Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Autoriteit Consument en MarktStaatscourant 2019, 57151Overig

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 17 oktober 2019, kenmerk ACM/UIT/520452 tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in artikelen 31 van de Elektriciteitswet 1998 betreffende snelle spanningsvariaties

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

ARTIKEL I

De Netcode elektriciteit wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 2.28 komt te luiden:

  • 1. De aangeslotene toont aan dat bij machines, toestellen, materialen en onderdelen in elektrische installaties of aangesloten op elektrische installaties waarvan de elektromagnetische compatibiliteit niet is vastgelegd in een wettelijke regeling, op het netaansluitpunt wordt voldaan aan de voorschriften ter zake van elektromagnetische compatibiliteit die door de netbeheerder zijn vastgesteld.

  • 2. Voor apparatuur met een vermogen groter dan 11 kVA zijn de ”Richtlijnen voor toelaatbare harmonische stromen geproduceerd door apparatuur met een vermogen groter dan 11 kVA” uit juni 1997 uitgegeven door EnergieNed van toepassing.

B

Na artikel 2.39 wordt het artikel 2.40 ingevoegd, luidend:

  • 1. In aanvulling op artikel 2.14, tweede lid, voldoen de elektrische installatie en de daarin opgenomen machines, toestellen, materialen en onderdelen aan “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”).

  • 2. In geval van een aansluiting op een hoogspanningsnet, toont de aangeslotene door middel van berekening aan dat zijn elektrische installatie voldoet aan het eerste lid.

  • 3. In geval van een aansluiting op een middenspanningsnet, waarbij het achter de aansluiting te schakelen vermogen meer bedraagt dan de waarden opgenomen in tabel 3 van “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”), toont de aangeslotene door middel van berekening aan dat zijn elektrische installatie voldoet aan het eerste lid.

  • 4. Indien een van de leden twee of drie van toepassing is, wordt de wijze van toepassing van de “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”) vastgelegd in een uitvoeringsinstructie en als bijlage toegevoegd aan de aansluit- en transportovereenkomst.

  • 5. In aanvulling op artikel 2.28 is voor de aansluiting van éénfasige tractievoedingen op hoogspanningsnetten de “Richtlijn voor harmonische stromen en netspanningsasymmetrie bij éénfasige 25 kV-voedingen” uit maart 1999, uitgegeven door EnergieNed van toepassing.

C

Artikel 7.3, tweede lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. De snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd:

    • 1°. ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 10% Un;

    • 2°. ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 3% Un in situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen;

    • 3°. ΔUmax is kleiner dan of gelijk aan 5% Un in situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen;

    • 4°. PLT is kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week;

    • 5°. PLT is kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week.

D

Artikel 7.3, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. De snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd:

    • 1°. ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 10% Un;

    • 2°. ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 3% Un in situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen;

    • 3°. ΔUmax is kleiner dan of gelijk aan 5% Un in situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen;

    • 4°. PLT is kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week;

    • 5°. PLT is kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week.

ARTIKEL II

De Begrippencode elektriciteit wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1.1 komt het begrip “Spanning Uc“ te luiden: “Spanning Uc: de door de netbeheerder aangegeven en met de aangeslotene overeengekomen waarde van de spanning; Dit is tevens de toegekende spanning, zoals gedefinieerd in de norm “NEN-EN 50160:2010” (“Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten”);".

B

In artikel 1.1 worden op alfabetische volgorde de volgende begrippen ingevoegd:

Spanningsvariatie ΔUmax: De maximum snelle spanningsvariatie, zoals gedefinieerd in de norm “NEN-EN-IEC 61000-4-30:2015 en” (“Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) – Deel 4-30: Beproevingen en meettechnieken – Meetmethode van de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening”);

Spanning Un: De nominale spanning “nominal system voltage”, zoals gedefinieerd in de norm “NEN-EN-IEC 60038” (“CENELEC normen toegekende spanning”);

Spanningsvariatie ΔUss: De stationaire snelle spanningsvariatie, zoals gedefinieerd in de norm “NEN-EN-IEC 61000-4-30:2015 en” (“Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) – Deel 4-30: Beproevingen en meettechnieken – Meetmethode van de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening”);

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 17 oktober 2019

Autoriteit Consument en Markt, namens deze: F.J.H. Don bestuurslid

Als u rechtstreeks belanghebbende bent, kunt u tegen dit besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het postadres is: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt zijn ontvangen. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en moet ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevatten. Voorts moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten en dient een afschrift van het bestreden besluit te worden meegezonden.

TOELICHTING

1 Samenvatting

  • 1. Met dit besluit stelt de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een wijziging van de code vast. De kwaliteitseisen die afnemers van de netbeheerder mogen verwachten op netten vanaf 1 kV worden aangepast. Het betreft de snelle spanningsvariatie; dit zijn de veranderingen van de spanning binnen een fractie van een seconde. Ook bepaalt deze codewijziging de maximale toelaatbare netvervuiling die een afnemer mag veroorzaken.

2 Aanleiding en gevolgde procedure

  • 2. De ACM stelt op grond van artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 regelgeving vast voor de energiemarkt. Dit besluit is tot stand gekomen op basis van een voorstel van Netbeheer Nederland dat de ACM op 20 juni 2016 heeft ontvangen. Met dit voorstel worden de snelle spanningsvariaties vastgelegd op netten van 1 kV en hoger.

  • 3. Als onderdeel van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure heeft de ACM het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken ter inzage gelegd en gepubliceerd op haar internetpagina. De terinzagelegging is gemeld in de Staatscourant van 14 juni 2019. De ACM heeft belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen zes weken hun zienswijzen op het ontwerp kenbaar te maken.

  • 4. De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat bedoeld in Richtlijn 2015/1535. Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.

3 Beoordeling

3.1 Procedureel

  • 5. De ACM constateert dat het voorstel op 26 mei 2016 in een overleg met representatieve organisaties is besproken. In het voorstel is een verslag opgenomen van dit overleg en de indieners hebben in het voorstel aangegeven welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die organisaties naar voren hebben gebracht. Naar het oordeel van de ACM voldoet het voorstel daarmee aan de vereisten bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid van de Elektriciteitswet.

3.2 Inhoudelijk

  • 6. De ACM is van mening dat de kwaliteitscriteria redelijk zijn. Zowel de kwaliteit die netbeheerders aan afnemers bieden als de eisen die aan afnemers worden gesteld, zijn in lijn met Europese normen.

  • 7. De ACM constateert dat de codewijziging voornamelijk dwingend verwijst naar normen die niet openbaar beschikbaar zijn en alleen tegen betaling raadpleegbaar zijn. Aangezien de code algemeen verbindende voorschriften bevat, is de ACM in beginsel van mening dat de codes zelfstandig leesbaar moeten zijn. Hierover heeft de ACM overleg gehad met Netbeheer Nederland waarbij alternatieven zijn besproken waarin geen (dwingende) verwijzingen naar de niet-openbare normen voorkwamen.

  • 8. In dit geval is de ACM echter tot de conclusie gekomen dat de (dwingende) verwijzing naar niet-openbare normen redelijk is. Ten eerste hebben deze normen een diepgaand technisch detail dat ervoor zorgt dat de eisen proportioneel zijn. De normen beschrijven bijvoorbeeld meerdere manieren om te voldoen aan de eisen. Daarnaast betreft het aansluitingen op netten waarbij professionele installatiebedrijven betrokken zullen zijn. Het mag verwacht worden dat deze installatiebedrijven bekend zijn met de in deze codewijziging genoemde normen. Ook zijn deze normen gangbaar in de sector, waardoor verwacht mag worden dat installaties ontworpen worden aan de hand van deze normen. Tenslotte hebben diverse rechtscolleges geoordeeld dat het dwingend verwijzen naar niet-openbare normen in voorkomende gevallen geoorloofd is (zie bijv. ECLI:NL:HR:2012:BW0393 of ECLI:NL:RVS:2011:BP2750). Gegeven de hierboven genoemde punten oordeelt de ACM dat dit ook nu het geval is.

  • 9. De ACM komt tot het oordeel dat de wijzigingen niet in strijd zijn met de belangen, regels en eisen bedoeld in artikel 36, eerste en tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998.

  • 10. De ACM heeft het codevoorstel tekstueel aangepast naar de op 22 december 2018 nieuw vastgestelde Netcode elektriciteit. Tevens heeft de ACM in overleg met Netbeheer Nederland en TenneT de artikelen voor de duidelijkheid anders gestructureerd.

4 Reactie op ontvangen zienswijzen

  • 11. De ACM heeft reacties ontvangen van Netbeheer Nederland en De Vereniging voor Energie, Milieu en Water (hierna: VEMW). Onderstaand gaat de ACM in op de zienswijzen.

  • 12. Netbeheer Nederland heeft aangegeven dat er vermoedelijk een onbedoeld verschil is tussen het codewijzigingsvoorstel en het ontwerpbesluit. Netbeheer Nederland noemt dat de wijzigingen die door middel van artikel I, onderdeel C, van het ontwerpbesluit worden aangebracht in artikel 7.3, tweede lid, onderdeel b, van de Netcode elektriciteit, ook moeten worden aangebracht in artikel 7.3, derde lid, onderdeel b. Het tweede lid betreft middenspanning, het derde lid betreft hoogspanning. Beide passages zijn in de oude situatie identiek en moeten dat na het aanbrengen van de wijzigingen wederom zijn.

  • 13. De ACM is van oordeel dat er inderdaad een onbedoeld verschil is opgetreden tussen het codewijzigingsvoorstel en het ontwerpbesluit. Daarom is nu bij artikel I van dit besluit ook onderdeel D opgenomen, die artikel 7.3 derde lid, onderdeel b, van de Netcode elektriciteit in lijn brengt met het tweede lid, onderdeel b, van hetzelfde artikel.

  • 14. VEMW stelt in haar zienswijze dat met artikel 2.28, eerste lid, de netbeheerder de vrijheid wordt gegeven om zelf nader de elektromagnetische compatibiliteit te bepalen. VEMW is van mening dat de netbeheerder geen bevoegdheden mag worden toegekend voor situaties waarin niet is voorzien en verwijst hierbij onder andere naar de rechtszaak ECLI:NL:CBB:2002:AE8312. Daarom verzoekt VEMW de ACM deze restbevoegdheid bij dit ontwerpbesluit te verwijderen.

  • 15. De ACM gaat niet mee in de zienswijze van VEMW, omdat artikel 2.28, eerste lid, geen inhoudelijke wijziging van de netcode is, maar slechts een vernummering is van het eerdere artikel 2.39, vijfde lid, onder b. Hiermee heeft het onderhavige besluit op dit punt geen rechtsgevolg.

  • 16. Tevens verzoekt VEMW een toelichting op de eis “ΔUmax < 5% Un in situatie zonder uitval van productie, grote afnemers of verbindingen”. De ACM constateert dat het voorstel beschrijft dat deze eis is afgeleid uit “NPR-IEC/TR 61000-3-7 (en)”. Tabel 6 van “NPR-IEC/TR 61000-3-7 (en)” geeft de waarde aan en “note 2” bij deze tabel geeft aan dat bij niet-normale systeemtoestanden een hogere waarde kan gelden.

’s-Gravenhage, 17 oktober 2019

Autoriteit Consument en Markt, namens deze: F.J.H. Don bestuurslid