Advies ‘conceptwetsvoorstel Invoeringswet USB’, Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming

Uitgebracht aan: Minister voor Rechtsbescherming

Datum: 29 maart 2019

Samenvatting

De Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de RSJ) heeft een advies uitgebracht over het conceptwetsvoorstel Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Invoeringswet USB). De RSJ gaat in dit advies in op twee onderdelen: de afschaffing van de verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en het stroomlijnen van de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (pij) met de terbeschikkingstelling (tbs).

Afschaffing executieverjaringstermijnen

Het afschaffen van de executieverjaringstermijnen heeft tot gevolg dat een opgelegde straf of maatregel, opgenomen in een rechterlijke uitspraak of strafbeschikking, in beginsel altijd ten uitvoer kan worden gelegd. De RSJ onderschrijft dat de geloofwaardigheid van de strafrechtspleging en het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat kunnen worden aangetast wanneer straffen niet worden uitgevoerd. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan vergelding met het verstrijken van de tijd af. Met de huidige gedifferentieerde executieverjaring heeft de wetgever daaraan uiting gegeven en tegelijkertijd laten zien ook oog te hebben voor de belangen van slachtoffers en nabestaanden van ernstige misdrijven. Als het gaat om veroordeelden die bewust hun sanctie ontlopen lijkt een aanscherping van de executieverjaring zeker op zijn plaats. De RSJ meent dat de focus vooral moet blijven liggen op het verbeteren van het executieproces. Het geheel afschaffen van de executieverjaring zal mogelijk ook ongewenste neveneffecten met zich meebrengen. In de regel zal na verloop van een (zeer) lange tijd, de executie van een deel van de openstaande (lichte) straffen en maatregelen geen doel meer dienen. Ook zal dit leiden tot jarenlange rechtsonzekerheid. Het pas (zeer) laat executeren van (zeer) lage straffen kan bovendien afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de strafrechtspleging. Daarom adviseert de RSJ de afschaffing van de executieverjaring na drie jaar te evalueren. De RSJ pleit in ieder geval voor het behoud van de executieverjaringstermijnen voor jeugdigen en jongvolwassenen, die in het huidige recht korter zijn dan de termijnen voor volwassenen als het gaat om misdrijven. In het jeugdstrafrecht staat het belang van het kind centraal en is de pedagogische doelstelling bij de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen een belangrijk uitgangspunt.

Stroomlijnen maatregelen pij en tbs

Volgens de toelichting bij het conceptwetsvoorstel zijn de wijzigingen in de regeling van de pij-maatregel van wetstechnische aard. De RSJ constateert echter dat de voorgestelde wijzigingen over de terbeschikkingstelling van jeugdigen tot een aantal inhoudelijke en fundamentele wijzigingen van de maatregel leiden. De RSJ meent dat principiële veranderingen van uitgangspunten in het jeugdstrafrecht en voor de pij-maatregel in het bijzonder niet thuishoren in een invoeringswet maar om meer onderzoek en een diepgaande discussie vragen. Geadviseerd wordt om in ieder geval de pedagogische grondslag in stand te houden bij beslissingen over de verlenging van de maatregel en beslissingen die de terbeschikkingstelling met voorwaarden betreffen. Met de voorgestelde wijzigingen is minder maatwerk mogelijk omdat de verlenging of voorwaardelijke beëindiging van de maatregel alleen met stappen van telkens één of twee jaar zal kunnen plaatsvinden. De RSJ pleit voor het in stand houden van de mogelijkheid om maatwerk toe te passen.

Het advies kunt u raadplegen op de website van de RSJ www.rsj.nl onder Advisering.

Naar boven