ARTIKEL I
De Scholingsregeling WW wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2 wordt een lid toegevoegd, luidende:
-
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het UWV in individuele gevallen opleiding
of scholing van een langere duur toestaan, indien de opleiding of scholing wordt bekostigd
uit het scholingsbudget, bedoeld in de Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019.
B
Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 4a. Vervaldatum artikel 2, derde lid
-
1. Artikel 2, derde lid, vervalt met ingang van 1 januari 2021.
-
2. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2021.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Algemeen
Artikel 76 van de Werkloosheidswet (hierna WW) bepaalt dat de werkloze werknemer bij
het volgen van een noodzakelijke opleiding of scholing het recht op uitkering behoudt.
In de Scholingsregeling WW zijn voorwaarden geformuleerd die gelden voor het volgen
van een opleiding of scholing met behoud van de werkloosheidsuitkering. De regels
hebben betrekking op onder meer de aard, de omvang en de duur van de opleiding of
scholing.
Deze wijzigingsregeling wijzigt tijdelijk de voorwaarde omtrent de duur van de scholing,
ten behoeve van de verruiming van de Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV.
De Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV voorziet in het geven van budget aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV). Met dit budget worden
werkzoekenden met hoge kans op langdurige werkloosheid ondersteund bij het vinden
van werk. Het UWV koopt met het beschikbare budget scholing in voor werkzoekenden
met een grote kans op langdurige werkloosheid.
Eind november 2018 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het gebruik van het scholingsbudget1. Samen met het UWV is bekeken hoe het gebruik van de regeling kan worden verbeterd.
Ook is kritisch gekeken in hoeverre de voorgaande Regeling tijdelijk scholingsbudget
UWV voldoende ruimte bood om maatwerk te bieden. Meer ruimte voor maatwerk is gevonden
in de mogelijkheid tot een hogere financiële bijdrage en een mogelijk langere duur
van de scholing. De Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV wordt ingetrokken en opnieuw
vastgesteld. In de toelichting van de Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019
worden de aangepaste voorwaarden geformuleerd.
Met de Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019 kan UWV in individuele gevallen
scholingstrajecten van langer dan twee jaar toestaan indien er sprake is van een combinatie
van werken en leren. In deze situatie treedt de uitkeringsgerechtigde in dienst van
een werkgever en volgt daarnaast een opleiding ten behoeve van de te vervullen vacature
bij de werkgever (leerwerktraject). Met deze wijziging behoudt de uitkeringsgerechtigde
in deze situatie het recht op uitkering voor het deel dat de uitkeringsgerechtigde
de opleiding volgt.
Artikelsgewijs
Artikel I, onderdelen A en B
In artikel 2, derde lid (nieuw), wordt een tijdelijke uitzondering geregeld omtrent
de duur van de scholing. Dit in verband met de Regeling tijdelijk scholingsbudget
UWV 2019. Laatstgenoemde tijdelijke regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021.
Met het oog op de duidelijkheid en de rechtszekerheid wordt in de Scholingsregeling
WW in een nieuw in te voegen artikel 4a tot uitdrukking gebracht dat de uitzondering
in artikel 2, derde lid (nieuw) tijdelijk is. In artikel 4a, eerste lid (nieuw), wordt
alvast geregeld dat artikel 2, derde lid, met ingang van 1 januari 2021 vervalt. Artikel
4a (nieuw) heeft dus ook een tijdelijk karakter en daarom wordt in het tweede lid
ook alvast de vervaldatum van dit artikel geregeld.
Artikel II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie daarvan
in de Staatscourant. Daarmee wordt afgeweken van de voorgeschreven vaste verandermomenten
en de minimuminvoeringstermijn. Dit is in het belang van de WW-gerechtigden die in
aanmerking kunnen komen voor een scholingstraject.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W. Koolmees