Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)Staatscourant 2019, 59476Besluiten van algemene strekking

Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 oktober 2019 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid doden van gehouden dieren (IB02-SPEC 72, versie 05)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8.1 van de Wet dieren, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen Interventiebeleid Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

1. Onderwerp

Dit specifieke interventiebeleid beschrijft, binnen de kaders van het algemeen interventiebeleid NVWA (NVWA IB02), de klasseindeling van en interventies voor specifieke overtredingen van de regelgeving met betrekking tot het doden van gehouden dieren en daarmee verband houdende activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van Verordening (EG) nr. 1099/2009.

Binnen het toepassingsgebied van dit document valt het:

  • slachten van productiedieren in slachthuizen;

  • doden van productiedieren in slachthuizen om andere reden/met andere bestemming dan menselijke consumptie;

  • slachten van productiedieren buiten slachthuizen;

  • doden van productiedieren buiten slachthuizen om andere reden/met andere bestemming dan menselijke consumptie;

  • doden van gehouden dieren, niet zijnde productiedieren, bijvoorbeeld gezelschapsdieren.

Overtredingen die door de inspecteur/toezichthouder worden waargenomen en die niet in dit IB02-SPEC72 zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de Afdeling Ontwikkeling & Ondersteuning van de Divisie Ontwerp & Dienstverlening van de Directie Keuren, eventueel in overleg met de Divisie Regie & Expertise van de Directie Handhaven teneinde een interventie te bepalen.

2. Begrippen en wettelijke basis

2.1 Begrippen

In aanvulling op de definities en begrippen uit het algemeen interventiebeleid NVWA-IB02 gelden de volgende definities:

Gehouden dieren:

Dieren die zich in de beschikkingsmacht van de mens bevinden, hetgeen met zich meebrengt dat de mens verantwoordelijkheid voor deze dieren draagt.

Productiedieren:

Dieren die gefokt of gehouden worden voor de productie van levensmiddelen, wol, huiden, pelzen of andere producten.

Afkortingen

BB

bestuurlijke boete

NVWA

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Permanent toezicht

frequentie van controles als bedoeld in bijlage I, sectie III, hoofdstuk II, punt 1 van Verordening (EG) nr. 854/2004 waarbij in een slachthuis tenminste één officiële dierenarts voortdurend aanwezig is

PV

proces verbaal

SW

waarschuwing die schriftelijk wordt bevestigd

2.2 Wettelijke basis

Op het werkterrein doden van gehouden dieren en daarmee samenhangende activiteiten gelden zowel Europese als nationale regels. De belangrijkste wettelijke bepalingen die van belang zijn voor dit specifiek interventiebeleid zijn neergelegd in:

Europese wettelijke basis

  • Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (PB L 303 van 18.11.2009, blz. 1)

  • Richtlijn nr. 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij slachten of doden (PB L 340 van 31.12.1993, p.21) 1

Nationale wettelijke basis

  • Wet dieren

  • Besluit houders van dieren

  • Regeling houders van dieren

  • Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren

  • Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren

3. Werkwijze

3.1 Het bepalen van de ernst van de overtreding

Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het algemeen interventiebeleid NVWA-IB02.

De ernst van de overtreding wordt in de eerste plaats bepaald door de gevolgen voor de betrokken dier(en). Hierbij wordt gelet op de mate van vermijdbare pijn, spanning of lijden (hierna verder: lijden) dat het dier of de dieren is aangedaan. Hoe groter de mate van vermijdbaar lijden is, onder andere gelet op het aantal dieren en/of de tijdsduur, des te hoger wordt de overtreding in de bijlage geclassificeerd.

In bepaalde gevallen is er (nog) geen lijden als gevolg van de overtreding vastgesteld, maar is niet gewaarborgd dat dieren vermijdbaar lijden wordt bespaard: er bestaat een (gering tot ernstig) risico dat dieren lijden wordt aangedaan. Bijvoorbeeld: verplichte controles op bedwelming worden niet uitgevoerd, bedwelmingsapparatuur is niet onderhouden of een inrichting voldoet niet aan de wettelijke eisen. Hier geldt dat hoe groter het risico op vermijdbaar lijden is, des te hoger een overtreding in de bijlage wordt geclassificeerd.

In de bijlage van dit document zijn de bepalingen van de geldende wetgeving ingedeeld in een overtredingsklasse met bijbehorende interventie(s).

Voor de klasse D overtredingen geldt dat na een derde constatering van een overtreding van klasse D wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een klasse C overtreding. Dat betekent dat een schriftelijke waarschuwing dient te volgen.

Afwijken van de in dit document voorgeschreven interventie is alleen mogelijk in overleg met, en na akkoord van, het afdelingshoofd. De onderbouwing van de reden om af te wijken wordt vastgelegd.

3.2 Het bepalen van interventies bij een overtreding

Sanctionerende interventie

Overtredingen van de Wet dieren worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie voor. Dit volgt uit artikel 8.10, eerste lid, van de Wet dieren. Het OM beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Afgezien van de in artikel 8.11 genoemde overtredingen is strafrechtelijke afdoening niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.

De kolommen ‘interventies’ en ‘follow-up na overtreding; interventies bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als sanctionerende interventie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke sanctionerende interventie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op bovengenoemde kolommen in de bijlage.

In alle gevallen geldt overigens dat een strafrechtelijke sanctionerende interventie (een proces verbaal) te allen tijde kan worden gecombineerd met een bestuursrechtelijke corrigerende interventie (een herstelmaatregel).

Corrigerende interventie

Corrigerende interventies kunnen naast of in plaats van sanctionerende interventies worden ingezet. Dat kan nuttig zijn zodra blijkt dat sanctionerende interventies (alleen) onvoldoende leiden tot naleving van de regelgeving. Voor welke corrigerende interventie gekozen wordt verschilt van geval tot geval. Voorbeelden hiervan zijn een last onder dwangsom, een verbod tot het verrichten van bepaalde activiteiten, ingrijpen in het dodingsproces of schorsen of intrekken van een erkenning als slachthuis of verzamelcentrum.

Corrigerende interventies hebben als doel te bevorderen dat de overtreder zijn bedrijfsprocessen blijvend beheerst zodat bestaande overtredingen worden beëindigd en nieuwe worden voorkomen. Een corrigerende interventie moet proportioneel zijn, toegesneden op de specifieke situatie van de overtreder. Een corrigerende interventie mag niet ingrijpender voor de overtreder zijn dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Overgaan tot ingrijpender corrigerende interventies, zoals het schorsen of intrekken van een erkenning, kan indien kan worden gemotiveerd waarom een minder ingrijpende corrigerende interventie onvoldoende effect heeft gehad of zal hebben.

Specifieke corrigerende interventie

Als een of meer overtredingen worden geconstateerd die in ernst, aantal en tijdsbestek een corrigerende interventie rechtvaardigen wordt met een specifieke corrigerende interventie in het productieproces ingegrepen. Dit ingrijpen kan betrekking hebben op:

  • a. een dier of dieren ter beëindiging van een overtreding of

  • b. het dodingsproces ter voorkoming van nieuwe overtredingen.

Voorbeelden van corrigerende interventies die betrekking hebben op de feitelijke uitvoering van het proces zijn:

  • stopzetten of vertragen van het productieproces of onderdelen daarvan zoals de aanvoer van dieren;

  • verbieden of verplichten bepaalde activiteiten te verrichten in het dodingsproces of de manier waarop ze worden verricht.

  • Een corrigerende interventie kan ook betrekking hebben op de kwaliteitsdocumenten van het bedrijf waarmee het bedrijf naleving van de regelgeving beoogt te borgen. Voorbeelden van dergelijke corrigerende interventies zijn:

  • verplichten de standaardwerkwijzen aan te passen;

  • verplichten de inhoud en frequentie van bedrijfscontroles en monitoringsprocedures aan te passen;

  • verplichten de instructies voor het gebruik van bepaalde apparatuur aan te passen.

  • Aan een specifieke corrigerende interventie kan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang worden verbonden.

Als opnieuw overtredingen worden geconstateerd wordt opnieuw een corrigerende interventie ingezet als ernst, aantal en tijdsbestek van de overtreding(en) dit rechtvaardigt. Zonodig met ingrijpender maatregelen of een hogere dwangsom.

Generieke corrigerende interventie

Mocht de overtreder ondanks een of meer specifieke corrigerende interventies nieuwe overtredingen blijven begaan die in ernst, aantal en tijdsbestek ingrijpen rechtvaardigen kan worden overgegaan tot een generieke corrigerende interventie, zoals bijvoorbeeld het schorsen of intrekken van de erkenning van een erkend bedrijf. Hiertoe kan ook meteen worden overgegaan als er weliswaar nog geen (herhaalde) specifieke corrigerende interventie is opgelegd maar er op voorhand aanwijzingen zijn dat deze onvoldoende tot naleving zullen leiden.

Bij het bepalen van nut en noodzaak van een generieke interventie wordt integraal bekeken in hoeverre de overtreder, afgezien van de wettelijke eisen voor het dodingsproces, andere wettelijke eisen naleeft waarop de NVWA toezicht houdt. Bij een erkend slachthuis kan bijvoorbeeld ook gekeken worden naar het nalevingsgedrag van wettelijke eisen over voedselhygiëne, dierlijke bijproducten en bescherming van diergezondheid (reiniging en ontsmetting).

3.3. Herhaalde overtreding en verscherpt toezicht

Herhaalde overtreding

Er is sprake van een herhaalde overtreding als tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding van de wetgeving wordt vastgesteld die ziet op de bescherming van het dierenwelzijn bij het doden en daarmee verband houdende activiteiten, waarvoor tegen de overtreder in de daaraan voorafgaande periode van 3 jaar reeds een interventie werd toegepast.

