Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
AmsterdamStaatscourant 2019, 31388Instelling gemeenschappelijke regelingen



Besluit van de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeente Weesp en Amsterdam houdende regels omtrent Centrumregeling ambtelijke samenwerking Weesp-Amsterdam

Logo Amsterdam

De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van de gemeente Weesp en Amsterdam, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

 

Overwegende dat

  • -

    De gemeente Weesp haar uitvoeringskracht wenst te bundelen met de gemeente Amsterdam.

  • -

    Uitgangspunt in de samenwerking is wederzijds vertrouwen, zoals ook is vastgelegd in het bestuurlijk convenant (d.d. 3 juli 2018).

  • -

    De gemeenten bestuurlijk zelfstandig blijven en dus ook eigen beleid blijven maken.

  • -

    Er gestreefd wordt naar verregaand geharmoniseerd beleid als het gaat om de uitvoering en werkprocessen ten behoeve van efficiency en kwaliteitsimpuls, waarbij de werkwijze van de gemeente Amsterdam leidend is.

  • -

    De dienstverlening aan inwoners, ondernemers en instellingen van Weesp ten minste op gelijkblijvend niveau blijft, maar waar mogelijk verbeterd wordt.

 

Gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Ambtenarenwet besluiten de hierna volgende gemeenschappelijke regeling te treffen onder de naam:

 

Centrumregeling ambtelijke samenwerking Weesp-Amsterdam

 

 

I – ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1 – BEGRIPSBEPALINGEN

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    Centrumgemeente: de gemeente Amsterdam.

  • b.

    Gastgemeente: de gemeente Weesp.

  • c.

    Ambtenaren: ambtenaren als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet of artikel 4 van de Gemeentewet, werkzaam bij de centrumgemeente onderscheidenlijk de gastgemeente.

  • d.

    Belastingambtenaar: de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder c en artikel 231, tweede lid onder d van de Gemeentewet.

  • e.

    Belastingdeurwaarder: de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder d en artikel 231, tweede lid onder e van de Gemeentewet.

  • f.

    Heffingsambtenaar: de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder a en artikel 231, tweede lid onder b van de Gemeentewet en als bedoeld in artikel 30 zevende lid en artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

  • g.

    Invorderingsambtenaar: de ambtenaar van de centrumgemeente, als bedoeld in artikel 232, tweede lid onder b en artikel 231, tweede lid onder c van de Gemeentewet.

  • h.

    Kwijtscheldingsregels: de door de raden van de gemeente Weesp vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet.

  • i.

    Nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990, de Wet waardering onroerende zaken en van de belastingverordeningen.

     

II – CENTRUMCONSTRUCTIE

ARTIKEL 2 – DOEL

Deze regeling wordt getroffen om de voorgenomen samenwerking tussen Weesp en Amsterdam te regelen, waarbij Amsterdam belast is met de uitvoering van de door het bestuursorgaan van Weesp opgedragen taken.

ARTIKEL 3 – CENTRUMGEMEENTE

De gemeente Amsterdam wordt aangewezen als centrumgemeente, bedoeld in artikel 8, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

ARTIKEL 4 – TAKEN EN BEVOEGDHEDEN

  • 1.

    De centrumgemeente voert de taken uit op alle gemeentelijke beleidsvelden van de gemeente Weesp (met uitzondering van die taken belegd in een andere gemeenschappelijke regeling). De taken omvatten werkzaamheden ter voorbereiding en uitvoering van de aan de gastgemeente behorende bevoegdheden. Waarbij het vaststellen van beleid te allen tijde voorbehouden blijft aan de gastgemeente en de centrumgemeente de taken voor de gastgemeente uitvoert binnen de door de gastgemeente gestelde beleidskaders.

  • 2.

    Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om binnen de beleidskaders van de gastgemeente namens het college van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen, provinciale verordeningen en gemeentelijke verordeningen, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.

  • 3.

    Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens het college van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen 230 tot en met 257 van de Gemeentewet in samenhang met de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Wet waardering onroerende zaken en door de raden van de gastgemeente vastgestelde belastingverordeningen.

  • 4.

    Het college van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens het college van de gastgemeente alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van het college en de gemeenteraad van de gastgemeente.

  • 5.

    De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid wordt niet opgedragen aan het college van de centrumgemeente. Het college van de centrumgemeente kan wel namens het college van de gastgemeente alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten.

  • 6.

    Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden overgedragen aan het college van de centrumgemeente, kan dit college ondermandaat verlenen aan medewerkers van de centrumgemeente. Hierbij worden de mandateringsregels gevolgd zoals geldend in de Amsterdamse organisatie. Uitzondering hierop betreft het budgetlimiet. Het budgetlimiet wordt door de gemeente Weesp bepaald voor de taken die uitgevoerd worden voor de gemeente Weesp.

ARTIKEL 5 – OVERGEDRAGEN COLLEGEBEVOEGDHEDEN

  • 1.

    Het college van de centrumgemeente kan bepalen dat voor toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 voor de in artikel 232, tweede lid onder b, bedoelde ambtenaar een andere ambtenaar van de centrumgemeente in de plaats komt.

ARTIKEL 6 – BEVOEGDHEDEN BURGEMEESTER

  • 1.

    De burgemeester van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om binnen de beleidskaders van de gastgemeente namens de burgemeester van de gastgemeente alle besluiten te nemen ter uitvoering van wetten, algemene maatregelen van bestuur, ministeriële regelingen, provinciale verordeningen en gemeentelijke verordeningen, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.

  • 2.

    De burgemeester van de centrumgemeente wordt mandaat verleend om namens de burgemeester van de gastgemeente alle feitelijke en rechtshandelingen te verrichten ter voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van het college van de gastgemeente.

  • 3.

    De bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid wordt niet opgedragen aan de burgemeester van de centrumgemeente. De burgemeester van de centrumgemeente kan wel namens de burgemeester van de gastgemeente alle handelingen ter voorbereiding van de beslissing op bezwaar verrichten.

  • 4.

    Ten aanzien van de bevoegdheden die in dit artikel in mandaat worden overgedragen aan de burgemeester van de centrumgemeente, kan de burgemeester ondermandaat verlenen aan medewerkers van de centrumgemeente.

ARTIKEL 7 – AMBTELIJKE BEVOEGDHEDEN

  • 1.

    Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder a Gemeentewet en artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken hoofdstuk I, V, VI, VII en VIII de door de centrumgemeente aangewezen heffingsambtenaar aan als heffingsambtenaar van zijn gemeente.

  • 2.

    Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder b Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen invorderingsambtenaar aan als invorderingsambtenaar van zijn gemeente.

  • 3.

    Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder c Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingambtenaar aan als belastingambtenaar van zijn gemeente.

  • 4.

    Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder d Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingdeurwaarder aan als belastingdeurwaarder van zijn gemeente.

  • 5.

    Het college van de gastgemeente wijst ook de overige door de centrumgemeente aangewezen ambtenaren aan als ambtenaren van zijn gemeente.

  • 6.

    Bij de uitoefening van de bevoegdheden van de ambtenaren als bedoeld in lid 1 tot en met 4 van dit artikel neemt de betreffende ambtenaar de nadere regels van het college van de gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat gastcollege heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

ARTIKEL 8 – DIENSTVERLENINGSOVEREENKOMST

  • 1.

    Ter aanvulling op deze regeling wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen de colleges van Weesp en Amsterdam waarin nadere afspraken gemaakt worden over dienstverlening, werkwijze en afstemming en financiële afspraken.

     

III - INFORMATIE EN VERANTWOORDING

ARTIKEL 9 – INFORMATIEVOORZIENING COLLEGES

  • 1.

    Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente schriftelijk de door een of meer leden van het college van de gastgemeente gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente alle inlichtingen die het college van de gastgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 3.

    Het college van de centrumgemeente geeft het college van de gastgemeente vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien het college van de gastgemeente daarom verzoekt, of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gastgemeente. In het laatste geval neemt het college van de centrumgemeente geen besluit dan nadat het college van de gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college van de centrumgemeente te brengen.

ARTIKEL 10 – INFORMATIEVOORZIENING BURGEMEESTERS

  • 1.

    De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente schriftelijk de door de burgemeester van de gastgemeente gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.

  • 2.

    De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente alle inlichtingen die de burgemeester van de gastgemeente voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

  • 3.

    De burgemeester van de centrumgemeente geeft de burgemeester van de gastgemeente vooraf inlichtingen over de uitoefening van bevoegdheden, indien de burgemeester van de gastgemeente daarom verzoekt, of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gastgemeente. In het laatste geval neemt de burgemeester van de centrumgemeente geen besluit dan nadat de burgemeester van de gastgemeente in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van de burgemeester van de centrumgemeente te brengen.

ARTIKEL 11 – INFORMATIEVOORZIENING DOOR GASTGEMEENTE

  • 1.

    Het college van de gastgemeente geeft het college van de centrumgemeente alle inlichtingen die het college of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in artikel 3, nodig heeft.

  • 2.

    De burgemeester van de gastgemeente geeft de burgemeester van de centrumgemeente alle inlichtingen die de burgemeester of een medewerker van de centrumgemeente voor de uitoefening van zijn taken, bedoeld in artikel 5, nodig heeft.

ARTIKEL 12 – AMBTELIJKE INFORMATIEVOORZIENING

De medewerkers van de centrumgemeente geven de gemeenteraad, het college, de burgemeester en de medewerkers van de gastgemeente alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van de hen opgedragen taken en bevoegdheden voor zover deze de gastgemeente betreffen en onverminderd de verantwoordelijkheden van het college onderscheidenlijk de burgemeester van de centrumgemeente krachtens deze wet of regeling.

ARTIKEL 13 – OVERIGE INFORMATIEVOORZIENING

  • 1.

    De rekenkamercommissie en de accountant van de gastgemeente zijn bevoegd alle documenten die berusten bij het gemeentebestuur van de centrumgemeente te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, en artikel 213 van de Gemeentewet nodig achten.

  • 2.

    Het gemeentebestuur van de centrumgemeente verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de rekenkamercommissie en de accountant van de gastgemeente ter vervulling van hun taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, en artikel 213 van de Gemeentewet nodig achten.

  • 3.

    Wanneer de raad van de gastgemeente besluit een onderzoek in te stellen zoals bedoeld in artikel 155a, eerste lid van de Gemeentewet, zijn de artikelen 155a tot en met 155e van overeenkomstige toepassing op (gewezen) ambtenaren ondergeschikt aan het gemeentebestuur van de centrumgemeente.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van de rekenkamerfunctie, wanneer de raad van de gastgemeente overeenkomstig artikel 81oa van de Gemeentewet op een andere wijze heeft voorzien in de uitvoering van de rekenkamerfunctie.

     

IV - SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 14 – GESCHILLEN

  • 1.

    De gemeenten zijn gehouden allereerst te trachten in onderling overleg een oplossing te vinden voor verschillen in inzicht over de uitleg en toepassing van de bepalingen in deze regeling.

  • 2.

    Indien het onmogelijk gebleken is om gezamenlijk tot een oplossing te komen, dan zal het geschil worden voorgelegd aan een in te stellen Geschillencommissie. De meest gerede partij zal dit geschil voorleggen aan de Geschillencommissie.

  • 3.

    De Geschillencommissie bestaat uit drie leden, waarvan elk van de partijen één lid aanwijst, waarna de beide aangewezen leden gezamenlijk een derde lid aanwijzen. Het door de twee leden gekozen derde lid fungeert als voorzitter van de commissie.

  • 4.

    De Geschillencommissie beslecht het geschil en doet terzake een bindende uitspraak.

  • 5.

    De kosten, welke aan het tot stand komen van de uitspraak van de commissie zijn verbonden, worden gezamenlijk gedragen, tenzij de commissie anders beslist.

ARTIKEL 15 - DUUR, BEËINDIGING EN WIJZIGING VAN DEZE CENTRUMREGELING

  • 1.

    Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en gaat in per 1 juni 2019. De regeling wordt bekendgemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen door het college van Amsterdam.

  • 2.

    Artikelen die betrekking hebben op het uitvoeren van de taken op het gebied van belastingen gaan pas in per ingangsdatum dat deze taken overgedragen worden aan de gemeente Amsterdam.

  • 3.

    Wanneer overgegaan wordt tot een bestuurlijke fusie tussen de centrumgemeente en de gastgemeente, eindigt deze regeling per ingangsdatum van de bestuurlijke fusie.

  • 4.

    Wijzing van de regeling kan bij gelijkluidend besluit van de bestuursorganen van beide gemeenten en na verkregen toestemming van de raden.

  • 5.

    Opheffing/uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk vóór juni 2022. Van bijzondere omstandigheden is pas sprake als hierover tussen beide partijen overeenstemming bestaat.

  • 6.

    Opheffing is na juni 2022 mogelijk bij gelijkluidend besluit van de bestuursorganen van beide gemeenten en na verkregen toestemming van de raden.

  • 7.

    Een besluit tot uittreding door één der gemeenten leidt eveneens tot opheffing van de regeling. In deze situatie zijn de volledige frictiekosten van de beëindiging voor rekening van de gemeente die besluit tot uittreding.

  • 8.

    Indien overgegaan wordt tot opheffing, zonder dat hierop een bestuurlijke fusie volgt, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk opdracht aan een onafhankelijk registeraccountant tot het opstellen van een opheffingsplan. Het opheffingsplan voorziet in ieder geval in de verplichting van de gastgemeente tot deelneming in de financiële en in de personele gevolgen van de opheffing en in het opheffingsplan worden frictiekosten in kaart gebracht.

  • 9.

    Het college van de gemeente Amsterdam is belast met de uitvoering van het opheffingsplan.

Aldus getekend op:

Datum: 1 maart 2019

Burgemeester en wethouders van Weesp

De waarnemend burgemeester

B.J. van Bochove

De secretaris

A.M. Roos

Burgemeester en wethouders van Amsterdam

De burgemeester

F. Halsema

De secretaris

P. Teesink

Aldus getekend op:

Respectievelijk 22 mei en 24 mei 2019

Burgemeester van Weesp

De waarnemend burgemeester

B.J. van Bochove

Burgemeester van Amsterdam

De burgemeester

F. Halsema

Toestemming is verleend voor het aangaan van de regeling door de raden van de gemeenten Weesp en Amsterdam op respectievelijk 7 februari en 13 februari 2019

De raad van de gemeente Weesp

De voorzitter

B.J. van Bochove

De griffier

M. van Engelshoven

De raad van de gemeente Amsterdam

De voorzitter

F. Halsema

De griffier

M. Pe