Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Infrastructuur en WaterstaatStaatscourant 2019, 37837Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 juli 2019, nr. IENW/BSK-2019/136512, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling stimulering goederenvervoer per spoor

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 3, eerste lid, onderdelen b en f, van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2, eerste lid, 4, 6, zesde lid, 8, eerste lid en 10, tweede lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister:

Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

onderneming in moeilijkheden:

onderneming als bedoeld in punt 20 van de richtsnoeren inzake reddings- en herstructureringssteun aan niet-financiële ondernemingen in moeilijkheden, PB EU 2014, C249/1;

richtsnoeren:

communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun aan spoorwegondernemingen, PB EU 2008, C184/13;

spoorwegonderneming:

spoorwegonderneming als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet;

toegangsovereenkomst:

toegangsovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet;

Artikel 2. Doel

Deze regeling heeft tot doel het spoorgoederenvervoer te stimuleren en daarmee het goederenvervoer over de weg te beperken teneinde een efficiënt, veilig en duurzaam goederenvervoer tot stand te brengen.

Artikel 3. Subsidie

De Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan spoorwegondernemingen die op Nederlands grondgebied goederen per spoor vervoeren.

Artikel 4. Subsidievereisten

  • 1. Een spoorwegonderneming komt in aanmerking voor subsidie indien:

    • a. de spoorwegonderneming een toegangsovereenkomst heeft afgesloten;

    • b. de spoorwegonderneming een vergoeding verschuldigd is als bedoeld in artikel 62, eerste lid van de Spoorwegwet;

    • c. de te subsidiëren treinkilometers zijn gereden ten behoeve van goederenvervoer; en

    • d. de te subsidiëren treinkilometers op Nederlands grondgebied zijn gereden.

  • 2. De subsidie wordt geweigerd indien:

    • a. tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering openstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard;

    • b. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is; of

    • c. de aanvraag activiteiten betreft waarvoor reeds door een ander bestuursorgaan een subsidie is verleend of compensatie is verstrekt.

Artikel 5. Subsidieplafond

  • 1. Het subsidieplafond voor 2019 bedraagt 14,4 miljoen.

  • 2. De Minister stelt voor de jaren 2020 tot en met 2023 jaarlijks het subsidieplafond vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant uiterlijk in november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het subsidieplafond wordt vastgesteld.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie als bedoeld in artikel 3, bedraagt het aantal gereden kilometers vermenigvuldigd met de in de bijlage opgenomen bedragen.

  • 2. Indien toepassing van het voorgaande lid tot gevolg zou hebben dat het subsidieplafond voor een kalenderjaar wordt overschreden, worden alle subsidies voor het betreffende kalenderjaar met een gelijk percentage verminderd totdat het totaal van de subsidies gelijk is aan het subsidieplafond.

Artikel 7. Aanvraag

  • 1. Aanvragen voor subsidieverlening worden gericht aan de Minister en gedaan aan het adres van de beheerder, die belast is met de uitvoering van deze regeling, te weten:

    ProRail B.V.

    T.a.v. Kenniscentrum gebruiksvergoeding

    Postbus 2038

    3500 GA Utrecht.

  • 2. De subsidie wordt per kalenderjaar aangevraagd.

  • 3. De aanvraag voor subsidieverlening voor een bepaald kalenderjaar wordt uiterlijk op de dag van het sluiten van de toegangsovereenkomst voor dat betreffende jaar ingediend.

  • 4. In afwijking van het derde lid kunnen aanvragen voor subsidieverlening voor het kalenderjaar 2019 ook uiterlijk acht weken na publicatie van deze regeling worden ingediend.

  • 5. De aanvraag voor subsidieverlening bevat:

    • a. naam en adres van de aanvrager;

    • b. het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • c. dagtekening;

    • d. een verklaring dat voor dezelfde activiteiten geen andere subsidies of compensaties van een ander bestuursorgaan zijn ontvangen;

    • e. een verklaring dat tegen de aanvrager geen bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 4, tweede lid openstaat.

Artikel 8. Verlening

De Minister beslist over subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag voor subsidieverlening.

Artikel 9. Bijkomende verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht zijn afnemers te informeren over de verstrekte subsidie en over de doorwerking daarvan in zijn tarieven.

Artikel 10. Vaststelling

  • 1. De Minister stelt binnen dertien weken na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is aangevraagd, de subsidie ambtshalve vast.

  • 2. Voor de vaststelling van de subsidie wordt gebruik gemaakt van de gegevens van de beheerder.

  • 3. Een op grond van deze regeling terug te vorderen subsidie of voorschot kan worden verrekend met de nog betaalbaar te stellen voorschotten.

Artikel 11. Voorschot en betaling

  • 1. De Minister verstrekt aan de subsidieontvanger een voorschot van ten hoogste 90% van de subsidie, berekend op basis van de in het voorafgaand kwartaal gereden kilometers.

  • 2. De Minister betaalt het voorschot, bedoeld in het eerste lid, achteraf per kwartaal uit.

Artikel 12. Verslag

Vóór 1 januari 2022 stelt de Minister een verslag op over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.

Artikel 13. Wijziging

Artikel 9, van de Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer voor bijzondere omleidingskosten wordt als volgt gewijzigd:

1. onder vernummering van het tweede lid tot het derde lid, wordt een nieuw lid ingevoegd luidende:

  • 2. Subsidies verstrekt op grond van de Tijdelijke subsidieregeling stimulering goederenvervoer per spoor worden voor het gedeelte dat betrekking heeft op de extra kilometers, in mindering gebracht op de in artikel 3 bedoelde subsidie.

2. in het derde lid (nieuw) wordt ‘het eerste lid’ vervangen door ‘het eerste en tweede lid’.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

  • 2. Deze regeling werkt terug tot en met 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2024, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die voor laatstgenoemde datum zijn aangevraagd of verleend.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling stimulering goederenvervoer per spoor.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer

BIJLAGE BIJ ARTIKEL 6, EERSTE LID VAN DE TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING GOEDERENVERVOER PER SPOOR

Subsidiebedrag1 per gereden kilometer

2019

gewichtsklasse van de trein

A15 tracé

Haven-spoorlijn

Gemengde net

tot en met 120 ton

€ 1,94

€ 0,49

€ 0

vanaf 121 tot en met 160 ton

€ 1,94

€ 0,49

€ 0,13

vanaf 161 tot en met 320 ton

€ 1,94

€ 1,94

€ 0,42

vanaf 321 tot en met 600 ton

€ 1,94

€ 1,94

€ 0,97

vanaf 601 tot en met 1.000 ton

€ 1,63

€ 1,63

€ 1,82

vanaf 1.001 tot en met 1.600 ton

€ 1,31

€ 1,31

€ 1,50

vanaf 1.601 tot en met 3.000 ton

€ 1,31

€ 1,31

€ 2,13

vanaf 3.001 ton

€ 0,87

€ 0,87

€ 1,78

2020

gewichtsklasse van de trein

 

tot en met 120 ton

€ 0

vanaf 121 tot en met 160 ton

€ 0,07

vanaf 161 tot en met 320 ton

€ 0,36

vanaf 321 tot en met 600 ton

€ 0,90

vanaf 601 tot en met 1.000 ton

€ 1,73

vanaf 1.001 tot en met 1.600 ton

€ 1,40

vanaf 1.601 tot en met 3.000 ton

€ 2,02

vanaf 3.001 ton

€ 1,66

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Gezien de voordelen van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het vervoer over de weg (minder emissies per tonkilometer en meer veiligheid), is het van groot belang dat de marktpositie van het spoorgoederenvervoer toeneemt of ten minste behouden blijft. Om deze reden wordt een subsidie verleend aan spoorgoederenvervoerders als stimulans om hun marktpositie ten opzichte van andere vervoersmodaliteiten te verbeteren.

2. Achtergrond

Deze subsidieregeling strekt ter uitvoering van het Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer (Kamerstukken II 2017/18, 29 984, nr. 782). Het maatregelenpakket richt zich onder andere op verlaging van de kosten op de korte en middellange termijn. Daarmee heeft de goederenvervoersector de mogelijkheid zijn positie te verbeteren ten opzichte van de buurlanden en ten opzichte van andere modaliteiten.

3. De subsidie

Door middel van een subsidie wordt voorzien in een gedeeltelijke tegemoetkoming in de hogere kosten die de spoorgoederenvervoerders moeten dragen ten opzichte van de wegvervoerders. In de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is een budget van € 70 miljoen gereserveerd voor een periode van 5 jaar.

4. Staatssteun

Aangezien deze subsidie kan worden aangemerkt als staatssteun, is deze aan de Europese Commissie ter goedkeuring voorgelegd. De Europese Commissie heeft haar goedkeuring verleend bij besluit van 8 juli 2019 (steunmaatregel SA.52898, kenmerk C(2019) 5258 final). Voorwaarden die aan deze goedkeuring zijn verbonden zijn:

  • de regeling heeft een maximumduur van 5 jaar;

  • de subsidie bedraagt nooit meer dan de in de richtsnoeren aangegeven steunpercentages;

  • verladers worden op de hoogte gesteld van het financieel voordeel dat de spoorgoederenvervoerders ontvangen;

  • er worden geen voordelen verstrekt aan bedrijven in moeilijkheden of aan bedrijven die een bevel tot terugvordering van de Commissie hebben ontvangen.

5. Administratieve lasten

De subsidieregeling en de uitvoering daarvan in mandaat bij ProRail zijn zodanig vormgegeven dat de administratieve lasten beperkt blijven. De spoorgoederenvervoerder moet een aanvraag bij ProRail doen om in aanmerking te komen voor de subsidie. ProRail beschikt uit hoofde van zijn taak als beheerder van de spoorinfrastructuur over de benodigde gegevens om voorschotten van de subsidie uit te keren en uiteindelijk de subsidie te kunnen vaststellen. Voor de spoorgoederenvervoerders is de administratieve last daarmee zeer beperkt. Voor ProRail vergt de subsidieverlening een beperkte uitbreiding van de administratieve last die zij al heeft voor de facturering van de vergoeding voor het gebruik van de spoorinfrastructuur.

6. Internetconsultatie

De subsidieregeling is in nauwe samenspraak met de beoogde ontvangers van de subsidie, i.c. de spoorgoederenvervoerders, en ProRail ontwikkeld. Het is niet waarschijnlijk dat andere belanghebbenden die gebruik maken van het spoor, belang hebben bij de (vormgeving van de) regeling. Om die reden is een internetconsultatie overbodig.

7. Risicoanalyse

De regeling is getoetst aan de uitkomsten van de risicoanalyse die ingevolge de Aanwijzingen voor de subsidieverstrekking verplicht is (aanwijzing 20). Uit deze analyse is niet gebleken van risico’s die tot aanvullende maatregelen dienen te leiden.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2. Doel

In artikel 2 wordt het doel van de regeling geformuleerd. De regeling heeft tot doel om de positie van het spoorgoederenvervoer te verbeteren. De bepalingen in de regeling moeten in het licht van deze doelstelling gelezen worden. Ook zal de evaluatie van deze regeling (zie artikel 12) betrekking hebben op de mate waarin het in dit artikel gestelde doel is verwezenlijkt.

Artikel 3. Subsidie

In artikel 3 staat de grondslag voor de Minister om subsidie te verstrekken. Spoorwegondernemingen komen alleen voor subsidie in aanmerking als zij deze hebben aangevraagd.

Artikel 4. Subsidievereisten

In het eerste lid zijn enkele vereisten opgenomen waaraan voldaan moet worden wil men in aanmerking komen voor subsidie. De subsidie is uitsluitend bedoeld voor spoorwegondernemingen die daadwerkelijk goederen op het Nederlandse spoor vervoeren en daar ook toe gerechtigd zijn in de zin van artikel 57 van de Spoorwegwet. Dit kunnen in principe ook personenvervoerders zijn die incidenteel goederen vervoeren.

In het tweede lid zijn enkele weigeringsgronden opgenomen. De eerste twee vloeien voort uit het staatssteunrecht: tegen de subsidieontvanger mag geen bevel tot terugvordering van onrechtmatig ontvangen steun openstaan en de ontvanger mag niet financieel in moeilijkheden zijn. Aan deze laatste voorwaarde zal de subsidieaanvrager reeds moeten voldoen op grond van de Spoorwegwet, die voor de toegang tot de hoofdspoorweginfrastructuur ‘financiële draagkracht’ als voorwaarde stelt (artikel 28 Spoorwegwet). De derde weigeringsgrond is opgenomen om cumulatie van subsidies te voorkomen. Aanvragers die voor dezelfde activiteiten reeds subsidie hebben ontvangen van andere subsidieverstrekkers, kunnen op grond van de onderhavige regeling geen subsidie aanvragen. De cumulatie met de ‘Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer bijzondere omleidingskosten’ wordt in die regeling geregeld (zie artikel 13).

Artikel 5. Subsidieplafond

In artikel 5 is een subsidieplafond opgenomen. Het is mogelijk dat er meer subsidie wordt aangevraagd dan het subsidieplafond toelaat. Om deze reden is in artikel 6 als verdelingsmaatstaf opgenomen dat indien het subsidieplafond dreigt te worden overschreden, alle subsidies met een gelijk percentage worden verminderd zodat het totaal van de subsidies gelijk is aan het beschikbare subsidieplafond voor dat jaar.

Voor het eerste jaar is het subsidieplafond al in de regeling opgenomen. Voor de resterende vier jaar is wel budget beschikbaar gesteld, maar zullen nog afzonderlijke plafondbesluiten moeten worden genomen (naar verwachting: € 14,8 mln voor 2020, € 15,7 mln voor 2021, € 13,2 mln. voor 2022 en € 12 mln. voor 2023). Voor 2022 en 2023 zal het van de uitkomsten van de evaluatie in 2021 afhangen op welke wijze het budget voor die jaren zal worden ingezet.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

De subsidiebedragen per kilometer zijn in de regeling opgenomen, uitgesplitst naar gewichtsklasse van de trein. De wijze waarop het aantal gereden kilometers en de gewichtsklassen worden bepaald, staat vermeld in de Netverklaring van de beheerder.

De hoogte van de subsidie per kilometer is mede gebaseerd op het verwachte aantal kilometers dat gereden zal worden in de betreffende jaren. Voor 2022 en 2023 zal de hoogte van de subsidie worden vastgesteld op basis van het nog vast te stellen subsidieplafond en de prognose van het aantal te rijden kilometers van de beheerder voor die jaren.

Artikel 7. Aanvraag

De aanvraag voor een subsidie zal moeten worden gestuurd aan ProRail die de uitvoering in mandaat uitvoert. De Minister blijft juridisch gezien het bestuursorgaan dat de subsidie verleent.

De subsidie moet per kalenderjaar worden aangevraagd en de aanvraag kan uiterlijk worden ingediend bij het sluiten van de toegangsovereenkomst. Hiervoor is gekozen met het oog op de financiële administratie en verantwoording. Omdat de regeling in de loop van 2019 in werking treedt, is voor het jaar 2019 voorzien in een afwijkende bepaling: tot acht weken na publicatie van deze regeling kan nog subsidie worden aangevraagd.

De gegevens die de subsidieaanvrager moet overleggen zijn beperkt. Dit laat zich verklaren doordat de beheerder, die deze regeling in mandaat uitvoert, reeds de beschikking heeft over de gegevens om de subsidieaanvraag te kunnen beoordelen.

Artikel 8. Verlening

In aansluiting op artikel 14, eerste lid, Kaderbesluit subsidies I en M is bepaald dat de Minister binnen dertien weken na ontvangst van de subsidieaanvraag op de aanvraag beslist.

Artikel 9. Bijkomende verplichtingen

De verplichting van artikel 9 om de verladers op de hoogte te stellen van de onder deze regeling verstrekte subsidie, is een vereiste dat de Europese Commissie stelt. Gedachte is dat juist door deze verplichting op te nemen, verladers het spoorvervoer zullen verkiezen boven het wegvervoer en zo de ‘modal shift’ wordt gestimuleerd.

Bovenop deze verplichting gelden eveneens de verplichtingen die de subsidieontvanger al heeft op grond van het Kaderbesluit subsidies I en M (hoofdstuk 8 van het Kaderbesluit). De subsidieontvanger wordt in het Kaderbesluit onder andere verplicht mee te werken aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken, controles en evaluaties.

Artikel 10. Vaststelling

De subsidie wordt jaarlijks ambtshalve vastgesteld. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens van de beheerder. Dit is vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid en kostenefficiëntie van belang. De beheerder beschikt reeds over de informatie om te beoordelen hoeveel kilometers een spoorwegonderneming daadwerkelijk heeft gereden en welke gewichtsklasse van de trein van toepassing is.

Artikel 11. Voorschot

In de regeling is in artikel 11 een grondslag gecreëerd om een voorschot te verstrekken. Dit voorschot bedraagt maximaal 90% van het op grond van artikel 6 te verstrekken bedrag. De voorschotten worden per kwartaal achteraf uitbetaald, op basis van het aantal kilometers dat een vervoerder dat kwartaal heeft gereden.

Artikel 12. Verslag

In artikel 12 is bepaald dat de Minister vóór 1 januari 2022 een verslag opstelt over de doeltreffendheid en de effecten van de verstrekte subsidie. Voor deze datum, twee jaar vóór het einde van de subsidieregeling, is gekozen om zo nodig tussentijds de regeling te kunnen aanpassen dan wel in te trekken indien de evaluatie van de regeling hiertoe aanleiding geeft.

De evaluatie wordt niet in mandaat uitgevoerd door ProRail. De gegevens en bevindingen van ProRail zullen wel worden betrokken bij het evaluatieonderzoek.

Artikel 13. Wijziging

De inwerkingtreding van de onderhavige regeling maakt het nodig om de ‘Tijdelijke regeling spoorgoederenvervoer bijzondere omleidingskosten’ (wegens verminderde beschikbaarheid Betuweroute) aan te passen. Op deze wijze wordt cumulatie van subsidiegelden voorkomen. Na wijziging zal het gedeelte van de subsidie onder de nieuwe regeling dat betrekking heeft op omrijkilometers, worden afgetrokken van de subsidie voor de bijzondere omleidingskosten.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

De inwerkingtreding van de regeling vindt plaats de eerste dag na publicatie. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten van regelgeving. Reden daarvoor is dat de regeling niet in werking kon treden voordat goedkeuring van de Europese Commissie was verkregen en directe openstelling wel gewenst is om vervoerders zo snel mogelijk in staat te stellen onder gunstiger voorwaarden verladers te kunnen contracteren.

Om een grondslag voor het verstrekken van subsidie te hebben voor 2019, voorziet de regeling in terugwerkende kracht.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

De subsidiebedragen voor de jaren 2020 en verder worden niet jaarlijks geïndexeerd