Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Justitie en VeiligheidStaatscourant 2019, 39302Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 8 juli 2019, kenmerk 2643916, tot tijdelijke wijziging van de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 26, eerste lid en tweede lid, van het Besluit bewapening en uitrusting politie;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 2 van de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie wordt als volgt gewijzigd:

1. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 9. In afwijking van het in het tweede en vierde lid bepaalde is een ambtenaar die is belast met de uitoefening van specialistische of leidinggevende politietaken en daartoe een postinitiële opleiding heeft gevolgd geoefend in het gebruik van het semi-automatisch schoudervuurwapen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit bewapening en uitrusting politie, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar of kalenderjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.

2. Het negende lid vervalt.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel I, onderdeel 2, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel 1, terug tot en met 1 juli 2019.

  • 2. Artikel I, onderdeel 2, treedt in werking op 1 augustus 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

TOELICHTING

Op grond van artikel 13, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit bewapening en uitrusting politie en artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bewapening en uitrusting politie kan de bewapening van een ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam of tot een bijzondere bijstandseenheid tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit een semi-automatisch schoudervuurwapen. Ingevolge artikel 4 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren is het gebruik van een geweldmiddel uitsluitend toegestaan aan een ambtenaar (a) aan wie dat geweldmiddel rechtens is toegekend, voor zover hij optreedt ter uitvoering van de taak met het oog waarop het geweldmiddel hem is toegekend, en (b) die in het gebruik van dat geweldmiddel is geoefend. Artikel 2, tweede lid en vierde lid, van de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie bepaalt dat een ambtenaar steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend is in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.

Vanwege een technische omstandigheid was de politie in een deel van het eerste kalenderjaarhalfjaar van 2019 niet in staat genoemde ambtenaren de toets schietvaardigheid aan te bieden. Het gevolg daarvan zou zijn geweest dat genoemde ambtenaren in het tweede kalenderjaarhalfjaar van 2019 niet overeenkomstig de Regeling toetsing geweldsbeheersing politie waren geoefend in het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen, tot het moment dat zij de toets schietvaardigheid alsnog met voldoende resultaat hebben afgelegd. Genoemde ambtenaren, allen behorende tot een specialistisch onderdeel van de politie, waren de facto wel geoefend in het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen door frequente oefening daarmee. De politie kan genoemde ambtenaren in juli 2019 alsnog de toets schietvaardigheid aanbieden. Gelet op de noodzaak tot inzetbaarheid van genoemde ambtenaren met een semi-automatisch schoudervuurwapen, genoemde ambtenaren de facto geoefend zijn, en het korte tijdsbestek waarin de politie genoemde ambtenaren alsnog de toets schietvaardigheid kan aanbieden, besloot ik te bepalen dat een ambtenaar in het gebruik van het semi-automatisch schoudervuurwapen is geoefend indien hij, naast de in het in artikel 2, eerste lid, bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderjaar, in plaats van het daaraan voorafgaande kalenderjaarhalfjaar, de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus