Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
HaarlemmermeerStaatscourant 2019, 53667Verkeersbesluiten



Verkeersbesluit – gemeente Haarlemmermeer – Leimuiderbrug – Leimuiderdijk

Logo Haarlemmermeer

Onderwerp: herinrichting op grond van Visie Ringdijk

Nummer: X.2019.08643

Gelet op het volgende:

• Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

• Op grond van artikel 15, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

• De Algemene wet bestuursrecht (AWB) vereist zorgvuldigheid en belangenafweging bij de totstandkoming van besluiten, waaronder verkeersbesluiten. Artikel 3:2 van de AWB schrijft voor dat het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart. Naast de belangenafweging bepaalt artikel 3:4 van de AWB dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

• Artikel 21 van het BABW bevat voorschriften omtrent de motivering van verkeersbesluiten. Het verkeersbesluit moet in ieder geval weergeven welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij moet worden aangegeven welke van de in artikel 2, eerste en tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde belangen ten grondslag liggen aan het besluit. Indien tevens andere van die belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen.

• Artikel 2 van de Wegenverkeerswet noemt de volgende doelen:

  • 1.

    In eerste instantie:

    • a.

      het verzekeren van de veiligheid op de weg;

    • b.

      het beschermen van weggebruikers en passagiers;

    • c.

      het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

    • d.

      het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

  • 2.

    In tweede instantie ook voor:

    • a.

      het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

    • b.

      het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

• Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) dient overleg te worden gevoerd met de korpschef van de Nationale Politie.

• De vermelde wegen zijn in eigendom, beheer en onderhoud van de gemeente Haarlemmermeer.

• Krachtens artikel 18, lid 1 onder d, van de Wegenverkeerswet 1994 worden verkeersbesluiten genomen door het college van B&W. In het Mandaat-, machtiging en volmachtbesluit Haarlemmermeer 2016 is voor het nemen en intrekken van verkeersbesluiten een ondermandaat verleend aan de cluster- en teammanagers van de cluster B&O (Beheer & Onderhoud). De bevoegdheid tot het nemen en intrekken van verkeersbesluiten die een permanente geslotenverklaring betreffen is niet (onder)gemandateerd. Het treffen van fysieke maatregelen op of aan de weg die leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken is derhalve een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders.

Overwegingen en motivatie

De Leimuiderdijk in Leimuiderbrug wordt opnieuw ingericht. De herinrichting vindt plaats volgens de afspraken gemaakt in de door de gemeenteraad vastgestelde Visie Ringdijk en de input uit de informatiebijeenkomsten van het inrichtingsontwerp.

Dat betekent voor Leimuiderbrug in eerste instantie uitsluitend een afsluiting van de Leimuiderdijk voor gemotoriseerd verkeer, uitgevoerd door een fysieke maatregel, in de vorm van een middeneiland en flexpalen, ingeleid met markering. Hoewel de verkeersintensiteit laag is (700 mvt/werkdag aan de zuidkant, 1.800 mvt/werkdag aan de noordkant) klagen bewoners over de hoge snelheid van het verkeer.

De beoogde locatie voor de knip is op de Leimuiderdijk onder de N207. Deze locatie ligt voor de hand omdat de dijk aan beide zijden van de N207 wordt ontsloten door de Weteringweg. Er is nauwelijks sprake van een omrijdbeweging. Vanwege de bestaande hoogtebeperking onder de Leimuiderbrug/N207 kunnen landbouwverkeer en vrachtverkeer hier nu al niet passeren.

Langzaam verkeer kan zijn weg vervolgen. Het gedeelte van de Leimuiderdijk onder de brug wordt door bebording aangeduid als (brom) fietspad. Voor voetgangers is al een trottoir aanwezig. Ter inleiding van de knip worden borden L8 geplaatst met daarop uitgezonderd fietsers en bromfietsers.

Door deze wegafsluiting zullen de intensiteiten op de dijk dalen, waarmee deze veiliger en leefbaarder wordt. Hoewel de dijk geen functie heeft als doorgaande weg neemt de Weteringweg deze ‘functie’ over. Gezien het karakter van deze weg, een ontsluitingsweg met een maximum van 60 km/u, past dit in de wegenstructuur.

Op de delen van de Leimuiderdijk waar geen trottoirs aanwezig zijn (vooral buiten de bebouwde kom) worden mogelijk zogenaamde jaagpaden aangelegd. Voetgangers kunnen dan op een pad door de berm langs de rijbaan lopen. De gemeente onderzoekt nog of deze paden aangelegd kunnen worden.

Met de maatregelen wordt beoogd de verkeersveiligheid te waarborgen en de leefbaarheid en de waarde voor het recreatieve verkeer te verbeteren. De inrichting heeft tevens als doel de cultuurhistorische waarde van de Ringdijk te behouden en verder te versterken.

Maatregelen (bebording en belijning)

De volgende maatregelen worden getroffen:

1. het afsluiten van de Leimuiderdijk, onder de N207, door een fysieke maatregel, in de vorm van een middeneiland en flexpalen, ingeleid met markering;

2. het gedeelte van de Leimuiderdijk, onder de N207 aan te duiden als (brom)fietspad (borden G12a RVV 1990);

3. het instellen van een gebod om het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft op de Leimuiderdijk op de vluchtheuvel (borden D2 RVV 1990).

Het aanduiden van een doodlopende weg is niet besluitplichtig.

De aan te brengen bebording en maatregelen staan aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening met het nummer 2019-100-802.

Motivering Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994):

Motivatie van de maatregel geschiedt uit het oogpunt van:

• artikel 2, lid 1a van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het verzekeren van de veiligheid op de weg;

• artikel 2, lid 1b van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het beschermen van weggebruikers en passagiers;

• artikel 2, lid 1d van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

• artikel 2, lid 2a van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;

• artikel 2, lid 2b van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994, het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

Door de maatregelen wordt van de belangen genoemd in artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 er een geschaad, namelijk het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer (lid 1d). Omdat met de herinrichting de verkeersveiligheid en de leefbaarheid, maar ook de waarde voor het recreatieve verkeer wordt verbeterd, wegen de met het besluit gediende belangen zwaarder.

Belangenafweging

Bewoners

De maatregelen zijn in het belang van bewoners omdat de verkeersveiligheid en de leefbaarheid worden verbeterd. De belangen van bewoners aan de doodlopende straten worden licht geschaad omdat zij een korte omrijdbeweging moeten maken, maar ook voor hen wordt het verkeersveiliger en leefbaarder.

Bedrijven

Door de maatregelen bestaat de kans dat de belangen van bedrijven licht geschaad worden omdat er minder verkeer langs komt. Echter bedrijven kunnen ook juist profiteren van de maatregelen, omdat de verkeerssituatie verkeersveiliger en leefbaarder wordt.

(Doorgaand) gemotoriseerd verkeer

De belangen van doorgaand gemotoriseerd verkeer worden niet geschaad. De Ringdijk heeft geen doorgaande functie.

Vrachtverkeer

De maatregelen hebben geen gevolgen voor vrachtverkeer, zij kunnen immers nu ook al niet onder de N207 door.

Landbouwverkeer

De maatregelen hebben geen gevolgen voor landbouwverkeer, zij kunnen immers nu ook al niet onder de N207 door.

Langzaam verkeer

De maatregelen zijn in het belang van langzaam verkeer omdat de verkeersveiligheid en de leefbaarheid verbeteren.

Openbaar vervoer

De maatregelen hebben geen gevolgen voor openbaar vervoer.

Nood- en hulpdiensten

Door de maatregelen worden de belangen van nood- en hulpdiensten licht geschaad. De doodlopende wegen zijn 100 en 120 meter lang, waardoor mogelijk moet worden omgereden. Deze afstanden zijn echter zeer beperkt. Er wordt vanwege de korte afstanden niet voorzien in een speciale ruimte om te keren, dat kan op de rijbaan. De weg is breder dan 5,00 meter.

Parkeerders

De maatregelen hebben geen gevolgen voor parkeerders.

Algemeen belang

Met de maatregelen wordt beoogd de verkeersveiligheid te waarborgen en de leefbaarheid en de waarde voor het recreatieve verkeer te verbeteren. Dit is in het algemeen belang.

Afweging

Alles afwegende zijn burgemeester en wethouders van mening dat de maatregel in het algemeen belang is en in bijzonder in het belang van bewoners en langzaam verkeer. De belangen van doorgaand verkeer en die van de nood- en hulpdiensten worden licht geschaad, maar de belangen van bewoners en langzaam verkeer wegen zwaarder, omdat er voor doorgaand verkeer een alternatieve route beschikbaar is. De Ringdijk is op grond van de Visie Ringdijk niet bestemd voor doorgaand verkeer.

 

Voorbereiding en overleg

Voorbereiding

De maatregelen komen voort uit het participatietraject dat gevoerd is in het kader van de Visie op de Ringdijk en meerdere bewonersbijeenkomsten voor de bewoners van de Leimuiderdijk in Leimuiderbrug.

Over de maatregelen is eind 2018 gecommuniceerd en in een overleg met de dorpsraad in februari 2019.

Overleg politie en hulpdiensten

Overleg met de Nationale Politie heeft plaatsgevonden in de Werkgroep Verkeer, waarin de door de korpschef gemachtigde medewerker verkeersadvisering, alsmede de Brandweer en Connexxion, vertegenwoordigd zijn. Op 23 maart 2019 is reeds een ontwerpbesluit gepubliceerd (nummer X.2019.04437). Op 05-03-2019 is dit ontwerpbesluit behandeld in de Werkgroep Verkeer. De leden van de Werkgroep zijn akkoord met de voorgestelde maatregelen. Omdat de formulering van het ontwerp besluit is gewijzigd, is het aangepaste ontwerpbesluit voorgelegd aan de politie. Deze kan instemmen met de maatregel.

Voorbereidingsprocedure

Om de rechtstreeks bij het verkeersbesluit betrokken belangen goed af te kunnen wegen verdient het de aanbeveling om, vooral bij complexe en omstreden maatregelen, een voorbereidingsprocedure te volgen. Hiervoor heeft het ontwerp verkeersbesluit vier weken ter inzage gelegen. Hierop zijn twee zienswijzen ingediend.

Zienswijze 1

De indiener van zienswijze 1 verwacht omzetdaling door de afsluiting van de dijk en verzoekt om planschade van € 1.500 per week. De indiener wil geen verkeersborden 30 meter links en 30 meter rechts van zijn land.

Reactie van de gemeente op zienswijze 1

De indiener van de zienswijze heeft de verwachte omzetdaling niet onderbouwd. De beoogde locatie voor de knip is op de Leimuiderdijk onder de N207. Deze locatie ligt voor de hand omdat de dijk aan beide zijden van de N207 wordt ontsloten door de Weteringweg. De omrijdbeweging van het verkeer is daarom gering. Bovendien kunnen landbouwverkeer en vrachtverkeer hier nu al niet passeren, vanwege een bestaande hoogtebeperking onder de Leimuiderbrug/N207. De niet onderbouwde vermindering van de omzet weegt niet op tegen de verbeterde leefbaarheid van de bewoners van de dijk.

 

Conclusie zienswijze 1

De zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerp verkeersbesluit aan te passen of af te zien van de afsluiting van de Leimuiderdijk.

 

Zienswijze 2

De indiener van zienswijze 2 is van mening dat:

• de maatregel te zwaar is voor het probleem: in de ochtend- en avondspits is het druk op de dijk, maar dit is op te lossen door bijvoorbeeld een spitsafsluiting;

• de huizen en horecagelegenheden aan de dijk worden minder bereikbaar, dit leidt tot omzetdaling voor ondernemers; fietsers zijn voor deze ondernemers niet de belangrijkste doelgroep.

• Klanten van de horecagelegenheden moeten keren of achteruit rijden, hierdoor ontstaan mogelijk zelfs onveilige situaties;

• Tijdens de inloopbijeenkomst waren er geen ondernemers of bewoners die blij waren met de maatregelen, dit terwijl deze beogen de woon- en werkomgeving leefbaarder en aantrekkelijker te maken.

Indiener van zienswijze 2 verzoekt de afsluiting te herzien en naar een andere oplossing te kijken, bijvoorbeeld een spitsafsluiting met een camera.

Reactie van de gemeente op zienswijze 2

Het voorstel van de indiener van zienswijze 2 voor een andere oplossing, bijvoorbeeld een spitsafsluiting met camera, is vanwege de korte afstand van de omrijdbeweging niet wenselijk. De uitvoering met camera’s is bovendien duur en deze zijn onderhoudsgevoelig. De kosten hiervan wegen niet op tegen de baten. Landbouwverkeer en vrachtverkeer kunnen hier nu al niet passeren, vanwege een bestaande hoogtebeperking onder de Leimuiderbrug/N207. De weg is ons inziens breed genoeg om te kunnen keren. Omdat er geen doorgaand verkeer meer is, is het tevens luwer en veiliger om te keren. Verder blijft de bereikbaarheid gegarandeerd, wel is er sprake van een eventuele omrijdbewegingen.

De niet onderbouwde vermindering van de omzet weegt niet op tegen de verbeterde leefbaarheid van de bewoners van de dijk.

Conclusie zienswijze 2

De zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerp verkeersbesluit aan te passen of af te zien van de afsluiting van de Leimuiderdijk.

 

Publicatie

Het besluit wordt gepubliceerd in de Digitale Staatscourant.

Besluiten

In overeenstemming met de tekening met het nummer 2019-100-802, die een onderdeel is van dit besluit, wordt besloten tot de volgende verkeersmaatregelen:

1. het afsluiten van het gedeelte van de Leimuiderdijk in Leimuiderbrug onder de N207 door een fysieke afsluiting, zoals bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994;

2. het aanduiden van het gedeelte van de Leimuiderdijk in Leimuiderbrug onder de N207 als een verplicht (brom-)fietspad, door het plaatsen van borden conform model G12a uit bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) 1990 onder de N207;

3. het aanduiden van de verplichte rijrichting bij de vluchtheuvels op de Leimuiderdijk onder de N207 door het plaatsen van borden conform model D2 uit bijlage I van het RVV 1990;

4. dit besluit ter openbare kennis te brengen in de Staatscourant. 

 

burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

 

de secretaris,

 

 

drs. Carel Brugman

 

de burgemeester,

 

 

Marianne Schuurmans-Wijdeven

 

 

 

 

Collegebesluit: 17 september 2019, kenmerk 2019.0052911 

 

Terinzagelegging

Het besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant (overheid.nl). Het besluit en de tekening waarop de maatregelen staan aangegeven, liggen gedurende zes weken vanaf de publicatiedatum voor een ieder na een telefonische afspraak ter inzage op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur in het Informatiecentrum van het raadhuis, Raadhuisplein 1 in Hoofddorp.

 

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken, binnen zes weken na publicatie van dit besluit een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlemmermeer, het cluster Juridische Zaken van het team Ondersteuning, Postbus 250, 2130 AG Hoofddorp. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland, p/a Arrondissementsrechtbank Haarlem, sector Bestuursrecht Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. Een dergelijk verzoek kan pas worden gedaan als het bezwaarschrift is ingediend en onverwijlde spoed, gelet op het betrokken belang, dat vereist. Voor de behandeling van het verzoek wordt een bedrag aan griffierecht geheven.