Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 15 april 2019, 2540026/19/DP&O, houdende verlening van mandaat met betrekking tot de bevoegdheid om te besluiten op individuele verzoeken tot voorwaardelijke invrijheidstelling op de BES (Mandaatbesluit individuele verzoeken VI op de BES)

De Minister voor Rechtsbescherming,

Gelet op artikel 19 van Wetboek van Strafrecht BES;

Besluit:

Artikel 1

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijk gesteld de verlening van:

  • a. volmacht om in naam van de Minister voor de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • b. machtiging om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2

  • 1. Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de Minister behorende aangelegenheden op het terrein van verzoeken tot voorwaardelijke invrijheidstelling op de BES, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

    • a. de Koning;

    • b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daartoe gevormde onderraad of commissie;

    • c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

    • d. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State;

    • e. de president van de Algemene Rekenkamer; of

    • f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven.

Artikel 3

  • 1. De secretaris-generaal wordt toegestaan ten aanzien van de bevoegdheden genoemd in artikel 2, ondermandaat te verlenen aan de directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen.

  • 2. De directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen wordt niet toegestaan het krachtens het eerste lid verleende in ondermandaat door te geven.

Artikel 4

Ondertekening van besluiten en stukken door de secretaris-generaal dan wel de directeur-generaal Politie, Straffen en Beschermen met betrekking tot aangelegenheden op het terrein van verzoeken tot voorwaardelijke invrijheidstelling op de BES vindt plaats op de volgende wijze:

De Minister voor Rechtsbescherming,

namens deze,

(handtekening)

(naam)

(functie)

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit individuele verzoeken VI op de BES.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

TOELICHTING

Dit mandaat beoogt de afhandeling van verzoeken en de besluiten die daarop volgen te versnellen en te vereenvoudigen door de vaststelling daarvan te beleggen bij de top van het ministerie. Dit hoogste ambtelijke niveau wordt als voldoende hoog geacht voor deze verantwoordelijkheid. Dit besluit past in de strekking van de beoogde aanpassing van het Wetboek van Strafrecht BES op het punt van afhandeling van verzoeken en besluiten ter zake.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Naar boven