Herinspectie

In slachthuizen waar géén permanent NVWA-toezicht is, kan na constateren van een overtreding klasse B of C, een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen. Een herinspectie wordt uitgevoerd op een door de officiële dierenarts te bepalen tijdstip.

In slachthuizen waar de NVWA permanent toezicht houdt, kan een extra inspecteur worden ingezet om de herinspectie uit te voeren. Ook op verzamelcentra van dieren, pluimveebroederijen en primaire bedrijven waar landbouwhuisdieren worden gehouden kunnen herinspecties uitgevoerd worden. Herinspecties worden in rekening gebracht bij het bedrijf.

Stapeling

Tijdens een inspectie kunnen overtredingen van verschillende wettelijke voorschriften en van verschillende overtredingsklassen worden vastgesteld. Voor het handelen in dergelijke situaties zie 2.3 van het Algemene Interventiebeleid NVWA-IB02. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt, bij het opleggen van de bestuurlijke boete dat er wordt uitgegaan van maximaal 5 overtredingen per overtreder, per controlemoment.

Verscherpt toezicht

Als bij meerdere (her)inspecties blijkt dat overtredingen zich blijven herhalen, kan de NVWA besluiten verscherpt toezicht in te stellen. Verscherpt toezicht houdt in dat de NVWA vaker inspecteert. Per bedrijf wordt een maatwerkaanpak opgesteld. Tijdens deze periode worden alle kosten voor deze inspecties in rekening gebracht bij de ondernemer.

Voor slachthuizen waar niet-permanent toezicht is en voor verzamelcentra van dieren en pluimveebroederijen kan verscherpt toezicht inhouden dat de frequentie en/of de duur van de inspecties wordt verhoogd. Voor slachthuizen met permanent toezicht kan een extra inspecteur worden ingezet gedurende (een deel van) de slachtdag.

Het verscherpte toezicht wordt voor een beperkte periode opgelegd. In deze periode moet blijken dat de overtredingen zijn/worden opgeheven en als dat het geval is kan, na afloop van de periode, het verscherpt toezicht worden beëindigd. Als dat na afloop van de periode niet het geval is, kan het verscherpte toezicht worden verlengd, al dan niet in combinatie met een andere interventie.

3.4 Internettoezicht

Op internet worden op handelssites (digitale platforms) geregeld advertenties geplaatst met verboden content. De NVWA kan in die gevallen gegevens bij zowel de aanbieder als de beheerder van de handelssite vorderen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Beheerders van handelssites kunnen de NVWA alternatieven bieden om te interveniëren, zoals het verwijderen van advertenties. In dergelijke gevallen kan de NVWA volstaan met nalevingshulp aan de aanbieder bijvoorbeeld vlak nadat de advertentie is verwijderd. Is er sprake van herhaling dan kunnen alsnog gegevens worden gevorderd en kan worden opgeschaald in de handhaving.

4. Arbo, milieu en veiligheid

Niet van toepassing

5. Divers

Vervanging

Deze beleidsregel vervangt het op 23 mei 2016 vastgestelde Specifieke interventiebeleid doden van gehouden dieren (IB02-SPEC 72, versie 04).

Deze beleidsregel is herzien naar aanleiding van de aanpassing van het Algemeen Interventiebeleid NVWA met ingang van 1 juli 2016. Ten opzichte van versie 04 is een bijlage toegevoegd met een klassenindeling op artikelniveau.

Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA doden van gehouden dieren (IB02-SPEC 72, versie 05)’.

Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 december 2019.

Bijlage

Bijlage bij IB02-SPEC 72, versie 05: Specifiek interventiebeleid doden van gehouden dieren.

Deze beleidsregel zal worden geplaatst in de Staatscourant en op www.officielebekendmakingen.nl.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Namens deze: De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, R.J.T. van Lint

BIJLAGE BIJ IB02-SPEC72 VERSIE 05: SPECIFIEK INTERVENTIEBELEID DODEN VAN GEHOUDEN DIEREN

Bron

Wet

NVWA -interventie

Regel

Artikel Wet dieren (WD), Besluit houders van dieren (BD), Regeling houders van dieren (RD)

Artikel Vo (EG) 1099/ 2009

Soort bedrijf / houder / anders

Omschrijving afwijking / overtreding (antinorm)

Klasse

Motivering klasseindeling

Interventies

Follow-up na overtreding; interventies bij herhaalde overtreding

Status / opmerkingen

1

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten is er niet of onvoldoende voor gezorgd dat de dieren elk vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

2

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten is er niet of onvoldoende voor gezorgd dat de dieren elk vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

3

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 2

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Bedrijfsexploitanten hebben niet de noodzakelijke maatregelen genomen die staan gesteld in artikel 3 lid 2 a t/m f

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

4

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 2

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Bedrijfsexploitanten hebben niet de noodzakelijke maatregelen genomen die staan gesteld in artikel 3 lid 2 a t/m f

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

5

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 3

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten zijn niet zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

6

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

3 lid 3

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Voorzieningen voor het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten zijn niet zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt dat de naleving van de verplichtingen in de leden 1 en 2 overeenkomstig het verwachte activiteitenniveau het hele jaar door gewaarborgd is.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

7

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

4 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Dieren werden gedood zonder dat zij vooraf waren bedwelmd volgens een methode en desbetreffende specifieke toepassingsvoorschriften zoals beschreven in Bijlage I

en/of

Na bedwelmen is de staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet aangehouden tot het dier dood was.

en/of

De in bijlage 1 vermelde methoden die niet de onmiddelijke dood tot gevolg hebben (eenvoudige bedwelming) werd niet of niet zo spoedig mogelijk gevolgd door een methode die de dood garandeert, zoals verbloeden, pithing, elektrocutie of langdurige blootstelling aan zuurstoftekort.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

8

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

4 lid 4

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Dieren worden geslacht volgens speciale methoden die vereist zijn voor religieuze riten, waarbij de voorschriften van lid 1 niet van toepassing zijn (onbedwelmd slachten), waarbij het slachten niet plaatsvindt in een slachthuis.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

9

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

5 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexploitant heeft er niet of onvoldoende op toegezien dat personen verantwoordelijk voor de bedwelming of ander daartoe aangewezen personeel voldoende periodieke controles uitvoeren om te waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen tussen bedwelming en hun dood,

en/of

de controle is niet op een representatieve steekproef uitgevoerd

en/of

de frequentie van de controle is niet bepaald aan de hand van de resultaten van eerdere controles en ale andere factoren die van invloed kunnen zijn op de efficientie van het bedwelmingsproces.

en/of

er worden niet onmiddellijk passende maatregelen genoemen overeenkomstig artikel 6 lid 2 (standaardwerkwijzen)

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

10

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

5 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexploitant heeft er niet of onvoldoende op toegezien dat personen verantwoordelijk voor de bedwelming of ander daartoe aangewezen personeel voldoende periodieke controles uitvoeren om te waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen tussen bedwelming en hun dood,

en/of

de controle is niet op een representatieve steekproef uitgevoerd

en/of

de frequentie van de controle is niet bepaald aan de hand van de resultaten van eerdere controles en ale andere factoren die van invloed kunnen zijn op de efficientie van het bedwelmingsproces.

en/of

er worden niet onmiddellijk passende maatregelen genoemen overeenkomstig artikel 6 lid 2 (standaardwerkwijzen)

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

11

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

5 lid 2

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Bij doden zonder bedwelming voert de voor het slachten verantwoordelijke persoon geen stelselmatige controles uit om zich ervan te verzekeren dat de dieren geen tekenen van bewustzijn en gevoeligheid vertonen voordat zij uit de fixatie worden losgemaakt

en/of

De voor het slachten verantwoordelijke persoon voert geen stelselmatige controles uit om zich ervan te verzekeren dat de dieren geen tekenen van leven vertonen voordat ze worden geslacht of gebroeid.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

12

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

5 lid 2

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Bij doden zonder bedwelming voert de voor het slachten verantwoordelijke persoon geen stelselmatige controles uit om zich ervan te verzekeren dat de dieren geen tekenen van bewustzijn en gevoeligheid vertonen voordat zij uit de fixatie worden losgemaakt

en/of

De voor het slachten verantwoordelijke persoon voert geen stelselmatige controles uit om zich ervan te verzekeren dat de dieren geen tekenen van leven vertonen voordat ze worden geslacht of gebroeid.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

13

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

6 lid1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten wordt door de bedrijfsexploitant vooraf niet of onvoldoende gepland.

en/of

De bedrijfsexploitant voert het doden niet uit overeenkomstig de standaardwerkwijzen.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

Als standaardwerkwijzen niet volledig en/of niet correct zijn beschreven, maar in de praktijk wordt er wél correct gewerkt, is dit een geringe overtreding. Er moeten afspraken gemaakt worden over aanpassen standaardwerkwijzen.

14

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

6 lid1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten wordt door de bedrijfsexploitant vooraf niet of onvoldoende gepland.

en/of

De bedrijfsexploitant voert het doden niet uit overeenkomstig de standaardwerkwijzen.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

15

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

6 lid 2

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexploitant heeft geen standaardwerkwijzen opgesteld, of

voert de standaardwerkwijzen zodanig uit dat niet gewaarborgd wordt dat het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten overeenkomstig artikel 3, lid 1, plaatsvinden.

en/of

Met betrekking tot de bedwelming wordt in de standaardwerkwijzen geen of onvoldoende rekening gehouden met artikel 6 lid 2 onder a, b en/of c.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

16

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

6 lid 4

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexpliotant stelt de standaardwerkwijze niet of niet tijdig ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

17

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

7 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Het doden van dieren en de daarmee verband houdende activiteiten is niet uitgevoerd door personeel dat over het passende vakbekwaamheidsniveau beschikt om dit te kunnen doen zonder enige vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bij de dieren te veroorzaken.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

18

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

7 lid 2

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant heeft er niet op toegezien dat slachtactiviteiten in het slachthuis worden verricht door personen met een getuigschrift van vakbekwaamheid overeenkomstig artikel 21, waaruit blijkt dat zij in staat zijn deze uit te voeren overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde voorschriften als bedoeld in artikel 7 lid 2 onder a t/m g.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

19

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

7 lid 3

Nertsenhouderij

Pelsdieren worden niet gedood in aanwezigheid en onder rechtstreekse supervisie van en persoon met een getuigschrift van vakbekwaamheid conform artikel 21.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

20

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

7 lid 3

Nertsenhouderij

De bedrijfsexploitant van een pelsdierhouderij heeft de bevoegde autoriteit (NVWA) niet vooraf meegedeeld wanneer dieren zullen worden gedood.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via Schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

 

21

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

8

Producent fixatie- en bedwelmimngsapparatuur

De producent heeft fixatie- en/of bedwelmingsapparatuur verkocht aan een gebruiker zonder adequate instructies over het gebruik zodat optimale omstandigheden voor het welzijn van dieren gewaarborgd zijn.

en/of

De producent stelt de instructies niet via internet aan het publiek beschikbaar

en/of

dan wel deze instructies specificeren niet de in artikel 8 a t/m d genoemde aspecten.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

22

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

9 lid 1

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexploitant zorgt er niet voor dat fixatie- en/of bedwelmimngsapparatuur onderhouden en gecontroleeerd wordt volgens de instructies van de producent door daartoe specifiek opgeleide personen.

en/of

De bedrijfsexploitant voert geen onderhoudsregister

en/of

bewaart dit niet tenminste één jaar of stelt het niet ter beschikking aan de bevoegde autoriteit.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

23

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

9 lid 2

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

De bedrijfsexloitant heeft er niet voor gezorgd dat er tijdens bedwelmingsactiviteiten onmiddellijk en ter plekke adequate backupapparatuur beschikbaar is, die wordt ingezet bij een storing in de oorspronkelijk gebruikte bedwelmingsapparatuur.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

24

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

9 lid 3

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Dieren worden in fixatieapparatuur geplaatst (waaronder apparatuur voor kopfixatie) zonder dat de met bedwelming of verbloeding belaste persoon gereed is om het dier zsm te bedwelmen of verbloeden.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

Als dit gebeurt tijdens onbedwelmd ritueel slachten is tevens artikel 5.8 eerste lid van het Besluit dhouders van dieren overtreden, zie regel 55 en 56

25

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

9 lid 3

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

Dieren worden in fixatieapparatuur geplaatst (waaronder apparatuur voor kopfixatie) zonder dat de met bedwelming of verbloeding belaste persoon gereed is om het dier zsm te bedwelmen of verbloeden.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

Als dit gebeurt tijdens onbedwelmd ritueel slachten is tevens artikel 5.8 eerste lid van het Besluit dhouders van dieren overtreden, zie regel 55 en 56

26

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

12

Importeur vlees uit derde landen

Het vleeskeuringscertificaat dat vlees ingevoerd uit derde landen vergezelt is niet aangevuld met een verklaring dat is voldaan aan voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die gesteld in de hoofdstukken II en III van deze verordening.

   

niet van toepassing

niet van toepassing

Als bij importcontrole blijkt dat een partij vlees niet vergezeld wordt door een certificaat mét de betreffende verklaring, wordt deze partij niet toegelaten in de EU. Deze afwijkende beschikking wordt opgenomen in SPEC02-12 Import veterinair.

27

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

14 lid 1

Erkend slachthuis

De indeling en/of bouw en/of de daarin gebruikte apparatuur in het slachthuis voldoet niet aan de voorschriften van bijlage II.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

Overgansbepaling Geldt tot 8-12-2019 alléén voor slachthuizen, dan wel indelingen, bouw of apparatuur die nog niet operationeel waren op 1-1-2013 (artikel 29 lid 1). Voor overige slachthuizen, indelingen, bouw en apparatuur: zie artikel 28 lid 1 (regel 44)

28

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

14 lid 2

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant overlegt geen of niet tijdig of onvoldoende gegevens aan de bevoegde autoriteit omtrent artikel 14 lid 2 onder a t/m c.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

29

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 1

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant waarborgt onvoldoende dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften in acht worden genomen.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

 

30

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 1

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant waarborgt niet dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften in acht worden genomen.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

31

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 1

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant waarborgt niet dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften in acht worden genomen.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

32

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 2

Erkend slachthuis waar ritueel slachten wordt toegepast

De bedrijfsexploitant zorgt er niet voor dat alle dieren die zonder voorafgaande bedwelming gedood worden afzonderlijk gefixeerd worden;

en/of

herkauwers worden niet mechanisch gefixeerd.

en/of

Fixatiesystemen waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd, worden gebruikt zonder dat de dieren worden geslacht overeenkomstig artikel 4 lid 4

en/of

Fixatiesystem waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd kunnen niet aan de afmetingen van het dier worden aangepast

en/of

Fixatiesystem waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd worden gebruikt zonder voorziening die zowel de verticale als laterale beweging van de kop beperkt.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

33

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 2

Erkend slachthuis waar ritueel slachten wordt toegepast

De bedrijfsexploitant zorgt er niet voor dat alle dieren die zonder voorafgaande bedwelming gedood worden afzonderlijk gefixeerd worden;

en/of

herkauwers worden niet mechanisch gefixeerd.

en/of

Fixatiesystemen waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd, worden gebruikt zonder dat de dieren worden geslacht overeenkomstig artikel 4 lid 4

en/of

Fixatiesystem waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd kunnen niet aan de afmetingen van het dier worden aangepast

en/of

Fixatiesystem waarin runderen ondersteboven of in een onnatuurlijke houding worden gefixeerd worden gebruikt zonder voorziening die zowel de verticale als laterale beweging van de kop beperkt.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

34

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 3

Erkend slachthuis

Verboden fixatiemethoden worden toegepast.

a. het ophangen of optakelen van dieren die bij bewustzijn zijn en/of

b t/m d (a. en b. met uitzondering van pluimvee)

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

35

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

15 lid 3

Erkend slachthuis

Verboden fixatiemethoden worden toegepast.

a. het ophangen of optakelen van dieren die bij bewustzijn zijn en/of

b t/m d (a. en b. met uitzondering van pluimvee)

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

36

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

16 lid 1

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant in het slachthuis voert geen passende monitoringsprocedures in

en/of

past ze niet toe.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

37

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

16 lid 2

Erkend slachthuis

De monitoringsprocedures omvatten geen beschrijving van de wijze waarop de in artikel 5 bedoelde controles moeten worden uitgevoerd

en/of

omvatten niet de voorwaarden uit lid 2 a t/m f.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

38

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

16 lid 3

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant heeft geen specifieke monitoringsprocedure voor elke slachtlijn ingesteld.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

39

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

16 lid 4

Erkend slachthuis

Bij de frequentie van controles is geen rekening gehouden met de belangrijkste risicofactoren; er is in de frequentie geen hoog betrouwbaarheidsniveau gewaarborgd.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

40

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

17 lid 1 t/m 3 en 6

Erkend slachthuis

De bedrijfsexploitant van een slachthuis dat meer dan 1000 GVE zoogdieren of 150.000 vogels of konijnen per jaar slacht heeft geen functionaris voor dierenwelzijn benoemd

en/of

deze functionaris functioneert niet in overeenstemming met lid 1 en 2

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

41

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

17 lid 4

Erkend slachthuis

De dierenwelzijnsfuntionaris is niet in het bezit van een getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 21. dat alle activiteiten bestrijkt in de slachthuizen waarvoor hij verantwoordelijk is.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

42

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

17 lid 5

Erkend slachthuis

De dierenwelzijnsfunctionaris houdt geen register bij van de maatregelen ter verbetering van dierenwelzijn,

ofwel hij bewaart het niet tenminste één jaar,

ofwel hij stelt het niet op verzoek ter beschikking van de bevoegde autoriteit.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via Schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

 

43

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

19

Een ieder die verantwoordelijkheid draagt voor het doden (en daarmee verbandhoudende activiteiten) van productiedieren

In een noodsituatie heeft de houder van de betreffende dieren niet alle noodzakelijke maatregelen om de dieren zo snel mogelijk te doden genomen.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

44

6.2, eerste lid WD en 5.8 RD

28 lid 1

Erkend slachthuis

De indeling en/of bouw en/of de daarin gebruikte apparatuur in het slachthuis voldoet niet aan de volgensde bepalingen van Richtlijn 93/119/EG: bijlage A deel I, punt 1 en/of deel II, punt 1 en/of punt 3 en/of de punten 6,7,8 en/of punt 9, eerste zin en/of bijlage C, deel II punt 3 onder A2 en/of B1 eerste zin en/of B2, B4 en/of de punten 4.2 en/of 4.3.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

Overgangsbepaling Geldt tot 8-12-2019 alléén voor slachthuizen, indelingen, bouw of apparatuur die vóór 1-1-2013 al operationeel waren. Voor overige slachthuizen, indelingen, bouw of apparatuur: zie regel 27 artikel 14 lid 1

45

5.3 lid 1 BD

 

Houder van runderen, eenhoevigen of loopvogels

Rundvee, eenhoevigen of loopvogels zijn buiten het slachthuis geslacht voor particulier huishoudelijk verbruik.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

46

5.3 lid 2 BD

 

Houder van schapen, geiten of varkens

Schapen, geiten of varkens zijn buiten het slachthuis geslacht zonder voorafgaande bedwelming.

of

Schapen, geiten of varkens zijn buiten het slachthuis geslacht en bedwelmd zonder gebruik van een penschiettoestel (schietmasker)

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

47

5.4 en 5.5 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming, bedoeld in artikel 5.4, geschiedt in een inrichting die daartoe niet over een registratie beschikt.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

48

5.4 en 5.5f BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming geschiedt terwijl daarbij geen op grond van artikel 8.1 van de wet aangewezen ambtenaar aanwezig is

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

49

5.4 en 5.6 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het doden van dieren zonder voorafgaande bedwelming bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, geschiedt door een persoon die niet door een organisatie als bedoeld in artikel 5.5b, tweede lid is voorgedragen om het slachtproces overeenkomstig de betrokken religieuze ritus uit te voeren en/of van die voordracht geen bewijs kan overleggen aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 5.5f eerste lid.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via Schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

 

50

5.4 en 5.7 lid 1 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het onbedwelmd doden geschiedt niet overeenkomstig de door de aangewezen ambtenaar in het belang van de bescherming van het slachtdier gegeven aanwijzingen.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

51

5.4 en 5.7 lid 3 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Naast de bij de dodingshandelingen betrokken personen en de personen die tijdens de dodingshandelingen de israëlitische of islamitische ritus verrichten, is meer dan één persoon bij het slachten aanwezig.

D

geen of (risico op) geringe aantasting dierenwelzijn

Mededeling via Schriftelijke terugkoppeling van inspectieresultaten

Nalevingshulp

Geen geplande herinspectie; controle op opheffen geringe overtreding tijdens reguliere inspectie

 

52

5.4 en 5.8 BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De persoon die belast is met het doden zonder voorafgande bedwelming van een dier beoordeelt niet voor elk dier of dit dier qua type, omvang, gewicht en mentale toestand geschikt is om zonder voorafgaande bedwelming te worden gedood en/of gaat toch over tot het doden van dit dier zonder voorafgaande bedwelming als dat dier daartoe ongeschikt is bevonden.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

53

5.4 en 5.8a BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De fixatievoorzieningen en de fixatie-uitrusting voldoen niet aan één of meer van de volgende eisen: a. verkeren in goede staat, b. bevatten geen scherpe uitsteeksels, c. bestaan uit soepel bewegende delen, zonder dat schokkende bewegingen agitatie bij het dier kunnen veroozaken, d. veroorzaken geen geluiden die stress veroozaken bij het dier; zijn geschikt voor de omvang van het te slachten dier en de diersoort, f. houden het dier voor en tijdens de fixatie in een comfortabele positie waarbij de fixatie-uitrusting of voorzieningen voldoende druk uitoefenen om het dier gefixeerd te houden, zonder daarbij onnodig stress te veroorzaken en g. beschikken over een vloer die antislip is, waardoor dieren op geen enkele wijze net voor en tijdens de fixatie kunnen uitglijden

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

54

5.4 en 5.8a BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De fixatievoorzieningen en de fixatie-uitrusting voldoen niet aan één of meer van de volgende eisen: a. verkeren in goede staat, b. bevatten geen scherpe uitsteeksels, c. bestaan uit soepel bewegende delen, zonder dat schokkende bewegingen agitatie bij het dier kunnen veroozaken, d. veroorzaken geen geluiden die stress veroozaken bij het dier; zijn geschikt voor de omvang van het te slachten dier en de diersoort, f. houden het dier voor en tijdens de fixatie in een comfortabele positie waarbij de fixatie-uitrusting of voorzieningen voldoende druk uitoefenen om het dier gefixeerd te houden, zonder daarbij onnodig stress te veroorzaken en g. beschikken over een vloer die antislip is, waardoor dieren op geen enkele wijze net voor en tijdens de fixatie kunnen uitglijden

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

55

5.4 en 5.8 lid 1 BD

9, derde lid

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het te doden dier gaat het fixatieapparaat binnen terwijl de slachter niet gereed staat met het mes om het dier te doden

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

56

5.4 en 5.8 lid 1 BD

9, derde lid

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het te doden dier gaat het fixatieapparaat binnen terwijl de slachter niet gereed staat met het mes om het dier te doden

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

57

5.4 en 5.8 lid 2 BD

5, tweede lid

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De fixatie van het te slachten dier wordt opgeheven terwijl niet overeenkomstig het gestelde in artikel 5.9a, eerste of tweede lid, zeker is gesteld dat het dier het bewustzijn heeft verloren

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

58

5.4 en 5.9 lid 1 BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De halssnede wordt toegebracht met een mes dat niet zeer scherp en gaaf is

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

59

5.4 en 5.9 lid 2 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het mes dat voor het toebrengen van de halssnede wordt gebruikt, wordt niet na iedere snede gereinigd

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

60

5.4 en 5.9 lid 2 BD

 

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het mes dat voor het toebrengen van de halssnede wordt gebruikt, wordt niet na iedere snede gereinigd

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

61

5.4 en 5.9 lid 3 en lid 6 BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De lengte van het mes dat voor het toebrengen van de halssnede wordt gebruikt is niet minimaal anderhalf tot twee keer de breedte van de hals én er wordt niet voorkomen dat de punt van het mes in de worndrand prikt

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

62

5.4 en 5.9 lid 4 BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

De halssnede wordt niet met een ononderbroken, vloeiende beweging uitgevoerd

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

63

5.4 en 5.9 lid 5 BD

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Van een dier met een te dikke vacht waardoor de halssnede minder gemakkelijk kan worden uitgevoerd, wordt de hals ter plaatse van de halssnede niet geschoren dan wel op een andere wijze geschikt gemaakt voor het uitvoeren van de halssnede

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

64

5.4 en 5.9a lid 1 en lid 2

3

Erkend slachthuis waar ritueel onbedwelmd slachten wordt toegepast

Het dier wordt niet binnen een periode van 40 seconden vanaf het moment van het aanbrengen van de halssnede bedwelmd, terwijl binnen deze periode door de slachter niet tenminste één van de volgende bewustzijnsindicatoren als negatief zijn beoordeeld: a. de geïnduceerde ooglidreflex, of b. de corneareflex en/of het dier is niet bedwelmd volgens de methoden en de desbetreffende toepassingsvoorschriften als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de verordening (EG) nr. 1099/2009.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

65

1.9 BD

 

Houder van honden, katten of ganzen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van deze houder

Honden, katten of ganzen worden gedood in gevallen die niet vallen onder de uitzonderingen genoemd in artikel 1.10 van het Besluit houders van dieren.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

Voor ganzen geldt dit niet als deze worden gedood voor de (bedrijfsmatige) productie van dierlijke producten

66

1.12 BD

 

Houder van dieren die niet onder de Verordening (EG) nr. 1099/2009 vallen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van deze houder

Bij het doden van zoogdieren, reptielen, amfibieen en vogels en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren niet elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bespaard.

C

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

67

1.12 BD

 

Houder van dieren die niet onder de Verordening (EG) nr. 1099/2009 vallen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van deze houder

Bij het doden van zoogdieren, reptielen, amfibieen en vogels en daarmee verband houdende activiteiten wordt de dieren niet elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bespaard.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

68

1.13 BD

 

Houder van dieren die niet onder de Verordening (EG) nr. 1099/2009 vallen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van dze houder

Een zoogdier, reptiel, amfibie of vogel wordt niet gedood door middel van een methode die waarborgt dat de dood onmiddellijk of na bedwelming, maar vóórdat de bewusteloosheid is geweken, intreedt, terwijl er géén sprake is van onmiddellijk gevaar voor mens of dier of van ondraaglijk lijden van het dier.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

69

1.13 BD

 

Houder van dieren die niet onder de Verordening (EG) nr. 1099/2009 vallen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van dze houder

Een zoogdier, reptiel, amfibie of vogel wordt niet gedood door middel van een methode die waarborgt dat de dood onmiddellijk of na bedwelming, maar vóórdat de bewusteloosheid is geweken, intreedt, terwijl er géén sprake is van onmiddellijk gevaar voor mens of dier of van ondraaglijk lijden van het dier.

B

(risico op) ernstige aantasting dierenwelzijn

BB

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s)

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding opnieuw een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s)

 

70

1.14 BD

 

Houder van dieren die niet onder de Verordening (EG) nr. 1099/2009 vallen; een ieder die doden uitvoert in opdracht van deze houder

Het doden van zoogdieren, reptielen, amfibieen en vogels en daarmee verband houdende activiteiten worden uitgevoerd door personen die niet aantoonbaar de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.

C

(risico op) aantasting dierenwelzijn

SW

Daarnaast indien mogelijk en nodig corrigende interventie(s), naleefhulp

Herinspectie

Bij herhaalde overtreding altijd een BB

Daarnaast: indien nodig corrigerende interventie(s), naleefhulp

 

X Noot
1

Met het van kracht worden van Vo (EG) 1099/2009 is Richtlijn (EG) 93/119 grotendeels vervallen. Maar omdat de Verordening overgangsbepalingen bevat, zie artikel 29, blijft een aantal in artikel 28 lid 1 van de Verordening genoemde punten uit Bijlagen A en C van de Richtlijn van toepassing tot uiterlijk 8 december 2019.