Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Autoriteit Consument en MarktStaatscourant 2019, 41768Overig

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 25 juli 2019, kenmerk ACM/UIT/511882 tot wijziging van de voorwaarden als bedoeld in de artikelen 22, eerste lid en 12b van de Gaswet, betreffende de marktprocessen ten behoeve van gesloten distributiesystemen voor gas die zijn aangesloten op regionale gastransportnetten

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid en artikel 23 van de Gaswet;

Besluit

ARTIKEL I

De Informatiecode elektriciteit en gas wordt als volgt gewijzigd:

A

Na paragraaftitel 6.4.2 wordt een nieuw artikel 6.4.2.0 ingevoegd, luidende:

6.4.2.0

In het geval de in deze paragraaf bedoelde gegevensuitwisseling betrekking heeft op de aansluiting van een gesloten distributiesysteem gas dat is aangesloten op een regionaal gastransportnet, waarvan de beheerder gebruik wil maken van de in de Allocatiecode gas genoemde berichten, verzendt de meetverantwoordelijke de meetgegevens van de aansluiting van een gesloten distributiesysteem gas tevens aan de beheerder van het gesloten distributiesysteem. In afwijking van paragraaf 9.1 vindt dit niet verplicht plaats via het geautomatiseerde berichtenverkeer.

B

Artikel 6.5.1.4 komt als volgt te luiden:

6.5.1.4

De regionale netbeheerder bepaalt de hoeveelheid energie uit het aantal normaal kubieke meters [m3 (n)] volume) dat hij op grond van paragraaf 6.4 van de desbetreffende meetverantwoordelijken ontvangt en de calorische bovenwaarde van het gas die:

  • a. door de beheerder van het landelijk gastransportnet aan de regionale netbeheerder wordt aangeleverd, of

  • b. door de regionale netbeheerder overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk 5 van de Meetcode gas LNB zelf wordt bepaald, of

  • c. door de meetverantwoordelijke in geval van een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m3(n)/uur overeenkomstig artikel 6.4.2.21 aan de netbeheerder is aangeleverd. Voor elk ontbrekend uur en voor elk uur waarbij de door de meetverantwoordelijke aangeleverde calorische waarde groter is dan 36 MJ/m3(n) hanteert de netbeheerder 34,11 MJ/m3(n) als waarde voor de calorische bovenwaarde, of

  • d. de beheerder van een gesloten distributienet ontvangt van de beheerder van het regionale net waar zijn gesloten distributienet op is aangesloten, of

  • e. die de regionale netbeheerder dan wel de beheerder van een gesloten distributienet op grond van artikel B5.6.13 van de Allocatiecode gas heeft bepaald.

ARTIKEL II

De Aansluit- en transportcode gas RNB wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 2.4.5 wordt een nieuw artikel 2.4.5a ingevoegd, luidende:

2.4.5a

Indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem gebruik wenst te maken van de in de Allocatiecode gas genoemde berichten zijn de volgende bepalingen van overeenkomstige toepassing op de beheerder van het gesloten distributiesysteem:

  • a. paragraaf 2.1.2 en paragraaf 3.1,

  • b. van de Allocatiecode gas de artikelen 2.0.7a, 2.2.1, 2.2.2, 2.4.1, 2.4.3, de paragrafen 2.5, 2.6 en 2.7, de artikelen 4.3.1.13, 4.1a, bijlage B1a, bijlage B2b en bijlage B5.6,

  • c. de Informatiecode elektriciteit en gas, met uitzondering van de hoofdstukken 3, 5 en 8 alsmede van 9.1.1 en 9.1.3.

B

Artikel 2.4.6 komt als volgt te luiden:

2.4.6

Indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem geen gebruik maakt van suballocatie, of van de in de Allocatiecode gas genoemde berichten geeft hij de regionale netbeheerder in de desbetreffende regio de mogelijkheid om de in 2.4.4 bedoelde verbruiker of invoeder te voorzien van een aansluiting op het net van die regionale netbeheerder.

ARTIKEL III

De Allocatiecode gas wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 2.0.7 wordt een nieuw artikelen 2.07a ingevoegd, luidende:

2.0.7a

Bij het bepalen van de allocaties conform 2.0.6 wordt voor aansluitingen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal distributienet waarvan de beheerder heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aangeslotenen op dat gesloten distributiesysteem die voorzien zijn van afnamecategorie GGV en GIS en van het aansluitingenregister van de beheerder van het gesloten distributiesysteem. Deze gegevens treden in de plaats van de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet. Indien de gegevens van de beheerder van het gesloten distributiesysteem ontbreken worden de gegevens van de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet gebruikt.

B

Na artikel 2.0.8 wordt een nieuw artikel 2.0.8a ingevoegd, luidende:

2.0.8a

Bij het samenstellen conform 2.0.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gesloten distributiesystemen aangesloten op een regionaal net waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, niet behorende tot de afnamecategorie GGV of GIS of met de afnamecategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de methodiek Verbruiksprofielen, beschreven in bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas.

C

Artikel 2.2.1 komt als volgt te luiden:

2.2.1

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet, de regionale netbeheerders en de beheerders van gesloten distributiesystemen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetriegrootverbruikers die rechtstreeks zijn aangesloten op hun net. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de overige exitpunten met uurmeting.

D

Artikel 2.2.2 komt als volgt te luiden:

2.2.2

  • 1. De regionale netbeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en systeemverbindingen en van het aansluitingenregister van het distributienet.

  • 2. De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij verbruikers en van het aansluitingenregister van het gesloten distributiesysteem.

  • 3. Voor exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de punten waar het landelijk gastransportnet is verbonden met een regionaal gastransportnet en van de door de regionale netbeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten distributiesysteem.

  • 4. Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het landelijk gastransportnet maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, van confirmaties en van zijn aansluitingenregister.

  • 5. Voor overige entry- en exitpunten maakt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties.

E

Artikel 2.4.1 komt als volgt te luiden:

2.4.1

  • 1. De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

  • 2. De beheerder van een gesloten distributienet die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

  • 3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, door middel van berichten aan erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s) de allocatiegegevens, samengesteld op grond van de op het landelijk gastransportnet aangesloten verbruikers.

F

Artikel 2.4.3 komt als volgt te luiden:

2.4.3

Indien de regionale netbeheerder of de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de erkende meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren.

G

In artikel 2.5.1 wordt de eerste zin vervangen door: “De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).”

H

Na Artikel 2.5.2 wordt een nieuw artikel 2.5.2a ingevoegd, luidende:

2.5.2a

Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens over de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale distributienet.

I

Artikel 2.6.1 komt als volgt te luiden:

2.6.1

  • 1. De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijke(n) en leverancier(s).

  • 2. Voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt verstrekt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatiegegevens aan erkende programmaverantwoordelijke(n) twee werkdagen na de ontvangst van de door alle regionale beheerders aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekte allocatiegegevens.

J

Na Artikel 2.6.2 wordt een nieuw artikel 2.6.2a, ingevoegd, luidende:

2.6.2a

Indien een beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in artikel 2.6.1 gestelde termijn, zal de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de allocatie vaststellen met behulp van door de regionale netbeheerder aangeleverde gegevens.

K

Artikel 2.7.1 komt als volgt te luiden:

2.7.1

De regionale netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes).

L

Na artikel 4.1.3 worden een nieuwe paragraaf 4.1.a ingevoegd, luidende:

4.1a Verstrekking van basisgegevens door de regionale netbeheerder

4.1a.1

Uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand verstrekt de regionale netbeheerder aan de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten en die op zijn netgebied is aangesloten voor elk uur van de betreffende periode de te gebruiken calorische bovenwaarde.

4.1a.2

De regionale netbeheerder gebruikt hiervoor de calorische waarde die hij heeft ontvangen van de netbeheerder van het landelijk transportnet of, indien van toepassing, de waarde die hij conform B5.6.13 heeft berekend.

M

Na artikel 4.3.1.12 wordt een nieuw artikel 4.3.1.13 ingevoegd, luidende:

4.3.1.13

Voor de indeling in afnamecategorieën van aansluitingen op een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een regionaal gastransportnet, waarvan de beheerder van het gesloten distributiesysteem aangegeven heeft gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten geldt dat:

  • a. voor verbruikers met een gemiddelde jaarafname over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m3(n;35,17) de afnamecategorie GGV wordt gebruikt;

  • b. voor overige verbruikers die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GGV kan worden gebruikt;

  • c. voor overige verbruikers de afnamecategorie GXX wordt gebruikt;

  • d. voor een aansluiting waar gas in het gastransportnet gevoed wordt met een gemiddeld jaarvolume over de laatste 36 maanden groter dan 1.000.000 m3(n;35,17) de afnamecategorie GIS wordt gebruikt;

  • e. voor andere aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt en die beschikken over een uurlijks op afstand uitleesbare meetinrichting, op verzoek van de aangeslotene, de afnamecategorie GIS wordt gebruikt;

  • f. voor overige aansluitingen waar gas in het gastransportnet gevoed wordt, de afnamecategorie GIN wordt gebruikt.

N

De artikelen 4.8.2 tot en met 4.8.4 komen als volgt te luiden:

4.8.2

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar de netbeheerder van het landelijk gastransportnet:

Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor elke voorkomende combinatie van erkende programmaverantwoordelijken, leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt.

4.8.3

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken:

Voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt.

Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken:

Bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke voor elke voorkomende combinatie met een leverancier en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt.

4.8.4

Van de regionale netbeheerder respectievelijk de beheerder van een gesloten distributiesysteem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code naar desbetreffende leveranciers:

  • voor elk relevant netgebied respectievelijk gesloten distributiesysteem: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt;

  • voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt.

Van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet naar desbetreffende leveranciers geldt dat:

  • bij een verbruiker met een aansluiting op het landelijk gastransportnet, voor elk relevant netgebied: de gesommeerde allocaties voor de desbetreffende leverancier voor elke voorkomende combinatie met een erkende programmaverantwoordelijke en afnamecategorie wordt het bericht ‘LALL’ gebruikt;

  • voor elke telemetriegrootverbruiker: de gealloceerde uurhoeveelheid; hiervoor wordt het bericht ‘BALL’ gebruikt.

O

Na bijlage 2a wordt een nieuwe bijlage 2b ingevoegd, luidende:

Bijlage 2b

Het off line allocatieproces door de beheerder van een gesloten distributiesysteem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten.

B2b.1

De beheerder van het gesloten distributiesysteem voert voor zijn netgebied de allocatie voor elk uur van de maand uit. In deze bijlage wordt aangegeven op welke wijze de beheerder van het gesloten distributiesysteem de gegevens samenstelt.

B2b.2

Als eerste stap alloceert de beheerder van het gesloten distributiesysteem de gemeten hoeveelheid gas op het overdrachtspunt tussen zijn distributiesysteem en het regionale gastransportnet als negatieve hoeveelheid aan de programmaverantwoordelijke en leverancier van de beheerder van het gesloten distributiesysteem.

B2b.3

Als tweede stap wordt door de beheerder van het gesloten distributiesysteem de allocatie op grond van de telemetriegrootverbruikers uitgevoerd. Voor elke verbruiker is in zijn aansluitingenregister vastgelegd aan welke erkende programmaverantwoordelijken en aan welke leverancier(s) en afnamecategorie de gemeten uurhoeveelheid moet worden toegewezen.

B2b.4

Als derde stap worden de allocaties op grond van de telemetriegrootverbruikers gesommeerd per erkende programmaverantwoordelijke/leverancier combinatie per afnamecategorie.

B2b.5

Als vierde stap berekent de beheerder van het gesloten distributiesysteem het niet toegewezen volume op zijn net door de allocaties van de derde stap af te trekken van de gemeten hoeveelheid gas op het overdrachtspunt tussen zijn distributiesysteem en het regionale gastransportnet. Dit niet toegewezen volume wordt toegewezen aan de programmaverantwoordelijke en leverancier van de beheerder van het gesloten distributiesysteem.

ARTIKEL IV

De Transportcode gas LNB wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2.1.2c komt als volgt te luiden:

2.1.2c

  • 1. De regionale netbeheerders doen aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet maandelijks uiterlijk op de zesde werkdag volgende op de eerste kalenderdag van de maand opgave van de volgende gegevens voor de aansluitingen direct aan gesloten op het regionaal gastransportnet, geldend per eerste kalenderdag van die maand, per exitpunt per erkende programmaverantwoordelijke per leverancier:

    • a. Voor profielafnemers:

      • i. het aantal profielafnemers per profielcategorie;

      • ii. de som van de standaardjaarverbruiken per profielcategorie.

    • b. Voor telemetriegrootverbruikers:

      • i. het aantal telemetriegrootverbruikers;

      • ii. de som van de maxverbruiken voor telemetriegrootverbruikers als vastgelegd in de aansluitingenregisters van de regionale netbeheerders.

  • 2. Uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben verstrekken de regionale netbeheerders de genoemde gegevens nogmaals aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, waarbij zij correcties verwerken die zijn aangebracht naar aanleiding van opmerkingen die zijn ingediend door erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers bij de regionale netbeheerders.

  • 3. De regionale netbeheerders zenden op dezelfde dagen de genoemde gegevens tevens naar de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijken. Erkende programmaverantwoordelijken zijn gehouden de conform dit artikel door de regionale netbeheerder in de eerste maand verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens in de vierde maand conform dit artikel, te melden bij de regionale netbeheerder.

  • 4. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet gebruikt de nogmaals verstrekte gegevens voor een herziening van de verdeling de standaardcapaciteit profielafnemers plus de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers over de erkende programmaverantwoordelijken.

