Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2019, 33070Besluiten van algemene strekking

Regeling van Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 12 juni 2019, nr. WJZ/8610951(10626), houdende vaststelling van een nieuw financieel handboek voor het Commissariaat voor de Media (Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 7.8 van de Mediawet 2008;

Besluit:

Artikel 1. Vaststelling handboek

Op het financieel verslag van het Commissariaat voor de Media zijn de inrichtingseisen en controleprotocollen als opgenomen in de bij deze regeling gevoegde bijlage van toepassing.

Artikel 2. Intrekking oude verantwoordingsregeling

De Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft op de verantwoording over het jaar 2017.

Artikel 3. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.

Artikel 4. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

BIJLAGE BIJ DE REGELING FINANCIËLE VERANTWOORDING COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA 2018

Handboek verantwoording Commissariaat voor de Media

1. Inleiding

In het kader van het bepaalde in artikel 7.8 van de Mediawet 2008 kan de Minister van OCW regels stellen over de inrichting van het financieel verslag (de jaarrekening) en de aandachtspunten voor de accountantscontrole van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat). Dit heeft ertoe geleid dat dit Handboek Financiële Verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 tot stand is gekomen.

Deze versie vervangt de vorige versie van juli 2011 en is van toepassing voor het boekjaar 2018 en de hierop volgende jaren.

1.1 Wettelijk kader

Het Commissariaat brengt jaarlijks een jaarrekening apparaatskosten en een financieel verslag van het beheer van de algemene mediareserve uit.

Jaarrekening apparaatskosten

Op grond van artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt het Commissariaat jaarlijks voor 15 maart een jaarverslag op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Dit jaarverslag wordt aan de Minister van OCW en aan beide kamers der Staten-Generaal toegezonden. Tegelijk met het jaarverslag dient het Commissariaat de jaarrekening bij Minister van OCW in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Minister van OCW (artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen). In de jaarrekening worden de apparaatskosten van het Commissariaat verantwoord. Deze jaarrekening is voorzien van een getrouwheids- en een rechtmatigheidsoordeel van de instellingsaccountant.

Financieel verslag van het beheer van de algemene mediareserves

Op grond van artikel 7.7 van de Mediawet 2008 dient het Commissariaat daarnaast jaarlijks voor 1 september een separaat financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserves, bedoeld in artikel 2.166 van de Mediawet 2008. Het financieel verslag (jaarrekening) gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en behoeft de instemming van de Minister van OCW.

Doelstelling handboek

In dit Handboek zijn voorschriften en modellen opgenomen voor zowel de jaarrekening apparaatskosten als het financiële verslag van het beheer van de algemene mediareserve. Het doel hiervan is het bereiken van een transparante jaarverslaggeving inzake de financiële gegevens door de jaren heen. Daarbij zijn de regels van het jaarrekeningenrecht, zoals deze zijn opgenomen in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving, de Wet normering topinkomens (WNT) en jurisprudentie van toepassing.

1.2 Informatie

De jaarrekening apparaatskosten en het financiële verslag van het beheer van de algemene mediareserve bevatten minimaal de volgende onderdelen:

  • 1. Balans met toelichting

  • 2. Exploitatierekening met toelichting

  • 3. Kasstroomoverzicht

2. Jaarrekening apparaatskosten

De jaarrekening apparaatskosten, als bedoeld in artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bevat minimaal de volgende onderdelen:

  • Balans met toelichting (zie 2.1);

  • Exploitatierekening volgens de categoriale indeling met toelichting (zie 2.2);

  • Kasstroomoverzicht (zie 2.3).

Met betrekking tot deze onderdelen worden de modellen I, II en III gevolgd.

Het Commissariaat neemt alleen die posten in de balans op die voor hem van toepassing zijn.

Vreemde valuta worden op de balansdatum gewaardeerd tegen de dagwaarde zoals aangegeven door de Nederlandse Bank.

Daarnaast voegt het Commissariaat de ‘Overige gegevens’, zoals genoemd in artikel 392 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met inachtneming van hetgeen is bepaald in het vijfde lid van genoemd artikel, toe aan de jaarrekening.

2.1. Balans met toelichting

De waarderingsgrondslagen zijn op basis van de bepalingen in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk van toepassing. Eventuele uitzonderingen worden hieronder toegelicht.

2.1.1. Vaste Activa

Materiële vaste activa

Waardering van materiële vaste activa geschiedt op basis van historische kosten onder aftrek van afschrijvingen. De economische levensduur is bepalend voor de afschrijvingstermijn.

2.1.2. Eigen Vermogen

Algemene Reserve

Het bedrag in het eigen vermogen dat resteert na aftrek van de bestemmingsfondsen en reserves wordt verantwoord onder de Algemene Reserve.

Investeringssubsidies

De van de Minister van OCW ontvangen investeringssubsidies ten behoeve van de aanschaf van materiële vaste activa worden gerubriceerd onder de bestemmingsreserve. Jaarlijks vindt ten gunste van de exploitatierekening een vrijval plaats met een omvang die gelijk is aan de afschrijvingskosten van de materiele vaste activa, die aangeschaft zijn met de betreffende investeringssubsidies.

2.2. Exploitatierekening volgens de categoriale indeling met toelichting
2.2.1. Bezoldiging bestuurders, directie en toezichthouders

In de toelichting wordt overeenkomstig artikel 383 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke bestuurders en gewezen bestuurders en, afzonderlijk, voor de gezamenlijke toezichthouders en gewezen toezichthouders. De bedragen dienen in het boekjaar ten laste van het Commissariaat te zijn verantwoord. Op overeenkomstige wijze wordt afzonderlijk opgave gedaan van de bezoldiging van de gezamenlijke directieleden en gewezen directieleden.

De personele lasten worden toegelicht in overeenstemming met de toelichtingsvereisten in RJ 640.413 en RJ 271 Personeelsbeloningen (waaronder de vereisten voor Wet normering topinkomens).

Namen van alle bestuurders, directieleden en toezichthouders dienen eveneens te worden vermeld. Per bestuurder, directielid en toezichthouder wordt de vorm van bezoldiging (gesalarieerd parttime of fulltime en/of vacatiegeld en eventuele onkostenvergoeding) aangegeven. Bij parttime salariëring wordt het parttime percentage vermeld.

Onder bestuurders wordt verstaan die personen die deel uitmaken van het statutaire bestuursorgaan.

Onder directieleden wordt verstaan die personen die deel uitmaken van de statutaire directie. Tevens worden hieronder begrepen die personen die bij de statuten algemene bevoegdheden hebben verkregen.

Onder toezichthouders wordt verstaan die personen die krachtens de wet of statuten met het toezicht op het college zijn belast. Leden van een ledenraad worden hier niet onder begrepen.

Er wordt separaat opgave gedaan van degenen van wie het belastbaar loon het gemiddelde belastbare loon van de ministers in het boekjaar te boven is gegaan.

2.3. Kasstroomoverzicht

Hierbij wordt Model III kasstroomoverzicht gevolgd. De kasstromen worden hierbij ingedeeld naar herkomst uit operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten.

2.4. Aantal fte ultimo boekjaar

Het aantal medewerkers in Full Time Equivalent dat ultimo boekjaar in dienst is bij het Commissariaat.

2.5. Gemiddeld aantal fte over het boekjaar

Het gemiddeld aantal medewerkers in Full Time Equivalent dat over het boekjaar in dienst is geweest bij het Commissariaat.

2.6. Bijzonderheden

Afwijkingen van meer dan 10% tussen het exploitatieresultaat en het begrote resultaat worden toegelicht.

3. Verantwoording beheer van de algemene mediareserve

Op grond van artikel 2.166, tweede lid, van de Mediawet 2008 beheert het Commissariaat de algemene mediareserve. Het Commissariaat houdt hiervoor een separate administratie bij en dient jaarlijks voor 1 september een financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserve. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en behoeft de instemming van de Minister van OCW (artikel van de 7.7 Mediawet 2008).

Het financieel verslag bevat minimaal de volgende onderdelen:

  • Balans met toelichting;

  • Exploitatierekening met toelichting;

  • Kasstroomoverzicht.

Met betrekking tot deze onderdelen worden de modellen VI,V en IV gevolgd.

MODEL I. BALANS APPARAAT

1.1. Balans per 31 december 20xx

(na resultaatsbestemming)

Bedragen x € 1.000

Huidig

Boekjaar

Vorig

Boekjaar

 

Huidig

Boekjaar

Vorig boekjaar

Vaste activa

       

Eigen vermogen

       

Materiële vaste activa

       

Algemene reserve

       

Bedrijfsgebouwen en -terreinen

       

Bestemmingsreserves

       

Installaties

                 

Andere vaste bedrijfsmiddelen

                 
                   
         

Voorzieningen

       
         

Overige

       
                   

Vlottende activa

                 

Vorderingen

       

Kortlopende schulden

       

Debiteuren

       

Vooruit ontvangen

       

Overige vorderingen

       

Crediteuren

       

Overlopende activa

       

Belastingen en sociale premies

       
         

Overige schulden

       
         

Overlopende passiva

       
                   

Liquide middelen

                 
                   

Totaal

       

Totaal

       

MODEL II Exploitatierekening

1.2. Exploitatierekening per 31 december 20xx

Bedragen x € 1.000

Jaar t Begroting

Vorig boekjaar

Baten

       

1. Bijdrage van het ministerie OCW

       

2. Overige baten/bijzondere baten

       
         

Som der baten

       
         

Lasten

       

3. Lonen en salarissen

       

4. Sociale lasten

       

5. Afschrijvingskosten op materiële vaste activa

       

6. Overige lasten

       
         

Som der lasten

       
         

Bedrijfsresultaat

       
         

7. Rentebaten en soortgelijke opbrengsten

       
         

Exploitatieresultaat

       
         

Bestemming van het resultaat

       

Toevoeging/Onttrekking Algemene Reserve

       

Toevoeging/Onttrekking Bestemmingsreserve

       

MODEL III. KASSTROOMOVERZICHT APPARAAT

1.3. Kasstroomoverzicht per 31 december 20xx

Volgens de indirecte methode

Boekjaar

Voorgaand boekjaar

I Kasstroom uit operationele activiteiten

   

Bedrijfsresultaat

   
     

Aanpassen voor:

   

Afschrijvingen materiële vaste activa

   

Vrijval bestemmingsreserves

   

Dotaties aan voorzieningen

   

Vrijval van voorzieningen

   

Onttrekkingen aan voorzieningen

   
     

Veranderingen in werkkapitaal:

   

Vorderingen

   

Kortlopende schulden

   
     

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

   

Ontvangen interest

   

Kasstroom uit operationele activiteiten

   
     

II Kasstroom uit investeringsactiviteiten

   

Investeringen in materiële vaste activa

   

Toe-/afname geldmiddelen

   

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

   
     

III Kasstroom uit financieringsactiviteiten

   

Ontvangsten uit langlopende schulden

   

Aflossing van langlopende schulden

   

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

   
     

Mutatie liquide middelen I-II+III

   
     

Liquide middelen einde boekjaar

   

Liquide middelen begin boekjaar

   

Mutatie liquide middelen

   

MODEL IV. BALANS BEHEER

2.1. Balans per 31 december 20xx

(na resultaatsbestemming)

 

Boekjaar

Voorgaand boekjaar

 

Boekjaar

Voorgaand boekjaar

Vaste activa

                 

Financiële vaste activa

       

Eigen vermogen

       

Overige vorderingen

       

Bestemmingsfonds

       
                   

Vlottende activa

                 

Vorderingen

       

Kortlopende schulden

       

Debiteuren

       

Crediteuren

       

Overige vorderingen

       

Overige schulden

       

Overlopende activa

       

Overlopende passiva

       
                   

Liquide middelen

                 
                   

Totaal

       

Totaal

       

MODEL V. EXPLOITATIEREKENING BEHEER

2.2. Exploitatierekening per 31 december 20xx

 

Jaar t Begroting

Voorgaand boekjaar

Baten

       

1. Rijksbijdragen media

       

2. Reclamegelden Stichting Etherreclame

       

3. Bijzondere baten

       
         

Som der baten

       
         

Lasten

       

4. Verstrekte subsidies

       

5. Overige lasten

       

6. Bijzondere lasten

       
         

Som der lasten

       
         

Bedrijfsresultaat

       
         

7. Rentebaten en soortgelijke opbrengsten

       
         

Exploitatieresultaat

       
         

Bestemming van het resultaat

       

Toevoeging/Onttrekking Bestemmingsfonds

       

MODEL VI. KASSTROOMOVERZICHT BEHEER

2.3. Kasstroomoverzicht per 31 december 20xx

Volgens de directe methode

Boekjaar

Voorgaand boekjaar

Kasstroom uit operationele activiteiten

   

Ontvangsten van het ministerie OCW

   

Ontvangsten van Stichting Etherreclame

   

Ontvangsten van debiteuren

   

Totaal Ontvangsten

   
     

Betalingen aan subsidiënten en leveranciers

   

Bijzondere lasten

   

Totaal Betalingen

   

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

   
     

Ontvangen interest

   
     

Kasstroom uit operationele activiteiten= Toe-/afname geldmiddelen

   

CONTROLEPROTOCOL

1. Inleiding

Dit protocol is uitsluitend van toepassing op de jaarrekening apparaat en het financiële verslag beheer van de algemene mediareserve van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat).

Doel

De Minister van OCW verstrekt omroepbijdragen via het Commissariaat en een bijdrage in de kosten van het Commissariaat. OCW verwacht van de instellingsaccountant een verklaring van getrouwheid en van rechtmatigheid bij de jaarrekening apparaat en het financiële verslag beheer algemene mediareserve van het Commissariaat. Het controleprotocol is bedoeld om de verwachtingen van OCW vast te leggen ten aanzien van deze getrouwheids- en rechtmatigheidsverklaring. Deze verklaring is mede de basis voor het oordeel van de departementale accountant bij de departementale jaarrekening.

Wettelijk kader

Met artikel 7.1 van de Mediawet 2008 is het Commissariaat ingesteld. Het Commissariaat heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in de gemeente Hilversum. In artikel 7.6 van de Mediawet 2008 is bepaald dat OCW de kosten van het Commissariaat zal vergoeden. Hiertoe stelt het Commissariaat jaarlijks een begroting op (zie artikel 26 en 29 van de Kaderwet Zelfstandige bestuursorganen) die de instemming behoeft van de Minister van OCW.

Op grond van artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt het Commissariaat jaarlijks voor 15 maart een jaarverslag op en dient de jaarrekening bij de Minister van OCW in. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening apparaatskosten behoeft de goedkeuring van de Minister van OCW. Daarnaast dient het Commissariaat jaarlijks voor 1 september op grond van artikel 7.7 van de Mediawet 2008 een separaat financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserves, bedoeld in artikel 2.166 van de Mediawet 2008.

Beide verantwoordingen behoeven de instemming van de Minister van OCW.

De aandachtspunten voor de accountantscontrole zijn opgenomen in dit controleprotocol.

De controle dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS) zoals uitgegeven door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) en de aanwijzingen zoals opgenomen in dit controleprotocol.

Procedure

Publieke media-instellingen, de NPO en de RPO zijn overeenkomstig artikel 2.171, 2.172 en 2.173a van de Mediawet 2008 verplicht hun jaarrekening in te dienen bij het Commissariaat. Deze jaarrekeningen zijn voorzien van een controleverklaring van de onafhankelijke accountant omtrent de getrouwheid en de financiële rechtmatigheid.

Het Commissariaat stelt op grond van artikel 7.6 t/m 7.8 van de Mediawet 2008 en artikelen 18 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen vóór 15 maart een jaarrekening op waarin de apparaatskosten van het Commissariaat zijn opgenomen.

Tevens stelt het Commissariaat stelt op grond van artikel 7.6 t/m 7.8 van de Mediawet 2008 vóór 1 september een jaarrekening op waarin het beheer van de algemene mediareserve is opgenomen.

Beide jaarrekeningen zijn voorzien van een getrouwheids- en een rechtmatigheidsoordeel van de instellingsaccountant.

De basis voor het rechtmatigheidsoordeel bij het beheer van de omroepgelden zijn de controleverklaringen die zijn afgegeven bij de jaarrekeningen van de publieke media-instellingen, de NPO en de RPO en de werkzaamheden van het Commissariaat inzake de toetsing van de financiële rechtmatigheid van de besteding van omroepgelden. De instellingsaccountant verstrekt zijn verklaring aan het college van het Commissariaat. Deze dient ter verantwoording aan de Minister van OCW.

De departementale accountant kan een review uitvoeren bij de instellingsaccountant.

Het Commissariaat is belast met de jaarlijkse toetsing van de financiële rechtmatigheid van de besteding van omroepgelden op basis van de jaarrekeningen van de publieke media-instellingen en die van de NPO en RPO. De toetsing van de financiële rechtmatigheid geschiedt door de afdeling Financieel Toezicht van het Commissariaat. Een van de beheermaatregelen die ter beschikking staan van de afdeling Financieel Toezicht is het reviewen van de accountantscontroles bij de publieke media-instellingen. Het doel van de review is het inzicht krijgen in de kwaliteit en toereikendheid van de door de instellingsaccountants uitgevoerde werkzaamheden. De uitkomsten van deze review gebruikt de accountant van het Commissariaat voor de controle van de jaarrekening van het Commissariaat. Het Commissariaat kan de reviewtaak uitbesteden aan een registeraccountant. De reviews dienen uitgevoerd te worden op basis van een roulatiesysteem.

2. Reikwijdte accountantsonderzoek

Onderzoeksaanpak

De instellingsaccountant neemt in zijn controledossier een risicoanalyse op, waarin expliciet rekening wordt gehouden met de aandachtspunten van dit controleprotocol. Dit controledossier vormt de basis voor een review die de departementale accountant kan uitvoeren. De instellingsaccountant controleert de financiële rechtmatigheid van de besteding van de omroepbijdragen en van de bijdrage in de kosten van het Commissariaat. De op de financiële rechtmatigheid van toepassing zijnde wettelijke bepalingen uit de Mediawet 2008 zijn hieronder aangegeven onder financiële transacties. Van de instellingsaccountant wordt verwacht dat hij over de naleving van de bepalingen, zoals hieronder opgenomen onder financiële beheershandelingen, rapporteert in het verslag van bevindingen.

Financiële transacties

Financiële beheershandelingen

Art.32, 33 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Art 18, 34, 35 en 41 Kaderwet Zelfstandige bestuursorganen.

Mediawet 2008:

7.13

8.8 2e lid, 2.151, 2.157, 2.166 t/m 2.168.

Mediawet 2008:

7.2, 7.6, 7.7

2.148 2e lid, 2.149, 2.171 t/m 2.173.

Aanvullend op bovenstaand overzicht geldt dat het Commissariaat een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan is. Daarmee is het Commissariaat in de zin van de Europese regelgeving een aanbestedende dienst, zowel Europees, als nationaal (Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten). De accountant controleert of het Commissariaat de richtlijnen voor Europese aanbesteding naleeft. De accountant gaat na of bij in het controlejaar aangegane verplichtingen de Europese aanbesteding wel of niet terecht heeft plaatsgevonden. Van de accountant wordt niet verwacht, dat hij de inhoudelijke stappen van het Commissariaat in het proces van Europees aanbesteden beoordeelt.

Het rechtmatigheidsoordeel omvat alle geldstromen in de jaarrekening apparaat en het financiële verslag beheer algemene mediareserve, dus zowel die met betrekking tot de besteding van de gelden voor de apparaatskosten van het Commissariaat als het beheer van de omroepgelden.

Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid

De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij met een betrouwbaarheid van 95% de uitspraak kan doen dat in de verantwoording geen onjuistheden en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven toleranties. Voor de strekking van de controleverklaring gelden de volgende toleranties:

 

Onjuistheden

(in de verantwoording)

Onzekerheden

(in de controle)

 

Beperking

Afkeuring

Beperking

Oordeels-onthouding

Rechtmatigheid

(% van de totale lasten)

>1 en <3

->3

>3 en<10

=>10

Getrouwheid

       

a. Balans (% van de balanstelling)

>5 en <10

=>10

>5 en<10

=>10

b. Exploitatierekening (% van de baten)

>2 en <5

=>5

>5 en <10

=>10

Schema:Toleranties

Indien de accountant zowel fouten als onzekerheden aantreft, weegt hij deze fouten en onzekerheden bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang. Voor het omgaan met geconstateerde fouten geldt de volgende gedragslijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fouten die wel en fouten die geen invloed kunnen hebben op de financiële rechtmatigheid van de besteding van de omroepbijdrage respectievelijk bijdrage in de apparaatskosten van het Commissariaat. Geconstateerde fouten die wel invloed kunnen hebben, moeten voor zover mogelijk door het Commissariaat worden gecorrigeerd. Hierbij is het niet van belang of de tolerantiegrenzen worden overschreden. Fouten worden in absolute zin opgevat, voor zover het de naleving van wet- en regelgeving betreft. Saldering van fouten is daarom niet toegestaan.

Voor het omgaan met geconstateerde fouten die geen invloed hebben op de hoogte van de omroepbijdrage van OCW, respectievelijk de bijdrage in de apparaatskosten van het Commissariaat gelden de toleranties die in het schema staan. Het Commissariaat dient deze fouten te corrigeren indien de tolerantiegrens wordt overschreden. De accountant vermeldt alle fouten groter dan 0,1% van de lasten die niet zijn gecorrigeerd in het verslag van bevindingen. Indien de accountantscontrole fouten aan het licht brengt die het Commissariaat niet herstelt, vermeldt de accountant deze in het verslag van bevindingen. Hiervoor geldt een rapportagetolerantie van 0%.

Normenkader

Het Commissariaat stelt de jaarrekening apparaat en het financiële verslag beheer algemene mediareserve op in overeenstemming met de richtlijnen die zijn opgenomen in het Handboek, de richtlijnen die zijn opgenomen in titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 640).

De controle is gericht op het vaststellen van de getrouwheid en op de rechtmatige besteding van de bijdrage in de apparaatskosten van het Commissariaat en van het rechtmatige beheer van de omroepgelden. Onder financiële rechtmatigheid wordt verstaan dat alle financiële transacties bij het Commissariaat hebben plaatsgevonden binnen de wettelijke bepalingen. Indien een financiële transactie in strijd met het wettelijk kader heeft plaatsgevonden, dan dient de instellingsaccountant het totale bedrag van de financiële transactie als een fout in de verantwoording aan te merken. Het totaal aan rechtmatigheidsfouten dient de instellingsaccountant te betrekken bij het rechtmatigheidsoordeel.

De instellingsaccountant stelt vast dat de opgave van het bedrag van de bezoldiging voor de bestuurders, toezichthouders en directieleden juist en volledig is. De verplichtingen, bedoeld in artikel 383c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing. Dit betekent voor het Commissariaat dat zij een opgave op naamsniveau moet doen van alle bestuurders en gewezen bestuurders.

De accountant stelt aan de hand van de administratie van het Commissariaat integraal vast of de opgave in de toelichting van de jaarrekening van het Commissariaat op grond van de Wet normering Topinkomens (WNT) juist en volledig is. Indien dit niet het geval is, geeft de accountant een ander dan goedkeurend getrouwheidsoordeel af en vermeldt hij de ontbrekende informatie alsnog in zijn verklaring.

3. Rapportages accountantsonderzoek

Controleverklaring

De controleverklaring bevat zowel een getrouwheids- als een rechtmatigheidsoordeel over de besteding van de bijdrage in de kosten van het Commissariaat en van het rechtmatige beheer van de omroepgelden. De instellingsaccountant hanteert daarbij het model dat bij dit controleprotocol is gevoegd (Controleverklaring bij de jaarrekening).

In het model zijn specifieke teksten opgenomen inzake het Handboek, de Wet normering topinkomens (WNT) en financiële rechtmatigheid. Deze specifieke teksten neemt de accountant op in de controleverklaring.

De accountant stelt vast of de modelverklaring voor wat betreft de algemene teksten, zoals de overige bij wet gestelde eisen (waaronder bestuursverslag en overige gegevens), in overeenstemming zijn met de laatste controleverklaring bij de jaarrekening zoals deze is vermeld op de website van de NBA. Indien deze algemene teksten afwijken van de modelverklaring, neemt de accountant de algemene teksten over zoals vermeld op de website van de NBA.

Bij een niet-goedkeurende controleverklaring past de accountant het model aan overeenkomstig de betreffende voorbeeldteksten van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants.

De instellingsaccountant waarmerkt de jaarrekening.1

Verslag van bevindingen

Doelmatigheid van het beheer en de inrichting van de werkzaamheden van het Commissariaat

De instellingsaccountant stelt voor het Commissariaat een verslag van bevindingen op. In het verslag van bevindingen rapporteert de instellingsaccountant tenminste over de financiële beheershandelingen en over niet door de instelling gecorrigeerde fouten. De accountant beoordeelt of het beheer en de inrichting van de werkzaamheden van het Commissariaat voor de Media voldoen aan eisen van doelmatigheid, als bedoeld in artikel 35, vierde lid van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Dit onderdeel neemt de accountant op in het verslag van bevindingen. De accountant hanteert als referentiekader de schriftelijke en door de leiding van de organisatie vastgestelde handboeken, procedures en voorwaarden voor kritische processen, zoals inkoop en HRM. De accountant betrekt in zijn onderzoek ook artikel 41 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, handelend over de beveiliging van gegevens.

Model Controleverklaring Commissariaat voor de Media

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Afgegeven ten behoeve van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap

Aan: het college van het Commissariaat voor de Media

Verklaring over de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening apparaat

Of: Verklaring over het financiële verslag beheer algemene mediareserve

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening boekjaar 20XX van het Commissariaat voor de Media te Hilversum gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van het Commissariaat voor de Media per 31 december 20XX en van het resultaat over 20XX in overeenstemming met de Regeling verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 en de bepalingen van en krachtens de Wet normering topinkomens (WNT).

  • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties over 20XX in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018.

De jaarrekening bestaat uit:

  • 1. de balans per 31 december 20XX;

  • 2. de exploitatierekening over 20XX;

  • 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol Commissariaat voor de Media van de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 en de Regeling controleprotocol WNT vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van … (naam instelling) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit:

  • het bestuursverslag,

  • de overige gegevens.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;

  • alle informatie bevat die op grond van de Regeling financiële verantwoording Commissariaat 2018 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in het Controleprotocol Commissariaat voor de Media van de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het college is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het college van het Commissariaat voor de Media voor de jaarrekening

Het college is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018 en de bepalingen van en krachtens de WNT. Het college is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018.

In dit kader is het college verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het college noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het college afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het college de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het college het voornemen heeft om de organisatie te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het college moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de instelling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate, maar geen absolute mate, van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol van het Commissariaat voor de Media in de Regeling financiële verantwoording Commissariaat voor de Media 2018, de Regeling controleprotocol WNT, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.

Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten, lasten en balansmutaties, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de instelling;

  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het college en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;

  • het vaststellen dat de door het college gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten.

  • Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een onderneming haar continuïteit niet langer kan handhaven;

  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;

  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Wij communiceren met de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Plaats en datum

... (naam accountantspraktijk)

... (naam accountant)

TOELICHTING

In artikel 7.8 van de Mediawet 2008 is bepaald dat bij ministeriële regeling nadere regels kunnen worden gesteld over inhoud en de inrichting van de begroting, het financieel verslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat). Met deze regeling wordt hiervoor een nieuw Handboek vastgesteld.

Met het nieuwe Handboek wordt de financiële verantwoording in twee delen gesplitst, één deel voor de apparaatskosten van het Commissariaat en één deel voor het beheer van de algemene mediareserve, bedoeld in artikel 2.166 van de Mediawet 2008. De aanpassing vindt plaats op verzoek van het Commissariaat.

De splitsing van de financiële verantwoording maakt het onderscheid tussen het Commissariaat als toezichthouder en het Commissariaat als beheerder van de algemene mediareserve duidelijker. Daarnaast stelt de splitsing het Commissariaat in staat om bij het opstellen van het financiële verslag over het beheer van de algemene mediareserve de definitieve jaarverantwoording van de STER en de NPO af te wachten. Gegevens hieruit worden gebruikt voor het verslag over beheer van de algemene mediareserve. De jaarverantwoordingen van de STER en de NPO worden op grond van artikel 2.17, eerste lid, en 2.103, eerste lid, van de Mediawet 2008 uiterlijk op 1 juni ingediend. De financiële verantwoording van het Commissariaat als organisatie dient echter op grond van de artikelen 18 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen jaarlijks voor 15 maart te worden opgesteld, terwijl op grond van artikel 7.7, eerste lid, van de Mediawet 2008 het verslag over het beheer van de algemene mediareserve voor 1 september moet worden ingediend. Door opsplitsing van de financiële verantwoording heeft het Commissariaat de mogelijkheid om voor 15 maart de financiële verantwoording van zijn organisatie in te dienen en op basis van de definitieve verantwoording van de STER en de NPO op een later moment (voor 1 september) het verslag over het beheer van de algemene mediareserve in te dienen.

Ook is in het nieuwe Handboek een aantal onderdelen geactualiseerd, zoals verwijzingen naar wet- en regelgeving en het model voor de controleverklaring.

Het Handboek is van toepassing op de verantwoording over het jaar 2018 en de hierop volgende jaren. Aan onderhavige regeling is daarom terugwerkende kracht gegeven. Toepassing van het Handboek zal pas in 2019 plaatsvinden met de verantwoording over het jaar 2018. Het oude Handboek over de financiële verantwoording is met de vaststelling van het nieuwe Handboek ingetrokken. Wel blijft het oude Handboek materieel van toepassing voor de verantwoording over het jaar 2017.

Het Handboek zal naar verwachting niet leiden tot extra regeldruk.

Het Handboek is tot stand gekomen in samenwerking met het Commissariaat en zijn accountant en wordt door betrokkenen uitvoerbaar en handhaafbaar geacht.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Bij waarmerken wordt de specificatie ter identificatie gestempeld en geparafeerd door de accountant met als doel het identificeren van de stukken waarop de verklaring betrekking heeft.