Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Landbouw, Natuur en VoedselkwaliteitStaatscourant 2019, 65649Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 27 november 2019, nr. WJZ/ 19151314 , tot wijziging van de Beleidsregel verlagen subsidie POP om deze te actualiseren

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op:

  • artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • artikel 1.8 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidie;

Besluit:

ARTIKEL I

De Beleidsregel verlagen subsidie POP wordt als volgt gewijzigd:

A

Hoofdstuk 4 komt te luiden:

HOOFDSTUK 4. VOORSCHRIFTEN INZAKE SUBSIDIEMODULES BINNEN HET EUROPEES LANDBOUWFONDS VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING OP GROND VAN DE REGELING EUROPESE EZK- EN LNV-SUBSIDIES

Artikel 4.1

Voor subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4, titel 4.1, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies geldt dat indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil.

Artikel 4.2

De bepalingen uit hoofdstuk 3 en bijlage 4 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, met uitzondering van titel 4.1 daarvan.

B

Bijlage 3 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

C

Bijlage 4 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 november 2019

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

BIJLAGE 1

BIJLAGE 3. BASELINEVOORWAARDEN ZOALS DIE PER 1 JANUARI 2020 GELDEN VOOR BEHEER OP GROND VAN DE SVNL EN DE SVNL 2016

Nr.

Nederlands wetgevingskader

Artikelen

Onderwerp van controle

Aanvullende opmerking

1

Wet natuurbescherming

Artikel 3.1

Het verbod om bepaalde vogelsoorten te doden of te vangen, alsmede om hun nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen, te beschadigen of weg te nemen

 

2

Besluit gebruik meststoffen

Artikel 4

Het verbod op het gebruik van dierlijke mest in de van de grondsoort afhankelijke periode

 

3

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Artikel 7 in samenhang met de artikelen 8, onderdelen a en b, 9, 10 en 12, eerste tot en met derde lid, van de Meststoffenwet en de artikelen 24 tot en met 29 van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Het verbod in enig kalenderjaar op een bedrijf (dierlijke en/of stikstofhoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de gebruiksnormen voor dierlijke meststoffen en/of de stikstofgebruiksnormen in acht zijn genomen

 

4

Meststoffenwet in samenhang met de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Artikel 7 in samenhang met de artikelen 8, onderdeel c, 11 en 12, vierde en vijfde lid van de Meststoffenwet en de artikelen 29a tot en met 35 van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet

Het verbod om in enig kalenderjaar op een bedrijf (fosfaathoudende) meststoffen op of in de bodem te brengen, tenzij de fosfaatgebruiksnormen in acht zijn genomen

 

5

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 3:78, eerste lid, in samenhang met de artikelen 3:78a tot en met 3:83

De verplichting bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de daarbij behorende voorschriften na te leven

 

6

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 3:78, tweede lid, in samenhang met de artikelen 3:84 en 3:85

De verplichting bij het gebruik van meststoffen de daarbij behorende voorschriften in acht te nemen

 

7

Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

Artikel 2a

De verplichting om voldoende zorg in acht te nemen voor een juiste en veilige opslag van bestrijdingsmiddelen en biociden.

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor de SVNL

8

Wet gewasbeschermingsmiddelen

en biociden

Artikel 71, eerste lid

Het verbod op het ontvangen, voorhanden hebben of gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen of biociden zonder een geldig bewijs van vakbekwaamheid.

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor de SVNL

9

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 4, onderdelen E en F

De verplichting om op land- en tuinbouwgronden met een hellingspercentage van 2% of meer én een hellingslengte van meer dan 50 meter de voorgeschreven handelingen te verrichten om erosie te voorkomen

Baselinevoorwaarde geldt alleen voor zover de grond geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp

10

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 5

Het verbod om gewasresten op bouwland na de oogst te verbranden zonder vergunning van het College van Burgemeester en Wethouders

 

11

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 6, onderdeel A

Het verbod om een houtopstand (anders dan bij wijze van dunning) zonder voorafgaande tijdige kennisgeving of in strijd met een kapverbod te (doen) vellen, of te (doen) vellen zonder deze te herbeplanten op een bosbouwkundig verantwoorde wijze

 

12

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, paragraaf 6, onderdeel B

Het verbod om heggen en bomen te snoeien in de periode 15 maart t/m 15 juli

 

13

Provinciale (akker)distelverordening

-

De verplichting haarden van akkerdistel te verwijderen voordat zij tot bloei komen

Baselinevoorwaarde geldt alleen in de provincies Friesland, Utrecht en Zeeland

14

Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB

Artikel 2.2, eerste lid

De verplichting om landbouwgrond in een voor begrazing of teelt geschikte staat te houden

