Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 april 2019, kenmerk 1510677-189049-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidzorg inzake het experiment anders verantwoorden

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg:

Na op 28 februari 2019 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over het voornemen een aanwijzing te geven aan de Nederlandse Zorgautoriteit inzake het experiment anders verantwoorden (Kamerstukken II 29 515, nr. 436).

Besluit:

Artikel 1 definities

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Wet marktordening gezondheidszorg;

b. de zorgautoriteit:

de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

Artikel 2 werkingssfeer

Deze aanwijzing is van toepassing op zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg.

Artikel 3 opdracht

  • 1. De zorgautoriteit stelt met toepassing van artikel 58 van de wet in het kader van het experiment anders verantwoorden waar nodig regels of beleidsregels vast, zo nodig met terugwerkende kracht.

  • 2. De zorgautoriteit stelt als voorwaarde dat de aanvraag voor het experiment door de zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder gezamenlijk worden ingediend.

  • 3. De zorgautoriteit kan het aantal experimenten met het oog op de uitvoerbaarheid en beheersbaarheid beperken.

Artikel 4 uitgangspunten

  • 1. De zorgautoriteit neemt bij de vaststelling van regels of beleidsregels als bedoeld in artikel 3 de volgende uitgangspunten in acht:

    • a. zorgaanbieders kunnen zich op een andere wijze verantwoorden die bijdraagt aan het verminderen van administratieve lasten;

    • b. personen aan wie zorg wordt verleend, komen door een experiment niet in een nadeliger positie te verkeren, dan wanneer het experiment niet zou plaatsvinden;

    • c. een zorgaanbieder kan geen beroep doen op extra financiële middelen in verband met deelname aan het experiment anders verantwoorden; en

    • d. Het experiment heeft geen gevolgen voor het budgettair kader Wlz.

  • 2. De zorgautoriteit behoudt zich het recht voor een experiment, indien en voor zover het haar bevoegdheidsdomein betreft, onmiddellijk te beëindigen indien een experiment naar haar oordeel niet meer voldoet aan een uitgangspunt als bedoeld in het eerste lid, en informeert mij hier onmiddellijk over.

Artikel 5 looptijd

Het experiment loopt van 1 januari 2019 tot en met uiterlijk 31 december 2023.

Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

TOELICHTING

Met deze aanwijzing geef ik de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de opdracht om op grond van artikel 58 van de Wet marktordening gezondheidszorg in haar regelgeving experimenten voor anders verantwoorden mogelijk te maken. Doel van de experimenten is het verminderen van de administratieve lasten voor zorgaanbieders en hun medewerkers. Omdat een experiment alleen goed kan verlopen als ook de Wlz-uitvoerder zich committeert aan het experiment, zal de NZa als voorwaarde stellen dat het experiment gezamenlijk door de zorgaanbieder en de Wlz-uitvoerder wordt aangevraagd.

Met het oog op de beheersbaarheid en uitvoerbaarheid van de experimenten kan de NZa het aantal experimenten beperken. Zij heeft aangegeven dat rond de 20 zorgaanbieders een experiment zouden moeten kunnen starten.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Naar boven