Vrijstelling burgermedegebruik militaire luchthaven De Kooy ten behoeve van het NLR

13 mei 2019

MLA/053/2019

DE MINISTER VAN DEFENSIE,

Handelende na overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op artikel 10.13 van de Wet luchtvaart;

BESLUIT:

Artikel 1

Ten behoeve van het uitvoeren van vluchten in opdracht van het Ministerie van Defensie en vluchten in het kader van wetenschappelijk onderzoek wordt aan het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) tot wederopzegging vrijstelling verleend om in afwijking van de verbodsbepaling van artikel 10.13, eerste lid, van de Wet luchtvaart burgerluchtvaartuigen op te doen stijgen van of te doen landen op de militaire luchthaven De Kooy op dagen en tijden dat deze luchthaven is opengesteld.

Artikel 2

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 februari 2019.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

Onder het in de Luchtvaartwet geldende ontheffingensysteem was het uitvoeren van vliegtuigbewegingen met burgerluchtvaartuigen van en naar een voor de militaire luchtvaart aangewezen luchtvaartterrein in strijd met de aanwijzing en derhalve verboden, tenzij de gezagvoerder, eigenaar of houder van het burgerluchtvaartuig de beschikking had over een ontheffing op grond van het inmiddels vervallen artikel 34 van de Luchtvaartwet.

Met ingang van 1 februari 2019 is het Luchthavenbesluit De Kooy in werking getreden. Met de inwerkingtreding van dit luchthavenbesluit is een einde gekomen aan het burgermedegebruik van deze luchthaven op grond van het hierboven geschetste ontheffingensysteem.

Het ontheffingensysteem van de Luchtvaartwet is in de praktijk ontoereikend gebleken voor de diversiteit waarin burgermedegebruik zich manifesteert.

Onder het nieuwe regime van de Wet luchtvaart wordt niet langer gesproken van militaire luchtvaartterreinen, maar van militaire luchthavens. Het starten van of landen op een militaire luchthaven met een burgerluchtvaartuig is op grond van artikel 10.13 van de Wet luchtvaart nog altijd verboden zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door de Minister van Defensie, na overleg met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verleende vergunning voor (structureel) burgermedegebruik, vrijstelling (onder andere algemeen maatschappelijk belang) of ontheffing (incidenteel medegebruik).

Het burgermedegebruik van de militaire luchthaven De Kooy kenmerkt zich door een combinatie van structureel commercieel burgerluchtverkeer door tussenkomst van een burgerexploitant en recreatief burgerluchtverkeer voornamelijk in de vorm van het vliegen met sportvliegtuigen. Daarnaast vindt burgermedegebruik plaats voor spoedeisende hulpverlening, waaronder vluchten van de Kustwacht, ambulance- en transplantatievluchten, en voor de uitoefening van politietaken als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012. Laatstgenoemde vormen van medegebruik uit algemeen maatschappelijk belang worden gerealiseerd via een vrijstelling op basis van artikel 10.13 van de Wet luchtvaart.

In aanvulling op voornoemde vormen van burgermedegebruik vindt op de militaire luchthaven De Kooy tevens commercieel luchtverkeer plaats, zij het in beperkte mate, dat niet wordt afgehandeld door tussenkomst van een rechtspersoon waaraan een medegebruikvergunning is verleend. Het betreft vluchten die worden uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Defensie, zo ook in het geval van het NLR dat vluchten uitvoert in het kader van wetenschappelijk onderzoek op het gebied van luchtvaart(veiligheid), maar ook teneinde de communicatie-, navigatie- en surveillanceapparatuur van de militaire luchthaven (periodiek) te kalibreren.

In onderhavig geval wordt aan het NLR tot wederopzegging vrijstelling verleend voor het uitvoeren van voornoemde vluchten van en naar de militaire luchthaven De Kooy. Daar het NLR reeds op grond van een ontheffing ex artikel 34 Luchtvaarwet medegebruik van de luchthaven maakte, betreft het hier enkel het omzetten van voornoemde ontheffing in een vrijstelling. Er is geenszins sprake van nieuw gebruik van de militaire luchthaven De Kooy.

De belangen die zijn gemoeid met de door het NLR uitgevoerde vluchten, zijn van dien aard dat is besloten om geen gebruiksbeperkingen op te leggen, anders dan de algemene beperkingen ten aanzien van burgermedegebruik die voortvloeien uit paragraaf 4.1 van het Besluit militaire luchthavens.

Naar boven