Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Buitenlandse ZakenStaatscourant 2019, 14992Interne regelingen

Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 13 maart 2019, nr. MINBUZA-2019.32440, tot wijziging van de Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 1, derde lid, van de Ambtenarenwet en artikel 7:615 van het Burgerlijk Wetboek;

In overeenstemming met de centrales van verenigingen van ambtenaren bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel l, komt te luiden:

l. DBZV 2018:

het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018;

B

In artikel 10 wordt:

1. ‘DBZV 2007’ telkens gewijzigd in ‘DBZV 2018’;

2. ‘artikel 17’ gewijzigd in ‘artikel 19’;

3. ‘artikel 18’ gewijzigd in ‘artikel 20’;

4. ‘artikel 24’ gewijzigd in ‘artikel 26’;

5. ‘artikel 28’ gewijzigd in ‘artikel 30’;

6. ‘artikel 29’ telkens gewijzigd in ‘artikel 31’;

7. ‘artikel 37’ gewijzigd in ‘artikel 39’ en

8. ‘artikel 38’ gewijzigd in ‘artikel 40’.

ARTIKEL II OVERGANGSMAATREGEL

Op degene met wie voor inwerkingtreding van deze regeling een overeenkomst is gesloten op grond van de Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ blijft totdat die overeenkomst eindigt artikel 38 van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 zoals dat luidde op de dag voorafgaande aan de dag van inwerkingtreding van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL III DATUM INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt op dezelfde dag in werking als het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

’s Gravenhage, 13 maart 2019

De Minister van Buitenlandse Zaken, namens deze, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, W.A. van Ee

TOELICHTING

Artikel I

In de artikelen 1 en 10 van de Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ wordt verwezen naar artikelen van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2007 (DBZV 2007). Door de inwerkingtreding van het Dienst Buitenlandse Zaken Voorzieningenstelsel 2018 (DBZV 2018) kloppen die verwijzingen niet meer. In artikel I, onderdelen A en B, wordt dit gecorrigeerd.

Artikel II

Artikel 10 van de Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ bepaalt welke artikelen van het DBZV 2007 van overeenkomstige toepassing zijn gedurende de uitzending van de civiele expert en verkiezingswaarnemer.

Het DBZV 2018 is op vele punten inhoudelijk gewijzigd ten opzichte van het DBZV 2007. Deze inhoudelijke wijzigingen hebben slechts betrekking op één artikel uit het DBZV 2007 dat van overeenkomstige toepassing is verklaard op civiele experts en verkiezingswaarnemers: artikel 38 DBZV 2007 inzake korting transportvergoeding bij beschikbaarheid dienstauto.

Op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel h, van de Regeling civiele experts en verkiezingswaarnemers BZ ontvangen de civiele expert en de verkiezingswaarnemer voor de kosten van al hun zakelijke ritten binnen de standplaats en hun woon-werkverkeer een maandelijkse forfaitaire transportkostenvergoeding overeenkomstig artikel 37 van het DBZV 2007. Op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel i, vindt er overeenkomstig artikel 38 van het DBZV 2007 op die maandelijkse forfaitaire vergoeding een korting plaats van 50% indien de civiele expert en de verkiezingswaarnemer voor ten minste 50% van hun zakelijke ritten binnen hun standplaats en hun woon-werkverkeer gebruik maken of kunnen maken van een dienstauto.

In het DBZV 2018 is die korting van 50% verhoogd naar 100%. Om te voorkomen dat de civiele expert en verkiezingswaarnemer tijdens hun lopende arbeidsovereenkomst geconfronteerd worden met een verslechtering van hun arbeidsvoorwaarden, is in artikel II een overgangsbepaling opgenomen. Die bepaalt dat op hen gedurende hun lopende arbeidsovereenkomst artikel 38 van het DBZV 2007 nog van overeenkomstige toepassing is zodat in voornoemde situatie de korting op hun transportvergoeding 50% blijft. Bij een - al dan niet aansluitende - nieuwe arbeidsovereenkomst zijn alle bepalingen van het DBZV 2018 zoals die zijn opgenomen in artikel 10 van deze regeling onverkort van overeenkomstige toepassing.

De Minister van Buitenlandse Zaken, namens deze, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, W.A. van Ee