  • 5. De regionale netbeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2019.

’s-Gravenhage, 25 juli 2019

De Autoriteit Consument en Markt, namens deze: F.J.H. Don bestuurslid

Als u rechtstreeks belanghebbende bent, kunt u tegen dit besluit beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het postadres is: College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt zijn ontvangen. Het beroepschrift moet zijn ondertekend en moet ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevatten. Voorts moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten en dient een afschrift van het bestreden besluit te worden meegezonden.

TOELICHTING

I. Samenvatting

  • 1. Met dit codebesluit wijzigt de ACM op voorstel van Netbeheer Nederland de Aansluit- en transportcode gas RNB, de Allocatiecode gas en de Transportcode gas LNB en op voorstel van Netbeheer Nederland en de NEDU,1 de Informatiecode elektriciteit en gas. In dit besluit stelt de ACM de voorwaarden vast met betrekking tot het faciliteren van de marktprocessen2 voor afnemers op een gesloten distributiesysteem (hierna: GDS). Het voorstel heeft daarmee betrekking op zogenoemde derdentoegang voor afnemers op een GDS. Het voorstel gaat alleen over GDS-en die zijn aangesloten op een regionaal gastransportnet. Door implementatie van de wijzigingen kunnen de afnemers op een GDS makkelijker een eigen gasleverancier kiezen. Deze codewijziging regelt de informatie-uitwisseling tussen de betrokken partijen om dit mogelijk te maken.

II. Aanleiding en procedure

  • 2. De aanleiding van deze codewijziging is het codebesluit gesloten distributiesystemen,3 van 14 december 2015. Hierin is het begrip Gesloten Distributiesysteem in de Nederlandse codes opgenomen. In dat besluit heeft de ACM aangegeven dat door het arrest van het Europese Hof over het geschil Citiwork-Luchthaven Halle/Leipzig4 derdentoegang ook voor afnemers op een GDS moet gelden. De ACM heeft in dit besluit vastgesteld dat de derden-toegang tot een GDS, die verbonden is met een regionaal gastransportnet, niet in de technische codes geregeld is. Door het ontbreken van deze derdentoegang bestond voor afnemers op een GDS op dat moment niet de mogelijkheid om een eigen gasleverancier te contracteren. Dit was voor de ACM aanleiding om bij brief van 19 mei 20165 de gezamenlijke netbeheerders opdracht te geven tot het indienen van een voorstel voor het wijzigen van de codes waarmee de markttoegang voor afnemers op een GDS geregeld wordt. Op 17 november 2017 heeft de ACM wederom een opdracht gegeven om de voorwaarden zodanig te wijzigen dat derdentoegang voor afnemers op een GDS mogelijk wordt.6

  • 3. Netbeheer Nederland en de NEDU hebben bij brief van 23 januari 2018,7 een gezamenlijk voorstel voor een codewijziging ingediend tot wijziging van de Informatiecode elektriciteit en gas, de Aansluit- en transportcode gas RNB, de Allocatiecode gas en de Transportcode gas LNB. Hierin zijn regels opgenomen over de wijze waarop de derdentoegang voor afnemers op een GDS geregeld wordt voor het GDS dat is aangesloten op een regionaal gastransportnet.

  • 4. De ACM stelt op grond van artikel 12f en artikel 23 van de Gaswet de regelgeving via een code vast voor de energiemarkt. Dit besluit is tot stand gekomen op basis van het gezamenlijke voorstel van Netbeheer Nederland en de NEDU. Met dit besluit biedt de ACM afnemers op een GDS de mogelijkheid zelf een gasleverancier te kiezen. Als onderdeel daarvan worden in het besluit de verplichtingen voor netbeheerders, erkende meetverantwoordelijken en de eigenaren van GDS’sen vastgelegd om de noodzakelijke processen voor markttoegang mogelijk te maken.

  • 5. Als onderdeel van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure heeft de ACM het ontwerpbesluit en de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegd en gepubliceerd op haar internetpagina. Van de terinzagelegging is kennis gegeven in de Staatscourant van 27 maart 2019. De ACM heeft belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken hun zienswijzen op het ontwerp kenbaar te maken.

  • 6. De ACM is van mening dat het voorstel geen technische voorschriften bevat bedoeld in de Notificatierichtlijn.8 Om die reden zijn de voorwaarden in dit besluit niet in ontwerp ter notificatie aangeboden.

  • 7. Waar zij dat nodig acht, heeft de ACM voor vaststelling van de wijzigingen spelling, interpunctie en andere tekstuele wijzigingen aangebracht ten opzichte van de voorgestelde tekst.

III. Inhoudelijke toelichting

  • 8. In dit hoofdstuk wordt de codewijziging toegelicht. Afnemers op een GDS hebben het recht om voor de gaslevering een eigen gasleverancier te kiezen. Dit volgt uit Europese regelgeving zoals het Citiworks-arrest dat de ACM hiervoor al heeft aangehaald. Voor een GDS dat is aangesloten op het landelijk gastransportnet zijn in de technische codes al regels opgenomen om vrije leverancierskeuze mogelijk te maken waarbij GTS maatwerk kan leveren. Voor een GDS dat is aangesloten op een regionaal gastransportnet bestaan op dit moment onvoldoende mogelijkheden voor het facilteren van derdentoegang. Tot op heden zijn de afnemers op een GDS daarom voor de gaslevering aangewezen op de gasleverancier van de eigenaar van het GDS. De eigenaar van het GDS is verantwoordelijk voor het beheer van het GDS (artikel 2a lid 5 Gaswet). In dit codevoorstel wordt echter steeds gesproken over de ‘GDS-beheerder’ in plaats van ‘GDS-eigenaar’. Met beide termen wordt dezelfde persoon aangeduid. De term ‘GDS-beheerder’ staat ook al in andere codes. Omwille van de uniformiteit in alle codes wordt steeds gesproken over de beheerder van een GDS.

  • 9. Om de derdentoegang op een GDS te kunnen faciliteren moeten de administratieve processen voor netbeheerders en marktpartijen worden gewijzigd. Daarnaast moeten nieuwe administratieve processen worden ingevoerd bij de beheerder van het GDS. De ACM merkt hierbij op dat bij de processen ter facilitering van derdentoegang een onderscheid nodig is in klant- en marktprocessen. Bij klantprocessen gaat het om het faciliteren van i) wisseling van gasleverancier, ii) verhuizingen, iii) opzeggingen, iv) het meten van het gasverbruik, v) de uitwisseling van het periodieke gasverbruik voor de facturatie van de levering en vi) de facturatie van de transportkosten. Bij het faciliteren van de marktprocessen gaat het om: i) de near-realtime-allocatie (hierna: NRT-allocatie), ii) de off-line allocatie en iii) reconciliatie.

  • 10. Deze codewijziging is bedoeld ter facilitering van de marktprocessen en heeft dus geen betrekking op klantprocessen. Deze codewijziging gaat niet over het faciliteren van alle processen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van derdentoegang voor afnemers op een GDS. Met uitzondering van het verzamelen en uitwisselen van meetgegevens en de verrekening van de landelijke gastransportkosten, geeft deze codewijziging geen invulling aan het faciliteren van de klantprocessen. Het faciliteren van de marktprocessen voor afnemers op een GDS wordt nu met deze codewijziging wel geregeld. Deze wijzigingen worden hieronder toegelicht.

IV. Afbakening codewijziging

Meten

  • 11. De ACM maakt uit het voorstel voor de codewijziging op dat bij het faciliteren van de marktprocessen een erkende meetverantwoordelijke moet meten op de gasaansluiting van een aangeslotene op het GDS. Dezelfde eis geldt ook voor het meten op de eigen gasaansluiting van het GDS op het landelijke gastransportnet en regionale gastransportnetten. Uit het voorstel blijkt dat wanneer afnemers op een GDS een eigen leverancier en/of erkende programmaverantwoordelijke willen kiezen, er aanvullende eisen zullen gelden voor de meting op de gasaansluiting van deze afnemers. Ook zullen dan aanvullende eisen gelden voor de meting van de gasaansluiting van het GDS dat is aangesloten op het regionale gastransportnet. Deze worden hieronder toegelicht.

  • 12. In de eerste plaats moet in dat geval een uurlijks (bemeten) meetinrichting aanwezig zijn op de aansluiting van de afnemers op het GDS die kiest voor een eigen gasleverancier. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in:

    • a. Aansluitingen met een jaarverbruik of een jaarproductie groter dan één miljoen kubieke meter. Voor deze aansluitingen geldt dat de erkende meetverantwoordelijke de meting uurlijks moet uitlezen en de meetinformatie uurlijks naar het centraal systeem stuurinformatie (hierna: CSS) van de beheerder van het landelijk gastransportnet moet sturen. Maandelijks moet de erkende meetverantwoordelijke de meetinformatie naar de beheerder van het GDS sturen.

    • b. Aansluitingen met een jaarverbruik of jaarproductie kleiner dan één miljoen kubieke meter, waarbij de aangeslotene aan een erkende meetverantwoordelijke heeft verzocht om de meting uurlijks uit te lezen en de meetinformatie uurlijks naar het CSS te verzenden. Maandelijks moet de erkende meetverantwoordelijke de meetinformatie naar de beheerder van het GDS verzenden.

    • c. Voor de overige aansluitingen geldt dat de erkende meetverantwoordelijke de uurlijkse meetinformatie minstens één keer per dag moet uitlezen en maandelijks aan het CSS en de beheerder van het GDS moet sturen.

  • 13. In de tweede plaats moet een uurlijks (bemeten) meetinrichting aanwezig zijn op de gas-aansluiting van het GDS op het regionale gastransportnet. De erkende meetverantwoordelijke moet deze meetinrichting uurlijks uitlezen en de meetinformatie uurlijks naar het CSS sturen en minstens één keer per maand naar de beheerder van het GDS.

Facturatie

  • 14. Deze codewijziging regelt ook de wijze waarop de kosten voor het gastransport worden verrekend. De kosten van het landelijk gastransport worden in het geval van een GDS in rekening gebracht bij de erkende programmaverantwoordelijke die actief is op de gasaansluiting van het GDS zelf. Deze kosten worden via de gaslevering in rekening gebracht bij de beheerder van het GDS. De beheerder van het GDS kan vervolgens deze kosten doorbelasten aan de aangeslotenen op zijn GDS.

  • 15. De kosten van het regionale gastransport worden door de regionale netbeheerder ook in rekening gebracht bij de beheerder van het GDS. De beheerder van het GDS kan vervolgens ook deze kosten doorbelasten aan de aangeslotenen op zijn GDS.

NRT-allocatie

  • 16. Het CCS voert ieder uur de NRT-allocatie uit. De NRT-allocatie is de basis voor de onbalans-verrekening met de erkende programmaverantwoordelijken. De NRT-allocatie wordt binnen de huidige codes alleen uitgevoerd voor alle gasaansluitingen op regionale gastransportnetten. Hierbij worden de uurlijkse hoeveelheden onttrokken en ingevoed gas op de regionale gastransportnetten aan de juiste programmaverantwoordelijken toegewezen. Om derdentoegang op een GDS mogelijk te maken moet de NRT-allocatie ook worden uitgevoerd voor de gasaansluitingen van de aangeslotenen op een GDS. ACM maakt uit het voorstel voor de codewijziging op dat de volgende aanpassingen zijn doorgevoerd om dit mogelijk te maken.

  • 17. Voordat de NRT-allocatie op GDS-sen wordt uitgevoerd, sturen de beheerders van GDS-en een uittreksel van hun aansluitingenregister naar het CSS. Dit wordt de dag voorafgaand aan de gasdag gedaan. Dit uittreksel bevat de stamgegevens van alle aansluitingen op het GDS zoals de leverancier, de erkende programmaverantwoordelijke, de afnamecategorie en het standaard jaarverbruik. Daarnaast moeten de erkende meetverantwoordelijken, voor die aansluitingen op het GDS die voorzien zijn van een uurlijks uitgelezen gasmeting, iedere vijf minuten na het gasuur, het uurlijks gemeten gasvolume naar het CSS versturen.

  • 18. Voor het uitvoeren van de NRT-allocatie voor GDS’sen worden door het CSS alle aansluitingen op een GDS samengevoegd met de aansluitingen van het regionale gastransportnet waarmee het GDS verbonden is. De NRT-allocatie van het GDS wordt daarmee onderdeel van de NRT-allocatie van het regionale gastransportnet. De NRT-allocatie van het GDS wordt als volgt uitgevoerd:

    • a. Het CSS voegt de ontvangen stamgegevens van de aansluitingen op het GDS samen met de stamgegevens van de aansluitingen die rechtstreeks op het regionale gastransportnetwerk zijn aangesloten.

    • b. Het CSS voegt allocaties van aansluitingen op het GDS met uurlijks uitgelezen meetinrichtingen samen met de allocaties van de uurlijks uitgelezen meetinrichtingen die direct verbonden zijn met het regionale gastransportnet. Het CSS wijst de uurlijkse gasvolumes toe aan de programmaverantwoordelijke van de betreffende aansluiting.

    • c. De allocatie van de overige aansluitingen op het GDS zijn onderdeel van de allocatie van de profielafnemers op het regionale gastransportnet waarop het GDS aangesloten is. De profielenmethodiek die wordt toegepast is beschreven in Bijlage 3 van de Informatiecode voor elektriciteit en gas. Deze geprofileerde verbruiken worden toegewezen aan de programmaverantwoordelijke van de betreffende aansluiting.

    • d. De gesommeerde uurlijkse uitkomsten voor het GDS uit stap b) en c) vervangen het uurlijkse gemeten volume van de aansluiting van het GDS op het regionale gastransportnet. Daardoor wordt geen rekening gehouden met eventuele niet-toewijsbare volumes die worden veroorzaakt door meetverschillen.

    • e. De aansluiting van het GDS op het regionale gastransportnet is voor de NRT-allocatie het vangnet voor de situatie dat meetgegevens uit het GDS ontbreken.

  • 19. Het CCS verzendt de resultaten van de NRT-allocaties uurlijks naar de beheerder van landelijk gastransportnet en de betreffende programmaverantwoordelijken.

Offline allocatie

  • 20. De ACM maakt uit het voorstel op dat de offline-allocatie voor een GDS moet worden uitgevoerd door de beheerder van dit GDS. De resultaten van deze allocatie vormen de basis voor de verrekening van het gasvolume en de transportkosten voor het landelijk gastransportnet. Net als bij de NRT-allocaties wijst de GDS-beheerder bij de offline-allocaties de uurlijkse hoeveelheden onttrokken en ingevoed gas aan programmaverantwoordelijken toe. Deze allocatie wordt alleen niet uurlijks maar maandelijks uitgevoerd.

  • 21. Voor het uitvoeren van de offline-allocatie voor een GDS moet informatie bij de beheerder van het GDS worden aangeleverd. Om deze informatie te kunnen ontvangen moet de beheerder van het GDS toegang hebben tot het berichtenverkeer. Het gaat dan om de toegang tot het:

    • a. Centraal Postbus Systeem van TenneT,

    • b. AS4-platform van de beheerder van het landelijk gastransportnet.

Hieronder volgt een opsomming van de via het berichtenverkeer verstrekte informatie.

  • 22. De regionale netbeheerder verstrekt op de zesde werkdag na de gasmaand de gemiddelde uurlijkse calorische waarde van het netgebied waarop het GDS aangesloten is. Deze gegevens worden via het MINFO bericht door de regionale netbeheerder aan de beheerder van het GDS verstrekt.

  • 23. De erkende meetverantwoordelijken verstrekken uiterlijk op de zesde werkdag na de maand de gemeten uurvolumes van de betreffende gasaansluitingen via het E66 bericht aan de beheerder van het GDS. Het betreffen hier uurvolumes van:

    • a. de aansluiting van het GDS op het regionale gastransportnet, en de

    • b. aansluitingen op het GDS met een uurlijks bemeten meetinrichting.

  • 24. De beheerder van een GDS voert bij de uitvoering van de offline-allocatie de volgende berekeningen en stappen uit. Ten eerste de calorische verrekening voor de gasaansluitingen. Voor gasaansluitingen waarbij alleen gas wordt onttrokken wordt dit uitgevoerd op basis van de calorische waarde uit het verstrekte MINFO bericht. Wanneer ook gas wordt ingevoed vanuit gasaansluitingen op het GDS, moet de beheerder van het GDS eerst de gemiddelde calorische waarde berekenen. Dit wordt gedaan aan de hand van de calorische waarde(n) van ingevoed gas vanuit deze gasaansluitingen en de calorische waarde uit het MINFO bericht. Deze gemiddelde calorische waarde moet gebruikt worden voor de calorische verrekening van de gasaansluitingen die gas onttrekken. Voor de gasaansluitingen van waaruit gas wordt ingevoed, wordt de calorische waarde gebruikt van het ingevoede gas.

  • 25. Om te voorkomen dat de gealloceerde hoeveelheid gas op het GDS door zowel de regionale netbeheerder als door de beheerder van het GDS wordt toegewezen, moet ten tweede door de beheerder van het GDS de uitgewisselde hoeveelheid gas op het overdrachtspunt tussen regionaal gastransportnet en GDS als een negatieve hoeveelheid worden opgenomen in de allocatie en worden toegewezen aan de programmaverantwoordelijke/leverancier-combinatie van het GDS.

  • 26. Ten derde wijst de beheerder van het GDS de gemeten uur-hoeveelheden van de aansluitingen toe aan de erkende programmaverantwoordelijken en leveranciers uit het aansluitingenregister van het GDS.

  • 27. Als vierde stap sommeert de beheerder van het GDS de allocaties per erkende programmaverantwoordelijke/leverancier combinatie per afnamecategorie.

  • 28. Als vijfde stap bepaalt de beheerder van het GDS het niet toegewezen volume op het GDS door de som van de allocaties uit stap vier af te trekken van de gemeten hoeveelheid gas op het overdrachtspunt tussen het GDS en het regionale gastransportnet. Dit niet toegewezen volume wordt toegewezen aan de programmaverantwoordelijke en leverancier van de beheerder van het GDS.

  • 29. De beheerder van het GDS stuurt, uiterlijk op de zevende dag na afloop van de gasmaand, de resultaten van de eerste maand-allocatie via BALL-berichten naar de betreffende leveranciers en programmaverantwoordelijken. Aan de hand van deze informatie kunnen de leveranciers de facturatie van het gasverbruik aan de aangeslotenen op het betreffende GDS uitvoeren.

  • 30. De beheerder van het GDS stuurt, uiterlijk op de zestiende dag na afloop van de maand, de resultaten van de tweede maand-allocatie via de LALL-berichten naar de programmaverantwoordelijken en de leveranciers en naar de beheerder van het landelijk gastransportnet.

V. Beoordeling

Procedureel

  • 31. De ACM constateert dat het voorstel op 21 december 2017 in een overleg met de representatieve organisaties is besproken. In het voorstel is een verslag opgenomen van dit overleg en de indieners hebben in het voorstel aangegeven welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die de organisaties naar voren hebben gebracht. Naar het oordeel van de ACM voldoet het voorstel daarmee aan de vereisten bedoeld in artikel 12d en artikel 22, derde lid van de Gaswet.

  • 32. De ACM constateert dat het voorstel voor wat betreft de wijziging van de Informatiecode elektriciteit en gas is ingediend namens een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met transporteren, leveren of meten van elektriciteit of gas, zoals artikel 22 van de Gaswet voorschrijft. Dit blijkt uit het feit dat het voorstel is aangenomen in de algemene ledenvergadering van NEDU van 9 november 2017, en dat op dat moment per marktrol binnen NEDU de stemgerechtigde leden het overgrote deel van de markt vertegenwoordigden.

Afbakening codewijziging

  • 33. De ACM stelt vast dat deze codewijziging geen invulling geeft aan alle klantprocessen zoals bedoeld in artikel 22 van de Gaswet. De ACM is van oordeel dat, gelet op het belang van de ontwikkeling van het handelsverkeer op de gasmarkt, het noodzakelijk is dat de voorwaarden van alle klantprocessen van GDS-en in de technische codes en de informatiecode elektriciteit en gas geregeld worden. Het uitgangspunt dient volgens de ACM te zijn dat dat marktpartijen, ongeacht of afnemers zijn aangesloten op een GDS of een gastransportnet, voor alle aansluitingen dezelfde klantprocessen kunnen hanteren. Dit is voor de ACM aanleiding geweest om bij brief9 van 17 november 2017 Netbeheer Nederland te verzoeken een codewijzigingsvoorstel, als bedoeld in artikel 12b en 22 van de Gaswet, in te dienen met als doel derdentoegang voor aangeslotenen op een GDS mogelijk te maken. De ACM komt op een later tijdstip hierop terug.

Meten

  • 34. De ACM stelt vast dat deze codewijziging de voorwaarden regelt over de wijze waarop gemeten moet worden bij aansluitingen op een GDS. De ACM is van oordeel dat de voorwaarden over het meten in overeenstemming zijn met de Gaswet. Naar het oordeel van de ACM is het voorstel hierover daarom niet in strijd met de belangen, regels en eisen als bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid, van de Gaswet.

Transportkosten

  • 35. De ACM stelt vast dat deze codewijziging de voorwaarden regelt over de wijze waarop de gegevens voor de verrekening van de landelijke gastransportkosten verwerkt en verstrekt moeten worden. De ACM is van oordeel dat de voorwaarden over de verrekening van de landelijke gastransportkosten in overeenstemming zijn met de Gaswet. Naar het oordeel van de ACM is het voorstel hierover daarom niet in strijd met de belangen, regels en eisen als bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid, van de Gaswet.

NRT-allocaties

  • 36. De ACM stelt vast dat deze codewijziging de voorwaarden regelt over de wijze waarop de NRT-allocatie voor aansluitingen die verbonden zijn met een GDS moet worden uitgevoerd. De NRT-allocatie vormt de basis van de onbalansverrekening van programmaverantwoordelijken. De NRT-allocatie is daarom noodzakelijk om programmaverantwoordelijkheid voor een gasaansluiting te kunnen uitvoeren. Het uitvoeren van NRT-allocaties voor gasaansluitingen op een GDS is daardoor een voorwaarde voor de derdentoegang op een GDS. De ACM stelt vast dat met deze codewijziging hieraan een invulling is gegeven. De ACM is van oordeel dat de voorwaarden over de NRT-allocatie in overeenstemming zijn met de Gaswet. Naar het oordeel van de ACM is het voorstel hierover daarom niet in strijd met de belangen, regels en eisen als bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid, van de Gaswet.

Offline Allocaties

  • 37. De ACM stelt vast dat deze codewijziging de voorwaarden regelt over de wijze waarop de offline-allocatie voor gasaansluitingen die verbonden zijn met een GDS moet worden uitgevoerd. De offline allocatie vormt de basis voor de verrekening van het gas en voor de facturering van de gastransportkosten. Het kunnen uitvoeren van de offline-allocaties voor aansluitingen op GDS is daardoor een voorwaarde voor de derdentoegang op een GDS. De ACM stelt vast dat met deze codewijziging hieraan een invulling is gegeven. De ACM is van oordeel dat de voorwaarden voor de offline-allocatie in overeenstemming zijn met de Gaswet. Naar het oordeel van de ACM is het voorstel hierover daarom niet in strijd met de belangen, regels en eisen als bedoeld in artikel 12f, eerste en tweede lid, van de Gaswet.

Verplichtingen voor beheerder van het GDS

  • 38. De ACM stelt vast dat deze codewijziging ingrijpt in de relatie tussen de afnemers op een GDS en de beheerder van het GDS. Wil de aangeslotene gebruik maken van de markttoegang, dan is het noodzakelijk dat de beheerder van het betreffende GDS hieraan zijn medewerking verleent. Dit betekent dat als gevolg van deze codewijziging beheerders van GDS-en de plicht hebben om volgens de codes haar taken uit te voeren op het moment dat een aangeslotene daarom verzoekt.

VI. Reacties op ontvangen zienswijzen

  • 39. Op 27 maart 2019 heeft de ACM het ontwerpbesluit voor deze code gepubliceerd en heeft belanghebbenden de gelegenheid gegeven een zienswijze in te dienen. Op 7 mei 2019 heeft de ACM de zienswijzen ontvangen van Energie Nederland, Netbeheer Nederland en VEMW. In dit hoofdstuk geeft de ACM haar reactie op de zienswijze waarbij zij aangeeft in welke mate het ontwerpbesluit is aangepast.

Zienswijze Energie Nederland

  • 40. Energie Nederland wijst in haar zienswijze op randnummer 38 van het ontwerpbesluit. Daar staat dat de GDS-beheerder zijn toestemming moet verlenen als een afnemer op een GDS gebruik wil maken van de markttoegang zoals dat in deze code is geregeld. De GDS-beheerder heeft dan de plicht om conform de codes haar taken uit te voeren als een afnemer hierom verzoekt. In het gewijzigde artikel 6.4.2.0 staat dat in afwijking van paragraaf 9.1 van de Informatiecode de informatie-uitwisseling over de marktprocessen niet plaatsvindt via het geautomatiseerde berichtenverkeer.

  • 41. Energie Nederland geeft aan dat zij zich ernstige zorgen maakt. Alle betrokken partijen hebben de nadrukkelijke voorkeur uitgesproken voor het wegnemen van de belemmeringen voor de keuzevrijheid van afnemers op een GDS. Dit kan door communicatie via het centrale communicatiesysteem dat in beheer is bij de gezamenlijke netbeheerders dat onder andere bestaat uit het Centrale Aansluitingen Register (CAR). Alle partijen halen hun informatie uit het CAR en op deze manier is een eenduidige communicatie gewaarborgd.

  • 42. Uit de brief van de ACM van 26 maart 2019 blijkt echter dat een GDS-beheerder een eigen verantwoordelijkheid heeft een aansluitingenregister bij te houden en EAN-codes aan de afnemers op een CAR aan te maken. Met dit register krijgt de GDS-beheerder toegang tot het centrale communicatiesysteem (en dus het CAR), maar maakt geen onderdeel uit van het CAR.

  • 43. Energie Nederland vraagt zich af waarom een GDS-beheerder niet aan dezelfde regels wordt onderworpen als de regionale netbeheerders om zo de communicatie op het gebied van i) near-real-time allocatie, ii) off-line allocatie en iii) reconciliatie te bevorderen. Ook de communicatie voor de klantprocessen moeten centraal geregeld worden. Energie – Nederland verzoekt in het codebesluit op te nemen dat alle aangeslotenen op een GDS worden opgenomen in het CAR van de regionale netbeheerders.

Reactie ACM

  • 44. Energie Nederland verwijst naar artikel 6.4.2.0. Uit dit artikel volgt dat de informatie-uitwisseling voor een GDS niet verplicht plaatsvindt via het geautomatiseerde berichtenverkeer. Deze bepaling beperkt zich tot de overdracht van meetgegevens door de erkende meetverantwoordelijke aan de GDS-beheerder. Het gaat dan om de informatie-uitwisseling die nodig is voor het uitvoeren van de offline-allocatie door de GDS-beheerder. Voor deze opzet is gekozen met de gedachte dat dit voor de beheerder van een GDS goedkoper is én omdat de GDS beheerder de meetgegevens toch al van de meetverantwoordelijke krijgt. De ACM heeft dit verduidelijkt in het besluit.

  • 45. Energie Nederland merkt terecht op dat een GDS-beheerder medewerking moet verlenen als een afnemer op het GDS gebruik wil maken van de mogelijkheid tot markttoegang. De ACM deelt de zorgen van Energie Nederland echter niet dat met de codewijzigingen belemmeringen blijven bestaan. De ACM is van oordeel dat met deze codewijziging belemmeringen in de keuzevrijheid van afnemers op een GDS worden weggenomen voor zover het gaat om het faciliteren van de marktprocessen voor gas, zoals voor allocatie en reconciliatie. Met deze code wordt een uniform proces vastgelegd voor het faciliteren van de marktprocessen.

  • 46. De ACM deelt de opvatting van Energie Nederland niet dat een GDS-beheerder aan andere regels wordt onderworpen dan een regionale netbeheerder voor zover het gaat over de communicatie op het gebied van i) near-real-time allocatie, ii) off-line allocatie en iii) reconciliatie. De ACM is van oordeel dat met deze codewijziging de taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering van NRTA offline allocatie en reconciliatie door een GDS-beheerder juist voor het overgrote deel overeenkomen met die van een regionale netbeheerder. De regionale netbeheerder moet aan vergelijkbare vereisten voldoen zoals in deze code geregeld.

  • 47. De ACM benadrukt dat een goed onderscheid tussen klant- en marktprocessen noodzakelijk is. Deze codewijziging regelt niet de toegang voor de GDS-beheerders tot het CAR en het gebruik van het centrale communicatiesysteem van de gezamenlijke netbeheerders. De informatie-uitwisseling via het centrale communicatiesysteem is nodig voor het faciliteren van de klantprocessen. In haar brief van 26 maart 2019 heeft de ACM duidelijk gemaakt dat een GDS-beheerder voor elektriciteit met haar eigen aansluitingenregister toegang tot het centrale communicatiesysteem moet hebben. Wel heeft de ACM aangegeven dat uit de bepalingen in de Informatiecode volgt dat een GDS-beheerder zelf verantwoordelijk is voor het beheer van het aansluitingenregister voor de aansluitingen op het GDS en het aanmaken van EAN-codes. De randvoorwaarden voor het gebruik van het centrale communicatiesysteem zijn volgens de ACM dat i) de communicatie over de klantprocessen ten behoeve van een GDS geüniformeerd is, ii) de veiligheid en betrouwbaarheid van de data gewaarborgd zijn en iii) de gezamenlijke netbeheerders de kosten voor het gebruik van het centrale systeem in alle redelijkheid kunnen doorbelasten. Hiermee zijn volgens de ACM de belemmeringen bij het faciliteren van de klantprocessen bij elektriciteit voor afnemers op een GDS weggenomen.

  • 48. Doordat de GDS-beheerder toegang heeft tot het centrale communicatiesysteem is het mogelijk op een eenduidige manier te communiceren over de klantprocessen. Ook ten behoeve van afnemers op een GDS. Voor een eenduidige communicatie over de klantprocessen is het niet nodig dat de informatie over de aansluitingen op een GDS in het aansluitingenregister van een regionale netbeheerder komen.

Zienswijze Netbeheer Nederland

  • 49. Netbeheer Nederland geeft aan dat in het ontwerpbesluit bij de meeste artikelen de term ‘GDS-eigenaar’ wordt gebruikt terwijl in het ingediende voorstel de term ‘GDS-beheerder’ stond genoemd. Het woordgebruik van het voorstel sloot aan bij het woordgebruik uit de artikelen 12b en 22 van de Gaswet en artikel 31 van de E-wet. Netbeheer Nederland geeft aan dat consequent één term moet worden gebruikt, met als voorkeur ‘GDS-beheerder’. Als de ACM kiest voor de term ‘GDS-eigenaar’ dan moet dat in alle codebepalingen worden aangepast.

  • 50. In het voorstel werd in artikel 2.0.7a het woord ‘gegevens’ gebruikt. Dit is veranderd in ‘meetgegevens’. Deze aanpassing is onjuist, omdat het bij dit artikel niet alleen gaat over meetgegevens.

  • 51. Netbeheer Nederland stelt voor om het codevoorstel in te laten gaan op 1 december 2019. Op deze manier kunnen de wijzigingen worden meegenomen in de sectorrelease van november 2019.

  • 52. In de artikelen 2.2.2., 2.4.1. en 2.5.1 van de Allocatiecode gas is een aantal verschrijvingen terecht gekomen. Er staat nu ‘netbeheerder van het landelijk gastransport’, terwijl dit ‘netbeheerder van het landelijk gastransportnet’ moet zijn.

Reactie ACM

  • 53. De ACM heeft de term ‘GDS-beheerder’ zoals opgenomen in het voorstel voor de codewijziging vervangen door de term ‘GDS-eigenaar’. De reden is dat deze terminologie beter aansluit bij de begripsbepalingen uit de Gaswet. Een gesloten distributiesysteem is omschreven als een net waarvoor ontheffing is verleend (artikel 1 lid 1 onder am Gaswet). De ACM kan alleen een ontheffing verlenen voor een eigenaar van een gastransportnet (artikel 2a lid 1 Gaswet). De eigenaar van het GDS beheert het GDS (artikel 2a lid 5 Gaswet). De Gaswet kent dus alleen een GDS-eigenaar en geen GDS-beheerder. Het gaat steeds om dezelfde personen.

  • 54. De ACM erkent wel dat in verschillende codebepalingen de term ‘GDS-beheerder’ is genoemd. Deze term is in de Begrippencode gas niet gedefinieerd. Gelet op de bepalingen uit de Gaswet gaat de ACM ervan uit dat met de GDS-beheerder zoals opgenomen in de verschillende codes de GDS-eigenaar wordt bedoeld. De ACM is het met Netbeheer Nederland eens dat het onwenselijk is dat in de codes verschillende termen komen. Om die reden hanteert de ACM nu ook in dit codebesluit de term ‘GDS-beheerder’.

  • 55. De ACM gaat mee met de suggestie van Netbeheer Nederland en wijzigt in artikel 2.07a de term ‘meetgegevens’ in ‘gegevens’.

  • 56. De ACM heeft de ingangsdatum aangepast. Het besluit treedt in werking per 1 december 2019.

  • 57. De ACM heeft, voor zover nodig de verschrijvingen aangepast en ‘netbeheerder van het landelijk gastransport’ vervangen door ‘netbeheerder van het landelijk gastransportnet.

Zienswijze VEMW

  • 58. De bepalingen uit het codevoorstel kunnen gevolgen hebben voor de voorschriften die de ACM stelt aan het verlenen van een ontheffing bij een GDS. In het codevoorstel heeft de ACM niet beschreven op welke wijze de code consequenties heeft en hoe de ACM hiermee omgaat. VEMW verzoekt de ACM hierna te kijken en mogelijke consequenties mee te nemen in het voorstel.

  • 59. Begrijpt VEMW goed dat in Artikel 2.0.7a Allocatiecode Gas de allocatie van meetgegevens per erkende PV per netgebied per afnemercategorie, voor GGV en GIS op het GDS plaatsvindt, dus met de PV-partij van de derde-aangeslotene en niet het GDS?

  • 60. In Artikel 2.2.2 Allocatiecode Gas is in lid 1 en lid 2 sprake van 'het aansluitingenregister’. In lid 4 daarentegen is sprake van ‘zijn aansluitingenregister’. VEMW verzoekt dit lid te wijzigen en 'zijn’ te veranderen in ‘het’ aansluitingenregister. Daarbij moet door aanpassing uit de formulering van lid 4 duidelijk worden dat er een koppeling is tussen ‘een’ verbruiker en ’zijn’ gegevens.

  • 61. Volgens Artikel 2.4.5a Aansluit- en Transportcode Gas zijn alle aansluitingen achter het GDS en het koppelpunt tussen GDS en RNB voorzien van een op afstand uitleesbare meetinrichting. Met de telemetrieberichten van de derde-aangeslotenen op het GDS en het GDS-RNB koppelpunt, is het mogelijk om de juiste transportkostenkosten per PV-partij op het GOS-RNB punt vast te stellen en in rekening te brengen. De PV partij van de GDS-beheerder en de PV partijen van de derde-aangeslotenen krijgen via deze methode de door hen veroorzaakte transportkosten in rekening gebracht. Eventuele meetverschillen worden aan de PV-partij van de GDS-beheerder gealloceerd. Er is dan een één op één relatie tussen de overeenkomst van de afnemer en afrekening met zijn PV/Leverancier. Deze methode en oplossingsrichting is in de praktijk uitvoerbaar en werkend gebleken. Echter, er kunnen zich situaties voordoen bij derde-aangesloten op een GDS die van invloed zijn op de contractering en afrekening van de – landelijke – transportkosten. Denk aan productie-uitbreidingen, geplande en ongeplande stops, sloop, aanpassingen van installaties, faillissement, nieuwe aansluitingen, etc. In de voorgestelde werkwijze loopt de GDS-beheerder de – financiële – risico's, terwijl hij die risico’s niet – of niet direct – kan beïnvloeden, onder meer omdat hij geen positie heeft in de rechtsrelatie tussen de derde-aangeslotenen op het GDS en hun PV-partijen/leveranciers die de transportkosten in rekening brengen. VEMW verzoekt ACM in het besluit rekening te houden met deze ongewenste effecten.

Reactie ACM

  • 62. Bij het verlenen van een ontheffing heeft de ACM als voorschrift opgenomen dat de ontheffinghouder derdentoegang moet verlenen. Daar komt bij dat een ontheffinghouder, mede op grond van Europese wetgeving derden op basis van objectieve en niet discriminerende tarieven toegang tot haar GDS moet geven. In haar brief van 26 maart 2019 heeft de ACM al uitgelegd dat het doel van derdentoegang is dat afnemers zelf een leverancier moeten kunnen kiezen en dat een leverancier aan alle gewenste afnemers moet kunnen leveren. Om dit bereiken is het nodig dat leveranciers toegang tot de verschillende distributiesystemen krijgen. Het uitgangspunt is daarbij dat een beheerder van een distributiesysteem een leverancier niet mag belemmeren om een afnemer van elektriciteit of gas te voorzien. Dit geldt voor beheerders van het openbare net en beheerders van GDS-en. Daarmee is het volgens de ACM niet nodig de voorschriften voor een ontheffing aan te passen. Voor zover nodig kan de ACM besluiten de voorschriften van een ontheffing in een specifiek geval aanpassen zodat derdentoegang mogelijk is. Voorts past de ACM aan de hand van relevante wetswijzigingen de ontheffingsvoorschriften aan. Dat is nu niet aan de orde.

  • 63. De ACM stelt vast dat artikel 2.0.7a van de Allocatiecode Gas de toewijzing van het gasverbruik van een afnemer op een GDS regelt aan de erkende programmaverantwoordelijke van de betreffende afnemer. Het gas wordt daardoor niet meer toegewezen aan de GDS-beheerder. De interpretatie van VEMW klopt dus.

  • 64. VEMW verzoekt om in artikel 2.2.2, vierde lid, van de Allocatiecode gas ‘zijn aansluitingenregister’ te wijzigen in ‘het aansluitingenregister’. De ACM verandert dit niet, omdat met deze verwijzing wordt verduidelijkt het om het aansluitingenregister van netbeheerder van het landelijk gastransportnet gaat.

  • 65. De ACM is van oordeel dat het toewijzen van meetverschillen aan de GDS-beheerder, in artikel 2.4.5a Aansluit- en transportcode gas, financiële gevolgen voor de GDS-beheerder kan hebben. De door VEMW geschetste omstandigheden kunnen tot gevolg hebben dat de gastransportkosten, voor het gebruik van landelijk gastransportnet, van aangeslotenen op het GDS bij de GDS-beheerder in rekening zullen worden gebracht.

  • 66. Hoewel het juist is dat de GDS-beheerder geen positie heeft in de rechtsrelatie tussen de aangeslotenen op het GDS en hun programmaverantwoordelijken of leveranciers, stelt de ACM vast dat de GDS-beheerder wel een overeenkomst heeft met de aangeslotenen op zijn GDS. De ACM is van oordeel dat de GDS-beheerder daarmee in staat is om contractueel vast te leggen hoe in die omstandigheden de verrekening van bijvoorbeeld de landelijke gastransportkosten met zijn aangesloten wordt uitgevoerd.


X Noot
1

Vereniging Nederlandse Energie Data Uitwisseling

X Noot
2

De marktprocessen zijn de processen voor allocatie en reconciliatie.

X Noot
3

Kenmerk: ACM/DE/2015/207581

X Noot
4

Zie HvJ van 22 mei 2008, zaak C-439/06 (Citiworks) en HvJ van 28 november 2018, gevoegde zaken C – 262/17, C-263/17 en C-273/17 (Solvay e.a.).

X Noot
5

Kenmerk: ACM/DE/2016/202866

X Noot
6

Kenmerk: ACM/UIT/345845.

X Noot
7

Kenmerk: BR-16-1204.

X Noot
8

RICHTLIJN (EU) 2015/1535 VAN HET EuropEES parlement EN DE RAAD van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (codificatie)

X Noot
9

Kenmerk: ACM/UIT/345845.