Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZeelandStaatscourant 2019, 56238Instelling gemeenschappelijke regelingen



Besluit van Provinciale Staten van Zeeland houdende eerste wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland

Logo Zeeland

Besluit van Provinciale Staten van Zeeland, de raden van Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen en de toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap Scheldestromen; ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft.

  • Overwegende dat we de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland in overeenstemming willen brengen met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en het verzoek van de Vereniging van Zeeuwse gemeenten om de onderlinge samenwerking te verbeteren tussen deelnemers en gemeenschappelijke regelingen;

  • Gelet op het voorstel van het Dagelijks Bestuur inzake de eerste wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland,

  • Gelet op het rapport “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke Regelingen” van de Vereniging van Zeeuwse gemeenten.

  • Gelet op Hoofdstuk VI van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • Gelet op de toestemming van provinciale staten van Zeeland, de toestemmingen van de raden van Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen en de toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap Scheldestromen;

Besluiten vast te stellen de eerste wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland:

 

Artikel I

A. Aan artikel 1 wordt een lid m toegevoegd, luidende:

  • m.

    Deelnemers: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, gedeputeerde staten van de provincie en het dagelijks bestuur van het waterschap.

 

B. Artikel 45 komt als volgt te luiden:

Artikel 45: Bijdragen van deelnemers

  • 1.

    In de begroting staat welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de Regionale uitvoeringsdienst. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de vijftiende dag van maand een/twaalfde deel van de bedoelde bijdrage.

  • 2.

    De gemeenten, de provincie en het waterschap zullen er steeds zorg voor dragen, overeenkomstig de systematiek voor kostentoedeling opgenomen in de bijdrageverordening, bedoeld in artikel 44, eerste lid, dat de Regionale uitvoeringsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen, onverminderd het bepaalde in artikel 1:1, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 van de Provinciewet.

 

C. Artikel 46 komt als volgt te luiden:

Artikel 46: (Gereserveerd)

 

D. Artikel 47 komt als volgt te luiden:

Artikel 47: Begrotingsprocedure

  • 1.

    Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 15 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren van de Regionale uitvoeringsdienst aan de vertegenwoordigende organen. Het bepaalde in art. 194 lid 1 van de Provinciewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

  • 2.

    De ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen wordt door de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 194 lid 2 en 3 van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De vertegenwoordigende organen kunnen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de vertegenwoordigende organen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

  • 4.

    Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 16, eerste lid, wordt de begroting met twee derde meerderheid vastgesteld.

  • 5.

    De begroting moet in evenwicht zijn.

  • 6.

    Het dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, maar in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 7.

    Nadat deze is vastgesteld, stuurt het algemeen bestuur de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan de vertegenwoordigende organen.

  • 8.

    Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing.

  • 9.

    Het bestuur geeft deelnemers de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te geven over begrotingswijzigingen. Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen een programma van de eigen begroting kunnen worden opgevangen of die geen belangrijke beleidswijzigingen betreffen of geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.

 

E. Artikel 48 komt als volgt te luiden:

Artikel 48 Reserve

  • 1.

    De Regionale uitvoeringsdienst vormt een reserve ten laste van de bijdragen van de gemeenten, de provincie onderscheidenlijk het waterschap aan de uitvoeringskosten tot maximaal 5% van de jaaromzet, inclusief de bijdrage van de deelnemers.

  • 2.

    Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het dagelijks bestuur. Bij beslissingen op verzoeken van deelnemers hierover past het dagelijks bestuur de afspraken tussen de deelnemers over de te vormen reserve toe.

 

F. Artikel 49 komt als volgt te luiden:

Artikel 49 (Gereserveerd)

 

G. Artikel 50 komt als volgt te luiden:

Artikel 50: Jaarstukken

  • 1.

    Het dagelijks bestuur legt vóór 15 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemers te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.

  • 2.

    De jaarstukken worden gelijktijdig ter informatie aan de vertegenwoordigende organen toegezonden.

  • 3.

    Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt haar vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, evenals de bijdragen die de deelnemers betalen in het eventuele exploitatietekort.

  • 4.

    De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezonden, maar vóór 15 juli.

  • 5.

    Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken verleent - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.

 

Artikel II

Deze eerste wijziging in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.

 

Artikel III

Dit besluit kan worden aangehaald als “eerste wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale uitvoeringsdienst Zeeland”.

 

Artikelsgewijze toelichting op wijzigingen

 

Toelichting op de artikelen en wijzigingen in Hoofdstuk 4: Financiën van de Regionale uitvoeringsdiensthoofdstuk. Van de VZG modelregeling is geen artikelsgewijze toelichting beschikbaar.

 

Artikel 44: Kostentoerekening

Ongewijzigd. Bevat de juridische basis voor de bijdrageverordening.

 

Artikel 45: Bijdragen van de gemeenten

Nieuw artikel, is artikel 26 uit het VZG model. Het 2e lid bevat de garantstelling uit het oude artikel 46. Die tekst is specifieker dan die over garanties in het VZG model.

 

Artikel 46

Vervalt.

 

Artikel 47: Begrotingsprocedure

Nieuw artikel, is artikel 25 uit het VZG model. De leden 4 en 5 bevatten elementen uit respectievelijk de huidige GR RUD Zeeland artikelen 47 lid 3 en 49 lid 1, welke niet terugkomen in het VZG model:

  • 1.

    Lid 4 nieuw bevat de eis dat de begroting met 2/3 meerderheid met worden vastgesteld.

  • 2.

    Lid 5 nieuw stelt dat de begroting in evenwicht moet zijn.

 

Artikel 48: Reserve

Nieuw artikel, is artikel 27 uit het VZG model.

 

Artikel: 49

Vervalt.

 

Artikel 50: Jaarstukken

Nieuw artikel, is artikel 28 uit het VZG model.