Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)Staatscourant 2019, 20182Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 5 april 2019, nummer WBV 2019/6, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Hoofdstuk B13 Vreemdelingencirculaire 2000 wordt gewijzigd en komt te luiden:

13 Terugtrekkingsregeling verblijfsrecht VK-onderdanen en familieleden

Actualisatie

Dit beleidskader is opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU, zonder dat hierover een akkoord tussen het VK en de EU wordt gesloten. De voorziene datum van terugtrekking was 29 maart 2019. Op 29 maart 2019 heeft deze voorgenomen terugtrekking echter niet plaatsgevonden. Over het moment en de wijze waarop de terugtrekking zal plaatsvinden is momenteel nog niets definitief besloten. Dit geeft aanleiding de Terugtrekkingsregeling te handhaven totdat hierover meer duidelijkheid is. Wel is de regeling geactualiseerd en gecorrigeerd, waarbij de datum van 29 maart 2019 – waar relevant – vervangen is door ‘datum terugtrekking’. Daar waar dit aan de orde is kunnen op grond van dit beleidskader nog immer ambtshalve tijdelijke verblijfsvergunningen worden verleend. De huidige actualisering laat de geldigheid van reeds verleende vergunningen, zoals in de inleiding omschreven onder ‘overgangsregeling’ onverlet. Uit oogpunt van rechtszekerheid is ervoor gekozen om de ingangsdatum van 29 maart 2019 van deze verblijfsvergunningen niet te vervangen.

1. Inleiding

Vanwege de voorgenomen terugtrekking van het VK uit de EU is voorzienbaar dat onderdanen van het Verenigd Koninkrijk (hierna: VK-onderdanen) vanaf dat moment geen burgers van de Unie meer zijn. Het (declaratoire) verblijfsrecht van VK-onderdanen en hun (derdelands) familieleden (verder te noemen: familieleden) die hun recht op vrij verkeer in Nederland uitoefenen zal per datum terugtrekking komen te vervallen.

In dit hoofdstuk is de Terugtrekkingsregeling verblijfsrecht VK-onderdanen en familieleden (verder: de Terugtrekkingsregeling) opgenomen. De Terugtrekkingsregeling bevat beleidsregels om het verblijfsrecht van VK-onderdanen en hun familieleden na de terugtrekking van het VK uit de EU te regelen indien hierover geen akkoord wordt gesloten tussen het VK en de EU. Wanneer de terugtrekking van het VK uit de EU niet plaatsvindt of niet op de wijze zoals in de Terugtrekkingsregeling bedoeld, wordt deze Terugtrekkingsregeling ingetrokken.

De Terugtrekkingsregeling bevat een overgangsregeling en een definitieve regeling. Deze regelingen gelden voor VK-onderdanen en hun familieleden, die op de datum van terugtrekking van het VK uit de EU rechtmatig verblijf in Nederland hebben op grond van de regels voor het recht op vrij verkeer en verblijf (richtlijn 2004/38/EG).

Overgangsregeling

De IND verleent ambtshalve, gedurende een nationale overgangsperiode, een verblijfsvergunning aan VK-onderdanen en hun familieleden die op datum terugtrekking in Nederland rechtmatig verblijf hebben, onder de in paragraaf B13/2.1 Vc genoemde voorwaarden.

Deze overgangsperiode start op datum terugtrekking en eindigt op 1 juli 2020. Omwille van een ordentelijke afhandeling is de IND reeds vóór datum terugtrekking gestart met het ambtshalve beoordelen en versturen van deze verblijfsvergunningen.

Voor zover de situatie zich voordoet dat de terugtrekking niet doorgaat dan wel niet op de wijze zoals in de Terugtrekkingsregeling beschreven, en de Terugtrekkingsregeling om die reden wordt ingetrokken, geldt het volgende. In dat geval is duidelijk dat reeds verleende verblijfsvergunningen hun betekenis hebben verloren. De VK-onderdaan en zijn familieleden hebben de aan hen verleende verblijfsvergunning in dat geval ook niet nodig om te voorzien in hun verblijfsrecht. In dat geval wordt rechtstreeks verblijfsrecht ontleent aan richtlijn 2004/38/EG.

Definitieve regeling

Tijdens de nationale overgangsperiode nodigt de IND deze VK-onderdanen en hun familieleden uit om een aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van de definitieve regeling in te dienen. De IND beoordeelt of deze VK-onderdanen en hun familieleden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd als bedoeld in paragraaf B13/3.1 en B13/4.1 Vc.

Kinderen geboren tijdens de overgangsregeling

Kinderen van VK-onderdanen of familieleden die tijdens de overgangsregeling in Nederland worden geboren komen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 en B13/3.1 Vc in aanmerking, mits één van de ouders in het bezit is van een verblijfsvergunning op grond van de Terugtrekkingsregeling.

Geen verblijf in Nederland op datum terugtrekking VK uit de EU

VK-onderdanen die niet op datum terugtrekking rechtmatig in Nederland verblijven kunnen geen aanspraak maken op de voorwaarden voor verblijf van zowel de overgangsregeling als de definitieve regeling. Er is bij deze VK-onderdanen geen sprake van opgebouwde rechten in Nederland op grond van de regels van het recht op vrij verkeer en verblijf (richtlijn 2004/38/EG). Zij zijn derdelanders op wie het algemene reguliere beleid van hoofdstuk B1 Vc van toepassing is.

Familieleden

De IND verstaat onder familieleden van de VK-onderdaan: familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, ongeacht hun nationaliteit, tenzij anders vermeld.

2. Overgangsregeling
2.1 Voorwaarden voor verblijf

VK-onderdanen en familieleden

De IND verleent ambtshalve een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb, in de vorm van een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 Vw (hier verder te noemen: verblijfsvergunning) aan de VK-onderdaan en zijn familielid:

  • a. die op datum terugtrekking woonachtig zijn in Nederland en;

  • b. die op datum terugtrekking rechtmatig verblijf hebben in Nederland.

De IND gaat er ook van uit dat op datum terugtrekking aan deze voorwaarden wordt voldaan, indien:

  • ambtshalve beoordeling reeds voordien plaatsvindt, en;

  • er op het moment van beoordelen geen concrete indicaties in het dossier aanwezig zijn dat op datum terugtrekking niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

Met deze verblijfsvergunning hebben de VK-onderdaan en zijn familielid rechtmatig verblijf in Nederland gedurende de overgangsperiode.

De VK-onderdaan en zijn familielid kunnen hun verblijfsrecht enkel aantonen door deze verblijfsvergunning te gebruiken in combinatie met een geldig document voor grensoverschrijding. Het familielid dat niet de EU nationaliteit heeft moet daarnaast, in combinatie met een geldig document voor grensoverschrijding, het (verlopen) EU verblijfsdocument tonen dat eerder als bewijs van EU toetsing voor verblijf bij EU burger is afgegeven om zijn verblijfsrecht aan te tonen.

Op deze wijze is het in het maatschappelijk verkeer en in het kader van grenstoezicht duidelijk dat het hier een familielid van een (voormalig) EU burger betreft.

Ad a.

Wanneer de VK-onderdaan en zijn familielid zijn ingeschreven in de BRP neemt de IND aan dat zij hier op datum terugtrekking wonen. Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit ook met andere bewijsmiddelen aantonen.

Gezinshereniging

Tijdens de overgangsperiode komen familieleden van VK-onderdanen in aanmerking voor een verblijfsvergunning als bedoeld in deze paragraaf en paragraaf B13/3.1 Vc:

  • Indien de VK-onderdaan in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in de overgangsregeling. In dat geval kunnen familieleden op basis van een schriftelijke melding en na een ambtshalve beoordeling ook in aanmerking komen voor betreffende verblijfsvergunning.

  • Indien de VK-onderdaan in het bezit is van een verblijfsvergunning als bedoeld in de definitieve regeling. In dat geval kunnen de familieleden een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van de definitieve regeling. De voorwaarden van paragraaf B13/3.1 Vc, onder a, b, c, en e zijn op hen niet van toepassing.

Familieleden die na de overgangsperiode een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor gezinshereniging indienen moeten voldoen aan de voorwaarden van het nationale gezinsherenigingsbeleid van hoofdstuk B7 Vc.

2.2 Contra-indicaties

De IND verleent geen verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc als bij de VK-onderdaan of een familielid sprake is van één van de volgende contra-indicaties:

  • a. de VK-onderdaan of het familielid vormen een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de nationale veiligheid;

  • b. de VK-onderdaan of het familielid zijn houder van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd;

  • c. de VK-onderdaan of het familielid zijn ook onderdaan van een lidstaat van de EU/EER en kan op grond daarvan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG.

Ad a.

Het openbare orde criterium van paragraaf B10/2.3 Vc is hier van toepassing, tenzij een misdrijf is gepleegd na datum terugtrekking. Ten aanzien van het na datum terugtrekking gepleegde misdrijf, gelden de nationale openbare orde bepalingen. Afhankelijk van de voorafgaande verblijfssituatie, betekent dat:

  • toetsing aan de bepalingen inzake eerste toelating (artikel 3.77 en 3.78 Vb en paragraaf B1/4.4 Vc)

  • toetsing aan de bepalingen inzake de voortzetting van het eerdere verblijfsrecht (artikel 3.86 en 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2 en B1/6.2.2 Vc).

Er wordt alleen aan de bepalingen inzake eerste toelating getoetst als niet aan de in artikel 3.82 Vb bedoelde termijn wordt voldaan.

De IND verleent voorts geen verblijfsvergunning als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de betrokken vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

De IND verleent evenmin een verblijfsvergunning indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. De beleidsregels van paragraaf B1/4.4 Vc zijn in dat geval van toepassing.

In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan, noch aan het familielid een verblijfsvergunning. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsvergunning verleend.

Ad b.

Houders van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd hebben rechtmatig verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd. Gelet op de aard van dit verblijfsrecht, bestaat er geen aanleiding om in dit geval een verblijfsvergunning te verlenen op grond van de overgangsregeling van de Terugtrekkingsregeling. Deze contra-indicatie geldt uitsluitend voor de houder van deze verblijfsvergunning.

Ad c.

VK-onderdanen of hun familieleden blijven in dit geval als EU/EER-onderdaan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG. Gelet op de aard van dit verblijfsrecht, bestaat er geen aanleiding om in dit geval een verblijfsvergunning te verlenen op grond van de overgangsregeling van de Terugtrekkingsregeling.

2.3 Procedurele bepalingen

De IND verstuurt de verblijfsvergunning in de vorm van een schriftelijke verklaring naar het adres waar de VK-onderdaan en zijn familielid in de BRP staan ingeschreven.

De VK-onderdaan en zijn familielid die geen verblijfsvergunning van de IND hebben ontvangen maar van mening zijn dat zij hier wel recht op hebben, kunnen dit binnen de overgangsperiode schriftelijk melden bij de IND. Op basis van deze schriftelijke melding komen deze VK-onderdaan en zijn familielid alsnog in aanmerking voor ambtshalve beoordeling. De IND verleent een verblijfsvergunning, indien aan de voorwaarden genoemd in paragraaf B13/2.1 Vc wordt voldaan. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan stuurt de IND ambtshalve een beschikking waarin gemotiveerd wordt aangegeven aan welke voorwaarde(n) niet wordt voldaan.

Tegen deze beschikking en ook tegen de ontvangst van de verblijfsvergunning kan bezwaar worden gemaakt.

Beperking en arbeidsmarktaantekening

De IND verleent de verblijfsvergunning onder de beperking ‘cf. beschikking Staatssecretaris’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.

Ingangsdatum en geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

De IND verleent de verblijfsvergunning met ingang van 29 maart 2019 tot 1 juli 2020.

Aard van het verblijfsrecht

Het rechtmatig verblijf op grond van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc betreft een niet-tijdelijk verblijfsrecht als bedoeld in artikel 3.5, vierde lid, Vb.

2.4 Intrekking van de verblijfsvergunning

De IND trekt de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht in, in geval van rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt, terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van de verblijfsvergunning, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.

Indien na de verlening van de verblijfsvergunning zich nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan de verblijfsvergunning kan worden ingetrokken, zijn de intrekkingsgronden van paragraaf B1/6 Vc van toepassing.

In geval van openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op datum terugtrekking geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf na datum terugtrekking is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.

3. Definitieve regeling voor bepaalde tijd
3.1 Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd

VK-onderdaan en familieleden

De IND verleent een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb aan de VK-onderdaan en zijn familielid:

  • a. die op datum terugtrekking woonachtig zijn in Nederland en;

  • b. die op datum terugtrekking rechtmatig verblijf hebben in Nederland en;

  • c. die voldoen aan de criteria van richtlijn 2004/38/EG die zien op het verblijfsrecht minder dan vijf jaar en;

  • d. die beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding en;

  • e. die zijn uitgenodigd een aanvraag in te dienen.

Ad a, b, c.

De IND verleent een verblijfsvergunning indien de VK-onderdaan en zijn familielid voldoen aan de voorwaarden van de overgangsregeling en daarnaast bij de beoordeling voldoen aan de beleidsregels van paragraaf B10/2 Vc en de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb (afgezien van de bepalingen die zien op duurzaam verblijfsrecht).

Wanneer de VK-onderdaan en zijn familielid zijn ingeschreven in de BRP neemt de IND aan dat zij hier op datum terugtrekking wonen. Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit ook met andere bewijsmiddelen aantonen.

Ad d.

De bepalingen van paragraaf B1/4.2 Vc zijn hier van toepassing.

Gezinshereniging

Tijdens de overgangsperiode komen familieleden van VK-onderdanen in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indien zij voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in paragraaf B13/2.1 Vc, onder het kopje Gezinshereniging.

3.2 Contra-indicaties

De IND verleent geen verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc als bij de VK-onderdaan of een familielid sprake is van een van de volgende contra-indicaties:

  • a. de VK-onderdaan of het familielid vormen een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de nationale veiligheid;

  • b. de VK-onderdaan of het familielid zijn houder van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd;

  • c. de VK-onderdaan of het familielid zijn ook onderdaan van een lidstaat van de EU/EER en kan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG.

Ad a.

Het openbare orde criterium van paragraaf B10/2.3 Vc is hier van toepassing, tenzij een misdrijf is gepleegd na datum terugtrekking. Ten aanzien van het na datum terugtrekking gepleegde misdrijf, gelden de nationale openbare orde bepalingen. Afhankelijk van de voorafgaande verblijfssituatie, betekent dat:

  • toetsing aan de bepalingen inzake eerste toelating (artikel 3.77 en 3.78 Vb en paragraaf B1/4.4 Vc)

  • toetsing aan de bepalingen inzake de voortzetting van het eerdere verblijfsrecht (artikel 3.86 en 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2 en B1/6.2.2 Vc).

Er wordt alleen aan de bepalingen inzake eerste toelating getoetst als niet aan de in artikel 3.82 Vb bedoelde termijn wordt voldaan.

De IND verleent voorts geen verblijfsvergunning als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de betrokken vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

De IND verleent evenmin een verblijfsvergunning indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan en/of het familielid een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. De beleidsregels van paragraaf B1/4.4 Vc zijn in dat geval van toepassing.

In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan noch aan het familielid een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsvergunning verleend.

Ad b.

Houders van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor onbepaalde tijd hebben rechtmatig verblijf in Nederland voor onbepaalde tijd. Gelet op de aard van dit verblijfsrecht, bestaat er geen aanleiding om in dit geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen op grond van de definitieve regeling van de Terugtrekkingsregeling. Deze contra-indicatie geldt uitsluitend voor de houder van deze verblijfsvergunning.

Ad c.

VK-onderdanen of hun familieleden blijven in dit geval als EU/EER-onderdaan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG. Gelet op de aard van dit verblijfsrecht, bestaat er geen aanleiding om in dit geval een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verlenen op grond van de definitieve regeling van de Terugtrekkingsregeling.

3.3 Procedurele bepalingen

Uitnodigingsprocedure

De IND stuurt tijdens de overgangsperiode een uitnodigingsbrief aan de VK-onderdaan en zijn familielid die voldoen aan de voorwaarden van paragraaf B13/2.1 Vc en aan wie ambtshalve een verblijfsvergunning is verstrekt. In deze brief nodigt de IND de VK-onderdaan en zijn familielid uit om een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc.

Aanvraagprocedure

De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc. De VK-onderdaan geeft bij het indienen van de aanvraag aan wie er feitelijk tot zijn familie behoort. De VK-onderdaan en zijn familielid dienen de aanvraag in na ontvangst van de uitnodigingsbrief van de IND.

Beperking en arbeidsmarktaantekening

De IND verleent de verblijfsvergunning onder de beperking ‘cf. beschikking Staatssecretaris’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘verblijf onder beperking cf. beschikking Staatssecretaris, ivm artikel 50 VEU’. Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Een beroep op algemene middelen kan gevolgen hebben voor uw verblijfsrecht’.

Ingangsdatum en geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

De IND verleent op grond van artikel 26, eerste lid, Vw de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen of zoveel later wanneer is aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan. De IND verleent de verblijfsvergunning voor de duur van 5 jaar.

Aard van het verblijfsrecht

Het rechtmatig verblijf op grond van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc betreft een niet-tijdelijk verblijfsrecht als bedoeld in artikel 3.5, vierde lid, Vb.

3.4 Intrekking van de verblijfsvergunning

De IND trekt de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc met terugwerkende kracht in, in geval van rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van de verblijfsvergunning, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.

Indien zich na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan de verblijfsvergunning kan worden ingetrokken, zijn de intrekkingsgronden van paragraaf B1/6 Vc van toepassing. In geval van openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op datum terugtrekking geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf na datum terugtrekking is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B1/6 Vc.

4. Definitieve regeling voor onbepaalde tijd
4.1 Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

VK-onderdaan en familieleden

De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan de VK-onderdaan en zijn familielid:

  • a. die op datum terugtrekking woonachtig zijn in Nederland en;

  • b. die rechtmatig verblijf hebben in Nederland en;

  • c. die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar rechtmatig verblijf hebben gehad op grond van de richtlijn 2004/38/EG al dan niet in combinatie met opgebouwd verblijfsrecht op grond van paragraaf B13/2.1 en 3.1 Vc en;

  • d. die is uitgenodigd een aanvraag in te dienen.

Dit beleid laat de aanspraken op een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van hoofdstuk B12 Vc of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen onverlet.

Ad a, b en c.

De IND verleent een verblijfsvergunning indien de VK-onderdaan en zijn familielid voldoen aan de voorwaarden van de overgangsregeling en daarnaast bij de beoordeling voldoen aan de beleidsregels van paragraaf B10/2 Vc en de artikelen 8.7 t/m 8.25 Vb.

De IND houdt bij de beoordeling of sprake is van een ononderbroken periode van vijf jaar rechtmatig verblijf rekening met de periode van het rechtmatig verblijf op grond van richtlijn 2004/38/EG tot datum terugtrekking en met opgebouwd verblijfsrecht op grond van deze terugtrekkingsregeling.

Wanneer de VK-onderdaan en zijn familielid zijn ingeschreven in de BRP neemt de IND aan dat zij hier op datum terugtrekking wonen. Op grond van de vrije bewijsleer kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid dit ook met andere bewijsmiddelen aantonen.

Gezinshereniging

Tijdens de overgangsperiode komen familieleden van VK-onderdanen in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd indien zij voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in paragraaf B13/2.1 Vc, onder het kopje Gezinshereniging.

4.2 Contra-indicaties

De IND verleent geen vergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc aan de VK-onderdaan of zijn familielid als sprake is van een van de volgende contra-indicaties:

  • a. de VK-onderdaan of zijn familielid vormen een gevaar voor de openbare orde (inclusief artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag) of de nationale veiligheid;

  • b. de VK-onderdaan of het familielid zijn ook onderdaan van een lidstaat van de EU/EER en kan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG;

  • c. de VK-onderdaan of zijn familielid zijn meer dan twee achtereenvolgende jaren uit Nederland afwezig geweest.

Ad a.

Het openbare orde criterium van B10/2.3 Vc en artikel 8.18, sub b, Vb is hier van toepassing tenzij sprake is van een misdrijf gepleegd na datum terugtrekking. In dat geval is ten aanzien van dat misdrijf het nationale openbare orde criterium van paragraaf B12/2.4 Vc van toepassing.

De IND verleent voorts geen verblijfsvergunning als er een procedure aanhangig is om te beoordelen of de betrokken vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde.

De IND verleent evenmin een verblijfsvergunning indien er concrete aanwijzingen zijn dat de VK-onderdaan of het familielid een gevaar vormen voor de nationale veiligheid. De beleidsregels van paragraaf B1/4.4 Vc zijn van toepassing.

In het geval er enkel bij de VK-onderdaan sprake is van deze contra-indicatie verleent de IND, gelet op het afhankelijke karakter van het verblijfsrecht, noch aan de VK-onderdaan noch aan het familielid een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc. In het geval er enkel bij het familielid sprake is van deze contra-indicatie, wordt uitsluitend aan dat familielid geen verblijfsvergunning verleend.

Ad b.

VK-burgers of hun familieleden blijven in dit geval als EU/EER-onderdaan verblijfsrecht ontlenen aan richtlijn 2004/38/EG. Gelet op de aard van dit verblijfsrecht, bestaat er geen aanleiding om in dit geval een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te verlenen op grond van de definitieve regeling van de Terugtrekkingsregeling.

Ad c.

De uitwerking van richtlijn 2004/38/EG in artikel 8.18, sub a, Vb is hier van toepassing.

4.3 Duurzaam verblijf

De IND neemt aan dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc indien de VK-onderdaan of zijn familielid op datum terugtrekking in het bezit zijn van een geldig verblijfsdocument voor duurzaam verblijf. De IND verleent in dat geval, nadat de VK-onderdaan of zijn familielid hiertoe een aanvraag hebben ingediend tijdens de overgangsperiode, zonder leges te heffen een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc, tenzij sprake is van een contra-indicatie als genoemd in paragraaf B13/4.2 Vc.

4.4 Procedurele bepalingen

Uitnodigingsprocedure

De IND stuurt tijdens de overgangsperiode een uitnodigingsbrief aan de VK-onderdaan en zijn familielid die voldoen aan de voorwaarden van paragraaf B13/2.1 Vc. In deze brief worden de VK-onderdaan en zijn familielid uitgenodigd om een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc.

Aanvraagprocedure

De VK-onderdaan en zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc. De VK-onderdaan geeft bij het indienen van de aanvraag aan wie er feitelijk tot zijn familie behoort. De VK-onderdaan en zijn familielid dienen de aanvraag in na ontvangst van een uitnodigingsbrief van de IND.

Ambtshalve toetsing

Indien de VK-onderdaan of zijn familielid niet voldoen aan de voorwaarde van paragraaf B13/4.1 onder c Vc toetst de IND, na afwijzing van de aanvraag, ambtshalve of wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in paragraaf B13/3.1 Vc.

Beperking en arbeidsmarktaantekening

De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als aan de voorwaarden van paragraaf B13/4.1 Vc wordt voldaan. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Op het verblijfsdocument wordt vermeld: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Ingangsdatum en geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

De IND verleent op grond van artikel 26, eerste lid, Vw de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen of zoveel later wanneer is aangetoond dat aan de voorwaarden wordt voldaan.

4.5 Intrekking van de verblijfsvergunning

De IND trekt de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc met terugwerkende kracht in, in geval van rechtsmisbruik of indien er onjuiste gegevens zijn verstrekt, terwijl bekendheid met de juiste gegevens zou hebben geleid tot weigering van de verblijfsvergunning, zoals omschreven in paragraaf B10/2.3 Vc.

Indien na de verlening van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/4.1 Vc zich nieuwe omstandigheden voordoen op grond waarvan de verblijfsvergunning kan worden ingetrokken, zijn de intrekkingsgronden van paragraaf B12/2.8 Vc van toepassing. In geval van openbare orde is de pleegdatum leidend. Indien het misdrijf is gepleegd vóór of op datum terugtrekking geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc. Indien het misdrijf na datum terugtrekking is gepleegd geldt het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B12/2.8 Vc.

5. Grensarbeiders

De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ aan de VK-onderdaan of zijn familielid:

  • a. die op datum terugtrekking als grensarbeider werkzaam zijn in Nederland en na datum terugtrekking als grensarbeider in Nederland willen blijven werken;

  • b. die in het bezit zijn van een geldig arbeidscontract waaruit de continuering van deze werkzaamheden in Nederland blijkt;

  • c. die hun hoofdverblijf in het VK hebben en gemiddeld een keer per week teruggaan naar het VK;

  • d. die beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding.

Ad a.

Deze regeling is alleen van toepassing voor de VK-onderdaan of zijn familielid die op datum terugtrekking als grensarbeider werkzaam zijn in Nederland en hun hoofdverblijf in het VK hebben. Familieleden van een Britse grensarbeider die zelf geen grensarbeid verrichten, komen niet in aanmerking voor deze regeling. De IND verstrekt geen sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ aan de VK-onderdaan of zijn familielid die eerst na datum terugtrekking als grensarbeider in Nederland willen gaan werken. Voor deze categorie is de Terugtrekkingsregeling niet van toepassing en geldt het reguliere beleidskader onverkort.

Ad b.

Gedurende de overgangsperiode zijn de grensarbeiders uit het VK of zijn familielid vrijgesteld van het TWV-vereiste.

Ad c en d.

Met een sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ in het paspoort is deze categorie herkenbaar als grensarbeider die onder de voorwaarden van deze paragraaf valt.

Aanvraagprocedure

De VK-onderdaan of zijn familielid moeten een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een sticker als bedoeld in deze paragraaf. Het aanvragen van een sticker kan alleen op afspraak (zie www.ind.nl).

Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ als aan de voorwaarden van deze paragraaf wordt voldaan. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Op de sticker wordt vermeld: grensarbeider VK, ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ voor de duur van de overgangsperiode.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 april 2019

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, namens deze, A.G. van Dijk directeur-generaal Migratie

TOELICHTING

Hoofdstuk B13 Vc is geactualiseerd en gecorrigeerd nu de voorgenomen terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie niet per 29 maart 2019 heeft plaatsgevonden. Omdat over het moment en de wijze waarop terugtrekking zal geschieden nog niet definitief is besloten, is 29 maart 2019, waar relevant, vervangen door ‘datum terugtrekking’.

Ten aanzien van de verblijfsvergunning als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc is uit oogpunt van rechtszekerheid gekozen om de ingangsdatum van 29 maart 2019 niet aan te passen. Op het moment dat bekend werd dat het VK zich toch niet op 29 maart 2019 zou terugtrekken uit de EU was al een zeer groot gedeelte van de tijdelijke verblijfsgunningen als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc verleend met een ingangsdatum van 29 maart 2019. VK-onderdanen en hun familieleden hebben deze verblijfsvergunning pas nodig om te voorzien in hun verblijfsrecht vanaf het moment dat het VK zich terugtrekt uit de EU. Wanneer deze terugtrekking niet plaatsvindt, of niet op de wijze als in dit hoofdstuk omschreven is duidelijk dat reeds verleende verblijfsvergunningen hun betekenis hebben verloren.

Tenslotte is in dit hoofdstuk verduidelijkt dat misdrijven gepleegd op de datum van terugtrekking worden getoetst aan het openbare orde criterium als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc.