Regeling van de Minister van Financiën van 18 september 2019, FM 2019-0000150196, directie Financiële Markten, tot wijziging van de Regeling financiële markten BES 2012 in verband met vaststelling van de hoogst toegelaten kredietvergoeding per 1 januari 2020

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 7:20, eerste lid, van het Besluit financiële markten BES;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Artikel 2:5a van de Regeling financiële markten BES wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘23 procent’ vervangen door ‘22 procent’.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op kredietovereenkomsten met een vaste kredietvergoeding die zijn afgesloten voor 1 januari 2020. Voor die overeenkomsten bedraagt de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding:

    • a. voor overeenkomsten, afgesloten tussen 1 januari 2013 en 1 april 2015: 24 procent op jaarbasis;

    • b. voor overeenkomsten, afgesloten tussen 1 april 2015 en 1 januari 2020: 23 procent op jaarbasis.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W. Hoekstra

TOELICHTING

De Regeling financiële markten BES 2012 (Rfm BES) is gebaseerd op de Wet financiële markten BES (Wfm BES) en het Besluit financiële markten BES (Bfm BES), en bevat een nadere uitwerking van een aantal in die wet, respectievelijk dat besluit geregelde onderwerpen. De Rfm BES is per april 2015 aangepast, in die zin dat de maximale kredietvergoeding is verlaagd van 24 procent naar 23 procent. Vanwege in de praktijk opgedane ervaringen is er aanleiding om de maximale kredietvergoeding per 2020 te verder te verlagen van 23 procent naar 22 procent.

Op grond van artikel 5:15 Wfm BES mag een kredietaanbieder geen hogere kredietvergoeding, vertragingsvergoeding of vergoeding voor vervroegde aflossing in rekening brengen dan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen maxima. Ingevolge de artikelen 7:20 en 7:21 Bfm BES worden de maximale kredietvergoeding, uitgedrukt in een effectief percentage op jaarbasis aan totale kosten ten opzichte van het kredietbedrag, en de maximale vertragingsvergoeding vastgesteld bij ministeriële regeling. Van 1 januari 2013 tot 1 april 2015 bedroeg de maximale kredietvergoeding 24 procent. In de toelichting bij de desbetreffende regeling was het voornemen aangekondigd het maximum, afhankelijk van de verdere marktontwikkelingen, in volgende jaren in stappen te verlagen. In dat kader is het maximum met ingang van 1 april 2015 verlaagd naar 23 procent en wordt het maximum met ingang van 1 januari 2020 verlaagd naar 22 procent (artikel 2:5a, eerste lid).

Overwogen is dat de marktontwikkelingen zich niet tegen een verlaging van de maximale kredietvergoeding verzetten. Het sinds 1 april 2015 geldende verlaagde maximum van 23 procent wordt goed nageleefd, heeft geen verstoring van de markt tot gevolg gehad en is effectief gebleken ter voorkoming van woekerrentes. De meeste kredietverlenende partijen hanteren nu al percentages die onder het maximum van 22 procent liggen. Er is wel aanleiding om bij verdere verlaging van de maximale kredietvergoeding de marktontwikkelingen te blijven volgen.

In artikel 2:5a, tweede lid, is geregeld dat de verlaging niet van toepassing is op kredietovereenkomsten met een vaste kredietvergoeding die zijn afgesloten voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling. Voor die kredietovereenkomsten geldt de toentertijd geldende maximale kredietvergoeding. In het geval van oversluiten van de overeenkomst, bijvoorbeeld om het kredietbedrag te verhogen, is het verlaagde maximum van 22 procent van toepassing. Hetzelfde geldt voor op 1 januari 2020 reeds bestaande kredietovereenkomsten waarbij de kredietvergoeding variabel is of op een afgesproken tijdstip wordt aangepast. In dat geval mag de kredietvergoeding vanaf de eerste aanpassing niet hoger zijn dan het verlaagde maximum.

De conceptregeling is openbaar geconsulteerd van 8 juli tot en met 6 september 2019 via www.internetconsultatie.nl. Hierop zijn een tweetal reacties ontvangen. Een eerste respondent geeft geen inhoudelijke reactie op de geconsulteerde regeling. Daarnaast heeft één kredietverstrekker, CityShop, gereageerd op de consultatie. CityShop waarschuwt in haar reactie dat de kosten voor het verstrekken van krediet niet langer in verhouding staan tot de (rente)inkomsten van consumptief krediet na verlaging van de maximale kredietvergoeding. Als oorzaak wijst zij op de inleenrente en het grotere risico op wanbetaling vergeleken met Nederland. In haar reactie vraagt Cityshop om aandacht voor de ‘cashcultuur’, de hoge mate waarin consumenten met contant geld betalen en toezicht op kredietverstrekking op de BES-eilanden.

In reactie hierop wordt opgemerkt dat de voorgestelde maatregel als neveneffect kan hebben dat de verhouding tussen de kosten van het verstrekken van krediet en de inkomsten uit kredietverlening verandert. Voor de meeste kredietaanbieders zal dit naar verwachting niet aan de orde zijn, omdat deze op dit moment al rentes hanteren van minder dan 22%. Een eerdere verlaging heeft niet tot marktverstoring geleid. Gelet op het voornemen om de maximale kredietvergoeding in stappen te verlagen, prevaleert in dit geval het doel om hoge kosten tegen te gaan in het belang van de consument. De bankcultuur op de BES heeft de aandacht, maar beleid op dit terrein kan los worden gezien van deze maatregel. Tot slot wordt opgemerkt dat de Autoriteit Financiële Markten intensief toezicht houdt op naleving van de Rfm BES. Zij zal ook de marktontwikkeling op de BES in brede zin na invoering van de regeling aandachtig volgen.

De Minister van Financiën, W. Hoekstra

Naar boven