Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2019, 28009Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 mei 2019, nr. WJZ/18268713, houdende wijziging van de Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten en de Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 8 en 11 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt na ‘bij de eerste conformiteitsbeoordeling’ ingevoegd ‘, voor installatie op de tank’.

b. In onderdeel b wordt ‘na ingebruikneming’ vervangen door ‘bij de eerste conformiteitsbeoordeling, na installatie op de tank, en na ingebruikneming’.

2. Het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervallen.

B

Artikel 62 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na ‘CG-dispenser’ ingevoegd ‘, met uitzondering van een CG-dispenser voor waterstof,’.

2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. De kleinste afleveringshoeveelheid voor CG-dispensers voor waterstof is niet groter dan 1 kilogram.

C

Artikel 64, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De maximaal toelaatbare fout van de aanwijzing van de gemeten of herleide hoeveelheid van de CG-dispenser is gelijk aan de waarde weergegeven in de onderstaande tabel:

    Nauwkeurigheidsklasse

    Maximaal toelaatbare fout (in % van de gemeten waarde)

    Bij de eerste conformiteitsbeoordeling

    Na ingebruikneming

    Alle CG-dispensers met uitzondering van CG-dispensers voor waterstof

    1,5

    1,5

    2

    Alleen CG-dispensers voor waterstof

    2

    2

    3

    4

    4

    5

D

Artikel 76, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. De relatie tussen de nauwkeurigheidsklasse, de waarde van het schaalinterval en het aantal schaalintervallen van een dynamische weegbrug is gelijk aan onderstaande tabel:

    Nauwkeurigheidsklasse

    Schaalinterval (d)

    Aantal schaalintervallen (Max/d)

    Minimaal

    Maximaal

    0,2

    ≤ 5 kg

    500

    5.000

    0,5

    ≤ 10 kg

    1

    ≤ 20 kg

E

In artikel 79 wordt na ‘verklaring van toelating als bedoeld in artikel 34 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers’ ingevoegd ‘, dan wel een certificaat van overeenstemming als bedoeld in bijlage G van Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU 2004, L 135) of een conformiteitscertificaat als bedoeld in bijlage I, module G, van de richtlijn meetinstrumenten,’.

ARTIKEL II

De Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 2 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. zij zijn zodanig opgesteld dat, indien zij aanwezig zijn op plaatsen van verkoop aan particulieren van goederen die bij de maat of het gewicht worden verkocht, de koper de aanwijzing van het betrokken meetinstrument of niet-automatisch weegwerktuig onbelemmerd kan waarnemen.

B

In artikel 4, eerste lid, wordt ‘bijlage I van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen’ vervangen door ‘bijlagen I en III van de richtlijn niet-automatische weegwerktuigen’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 mei 2019

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

I Algemeen

1 Doel en aanleiding

In oktober 2018 is een nieuwe aanbeveling van de Internationale Organisatie voor wettelijke metrologie (OIML) voor dispensers voor samengeperst gas (OIML R139) vastgesteld. Als resultaat daarvan zijn onder andere de aanbevolen maximaal toelaatbare fouten voor waterstof dispensers vergroot en daarmee beter in overeenstemming gebracht met de technische mogelijkheden. Aangezien de Nederlandse regelgeving op het gebied van meetinstrumenten zoveel mogelijk de OIML aanbevelingen volgt, dient de Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten daarop aangepast te worden. Daarnaast wordt een enkele redactionele fout en een omissie gecorrigeerd en worden enkele discrepanties tussen de Regeling nationaal geregelde meetinstrumenten en de relevante OIML-aanbevelingen weggenomen.

In de Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten wordt een omissie hersteld die betrekking heeft op de aanwezigheid van de verplichte wettelijke opschriften in de gebruiksfase van niet-automatische weegwerktuigen en wordt een bepaling ten aanzien van het voorkomen van het verdekt opstellen van meetinstrumenten opnieuw in de regeling opgenomen. Dat laatste gebeurt op basis van signalen van de toezichthouder dat de huidige regeling op dat punt voor de handhaving onvoldoende houvast biedt.

2 Regeldruk

Deze regeling is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk. Naar verwachting heeft de regeling geen of slechts geringe regeldrukeffecten. Het vergroten van de maximaal toelaatbare fouten voor waterstof-dispensers maakt het voor fabrikanten technisch mogelijk om aan de wettelijke eisen te voldoen. Door het verhelpen van discrepanties met de relevante OIML-aanbevelingen hoeven fabrikanten met minder verschillende eisen rekening te houden.

De bepaling inzake de aanwezigheid van de vereiste wettelijke opschriften heeft geen gevolgen voor de regeldruk aangezien slechts een omissie wordt hersteld door te bepalen dat reeds wettelijke verplichte voorschriften ook in de gebruiksfase aanwezig dienen te zijn. Tot slot is het mogelijk dat de verplichting voor verkopers om de aanwijzing van meetinstrumenten bij directe verkoop zichtbaar te houden voor de koper enige gevolgen heeft voor verkopers die op dit moment meetinstrumenten niet zichtbaar hebben opgesteld. Deze gevolgen zullen echter gering zijn.

3 Uitvoering en handhaving

Deze regeling is voorgelegd aan de toezichthouder Agentschap Telecom. Zij acht de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar.

4 Notificatie

De ontwerpregeling is op 10 januari 2019 ingevolge artikel 5 van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU L 241) voorgelegd aan de Europese Commissie (2019/0007/NL). Naar aanleiding van deze notificatie zijn geen reacties ontvangen. Artikel I van de ontwerpregeling bevat technische voorschriften in de zin van deze richtlijn. Deze bepalingen zijn verenigbaar met het vrije verkeer van goederen; zij zijn noodzakelijk, proportioneel en non-discriminatoir. Daarnaast is artikel II, onderdeel A, ingevolge artikel 16 jo. artikel 39, vijfde lid, van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376) voorgelegd aan de Europese Commissie. Het betreft namelijk mogelijk een eis aan dienstverrichters in de zin van artikel 16 lid 2 sub f van deze richtlijn. Het verbod op het verdekt opstellen van meetinstrumenten of niet-automatische weegwerktuigen, indien zij aanwezig zijn op plaatsen van verkoop aan particulieren van goederen die bij de maat of het gewicht worden verkocht, is noodzakelijk ter bescherming van de openbare orde. Daarnaast maakt de eis geen onderscheid naar nationaliteit of lidstaat en gaat de eis niet verder dan nodig is om het doel van consumentenbescherming te bereiken.

5 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2019. Aangezien de termijn tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling minder dan twee maanden bevat, wordt afgeweken van het beleid inzake de vaste verandermomenten. Deze afwijking wordt gerechtvaardigd door het feit dat inwerkingtreding met ingang van 1 juli 2019 gunstig is voor het bedrijfsleven. Op dit moment kunnen dispensers voor waterstofgas namelijk niet op de markt gebracht worden omdat de huidige maximaal toelaatbare fouten voor waterstof dispensers technisch niet haalbaar zijn. Om die reden zijn fabrikanten gebaat bij een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van deze regeling.

II Artikelen

Artikel I, onderdeel A

Met dit onderdeel wordt de tekst van de regeling in overeenstemming gebracht met de relevante OIML-aanbeveling (R85).

Artikel I, onderdelen B en C

Met deze onderdelen wordt de tekst van de regeling in overeenstemming gebracht met de in oktober 2018 vastgestelde OIML-aanbeveling (R139). Het betreft een verruiming van de maximaal toelaatbare fout voor waterstofdispensers en een andere vaststelling van de kleinste afleveringshoeveelheid voor die dispensers.

Artikel I, onderdeel D

Met dit onderdeel wordt een redactionele fout hersteld.

Artikel I, onderdeel E

Met dit onderdeel worden zowel de certificaten van overeenstemming die zijn afgegeven op grond van bijlage G van Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PbEU 2004, L 135) als de conformiteitscertificaten die zijn afgegeven op grond van bijlage I, module G van Richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (herschikking) (PbEU 2014, L 96) toegevoegd aan de tekst van artikel 79. Per abuis sprak artikel 79 slechts van een verklaring van toelating als bedoeld in artikel 34 van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers, waardoor deze bepaling inzake het overgangsrecht niet gold voor meetreservoirs, vloeistofhoogtemeters, discontinue brandstofmeters en peilstokken waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de regeling een dergelijk certificaat van overeenstemming dan wel een conformiteitscertificaat was afgegeven. Met het toevoegen van certificaten van overeenstemming en conformiteitscertificaten aan de tekst van dit artikel wordt deze omissie hersteld.

Artikel II, onderdeel A

In de algemene eisen van bijlage I van Richtlijn 2014/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van meetinstrumenten (herschikking) (PbEU 2014, L 96), waaraan meetinstrumenten op basis van de Regeling gebruik en installatie EU-meetinstrumenten moeten voldoen, is opgenomen dat de uitlezing van het meetinstrument voor de klant zichtbaar moet zijn. Deze bepaling is echter geformuleerd als een eis aan het instrument, waarmee niet zonder meer duidelijk is dat de gebruiker het instrument vervolgens ook zo op moet stellen dat de uitlezing voor de klant ook daadwerkelijk zichtbaar is. Dit leidt in de praktijk van de handhaving tot onduidelijkheid. Om die reden is in het nieuwe onderdeel e van artikel 2 bepaald dat het meetresultaat voor de koper onbelemmerd zichtbaar moet zijn. Daarmee is duidelijk dat het verdekt opstellen van meetinstrumenten niet is toegestaan.

Artikel II, onderdeel B

Met dit onderdeel wordt een omissie hersteld, die tot gevolg had dat in de gebruiksfase niet kon worden gehandhaafd op de aanwezigheid van de verplichte opschriften bij niet-automatische weegwerktuigen. Door de wijziging is duidelijk dat de eigenaar ook in de gebruiksfase dient te zorgen dat de wettelijk vereiste opschriften aanwezig zijn.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer