Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2019, 63633Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 november 2019, kenmerk 1610100-198493-WJZ, houdende aanpassing van de factoren, grondslagen en bedragen wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen per 1 januari 2020

De Staatsecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 31a, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, 28a, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 35, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, 18, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en 25, tweede lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

Besluit:

Artikel 1

De pensioenbedragen, bedoeld in artikel 31b, eerste lid, onder a, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 en in artikel 28b, eerste lid, onder a, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, zoals zij golden op 1 juli 2019, worden met ingang van 1 januari 2020 verhoogd met 1,1%.

Artikel 2

De factoren waarmee het peil der buitengewone pensioenen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 en de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers wordt aangepast, worden met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld als volgt:

A

B

 

pensioengrondslagen 1947 per jaar in euro

welvaartstoeslag vanaf 1 januari 2020

van

tot en met

   

1.225,21

1.356,79

27.319,80 minus pensioengrondslag

van

tot en met

pensioen-grondslag maal

plus extra bedrag in euro

1.356,80

1.404,44

18,9854

216,00

1.404,45

1.446,64

19,0152

216,00

1.446,65

2.021,13

19,0656

216,00

2.021,14

2.066,96

19,0850

216,00

2.066,97

2.113,24

19,0868

216,00

2.113,25

2.158,62

19,0883

216,00

2.158,63

2.204,45

19,0907

216,00

2.204,46

2.248,92

19,0927

216,00

2.248,93

2.294,76

19,0944

216,00

2.294,77

2.385,51

19,0966

216,00

2.385,52

2.485,34

19,1008

216,00

2.485,35

2.583,36

19,1042

216,00

2.583,37

2.678,65

19,1084

216,00

2.678,66

2.679,11

19,1442

216,00

2.679,12

2.726,30

19,1480

216,00

2.726,31

2.773,49

19,1500

216,00

2.773,50

2.820,23

19,1559

216,00

2.820,24

2.867,88

19,1576

216,00

2.867,89

2.914,62

19,1642

216,00

2.914,63

2.961,36

19,1661

216,00

2.961,37

2.961,81

19,1669

216,00

2.961,82

3.004,92

19,1708

217,00

3.004,93

3.048,94

19,1721

217,00

3.048,95

3.092,96

19,1767

217,00

3.092,97

3.136,07

19,1776

217,00

3.136,08

3.136,52

19,1818

217,00

3.136,53

3.180,08

19,1829

217,00

3.180,09

3.223,19

19,1838

217,00

3.223,20

3.223,64

19,1877

217,00

3.223,65

3.267,21

19,1887

217,00

3.267,22

3.310,32

19,1895

217,00

3.310,33

3.353,88

19,1956

217,00

3.353,89

3.397,44

19,2077

217,00

3.397,45

3.441,01

19,2108

217,00

3.441,02

3.484,57

19,2120

217,00

3.484,58

3.528,13

19,2173

217,00

3.528,14

3.571,69

19,2181

217,00

3.571,70

3.615,26

19,2240

217,00

3.615,27

3.658,82

19,2254

217,00

3.658,83

3.659,27

19,2266

217,00

3.659,28

3.713,73

19,2302

217,00

3.713,74

3.768,18

19,2314

217,00

3.768,19

3.822,63

19,2371

217,00

3.822,64

3.823,09

19,2536

217,00

3.823,10

3.877,54

19,2553

217,00

3.877,55

3.932,00

19,2590

217,00

3.932,01

3.986,45

19,2606

217,00

3.986,46

4.040,90

19,2659

217,00

4.040,91

4.084,02

19,2678

217,00

Artikel 3

De pensioengrondslagen, bedoeld in artikel 10, eerste, tweede en zesde lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, zoals zij golden op 1 juli 2019, worden met ingang van 1 januari 2020 verhoogd met 1,1%.

Artikel 4

De bedragen, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a en b, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, worden met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld als volgt:

  • a. het bedrag, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a, op € 27.323,13;

  • b. de bedragen, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder b, op achtereenvolgens:

€ 56.997,38

€ 35.198,67

€ 18.523,63

€ 18.802,29

€ 18.574,55

€ 37.032,28

Artikel 5

De grondslagen, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, zoals zij golden op 1 juli 2019, worden met ingang van 1 januari 2020 verhoogd met 1,1%.

Artikel 6

De bedragen, genoemd in de artikelen 8, zevende lid, onder a en b, en 10, eerste lid, onder e en f, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945, worden met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld als volgt:

  • a. het bedrag, genoemd in artikel 8, zevende lid, onder a, op € 2.276,65;

  • b. het bedrag, genoemd in artikel 8, zevende lid, onder b, op € 4.726,34;

  • c. het bedrag, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder e, op € 3.088,46;

  • d. het bedrag, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder f, op € 2.873,81.

Artikel 7

De grondslagen, bedoeld in artikel 10, eerste, tweede, zesde, zevende en negende lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, zoals zij golden op 1 juli 2019, worden met ingang van 1 januari 2020 verhoogd met 1,1%.

Artikel 8

De bedragen, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a en b, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, worden met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld als volgt:

  • a. het bedrag, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder a, op € 2.276,65;

  • b. het bedrag, genoemd in artikel 10, achtste lid, onder b, op € 4.726,34.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

P. Blokhuis

TOELICHTING

In de artikelen 31a, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp), 28a, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Wbpzo), 35, tweede lid, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (WIV), 18, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Wuv) en 25, tweede lid, van de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945 (Wubo), is de indexering van de in de onderscheiden wetten gehanteerde factoren, grondslagen en bedragen geregeld. Deze artikelleden vormen de grondslagen van de voorliggende regeling.

Sinds 1 januari 2009 is de indexering van de factoren, grondslagen en bedragen gekoppeld aan de index die in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag wordt gehanteerd voor de indexering van het wettelijk minimumloon.

De indexering van de in de onderscheiden wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen gehanteerde factoren, grondslagen en bedragen is om twee redenen noodzakelijk. Ten eerste zijn actuele berekeningsgegevens noodzakelijk bij het opnieuw vaststellen van een buitengewoon pensioen, een garantietoeslag, een (periodieke) uitkering of een garantie-uitkering. Bij dergelijke berekeningsgegevens hoort ook een grondslag die geïndexeerd is naar het tijdstip van de hernieuwde vaststelling. Ten tweede is indexering van minimum- en maximumgrondslagbedragen noodzakelijk voor degenen die voor het eerst een aanvraag op grond van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen indienen. Door deze indexering houden de toekenningen van financiële rechten aan hen gelijke tred met de welvaartsontwikkeling in Nederland.

Met de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2019, nr. 2019-0000146977, (Staatscourant nr. 56680) wordt het wettelijk minimumloon met ingang van 1 januari 2020 aangepast. Het aanpassingspercentage is na afronding 1,1%. Conform de in de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen opgenomen indexeringsbepalingen voorziet deze regeling erin dat de factoren, grondslagen en bedragen dienovereenkomstig worden aangepast.

In de Wbp en de Wbpzo wordt bij de berekening van het buitengewoon pensioen teruggegaan naar de grondslag zoals die bij de inwerkingtreding van deze wetten (1947) zou zijn geweest, waarna deze grondslag, om tot de actuele grondslag te komen, met een jaarlijks te indexeren welvaartsfactor wordt vermenigvuldigd. In artikel 2 geeft kolom A de verdeling naar het niveau van de pensioengrondslagen aan. Kolom B geeft de met ingang van 1 januari 2020 vastgestelde factor aan, waarmee het peil van de buitengewone pensioenen wordt aangepast in relatie tot de pensioengrondslagen.

De gewijzigde factoren, grondslagen en bedragen zijn alleen van toepassing op degenen die voor het eerst een aanvraag ingevolge een van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen indienen en voor degenen waarvan het buitengewoon pensioen, de garantietoeslag, de (periodieke) uitkering of de garantie-uitkering opnieuw wordt vastgesteld. Het opnieuw vaststellen vindt alleen plaats in de enkele gevallen waarbij sprake is van een van de in de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen vastgelegde ijkmomenten. Voorbeelden daarvan zijn, afhankelijk van de wet, echtscheiding, het overlijden van de partner of het verkrijgen of verliezen van een bron van inkomsten. Alleen dan worden de geactualiseerde factoren, grondslagen en bedragen in de berekening van het buitengewoon pensioen, de garantietoeslag, de (periodieke) uitkering of de garantie-uitkering meegenomen.

Het zeer beperkt aantal momenten waarbij de geactualiseerde factoren, grondslagen en bedragen worden gehanteerd heeft tot gevolg dat de verhoging geen significante financiële consequenties heeft.

Het in het kader van de systematiek van Vaste Verandermomenten (VVM) gehanteerde uitgangspunt dat een invoeringstermijn van twee maanden vereist is tussen de publicatie van een regeling en de feitelijke inwerkingtreding ervan is op de onderhavige regeling niet van toepassing.

Gelet op de strekking van deze regeling, te weten de jaarlijkse indexering van de in de onderscheiden wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen gehanteerde factoren, grondslagen en bedragen, is de in het kader van VVM gehanteerde uitzonderingsgrond ‘Reparatiewetgeving’ van toepassing.

P. Blokhuis