Burgemeester en wethouders van Arnhem maken bekend dat zij een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het bouwen van twee windturbines ten behoeve van het bedrijfsverzamelgebouw gelegen aan de Hondiusstraat 20, 24 en 28 te Arnhem, met zaaknummer 195260099. Voor het project is naast de activiteit Planologische afwijking op grond van 2.12, eerste lid onder a, º3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de activiteit Bouwen aangevraagd.
De initiatiefnemer is voornemens om twee windturbine ten behoeve van het bedrijfsverzamelgebouw aan de Hondiusstraat 20, 24 en 28 te Arnhem te bouwen.
Voor het betreffende perceel geldt het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Westervoortsedijk’. Het bestemmingsplan heeft de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden III’ en staat het gebruik van de gronden ten behoeve van windturbines niet toe. Tevens wordt de maximum toegestane bouwhoogte overschreden. De aanvraag omgevingsvergunning, voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing, ziet op een verzoek om planologische afwijking ten behoeve van de realisatie van het project.
Inzien
De omgevingsvergunning met de daarbij behorende stukken ligt vanaf de dag nadat het besluit is genomen gedurende zes weken ter inzage.
Voor de inzage van het besluit kunt u telefonisch een afspraak maken van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00-17.00 met de Omgevingsdienst Regio Arnhem, telefoon 0900-1600.
De interactieve digitale verbeelding van de omgevingsvergunning is te raadplegen op het webadres:
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0202.OGV960-0301
De digitale bestanden die gezamenlijk het juridisch geldende omgevingsvergunning vormen zijn te vinden op het webadres:
https://www.arnhem.nl/ruimtelijkeplannen/plannen/NL.IMRO.0202.OGV960-/NL.IMRO.0202.OGV960-0301/
Beroep
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden binnen de bovengenoemde termijn beroep instellen bij de rechtbank Gelderland, afdeling Bestuursrecht, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Deze mogelijkheid staat open voor belanghebbenden die:
tijdig een zienswijze naar voren hebben gebracht tegen het ontwerpbesluit;
aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest om hun zienswijze tegen het ontwerp naar voren te brengen.
Degene die beroep heeft ingesteld kan (voor schorsing van de inwerkingtreding van het besluit) tevens een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de voorzitter van voornoemde afdeling Bestuursrecht. Voor het in behandeling nemen van zowel het beroep als de voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.
Arnhem 10 juli 2019