TOELICHTING
1. Inleiding
Onderhavige regeling regelt de verlening van een eenmalige specifieke uitkering aan
de provincie Flevoland in verband met de realisatie van het nieuwe windpark Zeewolde
in de desbetreffende provincie. Aan de realisatie van dit windpark is in het Rijksinpassingsplan
windpark Zeewolde1 een saneringsopgave gekoppeld van een groot aantal bestaande windturbines. Dit betreft
een provinciale taak waarvoor de bekostiging door middel van een specifieke uitkering
bijzonder is aangewezen. In het algemeen deel van deze toelichting wordt eerst ingegaan
op de realisatie van het windpark Zeewolde en de taak van de provincie Flevoland ter
zake. Vervolgens wordt in gegaan op het belang van de specifieke uitkering voor de
uitvoering van deze provinciale taak en de relatie tussen onderhavige regeling en
de Bestuurlijke overeenkomst saneringsopgave windpark Zeewolde. Ook wordt ingegaan
op de wijze van berekening van de hoogte van de specifieke uitkering, alsmede de wijze
van verstrekking ervan als de verantwoording van de besteding. Tot slot volgt een
artikelsgewijze toelichting.
2. Algemeen
Het windpark Zeewolde
In de door het Rijk vastgestelde Structuurvisie Wind op land zijn gebieden aangewezen
voor grootschalige windenergie. Flevoland is een van deze gebieden. De provincie Flevoland
heeft met het Rijk afgesproken om in 2020 een totaal van 1390,5 MW opgesteld vermogen
aan installaties voor windenergie te hebben gerealiseerd. In het zuidelijk en oostelijk
deel van de provincie staan veel oudere generatie windturbines. De provincie heeft
samen met de huidige eigenaren van bestaande windturbines, met de gemeenten Dronten,
Lelystad en Zeewolde een proces gestart met als doel om door herstructurering meer
capaciteit te realiseren en het landschap te verbeteren. Het beleid van de provincie
is in het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland vastgesteld. In het
plan is onder meer gebied in de gemeente Zeewolde aangewezen waarin nieuwe grotere
windturbines mogen staan, het windpark Zeewolde. In dit gebied gaan 91 windturbines
221 bestaande windturbines die gesaneerd moeten worden, vervangen. De sanering gebeurt
zoveel mogelijk op minnelijke basis en in de gevallen dat dit niet mogelijk blijkt
gaat de provincie Flevoland over tot onteigening.
Noodzaak van de specifieke uitkering
Binnen het plangebied van Zeewolde bestaat een unieke situatie. Het aantal te saneren
windturbines is met 221 relatief hoog in relatie tot 91 nieuwe windturbines. Bovendien
heeft het windpark te maken met van rijkswege opgelegde hoogtebeperkingen vanwege
de luchthaven Lelystad. Ten slotte staat zowel een deel van de bestaande als de nieuw
te realiseren windturbines op grond die in eigendom is van het Rijk. Deze unieke situatie
maakt dat de provincie Flevoland met het Rijk mede in het licht van haar windtaakstelling
overeen is gekomen dat dit niet kan worden gerealiseerd zonder een eenmalige bijdrage
uit ‘s Rijks kas.
In juni 2017 is een bestuurlijke overeenkomst ‘saneringsopgave windpark Zeewolde’
overeengekomen tussen de provincie Flevoland, de gemeente Zeewolde, het windpark Zeewolde
B.V. en de Minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de minister). Deze regeling
geeft mede uitvoering aan de financiële afspraken over de saneringsopgave. De provincie
zet deze middelen in voor de sanering, zoals aangegeven in het Rijksinpassingsplan.
Berekening hoogte van de specifieke uitkering
De bijdrage uit ’s Rijks kas bedraagt ten hoogste € 16 miljoen. De precieze hoogte
van de specifieke uitkering wordt berekend aan de hand van het aandeel nieuwe windturbines
binnen het windpark Zeewolde geplaatst op grond in eigendom van het Rijk. Dit doet
zich voor bij 45 van de 91 nieuwe windturbines. Hierdoor draagt het Rijk naar rato
bij aan de saneringskosten.
Verantwoording van de besteding
Op de verantwoording van de besteding van de specifieke uitkering door de provincie
Flevoland zijn artikel 17a van de Financiële verhoudingswet (hierna: de wet) en de
Regeling informatieverstrekking sisa van toepassing.
Regeldruk
De regeling brengt geen administratieve maar wel beperkte bestuurlijke lasten met
zich mee. De regeling vloeit voort uit de hiervoor genoemde bestuurlijke afspraken
‘saneringsopgave windpark Zeewolde’
Jaarlijks zal het rijk de hoogte van het voorschot vaststellen en verstrekken. Voor
het vaststellen van de hoogte van het voorschot en het verstrekken aan de provincie
Flevoland en het aan de einde van de looptijd van de regeling vaststellen van de hoogte
van de specifieke uitkering zal het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een
inzet van enkele mensdagen per jaar benodigd zijn.
Aan de hoogte van de betalingen uit het saneringsfonds door de provincie worden in
artikel 4 eisen gesteld. Voor het toetsen door de provincie aan deze eisen en de jaarlijkse
verantwoording van de besteding van de specifieke uitkering door de provincie conform
artikel 17a van de Financiële verhoudingswet en de Regeling informatieverstrekking
zal de provincie een inzet van circa een werkweek aan mensuren per jaar benodigd zijn.
ATR heeft het voorstel niet geselecteerd voor formele advisering.
2. Artikelsgewijs
Artikel 1
In artikel 1 worden de begrippen die worden gebruikt omschreven. Wat in onderhavige
regeling saneringsfonds wordt genoemd betreft in realiteit de financiële middelen
die op een aparte geoormerkte rekening door de provincie Flevoland wordt beheerd ten
behoeve van de sanering. Daarnaast draagt het windpark Zeewolde B.V. ook zelf bij
aan de benodigde sanering. Daartoe zet zij ook middelen apart op een afzonderlijke
rekening. Dit wordt gezien als het andere deel van het saneringsfonds. De specifieke
uitkering dient te worden gebruikt voor het deel van het saneringsfonds dat wordt
beheerd door de provincie.
Artikel 2
In artikel 2, eerste lid, wordt geregeld dat aan de provincie Flevoland een specifieke
uitkering wordt verleend en dat deze specifieke uitkering eenmalig is. De vaststelling
dat de uitkering eenmalig is, is relevant, omdat op grond van artikel 17 van de wet
de eenmalige specifieke uitkering bij ministeriële regeling kan worden geregeld. In
artikel 2, tweede lid, wordt de bestemming waarvoor de uitkering kan worden aangewend
geregeld.
Artikel 3
De hoogte van de specifieke uitkering bedraagt ten hoogste € 16 miljoen. De hoogte
van de uitkering staat niet op voorhand vast. Deze is namelijk afhankelijk van het
aantal windturbines dat op ’s rijksgronden wordt gebouwd en het totale aantal windturbines
in het windpark Zeewolde. In artikel 3, eerste lid, is daarom een rekenformule voor
de berekening van de hoogte van de uitkering opgenomen. alsmede het bedrag van € 16
miljoen dat ten hoogste wordt verstrekt. Met de provincie Flevoland is afgesproken
dat, gerelateerd aan de sanering van de oude windturbines en de realisering van nieuwe
windturbines, de uitkering van de verleende specifieke uitkering gefaseerd plaatsvindt.
Daartoe stelt de minister de hoogte van voorschotten vast.
Artikel 4
In artikel 4 worden nadere eisen gesteld aan de besteding van de specifieke uitkering.
Dit gebeurt door de provincie Flevoland te verplichten geen uitkeringen uit het saneringsfonds
dat de provincie beheert, te doen die de redelijke schadeloosstelling overeenkomstig
de beginselen die aan de onteigeningswet ten grondslag liggen te boven gaat. De eisen
beogen de consciëntieuze besteding van overheidsmiddelen te waarborgen en te voorkomen
dat meer dan alleen een schadeloosstelling wordt betaald, hetgeen zou kunnen duiden
op staatssteun. Overigens heeft de provincie een zelfstandige verantwoordelijkheid
te waarborgen dat geen verboden staatssteun wordt verstrekt.
Artikel 5
Omdat de hoogte van de specifieke uitkering niet op voorhand kan worden vastgesteld
is in artikel 5 bepaald dat de minister na afloop van de sanering de hoogte van de
uitkering vaststelt. Om de naleving van de nadere eisen, genoemd in artikel 4, te
bevorderen voorziet artikel 5, tweede lid, van onderhavige regeling in de bevoegdheid
van de minister om een verlaging van de specifieke uitkering vast te stellen, indien
de nadere eisen niet worden nageleefd. Gelet op de bovengenoemde feiten is het mogelijk
dat meer als voorschot is uitgekeerd dan het bedrag waarop de specifieke uitkering
wordt vastgesteld. Derhalve is in artikel 5, derde lid, voorzien in de bevoegdheid
van de minister om de onverschuldigd betaalde bedragen bij de provincie Flevoland
terug te vorderen.
Artikelen 6 en 7
De artikelen 6 en 7 van onderhavige regeling regelen de inwerkingtreding respectievelijk
de titel van de regeling. De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
Daarmee volgt de inwerkingtreding het kabinetsbeleid inzake de vaste verandermomenten
en de minimuminvoeringstermijn.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
E.D. Wiebes