 

BIJLAGE 2

BIJLAGE 4. TABEL CORRECTIE EN SANCTIEREGELS POP NIET-OPPERVLAKTE GEBONDEN SUBSIDIES

Vooraf:

  • 1. Een correctie wil zeggen dat de door de begunstigde verantwoorde kosten verlaagd worden omdat de kosten om welke reden dan ook niet subsidiabel zijn (er zijn niet-subsidiabele kosten opgevoerd of kosten kunnen niet subsidiabel gesteld worden om andere redenen). Een sanctie betekent een verlaging naar aanleiding van een geconstateerde niet naleving van subsidievoorwaarden.

  • 2. Algemeen = 10% kortingsregel: indien bij een betalingsaanvraag, bedoeld in artikel 63 van uitvoeringsverordening 809/2014, het uit te betalen bedrag lager is dan het aangevraagde bedrag en het verschil bedraagt meer dan 10% van het uit te betalen bedrag, vindt een extra korting van de uitbetaling plaats ter hoogte van het verschil, tenzij artikel 1.4 van toepassing is (overmacht of uitzonderlijke omstandigheden / ‘geen schuld’). De extra korting kan ten hoogste leiden tot het tot nul verlagen van het uit te betalen bedrag.

  • 3. Bevindingen kunnen op ieder moment binnen het subsidie-traject gedaan worden. In onderstaande tabel wordt voor de inzichtelijkheid gebruik gemaakt van de onderverdeling in afwijkingen die gevonden zijn bij een betalingsverzoek (BV) een Controle ter Plaatse (CP) of ‘overig’ (O), maar indien tijdens een controle ter plaatse wordt geconstateerd dat er bv. sprake is van projectuitgaven die zijn gedaan buiten de projectperiode (BV1), dan is de bij BV1 genoemde sanctie wél van toepassing.

  • 4. Indien er door een op te leggen correctie en/of sanctie sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag, verhoogd met wettelijke rente, binnen 18 maanden teruggevorderd, tenzij:

    • a. het van de begunstigde in het kader van een eenmalige betaling voor een steunregeling of steunmaatregels terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 EUR, of

    • b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.

  • 5. Indien een geconstateerde afwijking een kennelijke fout van de aanvrager betreft, dan zal de fout ambtshalve gecorrigeerd worden en wordt geen sanctie opgelegd.

Onderwerp

Omschrijving afwijking

Correctie (van een betalingsaanvraag)

Sanctie (%, bedrag, anders) boven evt. correctie

Bron (Modelregeling POP3 subsidies (hierna: modelregeling) resp. REES resp. EU-regelgeving)

I. Uitvoering of financiering project (deels) niet conform regels, muv. regels inzake aanbesteding (voor aanbesteding: zie deel II van deze tabel)

(Iha) Vastgesteld bij betalingsverzoek (BV)

 

BV1

Uitgaven zijn buiten projectperiode gemaakt

100% van de kosten die buiten de projectperiode gemaakt zijn

– telt mee voor 10% kortingsregel (zie bij ‘Vooraf’ punt 2)

Artikel 1.12 lid 2 en 3 modelregeling.

Artikelen 2.9 en 2.20 REES.

 

BV2

Gedeclareerde kosten zijn al volledig gedekt vanuit ander fonds of andere subsidie

100% tav. kosten die al gedekt zijn

– telt mee voor 10% kortingsregel

Artikelen 1.8 sub b en 1.13 lid 1 sub b modelregeling.

Artikel 1.2 REES.

EU (voorschriften ten aanzien van cumulatie).

 

BV3

Totaal van subsidiabele kosten is niet goed berekend

Uitbetaling nav juiste berekening (correctie = 100% van verschil)

 

EU (voorschriften inzake goed financieel beheer).

 

BV4

Vervallen

     
 

BV5

Uitgaven zijn niet subsidiabel (zoals bijvoorbeeld declaratie van debetrente, terugvorderbare BTW, niet subsidiabel gestelde kosten, declaratie van kosten die niet tot project behoren)

100% tav kosten die niet subsidiabel zijn

– telt mee voor 10% kortingsregel

Artikelen 1.12, 1.12a en 1.13 modelregeling.

Artikelen 1.3 en 1.5 REES.

 

BV6

Gedeclareerde bedragen komen niet overeen met overgelegde bewijsstukken

100% tav niet afdoende onderbouwde kosten, dat wil zeggen kosten waarvan bewijsstukken ontbreken, onvolledig of niet correct zijn

– telt mee voor 10% kortingsregel

EU (voorschriften ten aanzien van goed financieel beheer).

 

BV7

Ontbreken van onafhankelijke waarde beoordeling van grond

Kosten aankoop grond niet vergoed (100% correctie op die post)

– telt mee voor 10% kortingsregel

Artikel 1.11 lid 3 modelregeling

 

BV8

Vervallen

     
 

BV9

Gedeclareerde kosten zijn naar het oordeel van de subsidieverstrekker en gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk. Dit is onder meer het geval indien gedeclareerde kosten voor aankoop grond hoger zijn dan de marktwaarde, blijkend uit onafhankelijke waarde beoordeling

100% van het verschil tussen gedeclareerde kosten en redelijk geachte kosten

– telt mee voor 10% kortingsregel

Artikel 1.13 lid 1 sub k modelregeling.

EU (voorschriften ten aanzien van goed financieel beheer)

(Iha) Vastgesteld bij controle ter plaatse (CP)

 

CP1

Ontbreken projectadministratie

a. Geheel

b. deels

100% tav de projectkosten waarvan de subsidiabiliteit niet kan worden vastgesteld omdat administratie ontbreekt

Korting van de uiteindelijk vast te stellen subsidie met 5%, met maximum van 1.500 euro. Indien de omstandigheden daar aanleiding toe zijn, kan het sanctie% lager vastgesteld worden

Artikel 1.17 lid 1 sub g modelregeling.

Artikel 2.17 REES

 

CP2

Project is nog niet of later gestart dan vereist, zonder dat aanpassing projectplan is aangevraagd

Korting van de uiteindelijk vast te stellen subsidie met 5%, tenzij 5% gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is

Artikel 1.17 lid 1 sub e modelregeling.

Artikel 2.16 REES

 

CP3

Doelstelling(en) van het project niet of niet geheel gerealiseerd

 

Subsidie wordt verlaagd tot 0 indien doelstelling(en) van het project in het geheel niet gerealiseerd is/zijn. Indien de doelstelling(en) van het project deels bereikt is/ zijn, wordt de verleende subsidie verlaagd tot het % van inhoudelijke doelbereiking die gerealiseerd is, met daar boven een sanctie van 5% over de verleende subsidie van het deel dat niet gerealiseerd is, tenzij 5% gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is

Artikel 1.27, lid 5 aanhef en sub a, b en c modelregeling.

Artikelen 2.16 en 2.20 lid 5 REES.

EU.

 

CP4

Investering is – nadat herstelmogelijkheid geboden is – niet gebruiksklaar op moment van indienen eindafrekeningsverzoek.

Subsidie wordt ingetrokken (100% sanctie), tenzij dit gelet op de omstandigheden van het geval niet redelijk is

Artikel 1.17 lid 1 sub c modelregeling EU.

 

CP5

Medewerking met controle wordt geweigerd

De betrokken steun- of betaalaanvraag wordt afgewezen, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden

 

Artikel 59 lid 7 Vo (EU) 1306/2013 jo. Artikel 1.17 lid 1 sub k modelregeling

 

CP6

Projectresultaat niet gedurende 5 jaar in stand gehouden

 

Naar rato van aantal jaren waarin op grond van de verrichte controle ter plaatse niet wordt voldaan aan de instandhoudingsplicht: 20% (4 jaar wel voldaan)-100% (geen volledig jaar voldaan) terugvordering van de uitbetaalde subsidie, indien niet langer wordt voldaan aan projectdoelstelling; 10-50% indien deels nog wordt voldaan aan project doelstelling

Artikel 1.17 lid 1 sub d modelregeling.

Artikel 2.19 REES

Overig (O)

 

O1

Voortgangsverslag is niet tijdig of niet volledig ingediend

Indien ook na gegeven herstelmogelijkheid het verslag niet of niet volledig ingediend wordt: korting bedraagt 1% van de uiteindelijk vast te stellen subsidie, met max. van 1.500 EUR

Artikel 1.17 lid 1 sub h modelregeling.

Artikel 2.18 REES

 

O2

Milieuvereisten zijn niet nageleefd, waardoor voor het project benodigde vergunning(en) wordt/worden ingetrokken

100% van de subsidie voor het onderdeel waarvoor geen vergunning is verleend

Telt mee voor 10% kortingsregel

 
 

O3

Er is sprake van ongeoorloofde staatssteun

100% van de subsidie voor het onderdeel waarvoor sprake is van ongeoorloofde staatssteun

EU-staatssteun regelgeving

 

O4

Vereisten voor gelijke behandeling zijn niet nageleefd

5% van de uiteindelijk vast te stellen subsidie, tenzij de omstandigheden van het geval aanleiding zijn tot een lagere sanctie

Artikel 7 van verordening 1303/2013/EU.

 

O5

Publicatievereisten zijn niet nageleefd

* tijdens het project

* na afronding van het project

maximaal 5% van de uiteindelijk vast te stellen subsidie, afhankelijk van de ernst van de afwijking van publicatievereisten gedurende de looptijd van het project

Artikel 1.17 lid 1 sub b modelregeling.

EU (verordening 808/2014/EU)

II Aanbestedingsregels niet nageleefd

II.1 Aankondiging van opdracht en bestek

 

A1.1

De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures.

Dit is ook van toepassing op rechtstreekse toekenningen of onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, indien niet is voldaan aan de criteria voor het gebruik ervan.

 

100% van de opdracht

 
 

A1.2

In geval van EU-aanbestedingsplichtige opdracht: De opdracht is niet gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren

 

25% van de opdracht

 
 

A2.1

In geval van EU-aanbestedingsplichtige opdrachten: Kunstmatige splitsing van opdracht en daardoor niet gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt

 

100% van de opdracht

 
 

A2.2

In geval van EU-aanbestedingsplichtige opdrachten: Kunstmatige splitsing van opdracht, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren

 

25% van de opdracht

 
 

A3

De aanbestedende dienst vermeldt niet de belangrijkste redenen voor hun besluit om de opdracht niet in delen op te splitsen.

 

5% van de opdracht

 
 

A4.1

Niet-naleving van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname. De geboden termijn was korter dan de minimaal toegestane

 

* 100% van de opdracht indien de geboden tijd 0-15% is van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt of indien de geboden tijd 5 dagen of minder bedraagt,

* 25% indien 16-50% van de tijd geboden wordt;

* 10% indien 51-70% van de tijd geboden wordt;

* 5% indien 71-99% van de tijd geboden wordt

 
 

A4.2

Het niet verlengen van termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen terwijl er significante wijzigingen worden aangebracht in de aanbestedingsdocumenten.

 

10% van de opdracht indien de geboden tijd niet verlengd is bij significante wijzigingen in de aanbestedingsdocumenten

 
 

A5.1

Onvoldoende tijd voor potentiële inschrijvers/gegadigden om aanbestedingsstukken te verkrijgen. De geboden tijd was korter dan de minimaal toegestane

 

* 25% van de opdracht indien de geboden tijd 5 dagen of minder bedraagt,

* 10% van de opdracht indien geboden tijd 0-50% van de tijd die beschikbaar gesteld had moeten worden bedraagt, en

* 5% indien 51-80% van de tijd geboden wordt

 
 

A5.2

Er zijn beperkingen om aanbestedingsdocumenten te verkrijgen.

 

25% van de opdracht indien de contracterende partij geen kosteloze vrije, rechtstreekse en volledige elektronische toegang tot bepaalde aanbestedingsstukken heeft aangeboden

 
 

A6

De verlenging van termijnen voor inschrijving en/of voor ontvangst van verzoeken tot deelname is niet (correct) gepubliceerd.

Hieronder valt ook de situatie dat gevraagde nadere informatie niet (tijdig) aan alle inschrijvers is verstrekt

 

* 10% van de opdracht indien de verlenging van de termijn niet is gepubliceerd volgens de juiste procedures én ook niet op andere wijze openbaar gemaakt, of indien de termijn niet is verlengd terwijl aanvullende informatie niet uiterlijk zes dagen vóór de vastgestelde termijn wordt verstrekt,

* 5% van de opdracht indien de verlenging van de termijn niet is gepubliceerd volgens de juiste procedures, maar de opdracht is wel op een dusdanige wijze openbaar gemaakt dat gegadigden in andere lidstaten tijdig hebben/hadden kunnen reageren

 
 

A7

Gevallen die het gebruik van een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegerichte dialoog niet rechtvaardigen

 

* 25% van de opdracht indien de aanbestedende dienst een overheidsopdracht gunt door middel van een mededingingsprocedure met onderhandeling of een concurrentiegerichte dialoog in situaties waarin richtlijn 2014/24/EU niet voorziet

* 10% van de opdracht indien in de aanbestedingsdocumenten geen limiet voor het aantal geschikte kandidaten om een initiële inschrijving in te dienen is opgenomen en gelijke behandeling van alle inschrijvers tijdens de aanbestedingsonderhandelingen niet was gewaarborgd.

 
 

A8

Niet-naleving van de vastgestelde procedure voor elektronische en geaggregeerde aanbestedingen

 

* 25% van de opdracht indien de niet-naleving heeft geleid tot de gunning van een opdracht aan een andere partij dan aan de partij aan wie het had moeten worden gegund,

* 10% van de opdracht indien de niet-naleving een afschrikwekkende werking zou kunnen hebben gehad voor potentiële inschrijvers

 
 

A9.1

In de aankondiging stonden niet alle selectiecriteria en/of gunningscriteria (incl. de weging)

 

25% van de opdracht

 
 

A9.2

In de aankondiging stonden niet de voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd en/of technische specificaties

 

10% van de opdracht

 
 

A9.3

In de aankondiging of het bestek stonden de gunningscriteria en hun weging onvoldoende gedetailleerd gepubliceerd met als gevolg dat de concurrentie onrechtmatig wordt beperkt (het ontbreken van details zou een afschrikkende werking kunnen hebben gehad op potentiële inschrijvers)

 

10% van de opdracht

 
 

A9.4

De aanbestedende dienst heeft verduidelijkingen of aanvullende informatie (met betrekking tot selectie- en gunningcriteria) niet aan alle inschrijvers meegedeeld of gepubliceerd

 

10% van de opdracht

 
 

A10

Gebruik van

– criteria voor uitsluiting, selectie, gunning of

– voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd of

– technische specificaties

die discriminerend zijn op basis van ongerechtvaardigde nationale, regionale of lokale voorkeuren

 

* 25% van de opdracht indien ondernemers afgeschrikt hadden kunnen worden, en

* 10% van de opdracht indien er nog een minimumniveau van concurrentie was gewaarborgd (er waren inschrijvingen die werden aanvaard en aan de selectiecriteria voldeden)

 
 

A11

Gebruik van

– criteria voor uitsluiting, selectie, gunning of

– voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd of

– technische specificaties

die niet discriminerend zijn op basis van nationale, regionale of lokale voorkeuren maar de toegang voor marktdeelnemers alsnog beperken

 

* 25% van de opdracht indien minimumeisen inzake bekwaamheid voor een opdracht duidelijk niet relevant zijn voor de opdracht; of indien de uitsluitings-, selectie- en / of gunningscriteria of voorwaarden voor de uitvoering van contracten hebben geleid tot een situatie waarin slechts één marktdeelnemer een offerte kon indienen en dit resultaat niet kan worden gerechtvaardigd door de technische specificiteit van de opdracht,

* 10% van de opdracht indien onder meer minimumeisen inzake bekwaamheid wel relevant zijn maar niet in verhouding staan tot de opdracht; of indien tijdens de beoordeling van kandidaten de selectiecriteria als gunningscriteria werden gebruikt; of indien specifieke handelsmerken, merken of normen vereist zijn, behalve wanneer dergelijke vereisten betrekking hebben op een aanvullend deel van de opdracht en het potentiële effect op de EU-begroting slechts formeel is,

* 5% van de opdracht indien er nog een minimumniveau van concurrentie was gewaarborgd (er waren inschrijvingen die werden aanvaard en aan de selectiecriteria voldeden)

 
 

A12

De omschrijving in de aankondiging en/of het bestek was dermate gebrekkig dat de potentiële inschrijvers het voorwerp van de opdracht niet konden vaststellen wat een afschrikkende werking veroorzaakt waardoor de concurrentie mogelijk wordt beperkt.

 

10% van de opdracht.

 
 

A13

De aanbestedingsdocumentatie legt beperkingen op aan het gebruik van onderaannemers voor een deel van de opdracht dat in abstracte termen als een bepaald percentage van dat contract is vastgesteld, en ongeacht de mogelijkheid om de capaciteiten van potentiële onderaannemers te verifiëren en zonder enige vermelding van het wezenlijke karakter van de taken die het betreft.

 

5% van de opdracht

 

II.2 Selectie van inschrijvers en beoordeling van inschrijvingen

 

A14

Selectiecriteria zijn na de opening c.q. start van de aanbesteding aangepast waardoor ten onterechte inschrijvers zijn geaccepteerd.

De selectiecriteria zijn tijdens de selectieprocedure aangepast waardoor inschrijvers zijn geaccepteerd die niet zouden zijn geaccepteerd als de gepubliceerde selectiecriteria zouden zijn gevolgd (of afwijzing van schrijvers die dan niet zouden zijn afgewezen)

 

25% van de opdracht.

 
 

A15

Bij de beoordeling zijn gunningscriteria gebruikt die verschillen van die vermeld zijn in de aankondiging van de opdracht of het bestek; of aanvullende gunningscriteria zijn gebruikt die niet zijn gepubliceerd

 

* 25% van de opdracht indien dit een discriminerend effect had (op basis van ongerechtvaardigde nationale, regionale of lokale voorkeuren), en

* in andere gevallen 10%

 
 

A16

Er is onvoldoende audit trail voor de gunning van de opdracht

 

* 100% van de opdracht

voor het weigeren van toegang tot de relevante documentatie, en

* 25% van de opdracht indien de relevante documentatie onvoldoende is om de gunning van de opdracht te rechtvaardigen

 
 

A17.1

De aanbestedende dienst heeft tijdens de beoordeling toegestaan dat een inschrijver/ gegadigde zijn offerte mocht aanpassen en de wijziging leidt tot de gunning van de opdracht aan die inschrijver / gegadigde

 

25% van de opdracht

 
 

A17.2

Er vonden tijdens de gunning onderhandelingen met de indiener(s) van een offerte plaats met als gevolg dat de oorspronkelijke voorwaarden zoals vastgelegd in het bestek of de aankondiging substantieel zijn veranderd

 

25% van de opdracht

 
 

A17.3

Bij concessies staat de aanbestedende dienst een inschrijver / gegadigde toe het onderwerp, gunningscriteria en de minimumvereisten tijdens onderhandelingen te wijzigen, wanneer de wijziging leidt tot de gunning van de opdracht aan die inschrijver / gegadigde.

 

25% van de opdracht

 
 

A18

Onrechtmatige voorafgaande betrokkenheid van inschrijvers / gegadigden bij de aanbestedende dienst. Wanneer voorafgaand advies van een inschrijver leidt tot een verstoring van de mededinging of leidt tot een schending van de beginselen van non-discriminatie, gelijke behandeling en transparantie, in de voorwaarden die worden genoemd in de artikelen 40 en 41 van Richtlijn 2014/24/EU.

 

25% van de opdracht

 
 

A19

In het kader van een mededingingsprocedure met onderhandeling zijn de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht substantieel gewijzigd in de aankondiging van de opdracht of het bestek, waardoor een nieuwe opdracht gepubliceerd had moeten worden

 

25% van de opdracht

 
 

A20

Onterechte afwijzing van, gezien de opdracht, abnormaal lage inschrijver(s) zonder dat de aanbestedende dienst schriftelijk om uitleg heeft gevraagd over de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende offerte(s); of wanneer dergelijke vragen wel zijn gesteld maar de aanbestedende dienst niet kan aantonen dat het de antwoorden van de inschrijvers heeft beoordeeld

 

25% van de opdracht

 
 

A21

Belangenconflict met gevolgen voor de uitkomst van de aanbestedingsprocedure

 

100% van de opdracht indien een belangenconflict wordt vastgesteld dat niet bekendgemaakt is of onvoldoende is verminderd en de opdracht aan de betrokken inschrijver is gegund.

 
 

A22

Bid-rigging (wanneer groepen bedrijven samenspannen om prijzen te verhogen of de kwaliteit van goederen, werken of diensten die in openbare aanbestedingen worden aangeboden te verlagen) vastgesteld door een mededingingsautoriteit, rechtbank of andere bevoegde instantie

 

* 100% van de opdracht indien een persoon het beheers- en controlesysteem of de aanbestedende dienst heeft deelgenomen aan de bid-rigging door de inschrijvers van bid-rigging bij te staan en de opdracht aan een bid-rigging-onderneming is gegund (fraude /belangenconflict),

* 25% van de opdracht indien alleen samenspannende bedrijven aan de aanbestedingsprocedure hebben deelgenomen

* 10% van de opdracht indien de inschrijvers werkten zonder hulp van iemand uit het beheers- en controlesysteem of de aanbestedende dienst en de opdracht aan een van die bedrijven is gegund

 

II.3 Uitvoering van de opdracht

 

A23.1

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

elke prijsverhoging van meer dan 50% van de waarde van de oorspronkelijke opdracht

 

25% van de waarde van de opdracht plus de extra 100% van de waarde van de opdracht a.g.v. de wijzigingen

 
 

A23.2

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

Indien de wijzigingen niet in overeenstemming zijn met artikel 72, eerste lid, richtlijn 2014/24/EU tenzij aan de voorwaarden uit het tweede lid is voldaan

 

25% van de waarde van de opdracht plus de nieuwe werken / leveringen / diensten (indien aanwezig) als gevolg van de wijzigingen

 
 

A23.3

Wijzigingen van bestanddelen van de opdracht in de aankondiging of het bestek;

Indien er een substantiële wijziging van de bestanddelen van de opdracht (zoals de prijs, aard van de werkzaamheden, de uitvoeringstermijn, de betalingsvoorwaarden en de gebruikte materialen) is die de opdracht wezenlijk anders maakt (in elk geval wanneer aan een of meer voorwaarden van artikel 72, vierde lid, van richtlijn 2014/24/EU is voldaan)

 

25% van de waarde van de opdracht plus de nieuwe werken / leveringen / diensten (indien aanwezig) als gevolg van de wijzigingen

 

TOELICHTING

I. Algemeen

De wijziging van de beleidsregel strekt ertoe deze beleidsregel te actualiseren. Ten eerste wordt de reikwijdte van de beleidsregel uitgebreid naar de niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (hierna: REES). Ten tweede worden in bijlage 3 de baselinevoorwaarden geactualiseerd. Ten derde worden in bijlage 4 in de tabel ‘correctie en sanctieregels POP niet-oppervlakte gebonden subsidies’ in onderdeel I de relevante artikelen voor de niet-oppervlakte gebonden subsidies uit hoofdstuk 4 van de REES toegevoegd, wordt sanctiecode CP3a aangepast, en wordt onderdeel II met betrekking tot aanbestedingsregels aangepast aan het nieuwe richtsnoer van de Europese Commissie met betrekking tot de sanctionering van fouten in aanbestedingen bij EU subsidies.

II. Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Op grond van artikel 1.8 van de REES worden beleidsregels vastgesteld voor de toepassing van financiële correcties, als bedoeld in artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013. Op grond van artikel 143, tweede lid, van verordening 1303/2013 passen lidstaten financiële correcties toe bij geconstateerde onregelmatigheden, waaronder met betrekking tot het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO). De bedoeling is dat deze beleidsregel van toepassing is op subsidies die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) respectievelijke de provincies verstrekken in het kader van het ELFPO. Op het moment van vaststellen van de beleidsregel was op rijksniveau enkel de brede weersverzekering opgenomen in de REES. Daarna zijn subsidiemodules toegevoegd aan hoofdstuk 4 van de REES, dat betrekking heeft op het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling. De beleidsregel wordt aangepast zodat deze ook van toepassing is op deze nieuwe modules.

Hiervoor wordt hoofdstuk 4 van de beleidsregel verbreed tot alle subsidiemodules uit hoofdstuk 4 van de REES met betrekking tot het ELFPO. Artikel 4.1 ziet specifiek op de brede weersverzekering en artikel 4.2 op de andere niet-oppervlakte gebonden subsidies van hoofdstuk 4 van de REES. Omdat de brede weersverzekering naar zijn aard een bijzondere maatregel is valt deze niet goed te vergelijken met andere niet-oppervlakte gebonden maatregelen en geldt hiervoor deels een eigen sanctieregime.

Artikel I, onderdeel B

In bijlage 3 van de beleidsregel zijn de baselinevoorwaarden zoals die per 1 januari 2018 gelden voor beheer op grond van de SVNL en de SVNL 2016 opgenomen. Artikel 1.1, onderdeel l, bevat een definitie van baselinevoorwaarden en verwijst daarbij naar bijlage 3. Dit onderdeel actualiseert twee kolommen in bijlage 3. In de kolom ‘Artikelen’ zijn de verwijzingen naar de relevante regelgeving geactualiseerd (in nieuwe rijen 3 tot en met 6 en rijen 9 tot en met 12). Daarnaast is in de kolom ‘Onderwerp van controle’ de tekst van twee baselinevoorwaarden aangepast zodat die bondiger en algemener zijn beschreven en er zijn twee baselinevoorwaarden samengevoegd.

De baselinevoorwaarde in rij 5 is ingekort doordat de zinsnede ‘binnen een afstand van 14 meter van de insteek van het oppervlaktewater’ vervalt. Voorheen gold de verplichting om bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de daarbij behorende voorschriften na te leven namelijk slechts binnen een afstand van 14 meter van de insteek van het oppervlaktewater. Dit afstandscriterium is door een wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer komen te vervallen. Verder zijn rijen 5 en 6 samengevoegd in een nieuwe rij 5. De zesde rij vervalt omdat de verplichting om bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een teeltvrije zone aan te houden al onder de reikwijdte van de nieuwe vijfde rij valt.

Ten slotte is de tekst in de kolom ‘onderwerp van controle’ in de nieuwe rijen 6 en 14 ingekort. Voor de tekst in de nieuwe rij 6 wordt, mede gezien de aanpassing van de kolom ‘artikelen’, aangesloten bij de tekst uit rij 5. Wat betreft rij 14 is de wijze waarop landbouwareaal in een voor begrazing of teelt geschikte staat gehouden moet worden aangepast. Deze aanpassing is nodig omdat het vrijhouden van verstruiking en verruiging door de Europese Commissie als ontoereikend werd beschouwd.

Artikel I, onderdeel C

Dit onderdeel wijzigt bijlage 4 van de beleidsregel waarin de tabel correctie en sanctieregels POP niet-oppervlakte gebonden subsidies is opgenomen. Hoofdstuk 3 van de beleidsregel gaat over niet-oppervlakte gebonden subsidies en in bijlage 4 worden de hiervoor toe te passen correcties en sancties uitgewerkt. Bijlage 4 is opgedeeld in twee delen. Deel I gaat over de situatie waarin de uitvoering of financiering van een project (deels) niet conform regels is verlopen, met uitzondering van de regels inzake aanbesteding die in deel II worden besproken. In beide delen worden wijzigingen doorgevoerd.

Het nieuwe artikel 4.2 uit de beleidsregel verklaart hoofdstuk 3 en bijlage 4 van de beleidsregel van overeenkomstige toepassing op de niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4 van de REES, met uitzondering van titel 4.1 (zie ook de toelichting bij artikel I, onderdeel A). Daarom wordt in deel I de kolom ‘Bron’, waarin nu alleen artikelen zijn opgenomen uit de (provinciale) Modelregeling POP3 subsidies en verwijzingen naar EU-regelgeving, uitgebreid met de toepasselijke artikelen uit de REES. Voor de goede orde wordt nog opgemerkt dat een afwijking kan volgen uit de subsidiebeschikking. Daarnaast wordt opgemerkt dat door de verwijzing in artikel 4.2 (nieuw) van de beleidsregel, artikel 3.6 van de beleidsregel ook van toepassing is op de relevante titels van de REES. Dat betekent dat indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen, waaronder verplichtingen die zijn opgenomen in de REES, correcties of sancties worden toegepast waarbij voor de kortingspercentages wordt aangesloten bij de kortingspercentages zoals opgenomen in bijlage 4, deel I.

Daarnaast wordt in deel I de correctie in sanctiecode CP3a (oud), na vernummering sanctiecode CP3, gewijzigd. Hierin stond dat, indien de doelstelling van het project niet of niet geheel wordt gerealiseerd, naast een subsidieverlaging, een sanctie van 5% op de uiteindelijk vast te stellen subsidie wordt opgelegd. Dit had als gevolg dat de sanctie kleiner wordt naarmate de fout groter wordt omdat de vast te stellen subsidie lager uitvalt. Deze bepaling wordt aangepast zodat de sanctie van 5% wordt toegepast over de geraamde kosten van het bij de subsidievaststelling geconstateerde, niet gerealiseerde, deel van het project. Dit betekent dat als voor een project € 100.000,– subsidie is verleend en dit project voor 90% is gerealiseerd een sanctie wordt opgelegd van 5% over het niet gerealiseerde deel. De sanctie is dan 5% over 10% en komt dan uit op € 500,–.

Deel II wordt in zijn geheel gewijzigd. De tabel is gebaseerd op een richtsnoer van de Europese Commissie met betrekking tot de sanctionering van fouten in aanbestedingen bij EU subsidies. Omdat de Europese Commissie dit richtsnoer op 14 mei 2019 heeft gewijzigd wordt de tabel overeenkomstig aangepast.1 De wijzigingen zien enerzijds op de inhoud en anderzijds op aanpassing van de correctiepercentages van een aantal onregelmatigheden. De inhoudelijke wijzigingen houden in dat een aantal onregelmatigheden uit het oude richtsnoer zijn samengevoegd, gesplitst of anderszins zijn aangepast en er zijn nieuwe onregelmatigheden toegevoegd. Nieuwe onregelmatigheden zijn onder meer onderwerp A13 ten aanzien van onderaannemers en onderwerp A22 ten aanzien van het zogenaamde ‘bid-rigging’. De wijzigingen ten aanzien van de correctiepercentages zien enerzijds op de grenzen waarop ze van toepassing zijn en anderzijds op de hoogte. In de oude richtsnoeren werd aangegeven dat 25% korting toegepast moest worden maar dat afhankelijk van de ernst van de onregelmatigheid dit beperkt kon worden tot 10%, 5% of 2%. In het nieuwe richtsnoer, en daarom ook in deze beleidsregel, is duidelijker omschreven wanneer welk percentage toegepast moet worden en zijn de 2% en 5% niet meer van toepassing.

Artikel II

De onderhavige wijziging van de Beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten