Beschikking van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, houdende ontheffing voor RVL-Group van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven het water, Inspectie Leefomgeving en Transport

Datum 28 maart 2019

Nummer ILT-2019/17144

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelezen het verzoek om ontheffing van 19 februari 2019, aangevuld met de e-mail van 10 maart 2019 van RVL-Group;

Overwegende dat:

  • RVL-Group vluchten uitvoert als gedeclareerd overeenkomstig ORO.DEC.100 van EU verordening 965/2012;

  • RVL-Group vluchten uitvoert boven de Noordzee voor het uitvoeren van VFR-patrouillevluchten voor onderzoek naar vervuiling, bijvoorbeeld olielozingen op zee in opdracht van het Maritime & Coastguard Agency, onderdeel van de Engelse overheid, in het kader van de Bonn Agreement;

  • paragraaf SERA.3105 van verordening (EU) nr. 923/2012 de mogelijkheid biedt aan (nationale) bevoegde autoriteiten om toestemming te verlenen lager te vliegen dan de minimum vlieghoogten, zoals die voor VFR- vluchten zijn opgenomen in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012;

Gelet op paragraaf SERA.3105 en artikel 19, derde lid, van het Besluit luchtverkeer 2014;

BESLUIT:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op een vliegtuig van het type Cessna 406 met registratie G-TURF, of een vergelijkbaar vervangend vliegtuig, zoals vermeld op de eigen verklaring ‘Specialised Operations’ door RVL-Group ingediend bij de Civil Aviation Authority UK overeenkomstig ORO.DEC.100 van EU verordening 965/2012 en waarvan de ontvangst van de verklaring is bevestigd door de Civil Aviation Authority UK overeenkomstig ARO.GEN.345. Beide documenten zijn gedurende de vlucht aan boord van het vliegtuig.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde vliegtuig wordt van 29 maart 2019 tot en met 1 mei 2019 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in paragraaf SERA.5005, onderdeel (f), van verordening (EU) nr. 923/2012, om VFR- vluchten uit te voeren boven water, beneden de minimum VFR-vlieghoogte, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit luchtverkeer 2014, bedoelde luchtvaartgids met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 200 ft AGL, doch ten minste 200 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 60 m van het luchtvaartuig, met dien verstande dat niet lager mag worden gevlogen dan 200 ft AGL;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2°. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

  • d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk uitvoeren van de patrouillevluchten noodzakelijk is;

  • e. vluchtuitvoering vindt plaats overeenkomstig het gestelde in deel SPO van EU verordening 965/2012;

  • f. voor en na de vlucht is de opdracht van de opdrachtgever ter inzage aanwezig zodat deze kan worden gecontroleerd door de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart, of de Inspectie Leefomgeving en Transport;

  • g. er worden geen passagiers vervoerd tijdens de vlucht, anders dan de taakspecialisten benodigd voor het uitvoeren van de patrouillevlucht;

  • h. voor de inzittenden zijn voldoende zwemvesten en reddingsmiddelen aanwezig;

  • i. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;

  • j. vóór de aanvang van de vlucht worden ingelicht:

    de meldkamer van de Landelijke eenheid, afdeling Luchtvaart (tel.

    +31(0)88-6623616 of e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) en ILT (e-mail aviation-approvals@ilent.nl), waarbij de volgende gegevens worden verstrekt:

    • 1°. naam gezagvoerder(s), registratie en model/type;

    • 2°. route en periode van de voorgenomen vlucht;

    • 3°. het nummer van deze beschikking;

  • k. een uur voor aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de Operationele Helpdesk; tel. +31(0)20-4062201; fax: +31(0)20-4063672; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • l. deze ontheffing geldt alleen voor de uitvoering van vluchten ten behoeve van de Bonn Agreement.

Artikel 3

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en taakspecialisten bekend zijn met de inhoud van deze ontheffing.

Artikel 4

De aanvrager voert bij de voorbereiding van elk project een veiligheidsanalyse uit. Daarbij wordt in kaart gebracht welke risico’s er zijn als gevolg van het uitvoeren van VFR-vluchten beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven het water.

Vervolgens worden risicobeperkende maatregelen in kaart gebracht en toegepast, zodanig dat de vlucht op een verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd.

Artikel 5

Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorschriften of beperkingen kan deze ontheffing worden ingetrokken.

Artikel 6

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 29 maart 2019 en vervalt met ingang van 2 mei 2019, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

Een Engelstalige samenvatting treft u hierna als bijlage aan.

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Inspecteur ILT team Rail Bedrijven en Luchtvaart Infra,

TO WHOM IT MAY CONCERN

THE MINISTER OF INFRASTRUCTURE AND WATERMANAGEMENT,

Article 1

This decision is applicable to the aeroplane type Cessna 406 with registration mark G-TURF or a similar replacement aeroplane used by RVL-Group, mentioned in their Declaration as mentioned in ORO.DEC.100 of European regulation 965/2012 and whose receipt the Civil Aviation Authority UK has acknowledged in accordance with ARO.GEN.345. Both documents are on board the aircraft during the flight.

Article 2

Exemption is granted to the pilot-in-command (PIC) of the aircraft mentioned in article 1 from March 29th 2019 up to and including May 1st 2019 from the prohibition mentioned in SERA.5005, sub (f) of European regulation No. 923/2012 for flying VFR below the minimum VFR height during daylight with consideration of the following terms and conditions:

  • a. the PIC holds at least a valid CPL or ATPL;

  • b. the minimum authorized altitude is 200 ft AGL or at least 200 ft above the highest obstacle within a 200 ft / 60 m range from the aircraft;

  • c. the routing, altitude and airspeed will be as such that:

    • 1°. nuisance to third parties is avoided as much as possible;

    • 2°. in case of an emergency landing the risk for passengers is limited as much as possible;

  • d. flights below the VFR minimum height are only allowed if that is essential, so that is not during the whole flight;

  • e. flights are performed in accordance with the provisions in part SPO of EU- regulation 965/2012;

  • f. before and after the flight the client's order is available for inspection so that it can be checked by the Dutch National Aviation Police or the Dutch Civil Aviation Authority (CAA-NL);

  • g. no passengers will be transported, except task specialists needed for the execution of the flights;

  • h. there are sufficient life jackets and life-saving equipment for the occupants;

  • i. during the flight two way communication is maintained between the aircraft and the applicable air traffic control station and the designated radio frequency is continuously monitored;

  • j. before the flight the following parties shall be informed:

    the reporting facilities of the Dutch National Aviation Police (Landelijke eenheid, department Luchtvaart) (tel. +31(0)88-6623616 or e-mail dlvplvt@klpd.politie.nl) and CAA-NL (ILT) (e-mail aviation-approvals@ilent.nl) providing the following information:

    • 1°. PIC name, registration mark and aircraft model/type;

    • 2°. route and timeframe of the intended flight;

    • 3°. unique identification number of this decision;

  • k. an hour before the flight contact shall be made with the Operational Helpdesk of LVNL (see: www.lvnl-ohd.nl); any additional conditions shall be strictly adhered to;

  • l. this exemption is only valid for flights operated under the Bonn Agreement.

Article 3

The applicant shall make sure that the PIC and task specialists are familiar with the content of this decision.

Article 4

The applicant shall perform a risk assessment for the operations, specifically for low flying operations above water. Risk mitigating measures are identified and applied such that the flight can be performed safely.

Article 5

This decision can be revoked if the conditions in this decision are not adhered to.

Article 6

This decision is valid from March 29th 2019 up to and including May 1st 2019 unless it is revoked if the terms and conditions are not fully complied with.

Above is a courtesy translation only, in all cases the original Dutch approval (ILT- 2019/17144) is the only legally binding text.

CIVIL AVIATION AUTHORITY NETHERLANDS

Naar boven