TOELICHTING
Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan artikel 70, eerste lid, van de Veiligheidswet
BES voor zover het betreft de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in deze wet. Aan
de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt voor de uitvoering van
deze taak voor een periode van vijf jaar (2019 tot 2024) een financiële bijdrage verstrekt.
Artikel 1
De bedragen die op grond van artikel 1 voor de uitvoering van de taken op het terrein
van de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in de Veiligheidswet BES, worden verstrekt,
zijn naar rato verdeeld over de drie openbare lichamen. De bedragen worden jaarlijks
in twee termijnen, respectievelijk in januari en in juli van het betreffende jaar,
betaald. De termijn voor 2019 wordt in zijn geheel in juli van dat jaar betaald.
Jaarlijks wordt bezien of de bedragen afdoende zijn voor de uitvoering van de taken.
Mochten er signalen komen dat dit niet het geval is, zal worden onderzocht of indexering
van de bedragen nodig is. Indien dat het geval is, zal deze regeling worden aangepast.
Artikel 2
De taken waarvoor een bijdrage wordt verstrekt, zijn opgenomen in artikel 2. Het gaat
om vier clusters van taken.
De eerste betreft het aanvullen van het rampen- en crisisplan, bedoeld in artikel
44 Veiligheidswet BES ter zake van de geneeskundige hulpverlening. Het is wenselijk
dat onderliggend aan het eilandelijk rampenplan nadere afspraken worden gemaakt over
de organisatie van de geneeskundige hulpverlening op het eiland, indien nodig met
specifieke afspraken t.b.v. crisisscenario’s zoals het orkaanseizoen en infectieziektenuitbraken.
De tweede betreft het maken van schriftelijke afspraken met zorginstellingen en andere
organisaties in de Caribische regio (niet altijd behorend bij het koninkrijk der Nederlanden)
die een taak hebben bij de geneeskundige hulpverlening over de inzet van deze zorginstellingen
en organisaties hierbij en de voorbereiding daarop.
De derde betreft het verwerken van de genoemde afspraken in een ‘opleiden, trainen
en oefenen (OTO)-plan. Het gaat erom dat nader in kaart wordt gebracht wie (inter)eilandelijk
betrokken moet zijn binnen en buiten de keten van de geneeskundige hulpverlening en
hoe en wanneer zij opgeleid, getraind en geoefend moeten worden. Professionals in
de geneeskundige hulpverlening zullen immers ook getraind moeten worden in hun crisisrol.
Naast trainen en oefenen is het opzetten van een intereilandelijk netwerk rondom geneeskundige
hulpverlening van belang.
De vierde betreft het feitelijk uitvoeren van wat is afgesproken in het OTO-plan.
Belangrijk is immers dat de gelden ook daadwerkelijk worden besteed aan het opleiden,
trainen en beoefenen van de afspraken.
Het is bedoeling dat het OTO-plan wordt gebaseerd op het OTO-kader CN. Dit kader is
nog in voorbereiding.
Het is voor alle duidelijkheid niet de bedoeling dat de (OTO) gelden worden besteed
aan:
-
a. financiering van de instellingen voor reguliere zorg,
-
b. compensatie van productieverlies van individuele beroepsbeoefenaars en zorginstellingen
tijdens een opleiding training of oefening,
-
c. opleidingen en trainingen die voor het verlenen van reguliere zorg vereist zijn,
-
d. vacatiegelden voor deelname aan overleggen.
Artikelen 3 en 4
Deze artikelen bevatten de voor dit soort financiële regelingen gebruikelijke bepalingen
inzake verantwoording (artikel 3) en terugvordering (artikel 4). In verband met dat
laatste zal overigens rekening worden gehouden met gerechtvaardigde onderbesteding.
Het kan immers voorkomen dat een deel van het bedrag dat in een jaar is betaald niet
is gebruikt voor de uitvoering van de taken waarvoor dit is bedoeld, terwijl daar
goede redenen voor zijn. Aan de hand van de financiële verantwoording over dat jaar
zal hierover telkens in overleg worden getreden met het bestuurscollege van het betreffende
openbaar lichaam. Indien gerechtvaardigde onderbesteding aanwezig blijkt te zijn,
zal het openbaar lichaam de gelden mogen overhevelen naar een ander jaar.
Artikel 5
Op grond van dit artikel werkt deze regeling terug tot 1 januari van 2019 en vervalt
de regeling met ingang van 1 januari 2024.
Nog voor het einde van de looptijd van deze tijdelijke regeling zal deze worden geëvalueerd.
Dit zal geschieden samen met de openbare lichamen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
P. Blokhuis