Kennisgeving van het algemeen verbindend verklaren van een overeenkomst inzake de afvalbeheersbijdrage voor papier en karton, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De Minister van Milieu en Wonen maakt bekend dat zij op 10 december 2019, op grond van artikel 15.36, eerste lid, van de Wet milieubeheer een overeenkomst inzake de afvalbeheersbijdrage voor papier en karton (hierna: Overeenkomst) algemeen verbindend heeft verklaard voor de periode van 1 januari 2020 tot 1 januari 2023.

Het verzoek is ingediend door Papier Recycling Nederland en heeft betrekking op nog te verwerken nieuw papier en karton, dat voor het eerst in Nederland wordt afgezet, en op nieuw papier en karton verwerkt in kant-en-klare geïmporteerde producten van papier en karton die voor het eerst in Nederland worden afgezet. Steeds uitsluitend voor zover het toepassingen betreft, zijnde niet-verpakkingen. Hierbij wordt een product als een product van papier en karton beschouwd als de gewichtscomponent papier en/of karton het zwaarste deelmateriaal is.

De afvalbeheerbijdrage dient ter dekking van ketendeficits, transportdeficits en systeemkosten. De afvalbeheerbijdrage wordt alleen geheven als dit noodzakelijk is ter dekking van één of meerdere van deze drie componenten. De hoogte van de afvalbeheerbijdrage wordt bij besluit van de Stichting Verwijderingsfonds vastgesteld aan de hand van vooraf vastgestelde formules uit artikel 3 van de Overeenkomst. Omwille van de continuering van de opgezette inzamel- en verwerkingsstructuur is dit verzoek tot avv ingediend

De verplichting tot afdracht van de afvalbeheerbijdrage rust op iedere eerste ontvanger. Onder een eerste ontvanger wordt verstaan degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste in Nederland papier of karton dat niet gebruikt wordt voor de vervaardiging van verpakkingen afneemt, met het doel dit bewerkt of onbewerkt aan een ander op de Nederlandse markt ter beschikking te stellen, alsmede degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste kant en klare producten van papier of karton, niet zijnde verpakkingen, importeert.

Van het ontwerpbesluit is op 1 oktober 2019 mededeling gedaan in de Staatscourant. Het ontwerpbesluit heeft van 1 oktober 2019 tot en met 12 november 2019 ter inzage gelegen. Naar aanleiding hiervan zijn geen zienswijzen ingediend.

Het definitieve besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf 16 december 2019 gedurende 6 weken ter inzage bij Rijkswaterstaat Leefomgeving, afdeling Afval Circulair, Griffioenlaan 2, 3526 LA te Utrecht op werkdagen van 9.00-16.00 uur. U dient vooraf echter wel een afspraak te maken (tel: 088 79 77 102, optie 3).

Gelet op artikel 15.37, vierde lid, van de Wet milieubeheer zijn hieronder de tekst van het besluit en de algemeen verbindend verklaarde overeenkomst opgenomen.

10 december 2019

BESLUIT VAN HET ALGEMEEN VERBINDEND VERKLAREN VAN EEN OVEREENKOMST INZAKE DE AFVALBEHEERSBIJDRAGE VOOR PAPIER EN KARTON

De Minister voor Milieu en Wonen:

neemt het volgende in overweging:

  • 1. De heer drs. E.H.T.M. Nijpels, voorzitter van de Stichting Papier Recycling Nederland (hierna: PRN), Kruisweg 761, 2132 NE Hoofddorp, heeft op 3 mei 2019 een verzoek tot algemeen verbindend verklaring als bedoeld in artikel 15.36 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) van de Overeenkomst inzake de recyclingbeheersbijdrage 2019 voor toepassingen van papier en karton (hierna: de Overeenkomst) ingediend. De Overeenkomst is gesloten tussen het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen, de Mediafederatie, de Vereniging van Papier Groothandelaren, de Stichting van Leveranciers van Hygiënische Papierprodukten, de Raad Nederlandse Detailhandel, PRN en de Stichting Verwijderingsfonds.

  • 2. De algemeen verbindend verklaring (hierna: avv) wordt aangevraagd voor de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022.

  • 3. Met betrekking tot het verzoek tot algemeen verbindend verklaring wordt de in titel 15.10 van de Wm en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven procedure gevolgd.

    Op 17 juli 2019 is er een verzoek om aanvullende informatie aan PRN verzonden. Het verzoek tot algemeen verbindend verklaring is door PRN op 19 juli 2019 aangevuld.

    De kennisgeving over de ter inzage legging is op 1 oktober 2019 gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt-2019-54229). In deze publicatie is abusievelijk vermeld dat de stukken tot en met 5 november 2019 ter inzage lagen.

    Het verzoek, het ontwerpbesluit en de overige van belang zijnde stukken hebben van 1 oktober 2019 tot en met 12 november 2019 ter inzage gelegen bij Rijkswaterstaat, afdeling Afval Circulair, Griffioenlaan 2, 3526 LA te Utrecht.

    Naar aanleiding van het ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen ontvangen.

  • 4. De Overeenkomst vormt de financiële basis voor de uitvoering van de verplichtingen van PRN ingevolge het zesde papiervezelconvenant tussen PRN en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), betreffende met name mogelijke ketendeficits in de papier- en kartonketen en mogelijke gemeentelijke transportdeficits.

  • 5. De algemeen verbindend verklaring van de Overeenkomst is nodig om te bewerkstelligen dat ook de producenten en importeurs die niet vrijwillig partij zijn bij deze overeenkomst verplicht worden de afvalbeheerbijdrage (door PRN in de Overeenkomst recyclingbeheersbijdrage genoemd) af te dragen.

    De aangesloten bedrijven kunnen in de periode van de avv de Overeenkomst niet opzeggen, zodat de vereiste meerderheid geborgd blijft tijdens de periode van algemeen verbindend verklaring.

  • 6. Reeds eerder zijn de Overeenkomst inzake de recyclingbeheersbijdrage voor toepassingen van papier en karton 1997, 2002, 2006, 2010 en 2015 door de Minister op verzoek van PRN algemeen verbindend verklaard.

    Het verzoek tot algemeen verbindend verklaring van de Overeenkomst inzake de recyclingbeheersbijdrage voor toepassingen van papier en karton 2019 is hierop het vervolg.

  • 7. Het verzoek tot algemeen verbindend verklaring van de Overeenkomst is getoetst aan titel 15.10 van de Wm, de Regeling verzoek afvalbeheersbijdragen (hierna: de regeling) en de ‘Leidraad algemeen verbindend verklaring overeenkomst over een verwijderingsbijdrage (avv)’ (hierna: de leidraad), zoals op 10 november 2000 vastgesteld door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (hierna: VROM), waarin achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde komen:

    • a. Om een verzoek tot algemeen verbindend verklaring in te dienen is het noodzakelijk dat de indiener aantoont dat zijn verzoek de vereiste meerderheid heeft.

      In artikel 15.37, eerste lid, van de Wm is opgenomen dat een verzoek tot algemeen verbindend verklaring van een overeenkomst over de afvalbeheerbijdrage slechts kan worden ingediend door degenen die, onderscheidenlijk organisaties van degenen die wat betreft de gezamenlijke omzet van de betrokken stoffen, mengsels (preparaten genoemd in de regeling) of producten een naar het oordeel van de Minister belangrijke meerderheid vormen van degenen die deze stoffen, mengsels of producten in Nederland invoeren of op de markt brengen.

      Op basis van de resultaten van PRN over het jaar 2018, zijn bij PRN 2.200 eerste ontvangers (zie punt e voor een beschrijving van ‘eerste ontvanger’) van papier en karton geregistreerd die in totaal een afzet hadden van 1.180 kiloton papier en karton.

      PRN maakt onderscheid in eerste ontvangers die wel of niet zijn aangesloten bij een bij PRN aangesloten brancheorganisatie die de Overeenkomst is aangegaan. 694 eerste ontvangers zijn aangesloten bij een bij PRN aangesloten brancheorganisatie. Dit komt overeen met 32% van het totaal aantal eerste ontvangers. Deze ontvangers hadden gezamenlijk een afzet van 814 kiloton in 2018. Hiermee vertegenwoordigen zij 69% van de totale afzet van papier en karton, niet zijnde verpakkingen.

      Verder zijn er 1.506 eerste ontvangers die niet zijn aangesloten bij een bij PRN aangesloten brancheorganisatie. Dit komt overeen met 68% van het totaal aantal eerste ontvangers. Deze ontvangers hadden een gezamenlijke afzet van 415 ton in 2018. Hiermee vertegenwoordigen zij 31% van de totale afzet van papier en karton, niet zijnde verpakkingen.

      Op basis van deze gegevens is door PRN vastgesteld dat 69% van de afzet (in gewichtsvolumes) wordt gerealiseerd door 694 eerste ontvangers (32%) die via een bij PRN aangesloten brancheorganisatie de Overeenkomst zijn aangegaan.

      Het verzoek tot het algemeen verbindend verklaren van deze overeenkomst wordt gedaan door producenten en importeurs die een belangrijke meerderheid van 69% van de afzet (in gewichtsvolumes) in Nederland vertegenwoordigen.

      De aanvrager heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat is voldaan aan het meerderheidsvereiste.

    • b. Op grond van artikel 1, onder a, van de regeling dient in de Overeenkomst de naam, adres en registratienummer bij de Kamer van Koophandel van degenen die partij zijn bij de overeenkomst te worden gegeven.

      Het verzoek bevat de namen, adressen en registratienummers bij de Kamer van Koophandel van de organisaties die partij zijn bij de Overeenkomst en van de bedrijven die lid zijn van deze organisaties.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder a, van de regeling.

    • c. Op grond van artikel 1, onder b, van de regeling dient in de Overeenkomst de stof, het preparaat of het andere product waarop de afvalbeheerbijdrage wordt gelegd te worden gegeven.

      PRN heeft aangegeven dat de afvalbeheerbijdrage betrekking heeft op nog te verwerken nieuw papier en karton, dat voor het eerst in Nederland wordt afgezet, en op nieuw papier en karton verwerkt in kant-en-klare geïmporteerde producten van papier en karton die voor het eerst in Nederland worden afgezet, steeds uitsluitend voor zover het toepassingen betreft, zijnde niet-verpakkingen. Hierbij wordt een product als een product van papier en karton beschouwd als de gewichtscomponent papier en/of karton het zwaarste deelmateriaal is.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder b, van de regeling.

    • d. Op grond van artikel 1, onder c, van de regeling dient in de Overeenkomst de hoogte of de wijze van berekenen van de afvalbeheerbijdrage aan de orde te komen.

      De afvalbeheerbijdrage dient ter dekking van ketendeficits, transportdeficits en systeemkosten. De afvalbeheerbijdrage wordt alleen geheven als dit noodzakelijk is ter dekking van één of meerdere van deze drie componenten. De hoogte van de afvalbeheerbijdrage wordt bij besluit van de Stichting Verwijderingsfonds (hierna: SVF) vastgesteld aan de hand van vooraf vastgestelde formules uit artikel 3 van de Overeenkomst.

      De afvalbeheerbijdrage bestaat voor alle toepassingen van papier en karton, niet zijnde verpakkingen (grafische toepassingen, sanitaire papieren en overige niet-verpakkingstoepassingen) uit een generieke heffing op al het nog tot niet-verpakkingen te verwerken nieuw papier en karton, en papier en karton verwerkt in kant-en-klare producten van papier en karton (niet zijnde verpakkingen) die op de Nederlandse markt worden gebracht.

      De door SVF op te leggen generieke afvalbeheerbijdrage kan uit één of meerdere van de volgende drie componenten bestaan: het gedeelte van de afvalbeheerbijdrage ter dekking van afvalbeheersvergoedingen, het gedeelte van de afvalbeheerbijdrage ter dekking van transportvergoedingen en het gedeelte van de afvalbeheerbijdrage ter dekking van de systeemkosten.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder c, van de regeling.

    • e. Op grond van artikel 1, onder d, van de regeling dient in de Overeenkomst een omschrijving van degenen op wie de verplichting tot afdracht van de afvalbeheerbijdrage wordt gelegd te worden gegeven.

      In de Overeenkomst is opgenomen dat de eerste ontvanger de afvalbeheerbijdrage afdraagt aan de SVF. Onder een eerste ontvanger wordt verstaan degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste in Nederland papier of karton dat niet gebruikt wordt voor de vervaardiging van verpakkingen afneemt, met het doel dit bewerkt of onbewerkt aan een ander op de Nederlandse markt ter beschikking te stellen, alsmede degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste kant-en-klare producten van papier of karton, niet zijnde verpakkingen, importeert.

      Papiergroothandelaren doen namens hun afnemers opgave van de door deze afnemers (eerste ontvangers) ingekochte hoeveelheden nieuw, nog te verwerken papier en/of karton (niet-verpakkingen). De papiergroothandelaren dragen voor deze hoeveelheden de afvalbeheerbijdrage namens haar afnemers af.

      Een eerste ontvanger kan exportrestitutie verkrijgen voor de door hem geëxporteerde hoeveelheden papier en karton, waarvoor door de papiergroothandel al een afvalbeheerbijdrage is betaald.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder d, van de regeling.

    • f. Op grond van artikel 1, onder e, van de regeling dient in de Overeenkomst een omschrijving van degenen aan wie de afdracht van de afvalbeheerbijdrage moet plaatsvinden te worden gegeven.

      Volgens de leidraad dient in de Overeenkomst gewaarborgd te worden dat de organisatie die de afvalbeheerbijdrage beheerd, onafhankelijk is en dat de geïnde gelden alleen voor het beheer van de betreffende producten in de afvalfase worden besteed.

      De afvalbeheerbijdrage wordt afgedragen aan SVF. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de vullers van het fonds (eerste ontvangers) en vertegenwoordigers van degenen aan wie het fonds uitbetaalt. De vullers hebben in het fondsbestuur een meerderheid van stemmen. Het bestuur wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter.

      De geïnde afvalbeheerbijdragen komen uitsluitend ten goede aan het verwijderingsfonds, d.w.z. ten nutte van het uitkeren van afvalbeheersvergoedingen, transportvergoedingen en ter dekking van de systeemkosten.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder e, van de regeling.

    • g. Op grond van artikel 1, onder f, van de regeling dient in de Overeenkomst het tijdstip en de wijze waarop de afdracht van de afvalbeheerbijdrage moet plaatsvinden te worden gegeven.

      In de Overeenkomst is opgenomen dat de afvalbeheerbijdrage is verschuldigd over een door de SVF vast te stellen afdrachtperiode, zodra de noodzaak van afdracht volgens een besluit van de SVF wordt vastgesteld. De afdrachtperiode dient zoveel mogelijk samen te vallen met een deficitperiode zoals omschreven in artikel 1 van de Overeenkomst. De bijdrage gaat in op de eerste van de maand van een kwartaal dat volgt op de maand waarin het bestuursbesluit tot heffing is genomen. De voor een kwartaal vastgestelde afvalbeheerbijdrage wordt na afloop van dat kwartaal aan de eerste ontvangers in rekening gebracht.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder f, van de regeling.

    • h. Op grond van artikel 1, onder g, van de regeling dient in de Overeenkomst de wijze waarop controle op de afdracht plaatsvindt aan de orde te komen.

      Volgens de leidraad moet de controle uitgevoerd worden door een onafhankelijke derde, moet aangegeven worden welke stappen worden ondernomen indien uit de controle blijkt dat een bedrijf niet de juiste gegevens heeft aangeleverd of de afvalbeheerbijdrage niet afdraagt en moet de controlefrequentie worden vermeld.

      In de Overeenkomst is aangegeven dat PRN ieder kwartaal monitoringsgegevens opvraagt bij de eerste ontvangers. Aangegeven is dat PRN te allen tijde het recht heeft de juistheid en volledigheid van de gegeven informatie te (doen) controleren, onder meer door het opvragen van een accountantsverklaring. In de betalingsvoorwaarden en het boetereglement zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot de stappen die ondernomen worden als de verplichtingen niet nagekomen zijn door de eerste ontvangers.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder g, van de regeling.

    • i. Op grond van artikel 1, onder h, van de regeling dient in de Overeenkomst de wijze waarop degene op wie de verplichting tot afdracht van de afvalbeheerbijdrage is gelegd, gebruik kan maken van de afvalbeheersstructuur voor die stof, dat preparaat of dat andere product, aan de orde te komen.

      De afvalbeheersstructuur van PRN is opgezet zodat de zekerheid wordt geboden dat de eerste ontvangers aan hun verantwoordelijkheden tot inzameling en herverwerking van de door hen gebruikte producten van papier en/of karton (niet-verpakkingen) kunnen voldoen. Deze producten van papier en/of karton komen in de afvalstroom via particuliere huishoudens en bedrijven. Middels de afvalbeheersstructuur van PRN wordt de collectieve garantie geboden dat al het papier en karton (niet-verpakkingen) dat op de Nederlandse markt wordt gebracht, en dat brongescheiden wordt ingezameld en aangeboden, wordt verwerkt.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder h, van de regeling.

    • j. Op grond van artikel 1, onder i, van de regeling dient in de Overeenkomst de looptijd van de Overeenkomst opgenomen te zijn.

      In de Overeenkomst is opgenomen dat deze een geldigheidsduur heeft vanaf het moment van van kracht worden van het besluit tot algemeen verbindend verklaren van deze overeenkomst tot en met 31 december 2023.

      In het verzoek wordt gevraagd om een besluit uiterlijk tot en met 31 december 2022. De avv Papier en Karton wordt gezien als een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (hierna: upv) als bedoeld in artikel 8 en 8 bis van Kaderrichtlijn afvalstoffen (hierna: Kra) (Richtlijn (EU) 2008/98/EG, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2018/851 van 30 mei 2018). Conform de wijzigingsrichtlijn moet artikel 8 bis van de Kra uiterlijk 1 januari 2023 geïmplementeerd zijn in bestaande nationale regelingen voor upv die voor 4 juli 2018 zijn vastgesteld. Aangezien met de afvalbeheerstructuur van PRN uitvoering wordt gegeven aan upv op grond van een voorgaande avv, die voor 4 juli 2018 is vastgesteld, wordt met de onderhavige avv geen nieuwe upv gevestigd. Het overgangsrecht van artikel 8 bis van de Kra brengt met zich mee dat de avv uiterlijk tot en met 31 december 2022 wordt verleend.

      De Overeenkomst eindigt voortijdig, indien de algemeen verbindend verklaring vervalt of indien het zesde Papiervezelconvenant niet langer van kracht is.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 1, onder i, van de regeling.

    • k. Op grond van artikel 2, onder a, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de met de afvalbeheersstructuur te realiseren milieudoelstellingen aangegeven te worden.

      Door PRN is aangegeven dat de afvalbeheersstructuur is gericht op maximale inzameling en materiaalhergebruik van het uit Nederlandse huishoudens en de kantoren, winkelbedrijven, dienstverlening en industrie (KWDI)-sector afkomstige oudpapier en -karton. Beoogd wordt onder alle marktomstandigheden materiaalhergebruik te bewerkstelligen.

      In het zesde papiervezelconvenant, afgesloten tussen PRN en VNG, is afgesproken dat van al het nieuw op de markt gebrachte papier en karton ten minste 75% gescheiden wordt ingezameld en als materiaal wordt hergebruikt.

      PRN garandeert dat 100% van het gescheiden ingezamelde oudpapier en -karton dat aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet en gescheiden aan bij PRN aangesloten oudpapierondernemingen wordt aangeboden, als materiaal wordt verwerkt en dat het brongescheiden ingezamelde oudpapier niet wordt verbrand of gestort.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder a, van de regeling.

    • l. Op grond van artikel 2, onder b en c, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de organisatorische, technische en financieel-economische opzet van de afvalbeheersstructuur voor die stof, dat preparaat of dat andere product overgelegd te worden.

      Organisatorisch

      Volgens de leidraad dient inzicht gegeven te worden in de loop van de verschillende afval- en geldstromen, de hoogte van het fonds, de deelnemende partijen en wie waarvoor verantwoordelijk is. Tenslotte moet inzicht gegeven worden in de betrokken rechtspersonen inclusief de statuten.

      Afvalstromen en geldstromen

      Gemeenten dragen zorg voor de gescheiden inzameling bij huishoudens. De inzameling wordt feitelijk uitgevoerd door professionele inzamelaars, verenigingen en/of gemeentelijke reinigingsdiensten. Na inzameling draagt de gemeente of de feitelijk inzamelende instantie het oudpapier en -karton over aan een gecertificeerde oudpapieronderneming. De oudpapieronderneming betaalt de gemeente een prijs, die individueel met de gemeente contractueel wordt overeengekomen. Een gemeente die gebruik wil maken van de door PRN aangeboden afname- en 2½-centgarantie kan zich aansluiten bij PRN. De 2½-centgarantie houdt in dat het verwijderingsfonds garandeert dat bij het systeem aangesloten gemeenten onder alle marktomstandigheden het gescheiden ingezamelde huishoudelijke oudpapier en -karton (zijnde niet-verpakkingen), dat aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet, voor minimaal 25 euro per 1.000 kg aan een bij het systeem aangesloten oudpapieronderneming kunnen overdragen.

      De KWDI-sector is zelf financieel en organisatorisch verantwoordelijk voor het scheiden en gescheiden afgeven van oudpapier en -karton. De overdracht van oudpapier en -karton uit de KWDI-sector aan de oudpapierondernemingen vindt plaats onder tussen individuele partijen overeengekomen

      condities. De oudpapierondernemingen verwerken het papier en zijn vervolgens vrij aan wie zij het na verwerking als product of grondstof doorverkopen.

      Deelnemende partijen, verantwoordelijkheden en rechtspersonen

      Gemeenten

      De bij PRN aangesloten gemeenten zijn verplicht al het bij huishoudens ingezamelde oudpapier en -karton af te leveren aan bij PRN aangesloten oudpapierondernemingen. De stromen oudpapier en -karton uit de KWDI-sector dienen apart te worden gehouden van de stroom uit de huishoudens.

      Oudpapierondernemingen

      De bij PRN aangesloten oudpapierondernemingen zijn verplicht het door de aangesloten gemeenten aan hen aangeboden ingezamelde oudpapier- en karton uit de huishoudens af te nemen. Zij zijn vervolgens, met inachtneming van sectorplan 4 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029, vrij in de bewerking en verhandeling van het oudpapier en -karton.

      Papier- en kartonindustrie

      De bij PRN aangesloten papier- en kartonindustrie geeft een afnamegarantie voor al het, door bij het systeem aangesloten oudpapierondernemingen, gescheiden ingezamelde oudpapier en -karton, afkomstig van zowel particuliere huishoudens als de KWDI-sector.

      PRN

      PRN is opgericht door de branches uit de papier- en kartonketen. PRN is de uitvoeringsorganisatie die het inzamel- en herverwerkingssysteem uitvoert, zoals afgesproken in het papiervezelconvenant tussen PRN en de VNG.

      Stichting Verwijderingsfonds (SVF)

      SVF beheert het fonds, waaruit de afvalbeheersvergoedingen, transportvergoedingen en systeemkosten worden betaald.

      Overschotmanagement Oudpapier en -Karton B.V.

      De Overschotmanagement Oudpapier en -Karton B.V. garandeert afname in overschotsituaties en is belast met de uitvoering, het beheer en eventuele verwijdering van overschotten van oudpapier en -karton.

      De statuten van PRN, SVF en Overschotmanagement Oudpapier en -karton B.V. zijn bij het verzoek gevoegd.

      Technisch

      Volgens de leidraad dienen in ieder geval de producten waarvoor de afvalbeheerbijdrage wordt gebruikt, de gestelde kwaliteitseisen, het overdrachtspunt van de producten, de frequentie van inname, eventuele sorteeractiviteiten, het transport en de verwerkingstechnieken, vermeld te worden.

      Inzameling en verwerking

      De gemeenten dragen zorg voor de brongescheiden inzameling bij de huishoudens. Deze inzameling geschiedt door huis-aan-huisinzameling (los, of met de blauwe minicontainer), inzameling op centrale plaatsen in een wijk (papierbak in een ‘milieuparkje’) of door inzameling in containers bij scholen, sportclubs en kerken. De inzameling wordt feitelijk uitgevoerd door verenigingen, of gemeentelijke- of particuliere reinigingsdiensten.

      Het oudpapier en -karton wordt veelal een aantal malen per maand door de inzamelende instanties opgehaald bij huishoudens en bedrijven (haalsystemen) en bij papierbakken en opslagruimtes van bijvoorbeeld sportverenigingen (brengsystemen). Vervolgens wordt het oudpapier en

      -karton na reiniging, bewerking en opslag bij gecertificeerde oudpapierondernemingen afgezet aan de binnen- en buitenlandse papier- en kartonindustrie. Aangezien er sprake is van continue inzameling en verwerking is er geen sprake van historische voorraden.

      Verwerkingstechnieken

      De oudpapieronderneming ontvangt, weegt en reinigt het oudpapier en sorteert het in verschillende kwaliteiten (een mengsel van papier- en kartonsoorten, zoals ‘bont papier’, verpakkingen en ‘ontinktingspapier’), ten behoeve van de productie van verschillende soorten nieuw papier en karton. De oudpapieronderneming perst het vervolgens tot balen, slaat het, indien nodig, tijdelijk op en vervoert het naar de koper, de verwerkende industrie.

      Bij de verwerkende industrie wordt het oudpapier vervolgens verwerkt tot nieuw papier en -karton.

      Kwaliteitseisen

      De kwaliteitseisen zijn vastgelegd in het zesde papiervezelconvenant. In dit convenant is afgesproken dat oudpapier en -karton afkomstig van aangesloten gemeenten met:

      • a) >3% productvreemde vervuiling

      • b) en/of >10% vocht,

      door de oudpapieronderneming geweigerd worden en niet onder de afnamegarantie en de “2½-centgarantie" vallen. Hiermee wordt oneigenlijk gebruik van het fonds voorkomen.

      Financieel-economisch

      Volgens de leidraad is er inzicht benodigd in de kosten van het afvalbeheersstructuur, een onderbouwing van de hoogte van de afvalbeheerbijdrage en de eventuele fondsvorming.

      Inkomstenkant

      Het verwijderingsfonds wordt gevuld door een heffing op op de Nederlandse markt gebracht(e) nog te verwerken nieuw papier en karton en op papier en karton verwerkt in nieuwe, kant-en-klare geïmporteerde producten van papier en karton, niet zijnde verpakkingen. De afvalbeheerbijdrage wordt geheven op het moment dat de noodzaak van afdracht volgens een besluit van de SVF wordt vastgesteld. SVF stelt in dat geval vast dat er sprake is van fondsbehoefte voor uitkering van de afvalbeheersvergoeding en/of uitkering van transportkostenvergoeding en/of systeemkosten, en stelt SVF vast of het fonds geopend zal worden voor de inning van een afvalbeheerbijdrage. Het is in principe een tijdelijke heffing, die alleen geldt op momenten dat er fondsbehoefte is.

      Uitgavenkant

      De door het verwijderingsfonds geheven afvalbeheerbijdragen kunnen alleen worden aangewend ter dekking van:

      • a. ketendeficits

      • b. transportdeficits

      • c. systeemkosten

      ad a.

      Een ketendeficit is het negatieve saldo van de op enig moment actuele internationale marktprijs voor oudpapier minus de som van de door of namens PRN periodiek vastgestelde standaard verwerkingskosten en de door PRN met gemeenten overeengekomen afzetgarantieprijs. Waarbij de periodiek vastgestelde standaard verwerkingskosten de door SVF vastgestelde vergoeding (in cent per kilogram) is die in het kader van het inzamel- en verwerkingssysteem voor oudpapier uit het verwijderingsfonds wordt uitgekeerd aan gemeenten ter suppletie van een ketendeficit, waarbij geldt dat de afvalbeheersvergoeding (per kilogram) de standaard verwerkingskosten (per kilogram) vermeerderd met de afzetgarantieprijs (per kilogram) niet zal overtreffen. De afzetgarantieprijs is de door PRN met gemeenten overeengekomen, gegarandeerde (en gemaximeerde) bijdrage – per kilogram oudpapier en -karton (in cent per kilogram) – aan de gemeentelijke inzamelingskosten.

      ad b.

      Onder een transportdeficit wordt verstaan:

      • de kosten van een bij PRN aangesloten gemeente – waarbinnen geen bij PRN aangesloten oudpapieronderneming aanwezig is – voor het transport van oudpapier vanaf de gemeentegrens naar de dichtstbijzijnde bij PRN aangesloten oudpapieronderneming, voorzover deze kosten leiden tot een opbrengst voor de desbetreffende gemeente lager dan de afzetgarantieprijs, zoals gemaximeerd door SVF in volgens het “Protocol ter zake van de vaststelling van de standaard transportkosten”;

      ad c.

      Onder systeemkosten wordt verstaan:

      • kosten voor onderzoek met betrekking tot en de ontwikkeling van het afvalbeheersstructuur (door PRN in de Overeenkomst recyclingbeheerssysteem genoemd) voor oudpapier en -karton, alsmede investeringskosten, logistieke kosten en organisatorische kosten van PRN en SVF

      Fondsvorming

      Het uitgangspunt van het systeem is om alleen afvalbeheerbijdragen op te leggen voor zover dat nodig is in verband met een zich op enig moment voordoend ketendeficit en/of transportdeficit en/of systeemkosten. Het is in principe een tijdelijke heffing, die alleen geldt op momenten dat tijdelijk fondsbehoefte aanwezig is. Fondsvorming maakt dus in principe geen onderdeel uit van de afvalbeheersstructuur van PRN. Er zijn echter enkele praktische redenen die een beperkte fondsvorming nodig maken. Als gevolg van de systematiek is het noodzakelijk het verwijderingsfonds te vullen met een basisbedrag dat gebruikt wordt om de periode tussen uitbetaling van afvalbeheersvergoedingen en inning van afvalbeheerbijdragen te kunnen overbruggen, de overbruggingsreserve. Daarnaast kan fondsvorming ontstaan door schattingsverschillen, opgelegde boetes, forfaitaire heffingen en systeemkosten.

      Het verwijderingsfonds zal in geen geval het volgens de regeling bepaalde maximum van anderhalf keer de voor een jaar begrote kosten van afvalbeheer overstijgen.

      De benodigde basisvulling is gecalculeerd op basis van de berekende maximale fondsbehoefte. Overigens is in de praktijk hiervan afgeweken en een lagere reserve van 3,5 miljoen euro aangelegd. Dit is het resultaat van een afweging tussen de additionele financiële druk op eerste ontvangers bij het aanleggen van een groter fonds en de kans dat dit fonds ook daadwerkelijk aangesproken zal worden.

      Het bedrag in het fonds dat niet tot de overbruggingsreserve is gerekend, is bestemd als buffer om de beheerskosten van de organisatie PRN te dekken voor de komende 4 à 5 jaar. PRN heeft deze buffer nodig aangezien PRN maar eens in de 5 jaar een afvalbeheerbijdrage kan heffen voor de beheerskosten.

      Verder zullen de afspraken uit 2007 tussen de Minister van VROM en PRN in het kader van het project ‘Neveneffecten van producentenverantwoordelijkheid in het afvalstoffenbeleid’ onverminderd van toepassing blijven.

      Een van die afspraken is dat bij een beëindiging van het systeem het eventueel batig saldo gerestitueerd wordt aan PRN en dat dit vervolgens in lijn met de producentenverantwoordelijkheid zal worden besteed.

      In de statuten van PRN is opgenomen dat een eventueel batig saldo zal worden aangewend in overeenstemming met het doel van PRN.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder b en c, van de regeling.

    • m. Op grond van artikel 2, onder d, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de wijze waarop de afvalbeheersstructuur past in internationaal verband aangegeven te worden.

      In opdracht van de Europese Commissie is een onderzoek uitgevoerd naar bestaande collectieve systemen van producentenverantwoordelijkheid voor onder andere grafische toepassingen van papier. In vier landen zijn er systemen voor producentenverantwoordelijkheid voor grafisch papier; in Finland, Frankrijk, Nederland en Zweden.

      Finland, Zweden en Nederland hebben allemaal één systeem, Frankrijk heeft er twee. Finland en Zweden zijn landen waar voornamelijk papier geproduceerd wordt en die dit ook grotendeels exporteren. Het Nederlandse systeem kent een heffing per convenantperiode van vier jaar voor de beheerskosten en daarnaast alleen tijdelijke heffingen als zich een deficit voordoet. Daarmee onderscheidt Nederland zich ten opzichte van de andere landen.

      De kosten van de systemen zijn nihil. In Frankrijk betalen de producenten circa 1 euro per ton inde handel gebracht papier. In Nederland gemiddeld minder dan 0,49 euro per ton. De afvalbeheersstructuur past daarmee binnen het internationale verband.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder d, van de regeling.

    • n. Op grond van artikel 2, onder e, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de marktstructuur van degenen die die stof, dat preparaat of dat andere product in Nederland invoeren of op de markt brengen, aangegeven te worden.

      Volgens de leidraad dient in ieder geval ingegaan te worden op het aantal bedrijven dat actief is op de markt, de omzet van deze bedrijven en of er sprake is van een groeimarkt.

      De markt voor nieuw papier en karton heeft een internationaal karakter. Op de Nederlandse markt zijn in 2018 circa 2.200 bedrijven actief. De Overeenkomst wordt gesloten door een meerderheid van de partijen die de producenten / importeurs vertegenwoordigen, het betreft:

      • Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen (KVGO): namens de drukkerijen;

      • Mediafederatie: namens de uitgevers;

      • Vereniging van Papiergroothandelaren (VPG): namens de papiergroothandels (afnemers van papier- en kartonfabrikanten, en importeurs) van nog te verwerken nieuw papier en karton en nieuwe kant en klare producten van papier en/of karton;

      • Stichting Leveranciers van Hygiënische Papierprodukten (SLHP): namens de producenten en importeurs van hygiënische papierproducten (zoals toiletpapier en tissuepapier).

      • Raad Nederlandse Detailhandel: namens de detailhandel.

      • De leden van bovengenoemde organisaties vormen in afzet en inkopen van papier en karton (in de categorie niet-verpakkingen) een meerderheid.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder e, van de regeling.

    • o. Op grond van artikel 2, onder f, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de wijze waarop getracht is een ieder van de onder e bedoelde personen bij het indienen van het verzoek te betrekken, aangegeven te worden.

      Voor de Overeenkomst inzake de afvalbeheerbijdrage voor Papier en Karton 2006 zijn circa 14.500 bedrijven benaderd. Hiervan zijn momenteel 2.200 bedrijven (per eind maart 2019) als eerste ontvanger geïdentificeerd voor de categorie niet-verpakkingen van papier en karton. Dat is een afname van 7,8% ten opzichte van 2015 die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de zeer moeilijke economische omstandigheden in de grafische- en uitgeefindustrie van de laatste jaren. Ook voor de “Overeenkomst inzake de Recyclingbeheersbijdrage 2019 voor toepassingen van papier en karton” zullen deze bedrijven betrokken blijven en zullen mutaties afkomstig van de bedrijven zelf, dan wel via ledenlijsten en Kamer van Koophandel of Internet blijvend worden geïdentificeerd, geregistreerd en geadministreerd.

      PRN informeert bedrijven, gemeenten en andere betrokken organisaties over de afvalbeheersstructuur door middel van een uitgebreide brochure, waarin alle aspecten van de afvalbeheersstructuur met betrekking tot de categorie niet-verpakkingen van papier en karton aan bod komen. Hiernaast brengt PRN op incidentele basis een nieuwsbrief of mailing uit, is zij aanwezig op voorlichtingsevenementen van gemeenten, wordt op het vlak van papier en karton in algemene zin samengewerkt met de Stichting Nedvang en wordt relevante informatie via haar website (www.prn.nl) verstrekt.

      De bij PRN aangesloten brancheorganisaties organiseren voorlichtingsbijeenkomsten en publiceren eigen voorlichtingsmateriaal, zoals folders, brochures en video´s, gericht op hun leden.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder f, van de regeling.

    • p. Op grond van artikel 2, onder g, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de wijze waarop getracht is te voorkomen dat gebruikers van die stof, dat preparaat of dat andere product in de praktijk meer dan eenmaal een bijdrage voor het beheer daarvan verschuldigd zullen zijn, aangegeven te worden.

      De definitie van eerste ontvanger sluit de mogelijkheid uit dat de afvalbeheerbijdrage papier en karton (categorie niet-verpakkingen) meer dan één maal voor dezelfde hoeveelheid nieuw papier en karton wordt geheven. Het is immers de eerste ontvanger die de bijdrage dient te betalen over de hoeveelheid door hem ingekocht nieuw nog te verwerken papier en karton en papier en karton verwerkt in door hem geïmporteerde nieuwe kant en klare producten van papier en karton (beide: categorie niet-verpakkingen). Op één trede in de levensfase van het papier en karton wordt de afvalbeheerbijdrage opgelegd. Alle schakels hoger of lager in de papier- en kartonketen worden niet door het verwijderingsfonds belast.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder g, van de regeling.

    • q. Op grond van artikel 2, onder h, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de wijze waarop aan de consument voorlichting zal worden gegeven over de afvalbeheerbijdrage, aangegeven te worden. Indien de afvalbeheerbijdrage geen consumenten, maar bedrijven treft, zullen de voorlichtingsactiviteiten uiteraard moeten worden toegespitst op deze bedrijven.

      De voorlichting is in principe niet op consumenten gericht, aangezien de afvalbeheerbijdrage geheven wordt bij de eerste ontvangers van papier en karton (B2B-bedrijven) en in rekening gebracht wordt bij de eerste ontvanger, die de afvalbeheerbijdrage op zijn beurt in de verkoopprijs van zijn product zal (kan) internaliseren. PRN adviseert gemeenten hoe met burgers/consumenten te communiceren op het vlak van inzameling en recycling van papier en karton.

      PRN informeert bedrijven, gemeenten en andere betrokken organisaties over de afvalbeheersstructuur door middel van een brochure, waarin alle aspecten van de afvalbeheersstructuur met betrekking tot de categorie niet-verpakkingen van papier en karton aan bod komen.

      De bij PRN aangesloten brancheorganisaties organiseren voorlichtingsbijeenkomsten en publiceren eigen voorlichtingsmateriaal, zoals folders, brochures en video´s, gericht op hun leden. Tevens wordt deze informatie op de website van PRN vermeld (zie ook onder punt o).

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder h, van de regeling.

    • r. Op grond van artikel 2, onder i, van de regeling dient naast de Overeenkomst in ieder geval de wijze van rapportage over de voortgang van de punten onder a tot en met d van de regeling, aangegeven te worden.

      Volgens de leidraad dient de wijze waarop de informatie wordt verzameld, de frequentie waarmee de informatie wordt verzameld en een schatting van de betrouwbaarheid van de informatie aangegeven te worden.

      PRN rapporteert jaarlijks voor 1 juli in het kader van het zesde papiervezelconvenant. Deze rapportage wordt naar het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en andere betrokkenen gezonden. Waar deze rapportage de onderstaande punten niet dekt, zal hierover apart worden gerapporteerd. De volgende gegevens worden volgens de leidraad vereist en worden dan ook in de rapporten van PRN opgenomen:

      • de hoeveelheid in Nederland nieuw op de markt gebracht papier en karton bestemd voor niet-verpakkingen;

      • de hoeveelheid in Nederland ingezameld en verwerkt oudpapier en -karton, categorie niet-verpakkingen (het ingezamelde oudpapier en -karton dient als materiaal te worden hergebruikt en niet te worden verbrand of gestort);

      • aangegeven wordt hoe de bovenstaande gegevens zijn verzameld;

      • een overzicht van de inkomsten en uitgaven met betrekking tot de afvalbeheerbijdrage;

      • een overzicht van de ontwikkeling in de fondsvorming;

      • een overzicht van de organisaties die zijn aangesloten bij de Overeenkomst en van de organisaties die de Overeenkomst hebben opgezegd.

      Hiermee wordt voldaan aan artikel 2, onder i, van de regeling.

Gelet op het voorgaande en artikel 15.37 van de Wet milieubeheer, mede in het belang van voortzetting van een werkend systeem van inzameling en verwerking van papier en karton met een geografisch landelijke dekking van inzamellocaties en de daarmee gemoeide duidelijkheid en rechtszekerheid voor deelnemende partijen,

BESLUIT

  • I. tot algemeen verbindend verklaring van de Overeenkomst inzake de afvalbeheersbijdrage voor toepassingen van papier en karton algemeen verbindend te verklaren van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022 of zoveel eerder als de Overeenkomst voortijdig eindigt.

De Minister van Milieu en Wonen, S. van Veldhoven-van der Meer

Van dit besluit zal mededeling gedaan worden in de Staatscourant onder bijvoeging van de tekst van de Overeenkomst.

OVEREENKOMST INZAKE DE RECYCLINGBEHEERSBIJDRAGE 2019

VOOR TOEPASSINGEN VAN PAPIER EN KARTON

PARTIJEN,

  • I Het Koninklijk Verbond van Grafische Ondernemingen, statutair gevestigd te Amstelveen, hierna: het KVGO;

  • II De Mediafederatie, statutair gevestigd te Amsterdam;

  • III De Vereniging van Papiergroothandelaren, statutair gevestigd te Den Haag, hierna: de VPG;

  • IV Stichting Leveranciers van Hygiënische Papierprodukten, statutair gevestigd te Haarlem, hierna: de SLHP;

  • V De Raad Nederlandse Detailhandel, statutair gevestigd te Leidschendam, hierna: de RND;

  • VI Stichting Papier Recycling Nederland, statutair gevestigd te Haarlem, hierna: PRN;

  • VII Stichting Verwijderingsfonds, statutair gevestigd te Haarlem, hierna: SVF.

Al deze partijen te dezen krachtens aangehechte volmachten rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer drs. E.H.T.M. Nijpels, in zijn hoedanigheid van voorzitter van PRN.

Overwegende,

  • dat oudpapier en -karton uit particuliere huishoudens gescheiden wordt ingezameld door of in opdracht van gemeenten die op hun beurt het oudpapier en -karton doorverkopen aan oudpapierondernemingen;

  • dat in tijden van lage oudpapierprijzen de door oudpapierondernemingen te betalen vergoeding aan gemeenten te laag kan zijn om de kosten van verwerking en/of transport te dekken, in welk geval sprake is van een deficit;

  • dat de onderhavige overeenkomst de basis vormt voor de heffing van recyclingbeheersbijdragen die zijn bestemd voor de uitvoering van de verplichtingen van PRN ingevolge het zesde Papiervezelconvenant en opvolgende convenanten betreffende met name mogelijke ketendeficiten in de papier- en kartonketen en mogelijke gemeentelijke transportdeficiten voor de categorie niet-verpakkingen in Nederland;

  • dat de recyclingbeheersbijdrage wordt opgebracht door een generieke recyclingbeheersbijdrage op het papier- en kartonverbruik voor de categorie niet-verpakkingen in Nederland;

  • dat partijen deze overeenkomst willen sluiten onder gebruikmaking van de mogelijkheid die artikel 15.36 Wet milieubeheer biedt om deze overeenkomst algemeen verbindend te laten verklaren;

  • dat partijen genoemd onder I – V, wat betreft aantal en omzet van hun leden een belangrijke meerderheid van de eerste ontvangers van nieuw papier en karton in Nederland vormen voor de categorie niet-verpakkingen;

  • dat deze overeenkomst mede ondertekend wordt door PRN en SVF aangezien deze stichtingen (mede) in het leven zijn geroepen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen die de partijen genoemd onder I – V uit hoofde van deze overeenkomst jegens elkaar en de stichtingen aangaan;

  • dat de verwerking van overschotten niet wordt gefinancierd uit het verwijderingsfonds, doch geheel voor rekening en risico komt van de bij het inzamel- en verwerkingssysteem aangesloten papier- en kartonindustrie;

  • dat de afspraken in deze overeenkomst niet op mededingingsrechtelijk relevante punten afwijken van de afspraken in de voorloper van deze overeenkomst die de NMa bij besluit van 10 december 2003 heeft goedgekeurd,

komen het volgende overeen:

Artikel 1 Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1. afzetgarantieprijs:

de door PRN met Gemeenten overeengekomen gegarandeerde bijdrage aan de gemeentelijke inzamelingskosten voor het niet-verpakkingendeel van het oudpapier en -karton uit particuliere huishoudens, als bijdrage gedurende een periode waarin een ketendeficit zich voordoet;

2. eerste ontvanger:

degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste in Nederland papier of karton dat niet gebruikt wordt voor de vervaardiging van verpakkingen afneemt, met het doel dit bewerkt of onbewerkt aan een ander op de Nederlandse markt ter beschikking te stellen, alsmede degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als eerste kant en klare producten van papier of karton – niet zijnde verpakkingen – importeert;

3. internationale marktprijs:

de door het bestuur van SVF vastgestelde gemiddelde internationale marktprijs van oudpapier;

4. ketendeficit:

het negatieve saldo van de op enig moment actuele internationale marktprijs voor oudpapier minus de som van (a) de door of namens PRN periodiek vastgestelde standaard verwerkingskosten en (b) de door PRN met gemeenten overeengekomen afzetgarantieprijs (zie: 1 en 12);

5. oudpapier:

al het oudpapier en -karton uit particuliere Nederlandse huishoudens, niet zijnde verpakkingen, met uitzondering van zodanig oudpapier dat naar bestemming of volgens de geldende stand der techniek naar zijn aard niet recyclebaar is, zoals papier gebruikt in waardepapier, behang of sanitaire producten;

6. papier en/of karton:

papier en/of karton voor toepassingen anders dan verpakkingen;

7. papiergroothandel:

elke ondernemer in Nederland die direct van papierfabrikanten (producten van) papier afneemt, hetzij importeert, met het doel dit in Nederland af te zetten;

8. product van karton:

product waarbij de gewichtscomponent karton het zwaarste deelmateriaal is;

9. product van papier:

product waarbij de gewichtscomponent papier het zwaarste deelmateriaal is;

10. recyclingbeheersbijdrage:

de heffing als bedoeld in artikel 15.35 van de Wet milieubeheer (afvalbeheersbijdrage) die een eerste ontvanger gehouden is af te dragen aan SVF en die dient ter dekking van ketendeficiten, transportdeficiten en systeemkosten;

11. recyclingbeheersvergoeding:

de door SVF vastgestelde vergoeding (in cent per kilogram) die in het kader van het inzamel- en verwerkingssysteem voor oudpapier door SVF wordt uitgekeerd aan gemeenten ter suppletie van een ketendeficit, waarbij geldt dat de recyclingbeheersvergoeding (per kilogram) de standaard verwerkingskosten (per kilogram) vermeerderd met de afzetgarantieprijs (per kilogram) niet zal overtreffen;

12. standaard verwerkingskosten:

de som van de kosten van een gemiddelde Nederlandse Oudpapieronderneming voor het innemen, wegen, reinigen, sorteren, bewerken, balenpersen, opslaan en transporteren naar afnemers in Nederland van uit particuliere huishoudens brongescheiden ingezameld oudpapier en -karton. Deze kosten worden per convenantsperiode door een onafhankelijke accountant vastgesteld en jaarlijks geïndexeerd;

13. systeemkosten:

de kosten voor onderzoek met betrekking tot en de ontwikkeling van het recyclingbeheerssysteem voor oudpapier, alsmede investeringskosten, logistieke kosten en organisatorische kosten van PRN en SVF;

14. transportdeficit:

de kosten van een bij PRN aangesloten gemeente – waarbinnen geen bij PRN aangesloten oudpapieronderneming aanwezig is – voor het transport van oudpapier vanaf de gemeentegrens naar de dichtstbijzijnde bij PRN aangesloten oudpapieronderneming, voorzover deze kosten leiden tot een opbrengst voor de desbetreffende gemeente lager dan de afzetgarantieprijs, zoals gemaximeerd door SVF in volgens het “Protocol ter zake van de vaststelling van de standaard transportkosten”;

15. transportvergoeding:

de door SVF vastgestelde vergoeding (in cent per kilogram) die in het kader van het inzamel- en verwerkingssysteem voor oudpapier door SVF wordt uitgekeerd aan gemeenten ter suppletie van het transportdeficit;

Artikel 2 Afdrachtperiode recyclingbeheersbijdrage

De recyclingbeheersbijdrage is verschuldigd over een door SVF vast te stellen afdrachtperiode, zodra de noodzaak van afdracht volgens een besluit van SVF wordt vastgesteld, waarbij deze afdrachtperiode zoveel mogelijk dient samen te vallen met een deficitperiode. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijke omstandigheid dat de geringe hoogte van de respectievelijke bijdragen de voor partijen aan afdracht verbonden administratieve kosten niet rechtvaardigt. De (wijziging van de) bijdrage gaat in per de eerste van de maand van een kwartaal dat volgt op de maand waarin het bestuursbesluit tot heffing c.q. wijziging van de bijdrage is genomen. De voor een kwartaal vastgestelde recyclingbeheersbijdragen worden na afloop van dat kwartaal in rekening gebracht.

Artikel 3 Hoogte recyclingbeheersbijdrage

  • 1. De totale generieke recyclingbeheersbijdrage is een optelsom van de hierna onder lid 3, 5 en 7 beschreven componenten.

  • 2. De hoogte van het gedeelte van de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van recyclingbeheersvergoedingen wordt bij besluit van SVF bindend vastgesteld aan de hand van de volgende formule (zie lid 3).

  • 3. De recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de recyclingbeheersvergoedingen bedraagt:

    i × vv

     

    pv tot

       

    waarbij:

     
       

    i =

    de hoeveelheid uit Nederlandse particuliere huishoudens in te zamelen oudpapier (categorie niet-verpakkingen) waarvoor volgens een schatting van PRN een recyclingbeheersvergoeding zal worden betaald (in kilogram);

       

    vv =

    de recyclingbeheersvergoeding (in cent per kilogram);

       

    pv tot =

    de door PRN geschatte totale hoeveelheid (in kilogram) in de betreffende afdrachtperiode door eerste ontvangers in de uitoefening van hun beroep of bedrijf in Nederland als eerste aan een ander ter beschikking gestelde (producten van) papier en/of karton die niet gebruikt wordt/worden voor de vervaardiging van verpakkingen (hierna: de "door PRN geschatte hoeveelheid nieuw papier en karton").

  • 4. De hoogte van het gedeelte van de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de transportvergoedingen wordt bij besluit van SVF bindend vastgesteld (zie lid 5).

  • 5. De recyclingbeheersbijdrage (in cent per kilogram) ter dekking van de transportvergoedingen is gelijk aan de som van de totale door SVF over een bepaalde periode verschuldigde transportvergoedingen, gedeeld door de door PRN geschatte hoeveelheid nieuw papier en karton, categorie niet-verpakkingen.

  • 6. Het gedeelte van de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de systeemkosten wordt bij besluit van SVF bindend vastgesteld (zie lid 7).

  • 7. De recyclingbeheersbijdrage (in cent per kilogram) ter dekking van systeemkosten is gelijk aan de door SVF over een bepaalde periode vastgestelde systeemkosten, gedeeld door de door PRN geschatte hoeveelheid nieuw papier en karton in de categorie niet-verpakkingen.

Artikel 4 Aangrijpingspunt recyclingbeheersbijdragen

  • 1. De recyclingbeheersbijdrage wordt afgedragen door de eerste ontvanger aan SVF.

  • 2. Indien een papiergroothandel is aangesloten bij PRN door middel van ondertekening van een factureringsovereenkomst wordt (worden), in afwijking van artikel 1 onder lid 1), niet deze papiergroothandel maar diens afnemer(s) aangemerkt als eerste ontvanger(s). Dit geldt uitsluitend voor de afname van nieuw nog te verwerken papier en/of karton; voor de import van kant en klare producten van papier en/of karton is de papiergroothandel zelf eerste ontvanger in de zin van artikel 1 tweede lid.

  • 3. Voorzover ondernemingen papier en/of karton inkopen via een bij PRN aangesloten papiergroothandel zoals bedoeld in het tweede lid, worden de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de recyclingbeheersvergoedingen, de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de transportvergoedingen en de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van systeemkosten namens hen door deze papiergroothandel aan SVF afgedragen.

  • 4. In het geval bedoeld in het tweede en derde lid betalen de individuele ondernemingen de voor hen af te dragen recyclingbeheersbijdragen over de door hen individueel afgenomen hoeveelheid papier en/of karton aan de papiergroothandel.

  • 5. Een recyclingbeheersbijdrage is alleen verschuldigd in het kader van de verplichtingen van PRN op basis van het zesde Papiervezelconvenant en opvolgende convenanten. Bij de berekening van de hoogte van de op grond van deze overeenkomst verschuldigde recyclingbeheersbijdrage wordt in aanmerking genomen dat op grond van Papiervezelconvenant VI slechts een verplichting tot betaling van recyclingbeheersvergoedingen en transportvergoedingen geldt voor het gedeelte van het ingezamelde oudpapier dat representatief is voor het papier en karton (categorie niet-verpakkingen) dat circa 72% uitmaakt van het totale volume gescheiden ingezamelde oudpapier en -karton uit particuliere huishoudens.

  • 6. De verplichting tot afdracht van het gedeelte van de recyclingbeheersbijdrage ter dekking van de recyclingbeheersvergoedingen geldt niet voor overschotten. Voor de verwijdering van overschotten draagt de bij PRN aangesloten papier- en kartonindustrie zorg.

  • 7. De eerste ontvanger is verplicht de door hem over een bepaalde periode verschuldigde recyclingbeheersbijdrage – voor producten in de categorie niet-verpakkingen – aan zijn afnemer in rekening te brengen, voor zover dit geen particulier huishouden betreft.

  • 8. Bij de doorberekening genoemd in het zevende lid dient als grondslag voor de doorberekening gehanteerd te worden de hoeveelheid door de afnemer, in de periode van een ketendeficit waarover de recyclingbeheersbijdrage aan de eerste ontvanger in rekening wordt gebracht, afgenomen papier en karton of de hoeveelheid ten behoeve van het afgenomen product verwerkte papier en karton (beide betreffende de categorie niet-verpakkingen).

Artikel 5 Informatieverstrekking en controle

  • 1. Partijen verbinden zich elkaar alsmede PRN en SVF alle informatie te verstrekken die voor een goede uitvoering van deze overeenkomst noodzakelijk is.

  • 2. Een eerste ontvanger heeft een meldingsplicht bij PRN en verbindt zich in het bijzonder de door PRN opgevraagde informatie- door middel van papieren of digitale monitoringsformulieren–binnen een door PRN te bepalen termijn te verstrekken.

  • 3. PRN heeft te allen tijde het recht de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie als bedoeld in lid 2 te controleren, onder meer door het opvragen van een accountantsverklaring.

  • 4. Indien een eerste ontvanger de verplichting ingevolge het tweede lid niet nakomt, kan SVF hem een forfaitaire bijdrage opleggen, die zoveel mogelijk wordt vastgesteld aan de hand van in het verleden door de betreffende eerste ontvanger opgegeven informatie.

  • 5. Indien een eerste ontvanger de verplichtingen ingevolge het tweede, derde of vierde lid niet nakomt, kan SVF hem door middel van een schriftelijke mededeling alsnog manen zijn verplichtingen binnen een daarin opgenomen redelijke termijn na te komen. Ingeval de eerste ontvanger zijn verplichtingen binnen de in de vorige volzin genoemde termijn niet nakomt, kan SVF hem een boete opleggen volgens het boetereglement van SVF. Het boetereglement is aangehecht aan deze overeenkomst en wordt geacht daarvan integraal onderdeel uit te maken.

  • 6. PRN en SVF zijn gehouden alle op basis van deze overeenkomst aan hen verstrekte bedrijfsvertrouwelijke informatie vertrouwelijk te behandelen. Zij zien erop toe dat bestuursleden die werkzaam zijn voor een eerste ontvanger of voor enig ander bedrijf in de (oud)papier of kartonketen, geen inzage krijgen in gegevens die inzicht verschaffen in de door individuele eerste ontvangers afgezette volumes.

Artikel 6 Betalingsvoorwaarden

  • 1. Voor alle betalingen genoemd in deze overeenkomst gelden de betalingsvoorwaarden, waaronder die omtrent betalingstermijnen van (forfaitaire) recyclingbeheersbijdragen, zoals vastgesteld door SVF. De betalingsvoorwaarden zijn aangehecht aan deze overeenkomst en worden geacht daarvan integraal onderdeel uit te maken.

  • 2. Voor door SVF opgelegde boetes gelden afwijkende betalingstermijnen. Deze zijn opgenomen in het boetereglement dat is aangehecht aan deze overeenkomst en wordt geacht daarvan integraal onderdeel uit te maken.

Artikel 7 Toepasselijk recht

Op deze overeenkomst is bij uitsluiting Nederlands recht van toepassing.

Artikel 8 Geschillen

Geschillen voortvloeiend uit of samenhangend met deze overeenkomst zullen uitsluitend worden voorgelegd aan de absoluut bevoegde rechter te Haarlem, tenzij tussen partijen alsnog arbitrage is overeengekomen.

Artikel 9 Inwerkingtreding en looptijd

  • 1) Deze overeenkomst treedt in werking op de dag van vervulling van de volgende opschortende voorwaarde:

    • (i) van kracht worden van het besluit tot algemeen verbindend verklaren van deze overeenkomst op basis van artikel 15.36 Wet milieubeheer.

      De overeenkomst zal van kracht blijven tot uiterlijk 31 december 2023.

  • 2) Deze overeenkomst eindigt voortijdig indien zich de volgende gebeurtenis voordoet:

    het vervallen van de algemeen verbindend verklaring.

  • 3) PRN heeft het recht deze overeenkomst eenzijdig te beëindigen indien zij vaststelt dat het zesde Papiervezelconvenant niet van kracht blijft en dat in de toekomst derhalve geen situatie (meer) zal ontstaan waarin op basis van deze overeenkomst recyclingbeheersbijdragen zullen worden afgedragen.

Artikel 10 Nietigheid en heronderhandeling

Indien enig onderdeel van deze overeenkomst nietig blijkt te zijn dan wel wijziging van enig onderdeel van de overeenkomst moet plaatsvinden vanwege wetswijziging of ander overheidsingrijpen, zijn partijen gehouden te goeder trouw met elkaar te onderhandelen teneinde een resultaat te bereiken dat zoveel mogelijk aansluit bij hetgeen partijen met deze oorspronkelijke overeenkomst hebben beoogd, met inachtneming van de gewijzigde omstandigheden.

Artikel 11 Wijziging van omstandigheden

Indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen welke van dien aard zijn dat een der partijen meent dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van deze overeenkomst niet van haar mag worden verwacht, heeft zij het recht dit te melden aan de overige partijen.

Op verzoek van de bedoelde partij kunnen partijen met elkaar in overleg treden teneinde de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden.

Het voorafgaande is niet van toepassing voorzover de omstandigheden krachtens de aard van de overeenkomst of de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening komen van de partij die zich erop beroept.

Artikel 13 Slotbepaling

Deze overeenkomst wordt aangehaald als: “Overeenkomst inzake de Recyclingbeheersbijdrage 2019 voor toepassingen van papier en karton”.

Aldus ondertekend op 3 mei 2019, te Hoofddorp,

namens het KVGO, de Mediafederatie, de VPG, de SLHP, de RND, Stichting PRN en Stichting Verwijderingsfonds, E.H.T.M. Nijpels voorzitter Stichting Papier Recycling Nederland (PRN)

BIJLAGEN (2):

  • 1: Boetereglement van PRN en Stichting Verwijderingsfonds (SVF);

  • 2: Betalingsvoorwaarden.

BIJLAGE 1

Boetereglement van Stichting Papier Recycling Nederland (PRN) en Stichting Verwijderingsfonds (SVF)

Op grond van artikel 5, lid 6, van de “Overeenkomst inzake de Recyclingbeheersbijdrage 2019 voor toepassingen van papier en karton” (hierna: ‘de Overeenkomst’) kan Stichting Verwijderingsfonds (hierna: SVF) boetes opleggen aan eerste ontvangers die niet hebben voldaan aan de verplichtingen zoals vastgelegd in artikel 5, leden 2, 3 en 4 van de Overeenkomst.

Artikel 1

Indien van een eerste ontvanger niet binnen de daartoe gestelde termijn de door middel van het papieren of digitale monitoringformulier opgevraagde gegevens ex artikel 5, lid 2 van de Overeenkomst door Stichting Papier Recycling Nederland (hierna: PRN) zijn ontvangen of de verplichtingen op basis van de artikelen 5, leden 3 en 4 niet nakomt, is hij een boete verschuldigd. Deze boete wordt vastgesteld door SVF en zal door middel van een factuur door SVF in rekening worden gebracht (hierna: ’Eerste Boetefactuur’).

Artikel 2

  • 1. De in artikel 1 van dit boetereglement genoemde boete wordt vastgesteld aan de hand van de door PRN en SVF geschatte hoeveelheid ingekocht papier en karton – of kant en klare producten van papier en/of karton – (beide in de categorie niet-verpakkingen) op jaarbasis, die door de eerste ontvanger door middel van het monitoringformulier aan PRN zou zijn opgegeven. Hierbij wordt de volgende indeling gemaakt:

  • 2. Indien PRN geen schatting van de hoeveelheid door de eerste ontvanger ingekocht papier en karton – of kant en klare producten van papier en/of karton – (categorie niet-verpakkingen) kan maken op basis van eerder ontvangen monitoringformulieren, is zij gerechtigd om op basis van andere uitgangspunten een schatting te maken.

Artikel 3

Het voldoen van een conform dit boetereglement opgelegde boete, ontslaat de eerste ontvanger niet van de verplichting om de, door middel van het papieren of digitale monitoringformulier, gevraagde gegevens aan PRN te verstrekken.

Artikel 4

  • 1. De boete zoals bedoeld in artikel 1 van dit reglement wordt verhoogd met 50% indien:

    • a. de, door middel van het monitoringformulier, gevraagde gegevens niet binnen 30 kalenderdagen na dagtekening van de ‘Eerste Boetefactuur’ door PRN zijn ontvangen respectievelijk de verplichtingen op basis van artikel 5, leden 3 en 4 niet binnen 30 dagen alsnog worden nagekomen; of:

    • b. SVF betaling van de boete niet binnen 30 kalenderdagen na dagtekening van de ‘Eerste Boetefactuur’ heeft ontvangen.

  • 2. De boete zoals bedoeld in artikel 1 van dit reglement wordt verhoogd tot een bedrag gelijk aan 200% van de oorspronkelijke boete indien:

    • a. de, door middel van het monitoringformulier, gevraagde gegevens niet binnen 60 kalenderdagen na dagtekening van de ‘Eerste Boetefactuur’ door PRN zijn ontvangen respectievelijk de verplichtingen op basis van artikel 5, leden 3, 4 en 5 niet binnen 30 dagen alsnog worden nagekomen; of:

    • b. SVF betaling van de boete niet binnen 60 kalenderdagen na dagtekening van de ‘Eerste Boetefactuur’ heeft ontvangen.

  • 3. Indien betaling van de boete niet binnen 75 kalenderdagen na dagtekening van de ‘Eerste Boetefactuur’ is ontvangen, zal SVF de incasso van de boete overdragen aan een derde.

Artikel 5

Alle kosten die SVF in en/of buiten rechte moet maken met betrekking tot de invordering van de door een eerste ontvanger verschuldigde en niet tijdig betaalde boete zijn voor rekening van de eerste ontvanger. Deze kosten worden geacht ten minste 15% te bedragen van het gevorderde bedrag.

Artikel 6

SVF behoudt zich het recht voor dit boetereglement op enig moment aan te passen.

BIJLAGE 2

Betalingsvoorwaarden

Op grond van artikel 6 van de “Overeenkomst inzake de Recyclingbeheersbijdrage 2019 voor toepassingen van papier en karton” (hierna: “de Overeenkomst”) hanteert Stichting Verwijderingsfonds (hierna: SVF) de volgende betalingsbepalingen:

Artikel 1

  • 1. De factuur heeft een initiële termijn van 30 dagen na factuurdatum;

  • 2. Een eerste rappel tot betaling van de factuur wordt toegezonden indien SVF betaling van het totale factuurbedrag (inclusief BTW) niet binnen 32 kalenderdagen na dagtekening van de factuur heeft ontvangen. Deze rappel geeft een termijn van 14 dagen;

  • 3. Een tweede rappel tot betaling van de factuur wordt toegezonden indien SVF betaling van het totale factuurbedrag (inclusief BTW) niet binnen 47 kalenderdagen na dagtekening van de factuur heeft ontvangen. Deze rappel geeft een termijn van 14 dagen en vermeldt dat de vordering na overschrijden van die termijn aan een incassobureau wordt overgedragen;

  • 4. Indien SVF betaling van het totale factuurbedrag (inclusief BTW) niet binnen 62 kalenderdagen na dagtekening van de factuur (inclusief BTW) heeft ontvangen wordt de vordering aan een incassobureau overgedragen;

  • 5. Indien SVF betaling van het totale factuurbedrag (inclusief BTW en inclusief incassokosten. Zie artikel 2.) alsnog niet binnen 150 kalenderdagen na dagtekening van de factuur heeft ontvangen worden juridische stappen ondernomen;

Artikel 2

Alle kosten die SVF in en/of buiten rechte moet maken met betrekking tot de invordering van de door een eerste ontvanger verschuldigde en niet tijdig betaalde recyclingbeheersbijdrage of forfaitaire bijdrage, zijn voor rekening van de eerste ontvanger. Deze kosten worden geacht ten minste 15% te bedragen van het gevorderde bedrag.

Artikel 3

Voor door SVF opgelegde boetes gelden andere betalingstermijnen dan hierboven aangegeven. De betalingstermijnen ten aanzien van boetes zijn opgenomen in het “Boetereglement van Stichting Verwijderingsfonds”.

Artikel 4

SVF behoudt zich het recht voor de betalingsvoorwaarden op enig moment aan te passen.

Naar boven