Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 21 december 2018, nr. 2448485, houdende de aanwijzing van rijksgecommitteerden politiehonden (Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2018)

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 7, eerst lid, van de Regeling politiehonden;

Besluit:

Artikel 1

1. Als rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond worden aangewezen:

  • a) Dhr. H.H. Evers, Landelijke eenheid;

  • b) Dhr. C. van Dijk, regionale eenheid Rotterdam;

  • c) Dhr. J. Hartkamp, Landelijke eenheid;

  • d) Dhr. A. van der Hoek, Landelijke eenheid;

  • e) Dhr. J. M. Schreijer, Douane;

  • f) Dhr. T.A. Huiskes, Landelijke eenheid;

  • g) Dhr. H. de Haas, Landelijke eenheid;

  • h) Dhr. M.H. van Dijk, Landelijke eenheid;

  • i) Dhr. A.W. van Empel, Douane;

  • j) Dhr. G.H. ter Horst, Landelijke eenheid;

  • k) Dhr. R.H.H. Leus, Landelijke eenheid;

  • l) Dhr. R. Halvemaan, Douane;

  • m) Dhr. R.R. van Vulpen, Koninklijke marechaussee.

Artikel 2

Als rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond en voor de AOE-hond worden aangewezen:

  • a) Dhr. C. van Dijk, regionale eenheid Rotterdam;

  • b) Dhr. H.J. van Aalst, regionale eenheid Oost-Nederland;

  • c) Dhr. H.B.J. Rikkerink, regionale eenheid Noord-Nederland;

  • d) Dhr. W.J. van Bochove, regionale eenheid Rotterdam;

  • e) Dhr. J.H.J. Oude Engberink, regionale eenheid Oost-Nederland;

  • f) Dhr. M.H. van Dijk, Landelijke eenheid;

  • g) Dhr. D.A. Wijnhoud, regionale eenheid Oost-Nederland;

  • h) Dhr. H. Faber, regionale eenheid Den Haag;

  • i) Dhr. N. Westerik, regionale eenheid Noord-Nederland;

  • j) Dhr. H.H. Evers, Landelijke eenheid;

  • k) Dhr. G.H. ter Horst, Landelijke eenheid;

  • l) Dhr. J.R.M. Rijpkema, regionale eenheid Noord-Holland;

  • m) Dhr. R. Kouwenberg, regionale eenheid Oost Nederland;

  • n) Dhr. A. Laisina, regionale eenheid Midden Nederland;

  • o) Dhr. G.A. Brand, regionale eenheid Rotterdam;

  • p) Dhr. H.T.A. Timmers, regionale eenheid Oost Nederland.

Artikel 3

Het Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden wordt ingetrokken.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden 2018.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

TOELICHTING

Het onderhavige besluit vervangt het Besluit aanwijzing rijksgecommitteerden politiehonden (Stcrt. 2015, 16283).

In dit nieuwe besluit wijst de Minister van Justitie en Veiligheid de rijksgecommitteerden aan voor enerzijds de politiespeurhond en anderzijds de politiesurveillancehond en de AOE-hond. De rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond onderscheidenlijk de rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond en de AOT-hond houden toezicht op de kwaliteit en de objectiviteit van de keuringen en herkeuringen door de keuringscommissie voor de politiespeurhond, de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond en de keuringscommissie voor de AOT-hond en de juiste naleving van de regels terzake.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Naar boven