Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2019, 50781Benoemingen en ontslagen

Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 9 september 2019, nr. 2019-0000149369, houdende instelling van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals

De Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ministerie:

het Ministerie van Financiën;

b. Staatssecretaris:

de Staatssecretaris van Financiën;

c. Adviescommissie:

de adviescommissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2 Instelling

Er is een Adviescommissie belastingheffing van multinationals.

Artikel 3 Taak

  • 1. De Adviescommissie heeft tot taak om vanuit haar deskundigheid te adviseren over maatregelen die leiden tot een grondslagverbreding van de vennootschapsbelasting, waarbij tegelijkertijd oog wordt gehouden voor het behoud van hoofdkantooractiviteiten in Nederland.

  • 2. Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies is de commissie bevoegd aanbevelingen te doen.

  • 3. De commissie rapporteert over haar bevindingen (gepland eind 2019).

Artikel 4. Samenstelling, benoeming

  • 1. De Adviescommissie bestaat uit zowel externe als interne bij het Rijk werkzaam zijnde deskundigen. De voorzitter van de Adviescommissie is de heer dr. B. ter Haar. Verder bestaat de Adviescommissie uit elf leden. De heer prof. mr. J. Bellingwout (extern), mevrouw drs. M. de Jong, de heer drs. G. de Keizer, mevrouw dr. S. Kok, de heer prof. mr. dr. J. Langer, de heer prof. dr. A. Lejour, mevrouw drs. E. van Rijswijk (extern), de heer prof. dr. J. van de Streek (extern), de heer dr. H. Vrijburg (extern), de heer prof. dr. M. de Wilde (extern), de heer drs. J. Wouters.

  • 2. De benoeming geschiedt voor de duur van de Adviescommissie.

  • 3. Bij tussentijds vertrek van de voorzitter of een lid kan de Staatssecretaris een andere voorzitter of lid benoemen.

Artikel 5. Instellingsduur

De Adviescommissie wordt ingesteld met ingang van 1 augustus 2019 en wordt opgeheven na oplevering van het eindrapport (gepland eind 2019).

Artikel 6 Secretariaat

  • 1. De Staatssecretaris voorziet in het secretariaat van de Adviescommissie.

  • 2. Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan (de voorzitter van) de commissie.

  • 3. Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

Artikel 7 Werkwijze

  • 1. De Adviescommissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2. De Adviescommissie kan zich op onderdelen laten bijstaan door personen van zowel binnen als buiten de overheid, van wie de deskundige bijdrage van belang kan zijn voor het onderzoek.

  • 3. De Adviescommissie verantwoordt haar werkwijze in het eindrapport.

Artikel 8 Vergoeding

De leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, dan wel werkzaam voor het Rijk, ontvangen een vaste vergoeding per maand, gebaseerd op salarisschaal 18, trede 10 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De arbeidsduurfactor is 4/36.

Artikel 9 Openbaarmaking onderzoekscommissie

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de Adviescommissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Staatssecretaris uitgebracht of overgedragen.

Artikel 10 Archiefbescheiden

De Adviescommissie draagt zo spoedig mogelijk na afloop van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het ministerie.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2019. Dit besluit vervalt met ingang van de dag na de datum waarop de Adviescommissie haar eindrapport heeft opgeleverd.

Artikel 12. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als; Instellingsbesluit Adviescommissie belastingheffing van multinationals.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel

TOELICHTING

Onderhavige regeling heeft tot doel de instelling van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals. Aanleiding tot het instellen van deze commissie is een aangenomen motie van het lid Omtzigt cs. om een commissie in te stellen, bestaande uit experts, intern en extern, die over een half jaar adviseert over maatregelen om de belastingheffing over winsten van multinationals eerlijker te maken, terwijl Nederland aantrekkelijk blijft voor hoofdkantoren. Voor meer achtergrond wordt verwezen naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 25 juni jl. (Kamerstukken II 2018/2019, 32 140, nr. 52).

De Adviescommissie krijgt de opdracht om maatregelen te adviseren die leiden tot een grondslagverbreding in de vennootschapsbelasting, waarbij tegelijkertijd oog wordt gehouden voor het behoud van hoofdkantooractiviteiten in Nederland. Deze adviesvraag wordt hieronder nader uitgewerkt.

  • Welke maatregelen en/of beleidsvarianten adviseert de commissie die zorgen voor een grondslagverbreding (voor multinationals) binnen het huidige stelsel, waarbij oog is voor het effect op de aantrekkelijkheid van Nederland voor hoofdkantoren? Daarbij wordt verzocht de herverdelingseffecten, effecten op investeringen, werkgelegenheid, economische groei, administratieve lasten voor bedrijven en uitvoeringsgevolgen voor de Belastingdienst zoveel mogelijk in kaart te brengen. Tevens wordt verzocht de geadviseerde maatregelen te bezien in het licht van de actuele ontwikkelingen in EU en OESO op dit terrein.

  • Wat zijn de kansen en bedreigingen van het multilaterale speelveld zoals grondslagharmonisatie in de EU en BEPS 2.0 om tot een gelijkmatiger verdeling van de winstbelasting over verschillende sectoren/bedrijven te komen binnen de context van de belastingheffing bij multinationals?

Om deze adviesvraag te kunnen beantwoorden zal de Adviescommissie in ieder geval de volgende onderwerpen laten onderzoeken:

  • Classificeer de vpb-opbrengsten naar verschillende soorten bedrijven en sectoren. Inventariseer door welk soort bedrijven de vpb momenteel voornamelijk wordt opgebracht. In hoeverre gaat het om multinationals of nationaal georiënteerde bedrijven, gaat het om grote of kleine bedrijven? Ga daarbij specifiek in op de belastingafdracht door multinationals en geef inzicht in achterliggende factoren en de relatie met andere economische parameters.

  • Op welke onderdelen wijkt de Nederlandse Vpb (voor multinationals) wezenlijk af van de winstbelasting in – in ieder geval – de ons omringende en qua economie vergelijkbare landen? Op welke van deze onderdelen groeien stelsels naar elkaar toe? Zijn er alternatieve (onderdelen van) systemen waar we van kunnen leren? Op welke onderdelen onderscheidt Nederland zich nu en welke effecten heeft dat op de economie en belastingontvangsten (in Nederland en in andere landen)?

  • Wat is het belang van multinationals en hoofdkantoren voor de Nederlandse economie? Wat betekent dat voor de te maken keuzes bij de belastingheffing op multinationals?

  • Is sprake van een toegenomen belastingconcurrentie/-ontwijking? Wat dat betekent voor de belastingheffing op multinationals?

Binnen zes maanden, dat betekent nog in 2019, komt de Adviescommissie met concrete voorstellen.

De Adviescommissie valt niet onder de Kaderwet adviescolleges, gegeven de overwegend ambtelijke samenstelling.

Voor de vormgeving en de inrichting van de commissie is voor het overige aangesloten bij de Leidraad instellen externe commissies. De grondslag voor de vergoeding is de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en het mede daarop gebaseerde instellingsbesluit voor de commissie.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel