Besluit tot wijziging van het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

Gelet op artikel 32d, eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 671a lid 1 en 669, leden 1, 3, onderdeel a, en 5 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Ontslagregeling en de artikelen 4:4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

ARTIKEL I

De bij het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015 behorende bijlage Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen (versie augustus 2018) wordt vervangen door de nieuwe bijlage Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen (versie oktober 2019).

ARTIKEL II

De nieuwe bijlage, bedoeld in artikel I, ligt ter inzage bij de locaties van de afdeling Arbeidsjuridische dienstverlening van UWV WERKbedrijf en is te raadplegen op de website www.uwv.nl.

ARTIKEL III

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2019.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Amsterdam, 20 augustus 2019

A. Paling Voorzitter Raad van Bestuur

TOELICHTING

De als bijlage bij het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015 behorende Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen vormen een nadere uitwerking van, en toelichting op, bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek, de Wet melding collectief ontslag, de Ontslagregeling en de Regeling UWV ontslagprocedure.

De UWV Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen (hierna: Uitvoeringsregels) bevatten een artikelsgewijs overzicht van de relevante wettelijke en ministeriële regels over ontslag om bedrijfseconomische redenen. Daarnaast geven de Uitvoeringsregels nadere duidelijkheid over (het waarom van) de benodigde, verplicht gestelde, gegevens die verstrekt moeten worden in een procedure en de wijze waarop de wettelijke bepalingen over ontslag worden toegepast en beoordeeld.

Sinds de inwerkingtreding van de Uitvoeringsregels versie augustus 2018 zijn het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en de Ontslagregeling gewijzigd en heeft de Hoge Raad een aantal vragen beantwoord. De wijzigingen en uitleg zijn verwerkt in een nieuwe versie van de Uitvoeringsregels (oktober 2019) die de versie van augustus 2018 vervangt. De gewijzigde regelgeving en de nadere toelichting zijn in de nieuwe versie opgenomen. De wijzigingen worden hierna toegelicht.

De Hoge Raad heeft in het ANWB arrest een nadere uitleg gegeven bij artikel 3 van de Ontslagregeling. Het komt erop neer dat onder omstandigheden de bedrijfseconomische reden voor ontslag niet getoetst wordt bij de onderneming maar bij een bedrijfsonderdeel van de onderneming, als dat ten dienste staat van een doelmatige bedrijfsvoering en het bedrijfsonderdeel voldoende zelfstandigheid heeft. Deze nadere uitleg is verwerkt in paragraaf 1.9 van de Uitvoeringsregels.

In paragraaf 2.12 van de Uitvoeringsregels is de nadere uitleg van de Hoge Raad over uitwisselbare functie verwerkt (KLM arrest). Toegelicht is dat de criteria van artikel 13 Ontslagregeling limitatief zijn. Van belang is wat de functie in de praktijk in het algemeen (dus niet op basis van de specifieke invulling door een individuele werknemer) behelst. Bij de vergelijking van functies zijn ook de omstandigheden waaronder deze functies worden verricht, relevant. Vervolgens zijn voorbeelden van omstandigheden toegevoegd.

De Hoge Raad heeft in het Shell arrest bepaald dat het bij het herplaatsingsvereiste niet gaat om een resultaatsverplichting van de werkgever, maar om wat in de gegeven omstandigheden in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd. Daarmee wordt de werkgever een zekere beoordelingsruimte gelaten. Deze uitspraak is verwerkt in paragraaf 3.4 van de Uitvoeringsregels.

Uit de toelichting bij artikel 9 van de Ontslagregeling volgt dat de vrijheid van de werkgever om bij herplaatsing de werknemer te selecteren die het meest geschikt is, beperkt wordt als een functie geheel vervalt en delen van die functie terugkomen in een andere functie (zogenoemde stoelendans). Dan moet de werkgever kort gezegd die functie aanbieden aan de werknemer die ‘geschikt’ is op basis van de omgekeerde afspiegelingsvolgorde. In paragraaf 3.4.3 van de Uitvoeringsregels is een uitspraak van de Hoge Raad verwerkt dat die verplichting tot het aanbieden van de functie op basis van de hoogste afspiegelingsrechten niet geldt ten aanzien van werknemers die weliswaar niet als ‘geschikt’ zijn aangemerkt, maar wel als (door om- of bijscholing) ‘geschikt te maken’ (ANWB arrest).

Met ingang van 25 mei 2018 zijn de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de invoeringswet in werking getreden. Op die datum is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ingetrokken. De ontslagbescherming van de functionaris voor de gegevensbescherming is per 25 mei 2018 niet meer geregeld in het BW maar in artikel 38 van de AVG. Het opzegverbod is gewijzigd van een ‘tijdens’ naar een ‘wegens’ opzegverbod en is niet langer een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 lid 1 tot en met 4 en lid 10 BW. De verwijzing naar dit opzegverbod is verwijderd in de paragrafen 4.1 en 4.2.1 van de Uitvoeringsregels.

Artikel 7:673d van het Burgerlijk Wetboek bevat de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers. De werkgever mag, als hij voldoet aan een drietal financiële criteria, voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst maanden die gelegen zijn voor 1 mei 2013 buiten beschouwing laten bij het vaststellen van de hoogte van de transitievergoeding. Uit een evaluatie is gebleken dat deze drie financiële criteria als te streng worden ervaren. Om die reden zijn de in artikel 24, tweede lid, van de Ontslagregeling opgenomen criteria om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling met ingang van 1 januari 2019 verruimd. Door de criteria te verruimen wordt beoogd dat meer werkgevers ondanks de slechte financiële situatie, toch afscheid van één of meerdere werknemers kunnen nemen en aan hen een (lagere) transitievergoeding kunnen verstrekken. Deze wijziging is verwerkt in paragraaf 6.2 van de Uitvoeringsregels.

De nieuwe versie van de Uitvoeringsregels wordt na publicatie van het besluit in de Staatscourant op de website www.uwv.nl geplaatst en ter inzage gelegd bij de locaties van de afdeling Arbeidsjuridische dienstverlening van UWV WERKbedrijf.

A. Paling Voorzitter Raad van Bestuur

Naar boven