Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2019, 40230Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2019, kenmerk 1548796-192703-MEVA, houdende wijziging van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II in verband met het wijzigen van de wijze waarop het beschikbare bedrag wordt verdeeld

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 2 van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies bedraagt per studiejaar € 112.000.000, waarvan:

    • a. 32% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie A, C en F, tot ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats;

    • b. 26% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie B, D, E en G, tot ten hoogste € 1.700 per gerealiseerde stageplaats;

    • c. 39% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie C, D, E, F en G, tot, wat betreft categorie C, ten hoogste € 2.000 per gerealiseerde stageplaats, tot, wat betreft categorie D, ten hoogste € 2.700 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie E, F en G, ten hoogste € 1.400 per gerealiseerde stageplaats;

    • d. 3% gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie F en G, tot, wat betreft categorie F, ten hoogste € 1.100 per gerealiseerde stageplaats en tot, wat betreft categorie G, ten hoogste € 1.300 per gerealiseerde stageplaats.

2. Het vijfde tot en met tiende lid wordt vernummerd tot het zesde tot en met elfde lid en er wordt een lid vijf toegevoegd, luidende:

  • 5. Indien het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan de minister het subsidiebedrag dat resteert naar rato verdelen over de overige gerealiseerde stageplaatsen.

ARTIKEL II

Artikel 2, vierde lid, van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II wordt als volgt gewijzigd:

1. onder a, wordt ‘32%’ vervangen door ‘25%’.

2. onder c, wordt ‘39%’ vervangen door ‘44%’ en vervalt telkens ‘E,’.

3. onder d, wordt ‘3%’ vervangen door ‘5%’.

ARTIKEL III

  • 1. Artikel I treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2018.

  • 2. Artikel II treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Algemeen

Op grond van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II (hierna: de Subsidieregeling) kunnen aan zorgaanbieders subsidies worden verstrekt voor het realiseren van stageplaatsen voor bepaalde opleidingen. Deze Subsidieregeling staat ook wel bekend als ‘het Stagefonds Zorg’. Het Stagefonds Zorg is ingericht om erkende leerbedrijven in zorg en welzijn (de stageaanbieders) te stimuleren meer en kwalitatief goede stageplaatsen aan te bieden. Daartoe is jaarlijks een budget van € 112 mln. beschikbaar.

Het ministerie van VWS wil graag dat dit budget zo effectief en efficiënt mogelijk wordt ingezet. Daartoe wordt de werking van de Subsidieregeling periodiek geëvalueerd. De komende evaluatie zal in 2020 starten. Daarbij zal met name ook gekeken worden naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Subsidieregeling als geheel, alsmede of een andere invulling en/of reikwijdte van het Stagefonds Zorg de werking van de Subsidieregeling kan verbeteren.

In deze wijzigingsregeling wordt een aantal aanpassingen gedaan om de doelmatigheid van de Subsidieregeling te verbeteren en nog beter in te richten op de arbeidsmarktbehoefte.

Met de onderhavige wijzigingsregeling is de Subsidieregeling met ingang van het studiejaar 2019–2020 op twee punten aangepast:

  • De precieze verdeling van de beschikbare bedragen over de in de bijlagen bij de regeling gedefinieerde categorieën;

  • De herverdeling van een deel van het beschikbare bedrag dat mogelijk resteert

Het laatstgenoemde punt geldt met terugwerkende kracht ook al voor het studiejaar 2018–2019.

Administratieve lasten en vaste verandermomenten

De aanpassingen hebben nagenoeg geen gevolgen voor de administratieve lasten. In de aanvraagprocedure als zodanig worden geen veranderingen aangebracht. Evenals voorheen krijgen stageaanbieders een aanvraagformulier toegestuurd dat vooraf is ingevuld aan de hand van de gegevens van de onderwijsinstellingen.

Artikelsgewijs

Artikel I, onder 1: vervallen derde lid

In het derde lid staat dat de subsidie wordt verstrekt voor het studiejaar dat begint in 2011. De bepaling wordt niet meer relevant geacht.

Artikel I, onder 2: benutting van het beschikbare bedrag

In het studiejaar 2017–2018 is het subsidieplafond niet bereikt.

Ik vind het onwenselijk dat het voor gerealiseerde stageplaatsen beschikbare bedrag niet volledig ten gunste van de stageplaatsen aanbiedende instellingen wordt benut. Gelet hierop heb ik besloten de hoogte van de maximale bedragen per gerealiseerde stageplaats aan te passen, met terugwerkende kracht tot het studiejaar 2018–2019. Daarnaast heb ik besloten om de precieze verdeling van het beschikbare subsidiebedrag over de verschillende opleidingen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder a tot en met d, aan te passen. Dit met ingang van het komende studiejaar 2019–2020.

Deze aanpassingen zijn gedaan om het aanbieden en realiseren van stageplaatsen aantrekkelijker te maken en tegelijkertijd onderuitputting te voorkomen.

Artikel I onder 2 herverdeling resterend budget

Voor het geval er in een of meerdere van de onder artikel 2, vierde lid, onder a tot en met d, soorten stageplaatsen het maximale bedrag per gerealiseerde stageplaats wordt bereikt en het beschikbare subsidiebedrag dus niet geheel wordt benut, is in artikel 2 een nieuw vijfde lid ingevoegd.

Dat vijfde lid ziet op de situatie dat een of meer van de voor de verschillende soorten gerealiseerde stageplaatsen (bedoeld in het vierde lid, onder a, b, c of d) beschikbare bedragen niet geheel wordt benut. Bijvoorbeeld het deelbedrag voor de stageplaatsen bedoeld in het vierde lid, onder a, dat niet geheel wordt verdeeld door een onverwacht grote daling van het aantal gerealiseerde stageplaatsen. Het voor deze soort stageplaatsen bedoelde subsidiebedrag dat resteert, wordt dan naar rato verdeeld over de overige gerealiseerde stageplaatsen, bedoeld onder b, c, en d, overeenkomstig de percentages bepaald in het vierde lid, onder b, c en d.

Een voorbeeld:

De situatie doet zich voor dat bij de soort opleidingen als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder a, het aantal gerealiseerde stageplaatsen minder groot is dan voorzien, waardoor de maximale subsidie per stageplaats wordt bereikt en € 1 mln. van het voor deze soort opleidingen beschikbare bedrag niet wordt benut.

Deze € 1 mln. wordt dan naar rato verdeeld over de overige gerealiseerde stageplaatsen, in dit geval:

  • 26/68 van 1 mln. naar de soort opleidingen, bedoeld in het vierde lid, onder b

  • 39/68 van 1 mln. naar de soort opleidingen, bedoeld in het vierde lid, onder c

  • 3/68 van 1 mln. naar de soort opleidingen, bedoeld in het vierde lid, onder d

Wanneer de € 1 mln. hiermee verdeeld is, dan stopt dit proces.

Wanneer er na deze verdeling nog een subsidiebedrag resteert, dan wordt bovenstaande proces nogmaals doorlopen bij de soorten opleidingen waar de maximale subsidiebedragen per gerealiseerde stageplaatsen nog niet bereikt zijn.

Stel: bij de in het vierde lid, onder c, opgenomen soort opleidingen wordt na bovenstaande verdeeltraject ook het maximale bedrag per gerealiseerde stageplaats bereikt, waardoor van de € 1 mln. bijvoorbeeld nog € 0,2 mln. resteert. Deze € 0,2 mln. wordt in die situatie als volgt verdeeld:

  • 26/29 van 0,2 mln. naar de soort opleidingen, bedoeld in het vierde lid, onder b

  • 3/29 van 0,2 mln. naar de soort opleidingen, bedoeld in het vierde lid, onder d

Dit proces kan zich herhalen totdat in alle categorieën het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde stageplaats is bereikt.

Artikel II, onder 1: de verdeling van het beschikbare bedrag

Artikel 2, vierde lid, van de Subsidieregeling bepaalt de hoogte van het beschikbare bedrag en de verdeling van dat bedrag over de verschillende soorten gerealiseerde stageplaatsen, met behulp van de percentages genoemd onder a, b, c en d. Tevens worden onder a tot en met d maximale vergoedingsbedragen voor de categorieën A tot en met G, conform indeling in bijlagen 1 tot en met 4 bij de regeling, bepaald.

In 2017 is de verdeling van het beschikbare bedrag over stageplaatsen in de verschillende opleidingen aangepast aan de verwachte ontwikkeling van de vraag op de arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Daarbij is voor de insteek gekozen om de Subsidieregeling meer te richten op de verwachte vraag naar personeel en behoefte aan opleidingsplaatsen. Om het aanbieden van stageplaatsen voor opleidingen, gericht op beroepen waar een relatief grote vraag naar is en verwacht wordt, extra te stimuleren is daarop de verdeling van het beschikbare bedrag over de stageplaatsen, bedoeld onder a tot en met d, aangepast. Daarmee werd voor de zogenoemde tekortberoepen een relatief groter bedrag beschikbaar gesteld.

Om de beoogde relatieve aantrekkelijkheid van de feitelijke vergoedingsbedragen te borgen is het van belang dat deze bedragen zich op vergelijkbare wijze verhouden tot de maximum vergoedingsbedragen. Daartoe wordt met ingang van het studiejaar 2019–2020 de relatieve verdeling van het budget aangepast. Hiermee komen de feitelijke vergoedingsbedragen – bij gelijkblijvende aantallen gerealiseerde stageplaatsen – allen op vergelijkbare afstand van de maximum vergoedingsbedragen.

Dit zorgt er tevens voor dat de kans op onderuitputting verkleint. Onderuitputting kan immers alleen optreden als het maximumvergoedingsbedrag wordt overschreden.

Tot deze wijziging van de Subsidieregeling in 2017 werden bbl- en duale opleidingen relatief bevoordeeld. Van deze opleidingen kregen de bbl-opleidingen op niveau 3 en de duale opleiding hbo verpleegkunde een relatief groter deel van het beschikbare bedrag. Bij de wijziging in 2017 is ervoor gekozen om het vergoedingsbedrag voor het aanbieden van stageplaatsen voor niveau 3 mbo bbl-opleidingen geleidelijk naar het basisniveau te brengen van mbo bbl-opleidingen voor beroepen waar geen tekorten voor verwacht worden.

Met het onder Artikel II, 1b laten vervallen van categorie E worden de vergoedingsbedragen met ingang van het studiejaar 2019–2020 gelijk getrokken. De opleidingen onder categorie E komen hiermee, net als de andere niveau 3 mbo-bbl opleidingen voor niet-tekortberoepen, immers alleen nog in aanmerking voor de vergoeding onder artikel 2, vierde lid onder b.

Artikel III

Artikel I treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2018. Het gaat hier om de gewijzigde maximum bedragen bij de verschillende soorten gerealiseerde stageplaatsen in artikel 2, vierde lid, en om het nieuwe vijfde lid (over de verdeling van het subsidiebedrag dat mogelijk resteert). Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten bij regelgeving (VVM). Voor de terugwerkende kracht is gekozen om de beoogde wijzigingen ook betrekking te laten hebben op het lopende studiejaar 2018–2019.

Artikel II treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019, met het oog op het komende studiejaar 2019–2020. Het gaat hier om de gewijzigde percentages bij de verschillende categorieën stageplaatsen in artikel 2, vierde lid. Ook met deze inwerkingtreding is afgeweken van de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving (VVM).

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge