Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2019, 50334Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 2 september 2019, nr. WJZ/ 19208991, tot wijziging van de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen in verband met een aangepaste beoordelingsrichtlijn voor het certificaat f-gassen voor ondernemingen

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (PbEU L 150), Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende ozonlaag afbrekende stoffen (herschikking) (PbEU L 286) en de artikelen 6, derde en vierde lid, 9, derde en vierde lid, 11, tweede lid, 12, eerste lid, onderdeel g, en tweede lid, en 14, vijfde lid, van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, onderdeel c, wordt ‘versie 1.2, 1 mei 2017’ vervangen door ‘versie 2.0, 6 juni 2019’.

B

In artikel 10, tweede lid, onderdeel f, wordt ‘BRL 200’ vervangen door ‘BRL 100’.

C

In artikel 14 wordt ‘1 januari 2020’ vervangen door ‘1 april 2020’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 2 september 2019

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

TOELICHTING

In de Regeling gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen (hierna: de regeling) wordt uitvoering gegeven aan het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen (hierna: het besluit). Het besluit en de regeling strekken ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 842/2006 (hierna: F-gassenverordening), Verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende ozonlaagafbrekende stoffen en een aantal andere uitvoeringsverordeningen die in de nota van toelichting bij het besluit zijn opgesomd (Staasblad 2015, 356). Laatstgenoemde verordeningen betreffen met name de minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van de certificering van bedrijven en personeel.

De Regeling is op twee onderdelen gewijzigd: er wordt verwezen naar de meest recente versie van de BRL 100 en er is een onvolkomenheid herstelt in artikel 10, tweede lid, onderdeel f. Deze wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Nieuwe versie BRL 100

De F-gassenverordening stelt een certificaat verplicht voor natuurlijke personen en ondernemingen die bepaalde werkzaamheden verrichten aan apparatuur die gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen bevat. In de Regeling is dit verder uitgewerkt. Er is onder andere geregeld dat certificaten moeten worden afgegeven door instellingen die daartoe beschikken over een erkenning die wordt verleend door de Minister van Infrastructuur en Milieu (valt nu onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat). Voor het afgeven van certificaten zijn deze instellingen gebonden aan de richtlijnen die zijn opgenomen in BRL 100 (voor de certificering van ondernemingen) en BRL 200 (voor de certificering van personen). In deze door marktpartijen ontwikkelde beoordelingsrichtlijnen zijn de eisen opgenomen waaraan ondernemingen en natuurlijke personen moeten voldoen om een certificaat te verkrijgen.

Onlangs is een aantal wijzigingen doorgevoerd in de BRL 100 en verwerkt in een nieuwe versie. Deze wijzigingen betreffen het doel van de BRL, de verklaring van conformiteit door certificeringsinstellingen, de eisen aan het personeel van certificeringsinstellingen, het kwaliteitsmanagement, het toevoegen van voorbeelden van werkinstructies en verduidelijking van de certificeringsprocedure met een onderscheid tussen audit en inspectie. Verder zijn gehanteerde begrippen gewijzigd zodat deze beter aansluiten op de certificatiepraktijk, zijn verbeteringen doorgevoerd in het model van het certificaat en zijn de relaties met de F-gassenverordening verduidelijkt. Deze wijzigingen zijn nodig om de BRL 100 geschikt te maken voor accreditatie. Vorig jaar heeft de Raad voor Accreditatie geconstateerd dat de BRL 100 nog niet geschikt was. Omdat de benodigde aanpassingen van de BRL 100 veel tijd en afstemming kosten en de certificeringsinstellingen bovendien nog geaccrediteerd moeten worden op basis van de aangepaste BRL, heeft de toenmalige Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu besloten om de accreditatieverplichting die is opgenomen in artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van deze regeling, op te schorten tot 1 januari 2020 (zie Stcrt. 2017, nr. 31757). De afgelopen periode heeft Rijkswaterstaat die beheerder is van de BRL 100, overleggen gevoerd met de Raad voor Accreditatie en vertegenwoordigers van marktpartijen en certificeringsinstellingen. Deze partijen hebben ingestemd met de wijzigingen in de BRL 100, maar hebben daarbij aangegeven niet op 1 januari 2020 te kunnen voldoen aan de gewijzigde BRL. Daarom wijzigt deze regeling de ingang van de accreditatieverplichting naar 1 april 2020. De komende periode zullen de certificeringsinstellingen het accreditatieproces doorlopen bij de Raad voor Accreditatie zodat zij voor 1 april 2020 beschikken over de vereiste accreditatie.

Met artikel I, onderdeel A, van de onderhavige regeling wordt ervoor gezorgd dat in de Regeling naar de meest recente versie van de BRL 100 wordt verwezen. De BRL 100 kan worden geraadpleegd op http://www.infomil.nl.

Herstel onvolkomenheid

In artikel 10, tweede lid, aanhef en onderdeel f, stond ten onrechte dat een instelling die ondernemingen certificeert alleen beoordelingen laat uitvoeren door personeel dat voldoet aan de overige eisen die zijn gesteld in de BRL 200. De BRL 200 bevat eisen die gelden voor instellingen die natuurlijke personen certificeren. In plaats van BRL 200 moet hier dan ook BRL 100 staan. Met artikel I, onderdeel B, van deze regeling wordt deze onvolkomenheid hersteld.

Financiële gevolgen

De onderhavige regeling heeft geen gevolgen voor de lasten voor burgers, bedrijven en instellingen.

Advies en consultatie

De wijzigingen in de onderhavige regeling zijn afgestemd met het Adviescollege van deskundigen waarin alle aanbiedende en vragende marktpartijen zijn vertegenwoordigd en met de certificeringsinstellingen en de Raad voor Accreditatie. Om deze reden heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden.

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Het is gewenst dat de onderhavige reparatie van de Regeling zo spoedig mogelijk kenbaar is voor alle marktpartijen en in werking treedt. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling is in overeenstemming met de vaste verandermomenten.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes