Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
De Nederlandsche BankStaatscourant 2019, 43628Convenanten

Convenant Terrorismefinanciering Taskforce

Inhoud

Artikel 1 –

Definities

Artikel 2 –

Doel Terrorismefinanciering Taskforce

Artikel 3 –

Organisatie en werkwijze algemeen

Artikel 4 –

Doelbinding

Artikel 5 –

Herkomst van Informatie

Artikel 6 –

Juridische toets en randvoorwaarden bij delen en verder verwerken van Informatie

Artikel 7 –

Rechten van betrokkene

Artikel 8 –

Communicatie

Artikel 9 –

Financiering

Artikel 10 –

Wijziging

Artikel 11 –

Duur, opzegging en beëindiging

Artikel 12 –

Evaluatie

Convenant Terrorismefinanciering Taskforce

PARTIJEN:

  • 1.

    • ABN AMRO Bank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan Gustav Mahlerlaan 10, 1082 PP Amsterdam, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. T.J.A.M. Cuppen en dhr. A.M. van Dorp.

    • ING Bank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend aan Bijlmerplein 888, 1102 MG Amsterdam, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. V.P. van den Boogert en mw. H. Erftemeijer.

    • Coöperatieve Rabobank U.A., statutair gevestigd te Amsterdam en mede kantoorhoudend aan Croeselaan 18, 3512CB Utrecht, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. A.M.W.J. Keijsers en dhr. W. de Klijne.

    • de Volksbank N.V., statutair gevestigd te Utrecht en kantoorhoudend aan Croeselaan 1, 3512 BJ Utrecht, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. J.R. Dijst en mw. M.N. Verhoeven.

    • AEGON Nederland N.V., statutair gevestigd te Den Haag en kantoorhoudend aan Aegonplein 50, 2591 TV Den Haag, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. M. Edixhoven.

Hierna gezamenlijk te noemen: ‘Private Partijen’ en afzonderlijk te noemen: ‘Private Partij’,

EN

  • 2.

    • Het Openbaar Ministerie, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage, Prins Clauslaan 16, 2595 AJ Den Haag, hierna te noemen: ‘OM’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. J.M. Fröberg.

    • De Nationale Politie, kantoorhoudend te ’s-Gravenhage, Nieuwe Uitleg, 2514 BP te Den Haag, hierna te noemen: ‘Politie’ hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. G. Veldhuis.

    • De Financial Intelligence Unit – Nederland, kantoorhoudend te Zoetermeer, Europaweg 45, 2711 EM, hierna te noemen ‘FIU-NL’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door mw. H.M. Verbeek-Kusters.

    • De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, kantoorhoudend te Utrecht, Croeselaan 14, 3521 CA, hierna te noemen: ‘FIOD’, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door dhr. J. van der Vlist.

Hierna gezamenlijk te noemen: ‘Publieke Partijen’ en afzonderlijk te noemen: ‘Publieke Partij’,

Private Partijen en Publieke Partijen hierna gezamenlijk te noemen: ‘Convenantpartners’.

DE VOLGENDE OVERWEGINGEN IN AANMERKING NEMENDE:

  • Het algemeen terroristische dreigingsniveau in Nederland is momenteel substantieel. De kans op een terroristische aanslag in Nederland is reëel. De maatschappelijke ontwrichting als gevolg van terroristische aanslagen is groot en dient te allen tijde te worden voorkomen mede door het tegengaan van terrorismefinanciering.

  • De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), die tot taak heeft het risico op terroristische aanslagen in Nederland zoveel mogelijk te verkleinen, benadrukt het belang van publiek-private samenwerking om bestrijding van terrorismefinanciering tegen te gaan: ‘We laten financiële tegoeden van (potentiële) terroristen bevriezen en gaan financiering van terroristen tegen. Hiervoor is nauwe publiek-private samenwerking nodig met banken, verzekeraars.1

  • De Financial Action Task Force (FATF) als internationale ‘policy-making body’ vraagt uitdrukkelijk aandacht voor de potentie van financial intelligence bij de bestrijding van Terrorismefinanciering en wijst in dat verband op het feit dat publiek-private samenwerkingsverbanden een effectieve rol kunnen spelen bij het bewaken van de veiligheid in Nederland en het beschermen van de integriteit van de financiële sector.

  • Publieke Partijen streven naar steeds effectievere methoden om Terrorismefinanciering te bestrijden; Private Partijen willen vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid hier een bijdrage aan leveren om mede op deze wijze de integriteit van de sector te beschermen.

  • Financiële instellingen zijn op basis van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: ‘Wwft’) reeds verplicht tot het verrichten van cliëntenonderzoek en het melden van verrichtte of voorgenomen ongebruikelijke transacties aan de FIU-NL.

  • De FIU-NL kan ten behoeve van de uitvoering van haar taken nadere inlichtingen vragen bij de financiële instelling die onder meer een melding van een ongebruikelijke transactie heeft gedaan, alsmede bij de financiële instelling die betrokken is bij een transactie waarnaar de FIU-NL onderzoek doet.

  • Het Financieel Expertise Centrum (hierna: ‘FEC’) is een samenwerkingsverband dat tot doel heeft om de integriteit van de financiële sector te versterken. Binnen het FEC is reeds de nodige ervaring opgedaan met zowel publiek-private samenwerking als met het onderwerp terrorismefinanciering.

  • Effectieve bestrijding van Terrorismefinanciering wordt gekwalificeerd als een zwaarwegend algemeen belang dat samenwerking tussen publieke en private partijen vereist en het delen van informatie, waaronder Persoonsgegevens, met inachtneming van proportionaliteit rechtvaardigt binnen een samenwerkingsverband van publieke en private partijen.

  • Convenantpartners zijn per 6 juli 2017 onder het ‘Convenant Pilot Samenwerking Bestrijding Terrorismefinanciering’ een pilot gestart om te voorzien in de behoefte aan een nauwere samenwerking tussen de Publieke en de Private Partijen om Terrorismefinanciering efficiënter en effectiever te bestrijden en zodoende de integriteit van de financiële sector te beschermen.

  • Conform artikel 12 van het Convenant Pilot Samenwerking Bestrijding Terrorisme-financiering heeft in 2018 een evaluatie van de pilot plaatsgevonden. De pilot heeft in het eerste jaar driehonderd ongebruikelijke transacties opgeleverd die mogelijk terrorisme gerelateerd zijn. Waar normaliter één op de tien meldingen over een ongewone betaling bruikbaar is, geldt dat voor zes van de tien meldingen die tijdens de proef binnenkwamen bij de FIU-NL. De publiek private samenwerking in deze pilot is vooruitstrevend gebleken, de resultaten zijn boven verwachting en de ervaringen van de Convenantpartners zijn positief.

  • Convenantpartners hebben besloten, op basis van de opgedane ervaringen in de Pilot, om structureel een taskforce in te richten, de Terrorisme Financiering Taskforce (hierna: TF Taskforce).

  • Deze samenwerking doet op geen enkele wijze afbreuk aan bestaande wettelijke bevoegdheden en verplichtingen en geldende privacywetgeving van zowel de Private als de Publieke Partijen.

    Dit Convenant legt de afspraken vast tussen de Convenantpartners in het kader van deze Taskforce, waarbij de Private Partijen onderstrepen dat deze samenwerking in geen geval tot doel of strekking heeft om de concurrentie tussen marktpartijen te beperken of deze op enige andere wijze nadelig te beïnvloeden. De Private Partijen zullen de principes en de toepasselijke wet- en regelgeving van het mededingingsrecht te allen tijde eerbiedigen.

  • De afspraken over informatie-uitwisseling in het kader van deze samenwerking gelden zoals neergelegd in dit Convenant. Het FEC-informatieprotocol op basis waarvan informatie wordt uitgewisseld in FEC-verband is niet van toepassing op de in dit Convenant gemaakte afspraken.

GELET OP:

  • De politietaak zoals opgenomen in artikel 3 Politiewet.

  • De taken van de FIOD zoals opgenomen in artikel 3 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten (Wet BOD).

  • De taken van het OM zoals opgenomen in artikel 124 Wet Rechterlijke organisatie (Wet RO).

  • De taak van de FIU zoals opgenomen in artikel 13 van de Wwft en het instellingsbesluit FIU-NL.

  • De taken van de financiële instellingen zoals opgenomen in de Wwft.

VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

Artikel 1 – Definities

In dit Convenant wordt verstaan onder:

1.1. AVG:

Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming).

1.2. Betrokkene:

een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon op wie een Persoonsgegeven betrekking heeft (artikel 4 lid 1 AVG).

1.3. Convenant:

het onderhavige Convenant TF Taskforce.

1.4 FEC:

het Financieel Expertise Centrum is een samenwerkingsverband dat tot doel heeft om de integriteit van de financiële sector te versterken. Het bestuur van het FEC wordt gevormd door de FEC-raad. Deze raad bestaat uit vertegenwoordigers en waarnemers van de FEC-partners op bestuurlijk niveau.

1.5. FEC-eenheid:

entiteit van de FEC-partners, die werkzaamheden verricht voor de FEC-partners en bemand wordt door medewerkers van de FEC-partners.

1.6. GAZO-principe:

Geen Actie Zonder Overleg in de zin van artikel 6.3 van dit Convenant.

1.7. Informatie:

gegevens, waaronder Persoonsgegevens en/of Politiegegevens, die in het kader van dit Convenant door een Convenantpartner worden verstrekt aan een andere Convenantpartner.

1.8. NVB:

de Nederlandse Vereniging van Banken, de vertegenwoordiger van (een substantieel deel van) de bancaire sector die in Nederland actief is.

1.9. Persoonsgegeven:

alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon in de zin van artikel 4 lid 1 AVG, waaronder strafrechtelijke gegevens.

1.10. Politiegegeven:

elk Persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van artikel 3 en 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 wordt verwerkt.

1.11. Terrorismefinanciering Taskforce:

de samenwerking tussen Convenantpartners zoals omschreven in dit Convenant (‘TF Taskforce’).

1.12. Terrorismefinanciering:

financieren van terrorisme in de zin van artikel 1 lid 1 onder i Wwft jo artikel 421 Wetboek van Strafrecht.

1.13. Wpg:

Wet Politiegegevens.

Artikel 2 – Doel TF Taskforce

  • 2.1. De TF Taskforce heeft ten doel de samenwerking tussen Convenantpartners mogelijk te maken ten behoeve van de preventieve en strafrechtelijke aanpak van Terrorismefinanciering, mede in het belang van de bescherming van de integriteit van de financiële sector. Binnen de TF Taskforce wordt tussen Convenantpartners relevante Informatie gedeeld. Deze Informatie wordt gedeeld en verder verwerkt uitsluitend met als doel Terrorismefinanciering te identificeren, op te sporen en tegen te gaan en om op deze wijze een essentiële bijdrage te leveren aan een optimale invulling van één van de taken van Publieke Partijen enerzijds en anderzijds van de Private Partijen in het kader van hun maatschappelijke betrokkenheid. Deze Informatie kan Persoonsgegevens bevatten. Deze Persoonsgegevens worden uitsluitend binnen de wettelijke kaders gedeeld voor de hier genoemde doeleinden.

Artikel 3 – Organisatie en werkwijze algemeen

  • 3.1. De TF Taskforce wordt gecoördineerd door een stuurgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de Convenantpartners, aangevuld met vertegenwoordigers van DNB, de FEC-eenheid en de NVB. DNB, de FEC-eenheid en de NVB zullen geen Persoonsgegevens ontvangen. Binnen de stuurgroep zullen geen Persoonsgegevens van Betrokkenen worden gedeeld.

  • 3.2. Convenantpartners verplichten zich ten behoeve van de TF Taskforce om operationele capaciteit beschikbaar te stellen.

  • 3.3. Waar nodig maken Convenantpartners nadere afspraken om een goede uitvoering van dit Convenant te verzekeren.

  • 3.4. Voor de verwerking van Informatie binnen dit Convenant zijn Convenantpartners ieder voor zich zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de AVG.

Artikel 4 – Doelbinding

  • 4.1. Convenantpartners zullen Informatie met elkaar delen en nader verwerken, voor zover dat noodzakelijk is voor en bijdraagt aan de realisatie van het doel zoals verwoord in artikel 2 van dit Convenant en voor zover dat past binnen de kaders van de wet, dit Convenant en eventuele nader te maken afspraken tussen de Convenantpartners.

Artikel 5 – Herkomst van Informatie

Convenantpartners verbinden zich met betrekking tot het verstrekken van Informatie aan de andere Convenantpartners, voor zover dit ingevolge de hierna genoemde wetten is toegestaan, tot het volgende:

  • 5.1. De FIU-NL verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Informatie aan de Convenantpartners voor zover deze ook ten behoeve van de eigen taak zijn verwerkt. Hierbij gelden de regimes van Wwft en internationale afspraken.

  • 5.2. De FIOD verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Politiegegevens aan de Convenantpartners, voor zover deze ook ten behoeve van de eigen politietaak zijn verwerkt. Hierbij gelden de regimes van de Wet Politiegegevens, het Besluit Politiegegevens, het Besluit Politiegegevens Bijzondere Opsporingsdiensten en – waar van toepassing – het Wetboek van Strafvordering.

  • 5.3. De Politie verstrekt voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante politiegegevens aan de Convenantpartners voor zover deze ook ten behoeve van de eigen politietaak zijn verwerkt. Hierbij gelden de regimes van de Wet Politiegegevens en het Besluit Politiegegevens en – waar van toepassing – het Wetboek van Strafvordering.

  • 5.4. De Private Partijen verstrekken voor de realisatie van het doel van dit Convenant relevante Informatie aan de Convenantpartners op basis van eigen onderzoek, binnen de kaders zoals gesteld overeenkomstig het regime van de AVG, UAVG en de Wwft.

Artikel 6 – Juridische toets en randvoorwaarden bij delen en verder verwerken van Informatie

  • 6.1. De verstrekkende Convenantpartner toetst vooraf of de voorgenomen verstrekking valt binnen het doel, zoals benoemd in artikel 2 van dit Convenant.

  • 6.2. De Convenantpartners treffen passende maatregelen om de doelbinding uit het vorige lid na ontvangst van Informatie te borgen.

  • 6.3. Gedurende het hele proces van de verwerking van Informatie in het kader van deze samenwerking geldt het GAZO-principe. Dit houdt in dat er waar mogelijk door Convenantpartners geen extern gebruik mag worden gemaakt van de Informatie zonder voorafgaand overleg met de Convenantpartner waarvan de Informatie oorspronkelijk afkomstig is. Uitwisseling van Informatie in het kader van dit overleg, vindt binnen de wettelijke kaders plaats.

  • 6.4. Informatie die Convenantpartners verwerken ten behoeve van de Taskforce Terrorismefinanciering, wordt niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor de Informatie is verstrekt en om te voldoen aan wettelijke verplichtingen aan welke de Convenantpartners moeten voldoen.

  • 6.5. Convenantpartners dragen zorg voor een passend technisch en organisatorisch niveau van beveiliging van Informatie.

  • 6.6. Convenantpartners nemen, conform de toepasselijke wet- en regelgeving en ongeacht de duur van de TF Taskforce, strikte geheimhouding in acht over elkaars organisatie, over Informatie die ten behoeve van de uitvoering van dit Convenant bij en/of tussen Convenantpartners bekend wordt, dan wel Informatie die wordt uitgewisseld, alsmede over al hetgeen waarvan redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking daarvan de belangen van de andere Convenantpartner(s) of het algemeen maatschappelijk belang zou (kunnen) schaden, tenzij een wettelijke verplichting anders bepaalt.

  • 6.7. Convenantpartners zullen er voor zorgdragen dat de betrokken medewerkers van Convenantpartners op de hoogte zijn van de verplichtingen als omschreven in het voorgaande lid van dit artikel. Tevens zullen zij erop toezien dat deze verplichtingen worden nageleefd.

Artikel 7 – Rechten van betrokkene

  • 7.1. Betrokkene kan bij de Convenantpartners een verzoek indienen om:

    • a. Inzage in de Persoonsgegevens die over hem of haar worden verwerkt;

    • b. Rectificatie of verwijdering van de hem of haar betreffende Persoonsgegevens dan wel beperking van de verwerking.

  • 7.2. De Convenantpartners zijn als gevolg van het bepaalde in Hoofdstuk III van de AVG verplicht om de betrokkene op de hoogte te stellen van de persoonsgegevensverwerking (informatieplicht), tenzij er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 23 AVG.

  • 7.3. De FEC-eenheid en de NVB nemen een verzoek van Betrokkene niet in behandeling. Indien de FEC-eenheid of de NVB een verzoek van Betrokkene ontvangt, stuurt de FEC-eenheid of de NVB het verzoek door aan de aangewezen Convenantpartner.

Artikel 8 – Communicatie

  • 8.1. Geen van de Convenantpartners maakt, in openbare publicaties of op enige andere manier externe melding van de op grond van dit Convenant verrichte werkzaamheden, activiteiten en/of behaalde resultaten zonder voorafgaande toestemming van de overige Convenantpartners. In geval van contacten met de media in relatie tot dit Convenant stellen de Convenantpartners elkaar hiervan direct op de hoogte. Zonder toestemming van alle Convenantpartners zullen in de media geen uitlatingen worden gedaan ten aanzien van het Convenant.

Artikel 9 – Financiering

  • 9.1. Iedere Convenantpartner draagt de eigen kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de TF Taskforce. Wanneer er sprake is van gezamenlijke kosten, zal over de verdeling daarvan worden besloten door de Convenantpartners.

Artikel 10 – Wijziging

  • 10.1. De bepalingen in dit Convenant kunnen door de Convenantpartners met consensus worden gewijzigd. Een wijziging wordt schriftelijk vastgelegd in een addendum en door alle Convenantpartners ondertekend. In het geval een Convenantpartner een wijziging in dit Convenant, die door de overige Convenantpartners noodzakelijk wordt geacht, niet aanvaardbaar vindt, kan deze Convenantpartner deelname aan de samenwerking schriftelijk opzeggen met ingang van het tijdstip waarop het gewijzigde Convenant van kracht wordt.

Artikel 11 – Duur, opzegging en beëindiging

  • 11.1. Dit Convenant treedt in werking op de dag van ondertekening door de laatst ondertekenende Convenantpartner en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Indien daar aanleiding toe is, kunnen de Convenantpartners in onderling overleg besluiten dit Convenant op te schorten of op te heffen.

  • 11.2. Indien een Convenantpartner wil uittreden, voert die Convenantpartner eerst overleg met de andere Convenantpartners om te bezien of er voorwaarden kunnen worden geschapen waaronder deelname aan het Convenant kan worden voortgezet. Indien dat overleg niet tot een oplossing leidt, kan de deelname aan het Convenant schriftelijk en per direct door de Convenantpartner die wenst uit te treden worden opgezegd, door een schrijven gericht aan de FEC-Raad (door de Publieke Partijen) of de NVB (door de Private Partijen).

  • 11.3. Verplichtingen zoals die naar hun aard zijn bestemd om, ook na beëindiging van de samenwerking, voort te duren, blijven na de beëindiging van dit Convenant bestaan. Tot deze verplichtingen behoren onder meer die ter zake van de geheimhouding en het GAZO-principe.

Artikel 12 – Evaluatie

  • 12.1. Het Convenant zal jaarlijks worden geëvalueerd door de Convenantpartners, of zoveel eerder als zij dit wenselijk achten. Tijdens deze evaluatie zal bezien worden of en in welke mate het Convenant aanpassing behoeft.

ALDUS OVEREENGEKOMEN:

Financial Intelligence Unit Nederland

   

H.M. Verbeek-Kusters

Plaats:

Datum:

Handtekening

Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst

   

J. van der Vlist

Plaats:

Datum:

Handtekening

Politie

   

G. Veldhuis

Plaats:

Datum:

Handtekening

Openbaar Ministerie

   

J.M. Fröberg

Plaats:

Datum:

Handtekening

ABN AMRO

   

T.J.A.M. Cuppen

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

A.M. van Dorp

Plaats:

Datum:

Handtekening

ING

   

V.P. van den Boogert

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

H. Erftemeijer

Plaats:

Datum:

Handtekening

Rabobank

   

A.M.W.J. Keijsers

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

W. de Klijne

Plaats:

Datum:

Handtekening

De Volksbank N.V.

   

J.R. Dijst

Plaats:

Datum:

Handtekening

     

M.N. Verhoeven

Plaats:

Datum:

Handtekening

Aegon

   

M. Edixhoven

Plaats:

Datum:

Handtekening

VOOR GEZIEN:

De Nederlandsche Bank N.V.

   

F. Elderson

Plaats:

Datum:

Handtekening

Autoriteit Financiële Markten

   

J.R. Heuvelman

Plaats:

Datum:

Handtekening

Belastingdienst

   

J. de Blieck

Plaats:

Datum:

Handtekening

Nederlandse Vereniging van Banken

   

Chr. P. Buijink

Plaats:

Datum:

Handtekening