Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2019, 51585Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 13 september 2019, nr. 2019-0000134144, tot wijziging van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen in verband met enige technische wijzigingen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 22 van de Wet arbeid vreemdelingen;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 1, tweede lid, van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen wordt ‘Minister van Veiligheid en Justitie’ vervangen door ‘Minister van Justitie en Veiligheid’.

ARTIKEL II

Bijlage I van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 wordt als volgt gewijzigd:

A

In de paragrafen 1, 4 en 29 wordt ‘Minister van Veiligheid en Justitie’ telkens vervangen door ‘Minister van Justitie en Veiligheid’.

B

Na paragraaf 18 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:

18a. Toets aan prioriteitgenietend aanbod bij voortgezet verblijf

In artikel 3.31 van het Vreemdelingenbesluit is bepaald dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ kan worden verleend wanneer geen afwijzingsgrond van toepassing is uit, onder meer, de artikelen 8 en 9 van de Wav. Met betrekking tot een vreemdeling die minder dan 5 jaar heeft beschikt over een verblijfsvergunning met de beperking ‘verblijf als familie- of gezinslid’ met de aantekening ‘arbeid vrij toegestaan’ en die vanwege het verbreken van de relatie een verblijfsvergunning ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt, toetst het UWV op verzoek van de IND of met het verrichten van de arbeid een wezenlijk Nederlands arbeidsmarktbelang wordt gediend. Deze toets houdt in dat UWV beoordeelt of voor de functie die de vreemdeling reeds vervult prioriteitgenietend aanbod aanwezig is.

C

Paragraaf 25 komt te luiden:

25. Vestiging kleine bedrijven

Bij een verblijf van korter dan drie maanden wordt ten behoeve van het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten alleen een tewerkstellingsvergunning afgegeven, als uit een door een deskundige instantie opgesteld ondernemingsplan blijkt dat deze bedrijfsactiviteiten en de onderneming voldoende levensvatbaar en economisch haalbaar zijn. Het moet gaan om een reeds in het buitenland actieve werkgever. In dat geval kan ten aanzien van een vreemdeling die binnen het bedrijf een sleutelpositie heeft, worden afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b en c, van de Wav. Er wordt aangetoond dat het verblijf van het sleutelpersoneel in Nederland ook daadwerkelijk noodzakelijk is voor het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten. De beloning van het sleutelpersoneel is marktconform. Het UWV stelt nadere regels vast over de inhoud van het ondernemingsplan. Indien het een verblijf van langer dan drie maanden betreft gelden de bovengenoemde voorwaarden ook voor het advies over het verlenen of verlengen van de gecombineerde vergunning. De gecombineerde vergunning wordt eerst voor een jaar verleend, zodat na afloop van dat jaar kan worden bekeken of de bedrijfsactiviteiten nog plaatsvinden en aangetoond kan worden dat deze levensvatbaar is.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2019.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 september 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Met deze wijzigingen van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014 (RuWav) en de bijbehorende Bijlagen I en II worden enkele technische wijzigingen doorgevoerd.

In paragraaf 25 van Bijlage I, die ziet op vreemdelingen die naar Nederland komen ten behoeve van het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten, is verduidelijkt dat het reeds moet gaan om een situatie waar er een al een actieve internationale werkgever is. Deze paragraaf is immers in het leven geroepen om Nederland aantrekkelijker te maken voor het internationale bedrijfsleven. Het betreft hier ondernemingen die nog niet voldoen aan het omzetcriterium zoals dat geldt voor internationale concerns als bedoeld in paragraaf 24 van de RuWav. In de regel zal het bedrijf wel de potentie hebben om in de toekomst aan dit omzetcriterium te kunnen voldoen. Wanneer vreemdelingen onder de reikwijdte van de ICT-richtlijn vallen, kan er geen gebruik gemaakt worden van deze regeling.

Bij wijziging van 25 maart 2015 (Stcrt. 2014, 8189) is de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid geïntroduceerd in de RuWav ter implementatie van Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (PbEU 2011, L 343). In paragraaf 25 is abusievelijk de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid niet verwerkt. Dit is alsnog gebeurd.

Daarnaast is een paragraaf toegevoegd die verduidelijkt op welke wijze de arbeidsmarkttoets plaatsvindt bij voortgezet verblijf na de beëindiging van een relatie. In artikel 3.31 van het Vreemdelingenbesluit is bepaald dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ kan worden verleend wanneer geen afwijzingsgrond van toepassing is uit, onder meer, de artikelen 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). In de situatie van voortgezet verblijf na beëindiging van een relatie houdt dit in dat UWV alleen toetst of voor de functie die de vreemdeling reeds vervult, prioriteitgenietend aanbod aanwezig is (artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wav). UWV stuurt de IND jaarlijks ten behoeve van deze aanvragen een algemeen advies over de situatie op de arbeidsmarkt. De IND vraagt UWV om een individueel arbeidsmarktadvies indien de arbeid niet valt onder dit advies. Ten aanzien van laag- of ongeschoolde arbeid kan in de regel door de IND een besluit worden genomen op basis van het algemene arbeidsmarktadvies van UWV op grond waarvan kan worden aangenomen dat er voldoende prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt aanwezig is. Hiermee wordt de bestendige uitvoeringspraktijk vastgelegd.

Handhavingstoets

De conceptregeling is aan de Inspectie SZW voorgelegd met het verzoek de conceptregeling te toetsen op handhaafbaarheid. De Inspectie SZW heeft aangegeven dat de voorgestelde wijzigingen de handhaafbaarheid van de Wet arbeid vreemdelingen niet beïnvloeden.

Regeldruk

De administratieve lasten (het voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid) en de inhoudelijke nalevingskosten (de kosten voor het kunnen voldoen aan de inhoudelijke verplichtingen zoals vastgelegd in wet- en regelgeving) vormen gezamenlijk de kosten die samenhangen met regeldruk. Het kabinet streeft er naar de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals terug te dringen. Bij de voorbereiding van dit voorstel is nagegaan of sprake is van regeldrukeffecten.

In paragraaf 25 van Bijlage I, die ziet op vreemdelingen die naar Nederland komen ten behoeve van het starten, wijzigen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten, is verduidelijkt dat het reeds moet gaan om een situatie waar er een al actieve internationale werkgever is. Verder is in paragraaf 25 abusievelijk invoering van de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid niet verwerkt. Dit is alsnog gebeurd. Verder is een paragraaf toegevoegd die verduidelijkt op welke wijze de arbeidsmarkttoets plaatsvindt bij voortgezet verblijf na de beëindiging van een relatie. Met deze paragraaf wordt de bestendige uitvoeringspraktijk vastgelegd.

Beide wijzigingen zien enkel op verduidelijkingen van al bestaande beleid en brengen derhalve geen wijziging in regeldruk met zich mee. Dit voorstel heeft dan ook, alles bijeen genomen, geen effecten op de totale regeldruk.

Het voorstel is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). ATR zich kan vinden in de analyse en conclusie ten aanzien van de gevolgen voor de regeldruk.

Den Haag, 13 september 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees