Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2019, 52164 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2019, 52164 | Besluiten van algemene strekking |
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op art. 2 van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
commissie, bedoeld in artikel 2;
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
1. Er is een Evaluatiecommissie KNAW.
2. De commissie heeft tot taak de KNAW te evalueren aan de hand van de in de toelichting bij dit besluit geformuleerde vragen. Bij het uitvoeren van deze evaluatie wordt ook de eigen evaluatie van de KNAW door de commissie betrokken.
De commissie wordt ingesteld voor de periode van 1 september 2019 tot 1 april 2020.
1. Voor instellingsduur van de commissie worden tot lid van de commissie benoemd:
– dr. K. Dittrich, tevens voorzitter;
– prof. dr. W. van Gunsteren;
– prof. dr. A Bergmans; en
– prof. dr. K.I. van Oudenhoven-van der Zee.
2. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een vervanger benoemen.
3. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, ter beschikking gesteld door Technopolis BV. De secretaris is geen lid van de commissie.
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder op persoonlijke titel ambtelijke deskundigen.
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
1. De voorzitter en de andere leden ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van art. 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in art. 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.
2. De vergoeding per vergadering van de leden bedraagt maximaal 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt maximaal 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.
1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
– de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning,
– de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en
– de kosten voor publicatie van rapportages.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
De commissie biedt de minister gelijktijdig met het eindrapport een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Organisatie en Bedrijfsvoering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
Sinds de laatste evaluatie van de KNAW in 2014 hebben zich de nodige veranderingen voltrokken in het Nederlands wetenschappelijke bestel. Zo is in verschillende gremia de discussie ontstaan over de ‘waarde van wetenschap’. Ook in de onlangs verschenen Wetenschapsbrief ‘nieuwsgierig en betrokken’ staat de ‘waarde van wetenschap’ centraal. Deze wordt vertaald in drie ambities.
1. Nederlandse wetenschap heeft mondiale impact,
2. Wetenschap is verbonden met de samenleving,
3. Nederland is een kweekvijver en haven voor talent.
De KNAW wordt geëvalueerd tegen de achtergrond van bovengenoemde veranderingen en ambities in relatie tot de rol die zij vervult in en voor het Nederlandse wetenschapsbestel en op internationaal vlak. Verder evalueert de commissie de manier waarop de KNAW uitvoering geeft aan haar wettelijke taken en de rollen die zij zelf onderscheidt in het Strategisch Plan 2016–2020 (genootschap, adviesorgaan en institutenorganisatie).
In 2014 heeft de KNAW een Akademie van Kunsten opgericht; een platform voor kunstenaars uit alle artistieke disciplines. Ook deze Akademie van Kunsten dient te worden geëvalueerd.
Ik verzoek de commissie specifiek de volgende vragen te beantwoorden.
– Is de KNAW effectief en doelmatig in de vervulling van haar taken ten aanzien van het genootschap, de adviesfunctie en de institutenorganisatie? En wat betekent het dat deze drie functies bij één organisatie zitten?
– Is de samenstelling van het Genootschap adequaat? Wat is het resultaat van de veranderingen die de KNAW de afgelopen jaren naar aanleiding van de uitkomsten van de vorige evaluatie heeft doorgevoerd, bijvoorbeeld ten aanzien van de diversiteit binnen het ledenbestand?
– Is de KNAW in staat gebleken over de volle breedte van het wetenschappelijk werkveld adviezen uit te brengen aan de overheid en aan het wetenschapsveld? Zijn de adviezen effectief?
– Beheert de KNAW haar instituten effectief en doelmatig en hoe vervult zij haar rol als institutenbeheerder? Hoe verhoudt dit zich tot de uitkomsten van de evaluatie van het Institutenstelsel?
– Is te voorzien dat de KNAW erin zal slagen haar missie, zoals geformuleerd in het Strategisch Plan 2016–2020, waar te maken?
– In de laatste Strategische Agenda 2016-2020 stelt de KNAW ‘verbinden’ centraal. Hoe vervult de KNAW haar rol in het leggen van verbindingen en als verbinder? Is in dit kader de wijze waarop de KNAW haar (bestuurlijke) relaties onderhoudt optimaal?
– Welke rol speelde de KNAW in de ontwikkelingen en veranderingen in het wetenschapsbestel in de afgelopen jaren en vervulde zij deze rol adequaat? Hoe past de rol van de KNAW in het bestel bij het in praktijk brengen van de ambities van de onlangs verschenen Wetenschapsbrief? Tegen de achtergrond van de ontwikkelingen is het wenselijk de evaluatie van de KNAW niet beperkt te houden tot het interne functioneren van de Akademie, maar juist ook de rol in het Nederlandse kennislandschap te belichten.
– Welke aanbevelingen kan de commissie doen voor de rol die de KNAW zou moeten vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel van de komende tien tot twintig jaar, gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld?
– Is de Akademie van Kunsten erin geslaagd nieuwe verbindingen tussen kunstenaars en wetenschappers tot stand te brengen? En heeft het onderbrengen bij de KNAW hierbij een rol gespeeld?
– Heeft de Akademie van Kunsten kunnen bijdragen aan een bredere aandacht voor de rol van de kunsten in het primair en voortgezet onderwijs?
– Is er met de oprichting van de Akademie van Kunsten sprake van een grotere samenhang en verbinding tussen de verschillende kunstdisciplines onderling?
– Is de Akademie van Kunsten aanjager van publiek debat over de kunsten en over de kunsten in relatie tot andere disciplines?
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-52164.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.