ARTIKEL I
De tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2019 wordt
als volgt gewijzigd:
1. In de rij betreffende titel 4.2, artikel 4.2.51, Waterstof, wordt in kolom 6 ‘€ 2.200.000’
vervangen door ‘€ 3.186.000’.
2. In de rij betreffende titel 4.2, artikel 4.2.79, Energie en industrie: joint industry
projects, wordt in kolom 6 ‘€ 5.375.000’ vervangen door ‘€ 6.375.000’.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
’s-Gravenhage, 7 november 2019
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes
TOELICHTING
1. Aanleiding en doel
Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies
2019. Met deze wijzigingsregeling wordt het subsidieplafond van de subsidiemodule
Waterstof en de subsidiemodule Energie en industrie: joint industry projecten (hierna:
JIP), opgenomen in paragraaf 4.2.8 respectievelijk 4.2.12 van de Regeling nationale
EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES), opgehoogd. Deze subsidiemodules maken deel uit
van het subsidie-instrumentarium van de Topsector Energieprojecten (titel 4.2 van
de RNES). Titel 4.2 van de RNES voorziet in subsidiëring van verschillende soorten
projecten op het gebied van energiebesparing en hernieuwbare energie, zoals Waterstof
en JIP. De bijhorende programmalijnen zijn in de RNES uitgewerkt.
De subsidiemodules Waterstof en JIP waren opengesteld vanaf 1 april 2019 tot en met
21 respectievelijk 28 mei 2019. De vraag bij de gebruikers van deze subsidiemodules
is evenwel hoger dan verwacht. Omdat er extra budget beschikbaar is gekomen, wordt
het subsidieplafond van de subsidiemodules Waterstof en JIP opgehoogd met € 986.100
naar € 3.186.000 respectievelijk met € 1.000.000 naar € 6.375.000, zodat (mogelijk)
nog binnen de looptijd van de toepasselijke (verlengde) beoordelingstermijn, bedoeld
in artikel 26 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies, meer subsidieaanvragen
gehonoreerd zouden kunnen worden.
2. Staatssteun
De wijzigingsregeling is verenigbaar met de algemene groepsvrijstellingsverordening1. De voor de subsidiemodules Waterstof en JIP toepasselijke maximale steunpercentages
zijn opgenomen in artikel 25 (onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten) van de algemene
groepsvrijstellingsverordening. De subsidiemodules Waterstof en JIP zijn in overeenstemming
met deze percentages. Voorts is de steun transparant en heeft een stimulerend effect.
De ophoging van de subsidieplafonds brengt geen verandering in de staatssteunaspecten
van deze subsidiemodules, omdat deze ongewijzigd blijven.
Van de ophoging van de subsidieplafonds van de subsidiemodules Waterstof en JIP zal
een kennisgeving aan de Europese Commissie worden gedaan, conform artikel 11, onderdeel
a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. Indien een subsidie die op grond
van voormelde subsidiemodules wordt verleend, staatssteun bevat die door de algemene
groepsvrijstellingsverordening wordt gerechtvaardigd, maakt de minister op grond van
artikel 1.8 van de RNES binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende
gegevens bekend:
-
a. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de algemene
groepsvrijstellingsverordening, en
-
b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening,
voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 500.000.
3. Regeldruk
De ophoging van de subsidieplafonds van de subsidiemodules Waterstof en JIP leidt
niet tot wijziging van informatieverplichtingen, en daarom ook niet tot een toe- of
afname van de regeldruk bij de gebruikers van deze subsidiemodules. Derhalve is deze
wijzigingsregeling ook niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk.
4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek
van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van
de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden
gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van de subsidiemodules
Waterstof en JIP gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze regeling. Door de
spoedige ophoging van de subsidieplafonds van deze subsidiemodules kan namelijk (mogelijk)
een groter aantal van de ingediende subsidieaanvragen worden gehonoreerd. Vasthouden
aan de systematiek van de vaste verandermomenten zou betekenen dat deze regeling pas
in werking zou treden op het eerstvolgende vaste verandermoment, 1 april 2020. In
dat geval zouden de subsidieplafonds niet meer binnen de looptijd van de toepasselijke
(verlengde) beoordelingstermijn, bedoeld in artikel 26 van het Kaderbesluit nationale
EZ-subsidies, opgehoogd kunnen worden.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes