Datum: 2 april 2019
Zaaknummer: ZO19-08098
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Gelet op:
• de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994);
• het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);
• het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);
• de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
• Verordening op lokaal bestuur Amsterdam;
• Onder mandaat-besluiten van de stadsdelen.
Overwegende dat:
op 27 maart 2019 een bewoner van Amsterdam Zuidoost op grond van zijn/haar handicap een aanvraag heeft ingediend, om op de openbare weg nabij zijn/haar woonadres een parkeergelegenheid voor een motor- c.q. gehandicaptenvoertuig te creëren;
de aanvrager in bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart.
uit onderzoek is gebleken, dat de aanvrager zich met de gebruikelijke loophulpmiddelen redelijkerwijs niet over een langere afstand dan 100 meter aaneengesloten kan voortbewegen;
het beschikbaar stellen van een parkeergelegenheid aan betrokkene dan ook dringend gewenst c.q. noodzakelijk wordt geacht;
Voorts overwegende dat:
dit besluit op grond van artikel 2 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 wenselijk en noodzakelijk wordt geacht:
o om de veiligheid op de diverse wegen te verzekeren
o ter bescherming van de weggebruikers en de passagiers
o om de vrijheid van het verkeer zoveel mogelijk te waarborgen
o ter voorkoming of beperking van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade;
overeenkomstig artikel 24 van het BABW is overlegd met de gemandateerde van de nationale politie, regionale eenheid Amsterdam, waarbij deze heeft verklaard verkeerstechnisch geen bezwaar te hebben tegen het nemen van dit verkeersbesluit;
het betreffende weggedeelte gelegen is binnen de grenzen van Amsterdam Zuidoost.
Publicatie
Dit verkeersbesluit wordt in overeenstemming met artikel 26 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer, gepubliceerd in de Staatscourant.