Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Heeze-LeendeStaatscourant 2019, 34606Verkeersbesluiten



Verkeersbesluit onverplicht fietspad de Plaetse te Heeze

Logo Heeze-Leende

Burgemeester en wethouders besluiten gelet op artikel 18 lid 1d Wegenverkeerswet 1994 en artikel 15 lid 1 Wegenverkeerswet 1994, tot:

 het instellen van een onverplicht fietspad de Plaetse te Heeze door middel van het plaatsen van de borden G13 van bijlage 1 van het RVV 1990 en zie hiervoor bijgevoegde situatietekening;

 

De betreffende wegen zijn in beheer van Brabants Landschap, Staatsbosbeheer en de gemeente Heeze-Leende. De politie adviseert positief over dit verkeersbesluit.

 

 

Besluit

Overwegingen en motivatie

 

Volgens artikel 2 van de Wegenverkeerswet zijn de belangrijkste uitgangspunten voor het instellen van de maatregelen:

• Het verzekeren van de verkeersveiligheid.

• Het beschermen van weggebruikers en passagiers.

• Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

• Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

• Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade. alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de wet Milieubeheer.

• Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.

 

Huidige situatie

De gemeente Heeze-Leende heeft in samenwerking met Brabants Landschap en Staatsbosbeheer een recreatief fietspad aangelegd van de Boschlaan tot de Rul in Heeze.

Het deel van het tracé dat loopt vanaf de Boschlaan, door de Herbertusbossen tot aan de Strabrechtsedijk is aangelegd op bestaande wegen en paden. Het deel vanaf de Strabrechtse dijk tot aan de Mierlose dijk (Rul) gaat voor een deel door bos en een klein deel over heide.

Het tracé ligt in een gebied met een beschermde status van de Strabrechtse Heide als Natura2000 gebied en de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten dieren.

 

Motivatie:

Uit de natuurtoets blijkt dat het fietspad niet gebruikt mag worden door gemotoriseerd verkeer (dus ook niet door brom- en snorfietsen), omdat dan de negatieve effecten op Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen niet uitgesloten kunnen worden.

De gemeente Heeze-Leende neemt het advies van de natuurtoets over om gemotoriseerd verkeer waaronder dus ook brom- en snorfietsen te weren, door middel van het instellen van een onverplicht fietspad G13. Het pad is bedoeld voor fietsers en het fietspad is niet berekend op gemotoriseerde voertuigen. Het pad wordt uitgevoerd in een halfverharding en is maximaal 2.00meter breed. Door hogere snelheden van gemotoriseerd verkeer kan het pad worden aangetast. Dit gaat ten koste van de veiligheid van de fietser. Daarnaast heeft het gevolgen voor het milieu, karakter en de functie van het gebied. Het fietspad doorsnijdt de Strabrechtse Heide en dit gebied is door de EU aangewezen als Natura 2000-gebied. Artikel 1.1 a van de wet Milieubeheer en artikel 1.11 van de wet Natuurbescherming geven een zorgplicht voor een dergelijk gebied. Indien het fietspad wel gebruikt zou worden door brom-en snorfietsen kan – zonder diepgaand onderzoek- niet worden uitgesloten dat er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. Het weren van brom- en snorfietsen draagt dan ook bij aan de zorgplicht voor Natura 2000-gebieden uit artikel 1.1 a van de wet Milieubeheer en artikel 1.11 van de wet Natuurbescherming. Uitlaatgassen van brom- en snorfietsen vormen een bedreiging in het gebied. Snorfietsers mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor (artikel 5 van het RVV 1990). Hiermee wordt voldaan aan bovengenoemde doelen van artikel 2 van de Wegenverkeerswet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

17 juni 2019

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN HEEZE-LEENDE,

namens dezen

J.W.A van der Heijden

Afdelingsmanager Ruimtelijk Domein

Bezwaarclausule

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de dag van verzending van deze beschikking bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders. Een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en bevat tenminste naam en adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar.

Na het indienen van een bezwaarschrift kunt u, indien - gelet op de betrokken belangen - onverwijlde spoed dat vereist, een voorlopige voorziening aanvragen bij de voorzieningenrechter van Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA ’s-Hertogenbosch.

U kunt ook digitaal het verzoek om voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

Voor de behandeling van een voorlopige voorziening wordt griffierecht in rekening gebracht.