Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2019, 24298Besluiten van algemene strekking

Beleidsregels van de Minister voor Medische Zorg van 25 april 2019, kenmerk 1518521-189623-S, inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2 van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport;

Besluit:

Artikel 1

De Beleidsregels inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2019.

  • 2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 3

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels inhoudende de beoordeling van aanvragen van gemeenten voor de Regeling specifieke uitkering stimulering sport.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

BIJLAGE

Na publicatie van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport (hierna: de Regeling), is er discussie ontstaan in hoeverre activiteiten waarvoor de gemeente een sportbedrijf inschakelt voor een specifieke uitkering op grond van deze regeling in aanmerking zouden komen. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan ik beleidsregels vaststellen met betrekking op een mij toekomende bevoegdheid. Met deze beleidsregels geef ik nadere uitleg over de wijze waarop de aan mij toekomende bevoegdheid betreffende het verstrekken van uitkeringen op grond van de Regeling wordt uitgeoefend.

Gemeenten kunnen bij de uitvoering van het sportbeleid de diensten van een sportbedrijf inschakelen. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het exploiteren van grote sportvoorzieningen zoals een zwembad of ijsbaan, waarbij zeer specifieke kennis voor exploitatie vereist is. Een sportbedrijf kan zowel een publiekrechtelijke als privaatrechtelijke organisatie zijn die uitvoering geeft aan de gemeentelijke doelstellingen op het terrein van sport.

Er kan een uitkering worden verstrekt voor de activiteiten van deze sportbedrijven mits:

  • 1) de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft in het betreffende sportbedrijf;

  • 2) er geen recht op aftrek van omzetbelasting of compensatie uit het btw-compensatiefonds bestaat voor de door de sportbedrijven uitgevoerde activiteiten; en

  • 3) aan de betreffende organisatie niet reeds subsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties.

Een gemeente kiest er zelf voor om de bestedingen van het sportbedrijf wel of niet op te nemen in haar aanvraag.

1. Bestuurlijk en financieel belang door de gemeente in het sportbedrijf

Voor de vraag of de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft in het sportbedrijf, moet ten eerste de vraag worden beantwoord of het kapitaal van de sportbedrijven in aandelen verdeeld is.

Bij sportbedrijven die een in aandelen verdeeld kapitaal hebben, wordt onder bestuurlijk en financieel belang het volgende verstaan:

  • Wanneer 100% van de aandelen middellijk of onmiddellijk in bezit zijn van één of meerdere gemeenten:

    • is er sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd;

    • volgt het financieel belang uit het gegeven dat de aandelen geheel in bezit zijn van de gemeenten. Van financieel belang is echter geen sprake als management- of directievergoedingen de WNT-norm (Wet normering topinkomens) overschrijden.

  • Wanneer meer dan 50% van de aandelen (middellijk of onmiddellijk) in bezit is van één of meerdere gemeenten:

    • is er sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd;

    • is er sprake van een financieel belang als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:

      • er worden geen management- of directievergoedingen betaald die de WNT-norm overschrijden;

      • uit de statuten, exploitatie- of subsidieovereenkomst, of anderszins blijkt dat geen dividenduitkeringen aan private aandeelhouders zullen worden verricht;

      • in de exploitatie- of subsidievoorwaarden dan wel een aparte overeenkomst wordt een maximum gesteld aan het eigen vermogen van het sportbedrijf;

      • gemeenten zijn bij uitsluiting gerechtigd tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf.

  • Wanneer 50% of minder van de aandelen (middellijk of onmiddellijk) in bezit is van één of meerdere gemeenten:

    • is er sprake van een bestuurlijk belang als alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd;

    • is er sprake van een financieel belang als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:

      • Er worden geen management- of directievergoedingen betaald die de WNT-norm overschrijden;

      • Uit de statuten, exploitatie- of subsidieovereenkomst, of anderszins blijkt dat geen dividenduitkeringen aan private aandeelhouders zullen worden verricht;

      • In de exploitatie- of subsidievoorwaarden dan wel een aparte overeenkomst wordt een maximum gesteld aan het eigen vermogen van het sportbedrijf;

      • Gemeenten zijn bij uitsluiting gerechtigd tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf.

Voor sportbedrijven waarvan het kapitaal niet in aandelen is verdeeld geldt het volgende.

  • Er is sprake van een bestuurlijk belang wanneer de zeggenschap, van één of meerdere gemeenten notarieel is vastgelegd en wanneer alleen één of meerdere gemeentelijke besturen de tarieven voor maatschappelijk gebruik op het gebied van sport vaststellen die door het sportbedrijf moeten worden gehanteerd. Er is sprake van zeggenschap wanneer de gemeente bevoegd is om tenminste één van de leden van de raad van toezicht van het sportbedrijf te benoemen.

  • Er is sprake van een financieel belang wanneer het sportbedrijf voor meer dan 50% van haar inkomsten afhankelijk is van de gemeenten die zeggenschap hebben. Voorts geldt dat deze gemeenten bij uitsluiting gerechtigd zijn tot het liquidatiesaldo van het sportbedrijf.

2. Geen recht op aftrek van omzetbelasting of compensatie uit het btw-compensatiefonds

Voor de gehele Regeling specifieke uitkering stimulering sport geldt dat activiteiten slechts voor een uitkering in aanmerking komen indien er geen recht bestaat op aftrek van omzetbelasting of compensatie uit het btw-compensatiefonds. Dit geldt dus ook voor de activiteiten van de sportbedrijven. Gemeenten zullen derhalve geen uitkering kunnen aanvragen voor de kosten van de winst beogende sportbedrijven. Of sprake is van een winst beogend sportbedrijf wordt bepaald aan de hand van de daarvoor geldende fiscale regeling opgenomen in artikel 11 lid 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968.

3. Geen dubbelfinanciering met Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties

Verder geldt dat activiteiten niet in aanmerking komen voor een specifieke uitkering indien er reeds subsidie aan het betreffende sportbedrijf is verleend op grond van de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties.

Wanneer bestedingen van een sportbedrijf door de gemeente in haar aanvraag worden meegenomen komt dit sportbedrijf in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie uit de Subsidieregeling bouw en onderhoud sportaccommodaties voor het jaar van aanvraag.