Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2019, 16484Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Financiën van 20 maart 2019, 2019-0000041462, directie Financiële Markten, houdende regels ten aanzien van de erkenning van beroepskwalificaties van financieel adviseurs (Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties financieel adviseur)

De Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 33, eerste en tweede lid, en 36 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;

BESLUIT:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvrager:

migrerende beroepsbeoefenaar die erkenning van beroepskwalificaties voor financieel adviseur vraagt;

CDFD:

College Deskundigheid Financiële Dienstverlening;

diploma:

diploma of certificaat als bedoeld in artikel 9, onderdeel a tot en met d, van de wet;

financieel adviseur:

persoon als bedoeld in artikel 6, onderdeel b, onder 2°, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;

wet:

Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op de erkenning van beroepskwalificaties met het oog op de toegang tot de uitoefening van het gereglementeerde beroep financieel adviseur.

Artikel 3

De taken en bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikelen 5, 6, 8, 11, 13, 18, 19, 22, 25, 30, 30a, 31, 31b, 31c, 32, 34, 34c en 35 van de wet, worden voor het gereglementeerde beroep financieel adviseur uitgeoefend door het CDFD.

§ 2. Erkenning van beroepskwalificaties

Artikel 4

  • 1. De aanvraag van een erkenning van beroepskwalificaties voor financieel adviseur wordt gericht aan de Minister van Financiën en ingediend bij het CDFD.

  • 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende bescheiden over:

    • a. de documenten betreffende nationaliteit en verblijf, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de wet;

    • b. een kopie van het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest bedoeld in artikel 6 van de wet, gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur; en

    • c. een overzicht van vakken die onderdeel hebben uitgemaakt van de opleidingen die ten grondslag liggen aan het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest, bedoeld in onderdeel b, en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd, alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken.

  • 3. Het CDFD kan verlangen dat de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, die zijn opgesteld in een andere dan de Nederlandse taal, vergezeld gaan van vertalingen in de Nederlandse taal, opgesteld door een beëdigd tolk of vertaler.

Artikel 5

  • 1. Indien het CDFD met toepassing van artikel 11 van de wet het nodig acht om een proeve van bekwaamheid te verlangen, stelt het de aanvrager daarvan op de hoogte.

  • 2. Een proeve van bekwaamheid wordt afgenomen met gebruikmaking van relevante eindtermen en toetstermen als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

  • 3. De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.

Artikel 6

  • 1. Het CDFD draagt zorg voor de mogelijkheid tot het afleggen van een proeve van bekwaamheid.

  • 2. Het CDFD informeert de aanvrager schriftelijk over de eindtermen en toetstermen waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, de wijze waarop de proeve van bekwaamheid wordt afgenomen en de termijn waarbinnen de proeve van bekwaamheid dient te geschieden.

  • 3. Het CDFD draagt er zorg voor dat de aanvrager:

    • a. binnen zes maanden na de mededeling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van bekwaamheid;

    • b. inzicht verkrijgt in de normering die wordt gehanteerd bij de beoordeling van de proeve van bekwaamheid; en

    • c. binnen een week wordt meegedeeld wat het resultaat van het afleggen van de proeve van bekwaamheid is.

Artikel 7

Een aanvrager die een proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg aflegt, kan éénmaal opnieuw een proeve van bekwaamheid afleggen.

Artikel 8

Aan artikel 2 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs in verband met vakbekwaamheid Wft wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel p door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • q. een proeve van bekwaamheid af te nemen.

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2019.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties financieel adviseur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

In de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties (hierna: de wet) is de Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties zoals gewijzigd door Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 november 2013, geïmplementeerd. Wie in Nederland toegelaten wil worden en beschikt over elders in de EU, de EER-staten of in Zwitserland (hierna: betrokken staat) behaalde beroepskwalificaties als financieel adviseur, valt voor de erkenning van deze beroepskwalificaties onder de werking van de wet (dit wordt ook wel de migrerende beroepsbeoefenaar genoemd). Onderhavige regeling geeft een nadere invulling aan artikel 33, eerste en tweede lid, van de wet, voor het beroep financieel adviseur. In artikel 3, eerste lid, onder m, van het Instellings- en mandaatbesluit College Deskundigheid Financiële Dienstverlening Wft is geregeld dat het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) de minister adviseert en ondersteunt met betrekking tot het verlenen van een erkenning van beroepskwalificaties.

De wet schrijft voor dat de minister die het aangaat per gereglementeerd beroep bij ministeriële regeling nadere regels stelt ten aanzien van de aanvraag tot het verkrijgen van erkenning en de proeve van bekwaamheid. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd alsmede op de proeve van bekwaamheid. In deze ministeriële regeling worden de eisen tot verkrijging van een erkenning van het beroep van financieel adviseur uitgewerkt.

2. Verkrijgen van erkenning

Een erkenningsaanvraag wordt gericht aan de Minister van Financiën en moet worden ingediend bij het CDFD. Het CDFD bevestigt, conform artikel 19, eerste lid, van de wet, binnen een maand de ontvangst van een aanvraag om erkenning van een of meerdere beroepskwalificaties en deelt mede welke documenten moeten worden overhandigd. Schriftelijke informatie die moet worden verstrekt is onder meer informatie over de behaalde diploma’s, certificaten of bekwaamheidsattesten op grond waarvan de aanvrager in die betrokken staat recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur. Het CDFD beslist, conform artikel 19, tweede lid, van de wet, zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen drie maanden op de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met een maand worden verlengd. Als de erkenningsaanvraag wordt goedgekeurd ontvangt de aanvrager voor elke erkende beroepskwalificatie het desbetreffende Wft-diploma. Het verstrekte Wft-diploma stelt de migrerende beroepsbeoefenaar in staat in Nederland werkzaamheden als financieel adviseur te verrichten. Of iemand het beroep ook daadwerkelijk kan uitoefenen is uiteraard afhankelijk van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

3. Proeve van bekwaamheid

Bij wezenlijke verschillen zal een proeve van bekwaamheid moeten worden afgelegd. Het CDFD stelt de aanvrager er van op de hoogte als dit het geval is. Het besluit tot erkenning wordt bij het afleggen van een proeve van bekwaamheid aangehouden. Het aantal proeven dat kan worden verlangd, is afhankelijk van het aantal beroepskwalificaties waarvoor de migrerende beroepsbeoefenaar erkenning aanvraagt. Een proeve van bekwaamheid kan, conform artikel 11, achtste lid, van de wet, worden afgelegd binnen zes maanden nadat het CDFD de aanvrager van de noodzaak hiertoe op de hoogte heeft gebracht.

Indien de aanvrager de proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft afgelegd, kan éénmaal opnieuw een proeve van bekwaamheid worden afgelegd. Mocht het de aanvrager niet lukken om voor deze proeve van bekwaamheid te slagen, wordt geen erkenning verkregen van beroepskwalificaties. De aanvrager zal dan een diploma als bedoeld in artikel 4:9, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht moeten verkrijgen om het beroep te mogen uitoefenen.

4. Regeldruk

Aan onderhavige regeling zijn geen administratieve lasten en nalevingskosten voor het bedrijfsleven verbonden.

5. Consultatie

Het ontwerp van de regeling is van 3 december 2018 tot en met 31 december 2018 openbaar geconsulteerd op www.internetconsultatie.nl. Hierop is één reactie ontvangen. Naar aanleiding van deze reactie is de definitie van financieel adviseur en aanvrager in artikel 1 nader verduidelijkt en is in het algemeen deel van de toelichting nader toegelicht wie een aanvraag kan doen voor de erkenning van beroepskwalificaties.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In dit artikel wordt een aantal in de regeling gebruikte begrippen gedefinieerd.

Artikel 2

Het onderhavige artikel bepaalt het toepassingsbereik van de regeling. Deze regeling is van toepassing op de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar die in Nederland het gereglementeerde beroep van financieel adviseur wil gaan uitoefenen.

Artikel 3

Op grond van artikel 36 van de wet mogen in de wet genoemde taken en bevoegdheden van de Minister van Financiën worden gedelegeerd. In artikel 3 van deze regeling is opgenomen welke taken en bevoegdheden uit de wet zijn gedelegeerd aan het CDFD.

Artikel 4

Een aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar wordt gericht aan de Minister van Financiën. Omdat het CDFD hiervoor de taken en bevoegdheden uitvoert moet de aanvraag worden ingediend bij het CDFD. Bij deze aanvraag verstrekt de aanvrager documenten die nodig zijn om te kunnen beoordelen of de migrerende beroepsbeoefenaar toegang kan krijgen tot de Nederlandse markt.

Zo dient de aanvrager documenten te overhandigen waaruit de nationaliteit en de verblijfsstatus blijken zodat kan worden bepaald of de aanvrager voldoet aan de definitie van migrerende beroepsbeoefenaar uit de wet. Daarnaast dient de aanvrager een kopie over te leggen van een diploma, certificaat of bekwaamheidsattest waaruit blijkt dat de aanvrager in die betrokken staat het recht heeft op toegang tot en uitoefening van het beroep van financieel adviseur. Deze kopie dient te zijn gewaarmerkt door het bevoegde gezag in de betrokken staat. Verder dient de aanvrager een overzicht van de vakken over te leggen die onderdeel hebben uitgemaakt van de opleidingen die ten grondslag liggen aan het diploma, certificaat of bekwaamheidsattest en waarin de aanvrager met goed gevolg examen heeft afgelegd alsmede een leerstofomschrijving van deze vakken.

Indien één of meer documenten niet over zijn gelegd, is het CDFD bevoegd de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het CDFD kan ter vaststelling van wezenlijke verschillen tussen het buitenlandse diploma en het Nederlandse diploma nadere informatie vragen van de aanvrager. Tot slot kan het CDFD verlangen dat de ingediende gegevens en bescheiden, door een beëdigd tolk of vertaler, worden vertaald in de Nederlandse taal indien dat nodig is voor de beoordeling van de aanvraag.

Artikel 5

Indien op grond van artikel 11 van de wet er wezenlijke verschillen zijn in vergelijking met de Nederlandse vakbekwaamheidseisen kan een compenserende maatregel worden opgelegd. Bij de beoordeling van deze wezenlijke verschillen moet het CDFD het evenredigheidsbeginsel toepassen.

Gesteld dat er een wezenlijk verschil wordt geconstateerd, moet de migrerende beroepsbeoefenaar een proeve van bekwaamheid afleggen. Aangezien de uitoefening van het beroep van financieel adviseur onder meer kennis van het Nederlands recht vereist, wordt met inachtneming van artikel 11, vijfde lid, van de wet, de migrerende beroepsbeoefenaar niet de keuze gelaten tussen het doen van een aanpassingsstage in plaats van een proeve van bekwaamheid. Overeenkomstig artikel 33, eerste lid, van de wet worden bij deze regeling nadere regels gesteld ten aanzien van de proeve van bekwaamheid.

Zo stelt het CDFD de aanvrager op de hoogte van de eis tot het met goed gevolg afleggen van een proeve van vakbekwaamheid. Het CDFD informeert op grond van het tweede lid de aanvrager tevens over de eindtermen en toetstermen waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft, de wijze waarop de proeve wordt afgenomen en de termijn waarbinnen de proeve moet worden afgelegd. De proeve van bekwaamheid meet of de migrerende beroepsbeoefenaar de essentie van het vakgebied beheerst, of hij kennis heeft van de Nederlandse actualiteiten en dat hij deze kan toepassen. Hiervoor wordt aangesloten bij de eindtermen en toetstermen die ook gelden voor de modules van een Wft-examen. De proeve van bekwaamheid wordt in de Nederlandse taal afgelegd.

Artikel 6

In dit artikel is bepaald dat het CDFD zorg draagt voor het kunnen afleggen van een proeve van bekwaamheid. Daarbij informeert het CDFD de aanvrager over de eindtermen en toetstermen waarop de proeve van bekwaamheid betrekking heeft. Verder is in het derde lid geregeld dat het CDFD er zorg voor draagt dat de aanvrager ten minste binnen zes maanden de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de proeve van vakbekwaamheid en dat de aanvrager inzicht verkrijgt in de normering van de proeve van bekwaamheid. Binnen een week na het afleggen van de proeve van bekwaamheid zal schriftelijk worden meegedeeld wat het resultaat van de proeve is.

Artikel 7

In het onderhavige artikel is bepaald dat de aanvrager éénmaal opnieuw de proeve van bekwaamheid kan afleggen indien hij proeve van bekwaamheid niet met goed gevolg heeft afgelegd.

Artikel 8

In dit artikel wordt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs in verband met vakbekwaamheid Wft aangevuld om er in te voorzien dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in verband met de erkenning van beroepskwalificaties een proeve van bekwaamheid kan afnemen.

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra