5 diercategorie vleeskuikens, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code E 5.10 komt te luiden:

E 5.10

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

11

0,035

2. De rij met Rav-code E 5.11 komt te luiden:

E 5.11

stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar

BWL 2010.13.V7

11

0,021

H

Bijlage 1, onderdeel E 7 additionele technieken voor emissiereductie van fijnstof en ammoniak, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rijen met Rav-code E 7.6 en E 7.7 komen te luiden:

E 7.6

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijnstof

BWL 2011.02.V6

22

0

E 7.7

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijnstof

BWL 2012.03.V6

22

0

2. De rijen met Rav-code E 7.11 en E 7.12 komen te luiden:

E 7.11

warmtewisselaar; 37% emissiereductie fijnstof

BWL 2017.03.V3

22

0

E 7.12

warmtewisselaar; 50% emissiereductie fijnstof

BWL 2018.05.V2

22

0

I

Bijlage 1, onderdeel F 1 diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code F 1.3 komt te luiden:

F 1.3

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

11

0,08

2. De rij met Rav-code F 1.7 komt te luiden:

F.1.7

stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar

BWL 2010.13.V7

11

0,05

3. De rij met Rav-code F 1.8 komt te luiden:

F 1.8

stal met buizenverwarming

BWL 2017.01.V2

11

0,03

J

Bijlage 1, onderdeel F 2 diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code F 2.3 komt te luiden:

F 2.3

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

11

0,24

2. De rij met Rav-code F 2.7 komt te luiden:

F 2.7

stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar

BWL 2010.13.V7

11

0,15

K

Bijlage 1, onderdeel F 4 diercategorie vleeskalkoenen, wordt als volgt gewijzigd:

1. De rij met Rav-code F 4.1 komt te luiden:

F 4.1

gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer

BWL 2001.12

9, 11

0,36

2. De rij met Rav-code F 4.3 komt te luiden:

F 4.3

mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering

BWL 2005.07

9, 11

0,26

3. De rij met Rav-code F 4.5 komt te luiden:

F 4.5

stal met verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

BWL 2009.14.V7

9, 11

0,35

4. De rij met Rav-code F 4.9 komt te luiden:

F 4.9

stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar

BWL 2010.13.V7

9, 11

0,21

L

Bijlage 1, onderdeel F 6 additionele technieken voor emissiereductie van fijnstof, wordt als volgt gewijzigd:

De rijen met Rav-code F 6.5 tot en met F 6.8 komen te luiden:

F 6.5

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijnstof

BWL 2011.02.V6

22

0

F 6.6

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijnstof

BWL 2012.03.V6

22

0

F 6.7

warmtewisselaar; 37% emissiereductie fijnstof

BWL 2017.03.V3

22

0

F 6.8

warmtewisselaar; 50% emissiereductie fijnstof

BWL 2018.05.V2

22

0

M

Bijlage 1, onderdeel G 4 additionele technieken voor emissiereductie van fijnstof, wordt als volgt gewijzigd:

De rijen met Rav-code G 4.4 tot en met G 4.7 komen te luiden:

G 4.4

warmtewisselaar; 31% emissiereductie fijnstof

BWL 2011.02.V6

22

0

G 4.5

warmtewisselaar; 13% emissiereductie fijnstof

BWL 2012.03.V6

22

0

G 4.6

warmtewisselaar; 37% emissiereductie fijnstof

BWL 2017.03.V3

22

0

G 4.7

warmtewisselaar; 50% emissiereductie fijnstof

BWL 2018.05.V2

22

0

N

In bijlage 1 komt eindnoot 11 te luiden:

Bij een huisvestingssysteem bij de hoofdcategorieën kippen en kalkoenen waar een overdekte uitloop aanwezig is, geldt de emissiefactor voor het huisvestingssysteem inclusief uitloop als de oppervlakte van de uitloop geen deel uitmaakt van het op grond van het Besluit houders van dieren vereiste leefoppervlak.

O

In bijlage 1 komt eindnoot 22 te luiden:

Deze techniek kan worden gecombineerd met alle huisvestingssystemen onder de categorieën E 1, E 2, E 3, E 4, E 5, F 1, F 2, F 3, F 4, G 1 en G 2 met uitzondering van de biologische luchtwassystemen, de biofilter en subcategorie G 2.2 (buiten mesten). Als onderdeel van de huisvestingssystemen E 3.8, E 5.11, E 5.9.1.1.5, E 5.9.1.2.5, F 1.7, F 2.7 en F 4.9 reduceert deze techniek ook de emissie van ammoniak, mits ook wordt voldaan aan systeembeschrijving BWL 2010.13(.V7). In combinatie met andere huisvestingssystemen heeft deze techniek geen invloed op de ammoniakemissie.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

I. Algemeen

1. De wijziging

Deze regeling wijzigt bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij (hierna: de Rav). De Rav is een ministeriële regeling die regels bevat voor de uitvoering van de Wet ammoniak en veehouderij (hierna: de Wav).

In bijlage 1 bij de Rav zijn emissiefactoren opgenomen voor de berekening van de ammoniakemissie vanuit veehouderijen. De emissiefactoren zijn gekoppeld aan huisvestingssystemen per diercategorie. De ammoniakemissie van een veehouderij wordt berekend voor de toetsing aan de Wav en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ook wordt aan de hand van de berekening van de ammoniakemissie van een veehouderij de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming vastgesteld. De emissiefactoren van bijlage 1 worden daarnaast gebruikt voor de beoordeling of wordt voldaan aan de maximale emissiewaarden van het Besluit emissiearme huisvesting.

Bijlage 1 bij de Rav wordt op een aantal punten gewijzigd in verband met de periodieke actualisatie van deze regeling, mede naar aanleiding van innovaties in de markt.

Bij de hoofdcategorie rundvee is voor de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar voor één huisvestingssysteem de emissiefactor aangepast (Artikel I, onderdeel A 1), zijn op verzoek van de fabrikanten twee systeembeschrijvingen aangepast (Artikel I, onderdelen A 1 en A 2) en is voor een huisvestingssysteem een definitieve emissiefactor vastgesteld (Artikel I, onderdeel A 3).

Bij de hoofdcategorie varkens zijn voor de diercategorieën biggenopfok, guste en dragende zeugen en vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking drie nieuwe huisvestingssystemen met een voorlopige emissiefactor opgenomen (artikel I, onderdelen B, C en D 3). Daarnaast is voor de diercategorie vleesvarkens, opfokberen van circa 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van circa 25 kg tot eerste dekking een nieuwe variant van een huisvestingssysteem beschikbaar gekomen (Artikel I, onderdelen D 1 en D 2).

Bij de hoofdcategorie kippen is voor de diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken voor een huisvestingssysteem eindnoot 11 toegevoegd, omdat bij dit systeem een uitloop mogelijk is (Artikel I, onderdeel F 3).

Bij de hoofdcategorie kalkoenen is voor verschillende diercategorieën eindnoot 11 toegevoegd, omdat bij deze systemen, net als bij systemen van de hoofdcategorie kippen, een uitloop kan worden toegepast (Artikel I, onderdelen I, J en K). Ook eindnoot 11 is hier op aangepast (Artikel I, onderdeel N).

Verder is een stalbeschrijving aangepast voor de diercategorieën opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken, (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken, vleeskuikens, ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken, ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken en vleeskalkoenen (Artikel I, onderdelen E, F 1, G 1, I 1, J 1, K 3).

Tot slot is bij de additionele technieken voor emissiereductie van fijnstof voor kippen, kalkoenen en eenden een emissiefactor voor ammoniak toegekend aan een luchtmengsysteem voor droging van het strooisel in combinatie met de compacte warmtewisselaar met daarin geïntegreerd een fijnstoffilter. De systeembeschrijvingen en eindnoot 22 zijn hierop aangepast (Artikel I, onderdelen F 2, G 2, H, I 2, J 2, K 4, L, M en O).

Een nadere uitleg van deze wijzigingen staat in de artikelsgewijze toelichting.

2. Gevolgen

Administratieve lasten

Deze regeling bevat geen meldings-, registratie- of andere informatieverplichtingen en leidt niet tot een verhoging van administratieve lasten bij bedrijven.

Effecten voor het bedrijfsleven

Deze regeling leidt niet tot extra nalevingskosten voor het bedrijfsleven.

Lasten voor de overheid

Er is geen sprake van stijging van de bestuurlijke lasten voor gemeenten en provincies die optreden als bevoegd gezag.

Effecten voor het milieu

De wijzigingen hebben een neutraal of positief effect op het milieu.

3. Consultatie

De meetrapporten, beschrijvingen van huisvestingssystemen en andere gegevens die de basis vormen voor de wijzigingen in bijlage 1 bij de Rav zijn in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat door deskundigen van de Technische Advies Pool (TAP) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op volledigheid en juistheid beoordeeld. Zij hebben aan het ministerie advies uitgebracht over de te hanteren emissiefactoren en uitvoeringseisen voor de verschillende huisvestingssystemen en additionele technieken. Dit advies is overgenomen en onder meer verwerkt in de stalbeschrijvingen.

4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Bij de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding is afgeweken van de minimuminvoeringstermijn van twee maanden (Aanwijzing voor de regelgeving 4.17, vierde lid). De reden van deze afwijking is dat hiermee, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste private en publieke nadelen worden voorkomen (Aanwijzing voor de regelgeving 4.17, vijfde lid, onderdeel a). Zo spoedig mogelijke inwerkingtreding na de bekendmaking van deze regeling is nadrukkelijk de wens van de doelgroep zodat nieuwe inzichten en technische ontwikkelingen zo snel mogelijk hun beslag krijgen.

II. Artikelsgewijs

Artikel I

In de onderdelen A tot en met O wordt Bijlage 1 op verschillende punten geactualiseerd en aangevuld. Hieronder wordt per punt aangegeven wat deze wijzigingen inhouden.

Artikel I, onderdeel A

Onder 1 is de emissiefactor van huisvestingssysteem BWL 2010.34 (A 1.13) aangepast op basis van meetresultaten die, conform gemaakte afspraken, zijn aangeleverd door de fabrikant van deze emissiearme roostervloer. Daarnaast is de systeembeschrijving op verzoek van de fabrikant verduidelijkt. De omschrijving van de uitvoeringseis van de groeven in de cassettes bleek niet helemaal overeen te komen met de specifieke kenmerken van deze vloer.

Onder 2 is de systeembeschrijving voor huisvestingssysteem BWL 2013.04 (A 1.23) aangepast op verzoek van de fabrikant. De wijziging betreft het vervangen van een gedeelte van de bovenzijde van de betonnen vloerelementen door rubber in verband met het welzijn voor de dieren. Tevens is de toegestane werk breedte van de vloerplaten aangepast. Bij een vorige wijziging van bijlage 1 van de Rav was deze abusievelijk gewijzigd. Deze wijzigingen hebben geen invloed op de emissiefactor.

Onder 3 is voor huisvestingssysteem BWL 2017.06 (A 1.30) op basis van de ingediende meetrapporten van de proefstallen een definitieve emissiefactor vastgesteld. Daarnaast is de naam van dit huisvestingssysteem in de systeembeschrijving en in de omschrijving van het huisvestingssysteem in bijlage 1 van de Rav gelijkluidend gemaakt.

Artikel I, onderdeel B

In onderdeel B is voor een nieuw emissiearm huisvestingssysteem voor biggenopfok (gespeende biggen) een voorlopige emissiefactor vastgesteld. Dit systeem onderscheidt zich van de bestaande emissiearme huisvestingssystemen door het gecombineerd toepassen van bestaande emissiearme systemen met een verkleind mestoppervlak, het verdunnen van de mest met water, dagontmesting en metalen driekant roosters. Door deze combinatie wordt een emissiefactor bereikt die voldoet aan de maximale emissiewaarde van het Besluit emissiearme huisvesting voor deze diercategorie.

Artikel I, onderdeel C

In onderdeel C is voor een nieuw emissiearm huisvestingssysteem voor dragende zeugen een voorlopige emissiefactor vastgesteld. Dit systeem onderscheidt zich van de bestaande emissiearme huisvestingssystemen door het gecombineerd toepassen van bestaande emissiearme systemen met een verkleind mestoppervlak, het verdunnen van de mest met water, het koelen van de mest in het mestkanaal en de ligvloer, dagontmesting en metalen driekant roosters boven met mestkanaal. Door deze combinatie wordt een emissiefactor bereikt die voldoet aan de maximale emissiewaarde van het Besluit emissiearme huisvesting voor deze diercategorie. Dit systeem is niet toepasbaar in dierenverblijven die op of na 1 januari 2020 zijn opgericht en tijdens de oprichting deel uitmaakten van een IPPC-installatie. Vanaf deze datum wordt namelijk met de toepassing van dit systeem niet meer voldaan aan de maximale emissiewaarde van kolom C van het Besluit emissiearme huisvesting voor het houden van guste en dragende zeugen.

Artikel I, onderdeel D

Onder 1 en 2 is een nieuwe variant opgenomen voor het huisvestingssysteem koeldeksysteem met metalen driekantroostervloer (170% koeloppervlak) met een kleiner mestoppervlak. De aanleiding hiervoor is dat in de praktijk in het verleden veel vleesvarkensstallen zijn uitgevoerd met dit huisvestingssysteem in combinatie met een veel kleiner mestoppervlak dan het maximaal toegestane oppervlak van 0,67 m2 per dierplaats en gebleken is dat een kleiner mestoppervlak de ammoniakemissie verlaagt. Bij de nieuwere variant van het koeldeksysteem zoals beschreven in BWL 2019.05 blijkt dat bij een kleiner mestoppervlak de ammoniakemissie 0,3 kg per plaats per jaar lager is. Dit geldt bij een maximaal toegestaan emitterend oppervlak van 0,5 m2. Bij wijziging van 24 juni 2015 van de Rav (Stcrt. 2015, 16866) is de Rav-code D 3.2.3.1 (BWL 2010.18.V1) komen te vervallen. Om misverstanden te voorkomen is er daarom voor gekozen om de nieuwe variant voor het huisvestingssysteem, dit betreft huisvestingssysteem BWL 2019.05, op te nemen onder de Rav-code D 3.2.3.3. Huisvestingssysteem BWL 2001.25 was destijds al opgenomen onder Rav-code D 3.2.3.2.

Onder 3 is voor een nieuw emissiearm systeem voor vleesvarkens een voorlopige emissiefactor vastgesteld. Dit systeem onderscheidt zich van de bestaande emissiearme huisvestingssystemen door het gecombineerd toepassen van bestaande emissiearme systemen met een verkleind mestoppervlak, het verdunnen van de mest met water, het koelen van de mest in het mestkanaal en de ligvloer, dagontmesting en metalen driekant roosters boven met mestkanaal. Door deze combinatie wordt een emissiefactor bereikt die voldoet aan de maximale emissiewaarde van het Besluit emissiearme huisvesting voor deze diercategorie.

Artikel I, onderdeel E, F onder 1, G onder 1, I onder 1, J onder 1 en K onder 3

Bij een milieucontrole bij een stal met huisvestingssysteem BWL 2009.14 bleek dat niet werd voldaan aan genoemde stalbeschrijving, omdat aan de bovenzijde van de heater geen schacht aanwezig was, zoals dat is aangegeven onder 4c van de stalbeschrijving. De schacht heeft echter geen invloed op de ammoniakreductie. Om die reden is op advies van de TAP de stalbeschrijving op dit punt aangepast.

Artikel I, onderdeel F onder 2, G onder 2, I onder 2, J onder 2, en K onder 4

Voor de combinatie van huisvestingssysteem BWL 2010.13 met de compacte variant van een warmtewisselaar met filtering van fijnstof is uit onderzoek een emissiefactor voor ammoniak afgeleid. In systeembeschrijving BWL 2010.13.V7 is opgenomen hoe de compacte variant van de warmtewisselaar, zoals beschreven in de systeembeschrijvingen BWL 2011.02.V6, BWL 2012.03.V6, BWL 2017.03.V3 en BWL 2018.05.V2, moet worden toegepast in de stal.

Artikel I, onderdeel F onder 3, I, J, K en N

Net als bij vleeskuikens en legkippen kunnen kalkoenhouders vanwege dierwelzijn en/of keurmerken als het ‘Beter Leven Keurmerk’ hun stal voorzien van een overdekte uitloop. Dit kan inpandig of uitpandig door middel van een aanbouw. Bij alle emissiearme huisvestingssystemen voor opfokhennen, legkippen, vleeskuikens, ouderdieren van vleeskuikens in opfok en vleeskuikenouderdieren, met uitzondering van stallen met groepskooien of kooihuisvesting en stalsystemen met luchtwassers of biofilters, is hiervoor eindnoot 11 opgenomen. In deze eindnoot is bepaald dat bij een huisvestingssysteem bij de hoofdcategorie kippen waar een overdekte uitloop aanwezig is, de emissiefactor voor het huisvestingssysteem inclusief uitloop geldt, als de oppervlakte van de uitloop geen deel uitmaakt van het op grond van het Besluit houders van dieren vereiste leefoppervlak. Deze voetnoot is niet opgenomen bij huisvestingssystemen voor de hoofdcategorie kalkoenen. Er is vanwege vergelijkbare huisvestingsomstandigheden geen reden te veronderstellen dat het gebruik van een uitloop bij kalkoenen anders moet worden beoordeeld dan bij dieren uit de hoofdcategorie kippen. Eindnoot 11 is om die reden toegevoegd aan de soortgelijke stalbeschrijvingen in de hoofdcategorie kalkoenen. De formulering van eindnoot 11 is hier tevens op aangepast.

Om bovenstaande reden is ook bij de diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken (E. 3.9) bij BWL 2017.01.V2 eindnoot 11 toegevoegd.

Artikel I, onderdeel H, L, M en O

Voor de combinatie van huisvestingssysteem BWL 2010.13 met de compacte variant van een warmtewisselaar met filtering van fijnstof is uit onderzoek een emissiefactor voor ammoniak afgeleid. De systeembeschrijvingen van de vier warmtewisselaars BWL 2011.02.V6, BWL 2012.03.V6, BWL 2017.03.V3 en BWL 2018.05.V2 die al in bijlage 1 als additionele techniek zijn opgenomen, zijn hierop aangepast. Mits aan eindnoot 22 wordt voldaan is voor alle drie de varianten van de vier warmtewisselaars nu ammoniakreductie mogelijk. Eindnoot 22 is hier op aangepast.

Artikel II

Voor een toelichting op de inwerkingtreding van deze regeling wordt verwezen naar het algemene deel van de toelichting.

De Minister voor Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer