Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2019, 38118Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juli 2019, 2019-0000097570, tot Wijziging Toetsingskader Algemeenverbindendverklaring cao-bepalingen (AVV) in verband met een modernisering van de procedure voor het indienen van cao’s, avv-verzoeken en verzoeken tot tussentijdse wijzigingen of verlenging van avv

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Toetsingskader Algemeen Verbindend Verklaring CAO-bepalingen (AVV) wordt gewijzigd als volgt:

A

In de laatste zin van paragraaf 1 vervalt het woord ‘nog’.

B

Paragraaf 3.1 wordt als volgt gewijzigd:

a. In de eerste zin wordt achter het woord schriftelijk het woord ‘(elektronisch)’ ingevoegd.

b. In de tweede alinea wordt ‘Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoek om algemeen verbindend verklaring’ vervangen door ‘Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoek om algemeenverbindendverklaring’.

c. In de tweede alinea wordt ‘zonodig’ vervangen door ‘zo nodig’.

C

Paragraaf 3.2 wordt als volgt gewijzigd:

a. Achter het laatste gedachtestreepje wordt achter het woord schriftelijke het woord ‘(elektronische)’ ingevoegd.

b. In de laatste alinea vervalt de zin ‘Van een besluit tot algemeen verbindend verklaring van cao-bepalingen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.’

c. ‘algemeen verbindend verklaring’ wordt vervangen door ‘algemeenverbindendverklaring’.

d. In de laatste zin wordt achter schriftelijk het woord ‘(elektronisch)’ ingevoegd.

D

Paragraaf 4.1 komt te luiden:

4.1. Meerderheidsvereiste

De cao-bepalingen waarop het verzoek tot avv betrekking heeft, moeten reeds gelden voor een naar het oordeel van de minister belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen (artikel 2, eerste lid, Wet AVV).

De representativiteit wordt als volgt berekend:

Het aantal personen werkzaam bij werkgevers gebonden door de cao, die naar de aard van hun functie respectievelijk werkzaamheden - met inachtneming van artikel 14 van de Wet CAO) 1- binnen de werkingssfeer van de cao vallen, uitgedrukt in een percentage van het totaal aantal personen die binnen de werkingssfeer van de cao zouden vallen 2.

Om te bepalen of wordt voldaan aan het vereiste van een belangrijke meerderheid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • een meerderheid van 60 procent van de personen of meer wordt in ieder geval als ’belangrijk’ gekwalificeerd;

  • een meerderheid tussen 55 procent en 60 procent wordt nog als een belangrijke meerderheid gekwalificeerd tenzij het draagvlak) 3voor de cao binnen het werkingssfeergebied gering is of er een zeer scheve verdeling) 4van de meerderheid binnen het werkingssfeergebied bestaat;

  • bij een meerderheid beneden 55 procent vindt avv niet plaats, tenzij er naar het oordeel van de Minister sprake is van bijzondere omstandigheden.

De beoordeling van de onder de tweede en derde categorie bedoelde situaties is uiteraard maatwerk. Bij een avv-verzoek worden de representativiteitsgegevens en de hiervoor gehanteerde onderzoeksmethodiek opgegeven. Hierbij moet zijn voldaan aan de vereisten zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit aanmelding collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring. De bij het avv-verzoek opgegeven aantallen zijn van recente datum. Dit betekent dat de representativiteitsgegevens in beginsel niet ouder mogen zijn dan één jaar, te rekenen vanaf de ingangsdatum van de cao.

De Minister kan periodiek steekproefsgewijs onderzoek laten uitvoeren naar de kwaliteit van de representativiteitsgegevens. Partijen stellen daartoe desgewenst de relevante gegevens beschikbaar. In het kader van een verzoek tot verlenging van een besluit tot avv is geen representativiteitsopgave vereist.

E

Paragraaf 4.3 wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel 3, onder c, komt te luiden:

  • c. ongelijke behandeling van georganiseerden en ongeorganiseerden teweeg te brengen;

Bijvoorbeeld collectieve voorzieningen zoals die zijn geregeld in cao-fondsen dienen open te staan voor alle werkgevers en werknemers die aan de relevante voorwaarden voldoen, ongeacht of zij al dan niet lid zijn van een der partijen bij de cao.

b. De eerste zin van onderdeel 4 komt te luiden:

Pensioenen zijn voorzieningen met een eigen, door de Pensioenwet bepaald regime. Voor pensioenen bestaat analoog aan het algemeen verbindend verklaren van cao-bepalingen de ’verplichte deelname’ op basis van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (WBpf 2000) en de Wet verplichte beroepspensioenregeling (WVB).

c. In onderdeel 5 wordt ‘werkgeversverplichtin-gen’ vervangen door ‘werkgeversverplichtingen’.

d. Na onderdeel 7 wordt een onderdeel 8 toegevoegd, luidende:

  • 8. Cao-bepalingen waarin wordt verwezen naar een website, waarbij de tekst op de website normatieve bepalingen omvat betreffende de geldende rechten en plichten tussen werkgever en de bij hem werkzame personen, die niet tevens zijn geregeld in de cao waarvan de bepalingen algemeen verbindend verklaard worden. De verwijzing naar informatie van praktische aard, die verband houdt met de toepassing van de algemeen verbindend verklaarde rechten en plichten, leent zich wel voor algemeenverbindendverklaring. In een dictum bij het besluit tot algemeenverbindendverklaring wordt tot uitdrukking gebracht dat de inhoud van deze informatie op de website geen onderdeel uitmaakt van het besluit tot algemeenverbindendverklaring, omdat het hier de toepassingspraktijk betreft. Derhalve valt de inhoud van de informatie op deze websites niet onder de verantwoordelijkheid van de minister.

F

In paragraaf 5.1 wordt ‘dwingend rechtelijke’ vervangen door ‘dwingendrechtelijke’.

G

In paragraaf 5.2 wordt bij het eerste gedachtestreepje ‘schriftelijk onderzoek’ vervangen door ‘schriftelijk nalevingsonderzoek’.

H

Paragraaf 6.2 wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel 1 komt te luiden:

  • 1. Ten aanzien van de werkingssfeer

    Werkingssfeerbepalingen die geen duidelijke afbakening van de rechtsgebieden bevatten of die werkingssfeeroverlap met een of meer andere cao’s waarvan bepalingen algemeen verbindend zijn verklaard of doorgaans algemeen verbindend worden verklaard, teweegbrengen, worden niet algemeen verbindend verklaard. Aan eerstgenoemde voorwaarde is bijvoorbeeld niet voldaan indien in de werkingssfeer naar wetgeving, vestigings- of instellingsbesluiten wordt verwezen die niet zijn gedateerd. In de werkingssfeerbepaling(en) moet een jaartal en publicatienummer van de Staatscourant of het Staatsblad zijn opgenomen, waarbij niet verwezen kan worden naar toekomstige wetgeving. Een cao-bepaling die voorschrijft dat in elke individuele arbeidsovereenkomst moet worden opgenomen dat de cao van toepassing is, leent zich niet voor avv. Daarmee zouden avv-gebondenen ook onder de niet algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao gebracht worden. Met betrekking tot de tweede voorwaarde geldt dat avv van bepalingen die werkingssfeeroverlap veroorzaken met een andere cao waarvan bepalingen reeds algemeen verbindend zijn verklaard, niet mogelijk is omdat op één arbeidsverhouding niet gelijktijdig twee avv-besluiten van dezelfde aard van toepassing kunnen zijn. Dit niet alleen omdat bepalingen kunnen conflicteren, doch eveneens omdat daaruit dubbele verplichtingen kunnen voortvloeien. Het is de verantwoordelijkheid van partijen om overeenstemming over de wederzijdse werkingssfeerbepalingen te bereiken. Indien mocht blijken dat een oplossing in onderling overleg op korte termijn niet haalbaar is, kan in gevallen waarbij dat technisch mogelijk is het betwiste gebied ambtshalve in het te nemen besluit tot avv worden uitgesloten. Wanneer dit niet mogelijk is, omdat bijvoorbeeld sprake is van een volledige overlap van werkingssferen, zal het verzoek tot avv van de cao die werkingssfeeroverlap teweegbrengt niet worden gehonoreerd. Bij het verstrijken van de werkingsduur van het avv-besluit betreffende de cao waarmee overlap is ontstaan zal ook deze niet meer voor avv in aanmerking komen tot het afbakeningsprobleem is opgelost.

b. In onderdeel 3, onder d, ten eerste, wordt ‘welker’ vervangen door ‘waarvan de’.

c. Onderdeel 3, onder d, ten derde, laatste gedachtestreepje, komt te luiden:

  • subsidieontvangende instellingen jaarlijks een door een registeraccountant of accountants-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid gecontroleerde verantwoording overleggen over de besteding van de subsidiegelden, deze verantwoording (tenminste) moet zijn gespecificeerd volgens de onder punt 1 bedoelde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten en geïntegreerd onderdeel uit moet maken van de jaarrekening van het subsidieverstrekkende fonds. (zie punt 6);.

d. In onderdeel 3, onder 5, wordt ‘welke’ telkens vervangen door ‘die’.

e. Onderdeel 3, onder 6, komt te luiden:

  • 6. Bepalen dat het bestuur jaarlijks een jaarrekening opstelt, die een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het fonds en van de ontwikkeling daarvan gedurende het boekjaar en een bestuursverslag waarin het bestuur rekenschap aflegt van het gevoerde beleid. Daarbij moet zijn voorgeschreven dat:

    • de jaarrekening overeenkomstig de onder punt 1 bedoelde bestedingsdoelen respectievelijk activiteiten moet zijn gespecificeerd en wordt voorzien van een controleverklaring door een registeraccountant of accountants-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid, waaruit moet blijken dat de uitgaven conform de bestedingsdoelen zijn gedaan;

    • in het geval het fonds wordt gevormd uit uitsluitend ten laste van werknemers ingehouden middelen het bestuur in de jaarrekening tevens verantwoording aflegt over het vereiste dat het fonds op de wijze, bedoeld in titel 2, artikel 1d, tweede lid van het Besluit fondsen en spaarregelingen, waarborgen treft opdat de belegging van het fonds op solide wijze geschiedt. De controleverklaring omvat de getrouwheid van deze door het bestuur afgelegde verantwoording;

    • de jaarrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring ter inzage van de bij het fonds betrokken werkgevers en werknemers wordt neergelegd ten kantore van het fonds en op een of meer door de Minister van SZW aan te wijzen plaatsen;

    • de jaarrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring op aanvraag aan de bij het fonds betrokken werkgevers en werknemers wordt toegezonden (tegen betaling van de daaraan verbonden kosten).

f. Onderdeel 3, onder e, komt te luiden:

  • e. Daarnaast moeten de ondertekende versies van de jaarrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring en een tweede niet-ondertekend exemplaar van alleen de jaarrekening (bedoeld voor publicatie) binnen uiterlijk 6 maanden na afloop van het boekjaar waarop het verslag betrekking heeft worden toegezonden aan de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving; de jaarrekening, het bestuursverslag en de controleverklaring liggen voor een ieder ter inzage bij het Ministerie van SZW.

g. Onderdeel 3, onder f, g, en h, alsmede de twee laatste zinnen, komen te luiden:

  • f. Met het oog op een correcte premieheffing tijdens eventuele avv-loze periodes is de incasso-administratie gescheiden in direct aan het cao-fonds gebonden (georganiseerde) werkgevers en niet of anders georganiseerde werkgevers. Van deze scheiding in de administratie wordt eenmalig mededeling gedaan bij gelegenheid van de indiening van het avv-verzoek.

  • g. Indien een fonds statutair de mogelijkheid tot subsidieverstrekking kent maar in enig boekjaar geen subsidies heeft toegekend, wordt dat in de jaarrekening of het bestuursverslag over het desbetreffende boekjaar vermeld.

  • h. Uitgaven gedaan in het kader van de Regeling cofinanciering sectorplannen worden geacht te vallen onder de doelstellingen en activiteiten van het fonds. Voor zover deze uitgaven in het verslag, bedoeld in onderdeel d, onder punt 6, worden benoemd als gedaan in het kader van de Regeling cofinanciering sectorplannen, wordt geacht te zijn voldaan aan de verantwoordingsvereisten bedoeld in deze paragraaf.

Als tijdens de looptijd van de avv onomstotelijk blijkt dat niet aan de eisen wordt voldaan, de jaarrekening en het bestuursverslag niet overeenkomstig de statutaire vereisten zijn ingericht of uit de over te leggen controleverklaring niet blijkt dat de bestedingen en, indien van toepassing, de beleggingen in overeenstemming zijn met dit toetsingskader kan de avv van de fondsbepalingen worden ingetrokken.

Opgemerkt wordt nog dat het ministerie zelf geen oordeel geeft over de rechtmatigheid en doelmatigheid van de bestedingen van de fondsen.

J

Paragraaf 7 wordt als volgt gewijzigd:

a. Onder 2), 3) en 5) wordt na ‘schriftelijk’ het woord ‘(elektronisch)’ ingevoegd.

b. ‘Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeen verbindend verklaring’ wordt vervangen door ‘Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring’.

c. In de zin ‘Dispensatie van avv ..... kan worden gevergd’ wordt ‘rederlijkerwijze’ vervangen door ‘redelijkerwijze’.

K

Onderdeel 8 komt te luiden:

8. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Toetsingskader algemeenverbindendverklaring cao-bepalingen (AVV).

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 3 juli 2019

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

TOELICHTING

Algemeen

Met deze wijziging van het Toetsingskader algemeenverbindendverklaring (avv) van cao-bepalingen (avv) (verder: het Toetsingskader AVV) wordt een modernisering doorgevoerd in de procedure voor het indienen van verzoeken tot (tussentijdse wijzigingen of verlenging van) avv. Hierbij wordt aangesloten bij de wijzigingen die zijn doorgevoerd in het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsvoorwaarden en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring avv. Voor de inhoud van deze moderniseringsslag wordt primair verwezen naar de toelichting bij het wijzigingsbesluit van het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsvoorwaarden en het verzoeken om algemeenverbindendverklaring.

Bij het moderniseren van de avv-procedure hoort ook de uitbreiding van de mogelijkheid om in cao-bepalingen te kunnen verwijzen naar websites. In paragraaf 4.3 onderdeel 8 is hiervoor een voorziening getroffen. Verwijzingen naar informatie van praktische aard die aangemerkt moet worden als een hulpmiddel om de algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen toe te kunnen passen in de praktijk, lenen zich voor avv. De op de website opgenomen informatie maakt echter geen onderdeel uit van het avv-besluit zelf.

Voorbeelden van informatie waarnaar verwezen zou kunnen worden zijn informatiebrochures, branche RI&E’s aanvullende informatie over functiewaarderingssystemen, praktische informatie over de vanuit het sociaal fonds gefinancierde opleidingen, reeds goedgekeurde arbocatalogi en digitale loopbaanscans.

Bepalingen die de afdwingbare rechten en plichten tussen de werkgever en werknemer moeten regelen, kunnen echter alleen opgenomen worden in de algemeen verbindend te verklaren cao zelf.

De overige wijzigingen zijn van redactionele aard en zijn bedoeld om de tekst te verduidelijken, in te korten, te corrigeren of te moderniseren.

Artikelsgewijs

De tekstwijzigingen met betrekking tot de paragrafen 3.1, 3.2 en 7 hebben met name betrekking tot de mogelijkheid dat het avv verzoek, het indienen van bedenkingen dan wel het dispensatieverzoek elektronisch kan worden ingediend.

In onderdeel 8 van paragraaf 4.3. wordt het mogelijk gemaakt dat cao-bepalingen met verwijzingen naar websites waar praktische informatie wordt geboden ook algemeen verbindend verklaard kunnen worden.

De wijzigingen die zijn doorgevoerd in paragraaf 6.2, onderdeel 8, zijn bedoeld om beter aan te sluiten bij de terminologie van Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek en om de procedure voor de digitale indiening van de jaarstukken bij de minister te vergemakkelijken. Gelet op de inwerkingtredingdatum van deze wijziging betreft het hier de jaarstukken vanaf boekjaar 2019.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

In zijn arrest van 10 juni 1983, nr. 12098, heeft de Hoge Raad beslist dat onder ‘belangrijke meerderheid’ dient te worden verstaan: alle in dienst van de gebonden werkgevers zijnde werknemers. Derhalve worden de bij de gebonden werkgevers in dienst zijnde niet of anders georganiseerde werknemers meegeteld voor het bepalen van een meerderheid.

X Noot
2

Voorbeeld berekeningswijze van de representativiteit:

1.000 werkgevers zijn lid van de werkgeversorganisaties bij de cao met samen 10.000 werkzame personen. De werkingssfeer beslaat 2.000 werkgevers en er werken in totaal 15.000 personen. De representativiteit = 10.000 : 15.000 = 66,6%.

X Noot
3

Indicaties voor gebrek aan draagvlak voor de cao kunnen bijvoorbeeld blijken uit ingebrachte bedenkingen of het gegeven dat niet alle bij de onderhandelingen betrokken werknemerspartijen de cao hebben getekend.

X Noot
4

Van scheve verdeling kan bijvoorbeeld sprake zijn tussen grote en kleine bedrijven of ten aanzien van deelsectoren binnen de werkingssfeer.