Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
De Nederlandsche BankStaatscourant 2019, 43629Convenanten

Convenant Pilot Serious Crime Taskforce

Inhoud

Artikel 1 –

Definities

Artikel 2 –

Doel pilot Serious Crime Taskforce

Artikel 3 –

Organisatie en werkwijze algemeen

Artikel 4 –

Doelbinding

Artikel 5 –

Herkomst van Informatie

Artikel 6 –

Juridische toets en randvoorwaarden bij delen en verder verwerken van Informatie

Artikel 7 –

Rechten van Betrokkene

Artikel 8 –

Communicatie

Artikel 9 –

Financiering

Artikel 10 –

Wijziging

Artikel 11 –

Duur, opzegging en beëindiging

Artikel 12 –

Evaluatie

Convenant Pilot Serious Crime Taskforce

PARTIJEN:

  • 1.

    • ABN AMRO Bank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan Gustav Mahlerlaan 10, 1082 PP Amsterdam, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. T.J.A.M. Cuppen en dhr. A.M. van Dorp.

    • ING Bank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan Bijlmerplein 888, 1102 MG Amsterdam, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. V.P. van den Boogert en mw H. Erftemeijer.

    • Coöperatieve Rabobank U.A., statutair gevestigd te Amsterdam en mede kantoorhoudend aan Croeselaan 18, 3512CB Utrecht, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. A.M.W.J. Keijsers en dhr. W. de Klijne.

    • de Volksbank N.V., statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudend aan Croeselaan 1, 3512 BJ Utrecht, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. J.R. Dijst en mw. M.N. Verhoeven.

Hierna gezamenlijk te noemen: ‘Private Partijen’ en afzonderlijk te noemen: ‘Private Partij’,

EN

  • 2.

    • Het Openbaar Ministerie, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage, Prins Clauslaan 16, 2595 AJ Den Haag, hierna te noemen: ‘OM’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. G.T. Hofstee.

    • De Nationale Politie, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage, Nieuwe Uitleg, 2514 BP Den Haag, hierna te noemen: ‘Politie’ hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. G. Veldhuis.

    • De Financial Intelligence Unit – Nederland, kantoorhoudend te Zoetermeer, Europaweg 45, 2711 EM, hierna te noemen ‘FIU-NL’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. H.M. Verbeek-Kusters.

    • De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, kantoorhoudend te Utrecht, Croeselaan 14, 3521 CA, hierna te noemen: ‘FIOD’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. J. van der Vlist.

Hierna gezamenlijk te noemen: ‘Publieke Partijen’ en afzonderlijk te noemen: ‘Publieke Partij’,

Private Partijen en Publieke Partijen hierna gezamenlijk te noemen: ‘Convenantpartners’.

DE VOLGENDE OVERWEGINGEN IN AANMERKING NEMENDE:

  • Nederland is een doorvoerland voor drugs en criminele geldstromen. De Nederlandse productie van xtc, mdma en speed zou in 2017 goed zijn geweest voor een wereldomzet van 18,9 miljard euro.1 Daarnaast worden er recordhoeveelheden cocaïne onderschept in de Nederlandse havens.2 De winsten dienen uiteindelijk te worden witgewassen alvorens te kunnen worden besteed in de bovenwereld. De omvang van witwassen in Nederland in 2014 wordt geschat op 16 miljard euro, bestaande uit zowel nationale als internationale criminele winsten.3

  • Deze en andere vormen van georganiseerde criminaliteit zijn niet altijd direct even zichtbaar. Het gaat om crimineel handelen dat de potentie heeft om sluipenderwijs een zodanige sociale en economische invloed te ontwikkelen, dat het de fundamenten van de rechtsstaat kan ondermijnen en daarmee ook de veiligheid en integriteit van de samenleving. De ondermijnende effecten daarvan worden steeds zichtbaarder, waardoor men is gaan speken van ‘ondermijnende criminaliteit’. In het kader van dit initiatief wordt daaronder verstaan (de combinatie van) extreem geweld, witwassen en corruptie en contrastrategieën.4

  • Georganiseerde criminaliteit is een money-driven business. Aan crimineel geld komen is één ding, om het uit te kunnen geven in boven- (en/of onder)wereld dient het geld (grotendeels) te worden witgewassen. Chartaal geld wordt daarmee giraal.

  • Een sleutelrol bij deze vormen van criminaliteit is weggelegd voor de zgn. ‘brokers’. Dit betreft een relatief kleine groep zeer invloedrijke personen5 die (contacten voor het verlenen van) criminele diensten aanbiedt aan andere criminelen. Daarnaast heeft de criminele industrie de legale bovenwereld nodig om criminele activiteiten te kunnen voortzetten via logistieke en financiële stelsels. De zgn. ‘brokers’ zijn personen in de bovenwereld die hiervoor worden ingeschakeld. ‘Brokers’ blijven doorgaans buiten het zicht van de opsporing. Door middel van zicht op geldtransacties kan zicht worden verkregen op personen achter de geldstromen. Door een aanpak op witwassen in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: ‘Wwft’) kan de onderliggende criminaliteit worden aangepakt.

  • Met interventies tegen deze sleutelfiguren kan de georganiseerde criminaliteit in Nederland een stevige klap worden toegebracht. Daarvoor is een sterkere, meer geïntegreerde samenwerking tussen Publieke en Private Partijen noodzakelijk en moeten deze partijen direct, efficiënt en naar proportionaliteit gegevens kunnen uitwisselen.

  • De Private Partijen beschikken over transactiegegevens die betrekking hebben op (rechts)personen, welke (rechts)personen door de Publieke Partijen in verband kunnen worden gebracht met (de financiering van) Serious Crime. Door het gericht verstrekken van beperkte Informatie door de Publieke Partijen over de hiervoor genoemde Brokers worden de Private Partijen waar mogelijk beter in staat gesteld om binnen de eigen systemen en in samenwerking met elkaar dergelijke relevante transacties te identificeren, deze in kaart te brengen en als de door deze personen uitgevoerde geldtransacties zo nodig als ongebruikelijk te kwalificeren en te melden aan FIU-NL, zoals wettelijk verplicht. Dit kan de Private Partijen bovendien mogelijk in staat stellen om (aanvullende) maatregelen te nemen om de integriteit van de sector te versterken. Voor de Publieke Partijen kunnen deze meldingen essentieel zijn bij het voorkomen en opsporen van Serious Crime en de financiering daarvan.

  • Publieke Partijen streven naar steeds effectievere en proportionele methoden om Serious Crime (zie artikel 1.14) te bestrijden;

  • Financiële instellingen zijn in het kader van de Wwft reeds verplicht tot het verrichten van cliëntenonderzoek en het melden van verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transacties aan de FIU-NL. Private Partijen willen vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en in het kader van de Wwft verplichting hier een bijdrage aan leveren om mede op deze wijze de integriteit van de financiële sector te beschermen.

  • De FIU-NL kan ten behoeve van de uitvoering van haar taken nadere inlichtingen vragen bij de instelling die onder meer een melding van een ongebruikelijke transactie heeft gedaan, alsmede bij de instelling die betrokken is bij een transactie waarnaar de FIU-NL onderzoek doet.

  • Het Financieel Expertise Centrum (hierna: ‘FEC’) is een samenwerkingsverband dat tot doel heeft om de integriteit van de financiële sector te versterken. De partijen binnen het FEC hebben reeds de nodige ervaring opgedaan met publiek-private samenwerking en daarmee successen geboekt.

  • Effectieve bestrijding van Serious Crime vereist samenwerking tussen Publieke en Private Partijen. Het delen van Informatie, waaronder persoonsgegevens, is ten behoeve van de samenwerking noodzakelijk. Met de kwalificering van bestrijding Serious Crime als zwaarwegend algemeen belang is het delen van Informatie gerechtvaardigd.

  • Convenantpartners wensen deze samenwerking in eerste instantie in de vorm van een pilot te betrachten. Dit Convenant Pilot Serious Crime Taskforce legt de afspraken vast tussen de Convenantpartners in het kader van deze pilot.

  • Deze samenwerking doet op geen enkele wijze afbreuk aan bestaande wettelijke bevoegdheden, verplichtingen en geldende privacywetgeving van zowel de Private als de Publieke Partijen. De Private Partijen onderstrepen dat deze samenwerking in geen geval tot doel of strekking heeft om de concurrentie tussen partijen te beperken. De Private Partijen zullen gedurende de Samenwerking de principes van het mededingingsrecht te allen tijde eerbiedigen.

  • De afspraken over informatie-uitwisseling in het kader van deze pilot gelden zoals neergelegd in dit Convenant en bijbehorende werkbeschrijving. Het FEC-informatieprotocol op basis waarvan Informatie wordt uitgewisseld tussen publieke partijen in FEC-verband is niet van toepassing op de in dit Convenant gemaakte afspraken.

GELET OP:

  • De politietaak zoals opgenomen in artikel 3 Politiewet.

  • De taken van de FIOD zoals opgenomen in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (Wet BOD).

  • De taken van het OM zoals opgenomen in artikel 124 Wet Rechterlijke organisatie (Wet RO).

  • De taak van de FIU-NL zoals opgenomen in artikel 13 van de Wwft en het instellingsbesluit FIU-NL.

  • De taken van de financiële instellingen zoals opgenomen in de Wwft.

VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

Artikel 1 – Definities

In dit Convenant wordt verstaan onder:

1.1. AVG:

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, de Algemene verordening gegevensbescherming).

1.2. Betrokkene:

een geïdentificeerd of identificeerbare natuurlijke persoon op wie een Persoonsgegeven betrekking heeft (artikel 4 lid 1 AVG of art. 1 onder g Wet politiegegevens (Wpg).

1.3. Convenant:

het onderhavige Convenant Pilot Serious Crime Taskforce.

1.4. FEC:

het Financieel Expertise Centrum. Een samenwerkingsverband dat tot doel heeft om de integriteit van de financiële sector te versterken. Het bestuur van het FEC wordt gevormd door de FEC-raad. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers van de FEC-partners en waarnemers op bestuurlijk niveau.

1.5. FEC-eenheid:

entiteit van de FEC-partners, die werkzaamheden verricht voor de FEC-partners en bemand wordt door medewerkers van de FEC-partners.

1.6. GAZO-principe:

Geen Actie Zonder Overleg in de zin van artikel 6.3 van dit Convenant.

1.7. Informatie:

gegevens, waaronder Persoonsgegevens en/of Politiegegevens, die in het kader van dit Convenant door een Convenantpartner worden verstrekt aan een andere Convenantpartner.

1.8. NIBO:

Nationaal Inlichtingen Beeld Ondermijning (NIBO),een gecombineerd beeld van Teams Criminele Inlichtingen (TCI) van politie, Koninklijke Marechaussee en FIOD. De thema’s corruptie, witwassen en extreem geweld worden in het NIBO als de meest ondermijnende vormen van criminaliteit genoemd.

1.9. NVB:

de Nederlandse Vereniging van Banken, de vertegenwoordiger van een substantieel deel van de bancaire sector die in Nederland actief is.

1.10. Persoonsgegeven:

alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon in de zin van artikel 4 lid 1 AVG, waaronder strafrechtelijke gegevens.

1.11. Politiegegeven:

elk Persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van artikel 3 en 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 wordt verwerkt.

1.12. RL:

Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad.

1.13. Serious Crime Taskforce:

de samenwerking tussen Convenantpartners zoals omschreven in dit Convenant (‘Pilot Serious Crime Taskforce’).

1.14. Serious Crime:

Zware georganiseerde criminaliteit waarvan een ondermijnende werking uitgaat op de samenleving. Meer in het bijzonder de criminaliteitsvormen, zoals de handel in en de productie van harddrugs, waarbij de omvangrijke criminele winsten en omzetten, waarvoor brokers de financiële sector misbruiken, leiden tot ondermijnende effecten. Dit betreft onder meer het verhullen en witwassen van crimineel vermogen en het faciliteren van betalingen voor extreem geweld en corruptie, zoals geduid in het Nationaal Inlichtingen Beeld Ondermijning (NIBO).

1.15. Wpg:

Wet Politiegegevens.

1.16. Wwft:

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel 2 – Doel pilot Serious Crime Taskforce

De pilot Serious Crime Taskforce heeft ten doel een samenwerking tussen Convenantpartners mogelijk te maken ten behoeve van het voorkomen en opsporen van Serious Crime mede in het belang van de bescherming van de integriteit van de financiële sector. Binnen de Serious Crime Taskforce wordt tussen Convenantpartners relevante Informatie gedeeld. Deze Informatie wordt gedeeld en verder verwerkt uitsluitend met als doel Serious Crime en de rol van de brokers hierin te identificeren, op te sporen en tegen te gaan en om op deze wijze een essentiële bijdrage te leveren aan een optimale invulling van bovenstaande taken van Publieke Partijen enerzijds en anderzijds van de Private Partijen in het kader van de bescherming van de integriteit van de financiële sector en in het kader van de verplichtingen op grond van de Wwft. Deze Informatie kan Persoonsgegevens bevatten. Deze Persoonsgegevens worden uitsluitend binnen de wettelijke kaders en naar wettelijke verplichtingen gedeeld voor de hier genoemde doeleinden.

Artikel 3 – Organisatie en werkwijze algemeen

  • 3.1. De Serious Crime Taskforce wordt gecoördineerd door een stuurgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Convenantpartners, aangevuld met vertegenwoordigers van DNB, de FEC-eenheid en de NVB. DNB, de FEC-eenheid en de NVB zullen geen Persoonsgegevens ontvangen. Binnen de stuurgroep zullen geen Persoonsgegevens van Betrokkenen worden gedeeld.

  • 3.2. Convenantpartners verplichten zich ten behoeve van de Serious Crime Taskforce om operationele capaciteit beschikbaar te stellen voor de looptijd van het Convenant.

  • 3.3. Waar nodig maken Convenantpartners nadere afspraken om een goede uitvoering van dit Convenant te verzekeren.

  • 3.4. Voor de verwerking van Informatie binnen dit Convenant zijn Convenantpartners ieder voor zich zelfstandig verwerkingsverantwoordelijken in de zin van de AVG.

Artikel 4 – Doelbinding

  • 4.1. Convenantpartners zullen Informatie met elkaar delen en verwerken, voor zover dat noodzakelijk is voor en bijdraagt aan de realisatie van het doel zoals verwoord in artikel 2 van dit Convenant en voor zover dat past binnen de kaders van de wet, dit Convenant en eventuele nader te maken afspraken tussen Convenantpartners.

Artikel 5 – Herkomst van Informatie

Convenantpartners verbinden zich met betrekking tot het verstrekken van Informatie aan de andere Convenantpartners, voor zover dit ingevolge de hierna genoemde wetten is toegestaan, tot het volgende:

  • 5.1. De FIU-NL verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Informatie aan de Convenantpartners voor zover deze ook ten behoeve van de eigen taak is verwerkt. Hierbij gelden de regimes van Wwft en de internationale afspraken.

  • 5.2. De FIOD verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Politiegegevens aan de Convenantpartners, voor zover deze ook ten behoeve van de eigen politietaak zijn verwerkt. Hierbij gelden de regimes van de Wet Politiegegevens, het Besluit Politiegegevens, het Besluit Politiegegevens Bijzondere Opsporingsdiensten en – waar van toepassing – het Wetboek van Strafvordering.

  • 5.3. De Politie verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Politiegegevens aan de Convenantpartners voor zover deze ook ten behoeve van de eigen politietaak zijn verwerkt. Hierbij gelden de regimes van de Wet Politiegegevens en het Besluit Politiegegevens en – waar van toepassing – het Wetboek van Strafvordering.

  • 5.4. De Private Partijen verstrekken relevante Informatie voor het doel van dit Convenant aan de Convenantpartners op basis van eigen onderzoek. Binnen de kaders zoals gesteld overeenkomstig het regime van de AVG, UAVG en de Wwft.

Artikel 6 – Juridische toets en randvoorwaarden bij delen en verder verwerken van Informatie

  • 6.1. De verstrekkende Convenantpartner toetst vooraf of de voorgenomen verstrekking valt binnen het doel, zoals benoemd in artikel 2 van dit Convenant.

  • 6.2. De Convenantpartners treffen passende maatregelen om de doelbinding uit het vorige lid na ontvangst van Informatie te borgen.

  • 6.3. Gedurende het hele proces van de verwerking van Informatie in het kader van deze samenwerking geldt het GAZO-principe (Geen Actie Zonder Overleg). Dit houdt in dat er waar mogelijk door Convenantpartners geen extern gebruik mag worden gemaakt van de ontvangen Informatie zonder voorafgaand overleg met en met toestemming van de Convenantpartner waarvan de Informatie oorspronkelijk afkomstig is. Uitwisseling van Informatie in het kader van dit overleg, vindt binnen de wettelijke kaders plaats.

  • 6.4. Informatie die Convenantpartners verwerken ten behoeve van de Serious Crime Taskforce, wordt niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor de Informatie is verstrekt.

  • 6.5. Convenantpartners dragen zorg voor een passend technisch en organisatorisch niveau van beveiliging van Informatie.

  • 6.6. Convenantpartners nemen, conform de toepasselijke wet- en regelgeving en ongeacht de duur van de pilot Serious Crime Taskforce strikte geheimhouding in acht over elkaars organisatie, over Informatie die ten behoeve van de uitvoering van dit Convenant bij en/of tussen Convenantpartners bekend wordt, dan wel Informatie die wordt uitgewisseld, alsmede over al hetgeen waarvan redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking daarvan de belangen van de andere Convenantpartner(s) of het algemeen maatschappelijk belang zou (kunnen) schaden, tenzij een wettelijke verplichting anders bepaalt.

  • 6.7. Convenantpartners zullen er voor zorgdragen dat de betrokken medewerkers van Convenantpartners op de hoogte zijn van de verplichtingen als omschreven in het voorgaande lid van dit artikel. Tevens zullen zij erop toezien dat deze verplichtingen worden nageleefd.

Artikel 7 – Rechten van betrokkene

  • 7.1. Betrokkene kan bij de Convenantpartners een verzoek indienen om:

    • a. Inzage in de Persoonsgegevens die over hem of haar worden verwerkt;

    • b. Rectificatie of verwijdering van de hem of haar betreffende Persoonsgegevens dan wel beperking van de verwerking;

  • 7.2. De Convenantpartners zijn als gevolg van het bepaalde in Hoofdstuk III van de AVG verplicht om de Betrokkene op eigen initiatief op de hoogte te stellen van de persoonsgegevensverwerking (informatieplicht), tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 23 AVG.

  • 7.3. De FEC-eenheid en de NVB nemen een verzoek van Betrokkene niet in behandeling. Indien de FEC-eenheid of de NVB een verzoek van Betrokkene ontvangt, stuurt de FEC-eenheid of de NVB het verzoek door aan de aangewezen Convenantpartner.

Artikel 8 – Communicatie

  • 8.1. Geen van de Convenantpartners maakt, in openbare publicaties of op enige andere manier externe melding van de op grond van dit Convenant verrichte werkzaamheden, activiteiten en/of behaalde resultaten zonder voorafgaande toestemming van de overige Convenantpartners. In geval van contacten met de media in relatie tot dit Convenant stellen de Convenantpartners elkaar hiervan direct op de hoogte. Zonder toestemming van de overige Convenantpartners zullen in de media geen uitlatingen worden gedaan ten aanzien van het Convenant.

Artikel 9 – Financiering

  • 9.1. Iedere Convenantpartner draagt de eigen kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de Serious Crime Taskforce. Wanneer er sprake is van gezamenlijke kosten, zal over de verdeling daarvan worden besloten door de Convenantpartners.

Artikel 10 – Wijziging

  • 10.1. De bepalingen in dit Convenant kunnen door de Convenantpartners met consensus worden gewijzigd. Een wijziging wordt schriftelijk vastgelegd in een addendum en door alle Convenantpartners ondertekend. In het geval een Convenantpartner een wijziging in dit Convenant, die door de overige Convenantpartners noodzakelijk wordt geacht, niet aanvaardbaar vindt, kan deze Convenantpartner deelname aan de samenwerking schriftelijk opzeggen met ingang van het tijdstip waarop het gewijzigde Convenant van kracht wordt.

Artikel 11 – Duur, opzegging en beëindiging

  • 11.1. Dit Convenant treedt in werking op de dag van ondertekening door de laatst ondertekenende Convenantpartner en wordt aangegaan voor de looptijd van één jaar. Na afloop van deze termijn eindigt dit Convenant van rechtswege behoudens verlenging. Verlenging van het Convenant geschiedt na onderlinge overeenstemming tussen de Convenantpartners.

  • 11.2. Indien een Convenantpartner wil uittreden, voert die Convenantpartner eerst overleg met de andere Convenantpartners om te bezien of er voorwaarden kunnen worden geschapen waaronder deelname aan het Convenant kan worden voortgezet. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan de deelname aan het Convenant schriftelijk en per direct door de Convenantpartner die wenst uit te treden worden opgezegd, door een schrijven gericht aan de FEC-Raad (door de Publieke Partijen) of de NVB (door de Private Partijen).

  • 11.3. Verplichtingen zoals die naar hun aard zijn bestemd om, ook na beëindiging van de samenwerking, voort te duren, blijven na de beëindiging van dit Convenant bestaan. Tot deze verplichtingen behoren onder meer die ter zake van de geheimhouding en het GAZO-principe.

Artikel 12 – Evaluatie

  • 12.1. Het Convenant zal ten minste zes maanden voor de afloop van de duur van het Convenant worden geëvalueerd door de Convenantpartners, of zoveel eerder als wenselijk wordt geacht. Tijdens deze evaluatie zal bezien worden of en in welke mate het Convenant bij een verlenging van de samenwerking aanpassing behoeft.

ALDUS OVEREENGEKOMEN:

Financial Intelligence Unit Nederland

H.M. Verbeek-Kusters

Plaats:

Datum:

Handtekening

Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst

J. van der Vlist

Plaats:

Datum:

Handtekening

Politie

G. Veldhuis

Plaats:

Datum:

Handtekening

Openbaar Ministerie

G.T. Hofstee

Plaats:

Datum:

Handtekening

ABN AMRO

T. Cuppen

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

A.M. van Dorp

Plaats:

Datum:

Handtekening

ING

V.P. van den Boogert

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

H. Erftemeijer

Plaats:

Datum:

Handtekening

Rabobank

A.M.W.J. Keijsers

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

W. de Klijne

Plaats:

Datum:

Handtekening

De Volksbank N.V.

J.R. Dijst

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

M.N. Verhoeven

Plaats:

Datum:

Handtekening

VOOR GEZIEN:

De Nederlandsche Bank N.V.

F. Elderson

Plaats:

Datum:

Handtekening

Autoriteit Financiële Markten

J.R. Heuvelman

Plaats:

Datum:

Handtekening

Belastingdienst

J. de Blieck

Plaats:

Datum:

Handtekening

Nederlandse Vereniging van Banken

Chr. P. Buijink

Plaats:

Datum:

Handtekening


X Noot
1

Tops et al. (2018). Waar een klein land groot in kan zijn. Nederland en synthetische drugs in de afgelopen 50 jaar.

X Noot
2

Recordhoeveelheid van 73.000 kilo cocaïne onderschept in 2018. NU.nl

X Noot
3

Unger et al. (2018) Aard en omvang van criminele bestedingen. WODC.

X Noot
4

Met contrastrategieën wordt bedoeld: activiteiten door criminele groepen gericht op afscherming tegen politie en justitie, waarbij het voornaamste doel is het optreden van de overheid te bestrijden

X Noot
5

Mede gelet op het proportionaliteitbeginsel praten we over een selectie van circa 200 subjecten voor de input fase (zie ook werkbeschrijving). Daarnaast houden publiek en private partijen rekening met het naar proportionaliteit beperkt uitwisselen van Informatie. Het proportionaliteitsbeginsel wordt tevens meegenomen in de evaluatie van de pilot.