Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2019, 109Overig

Beheerovereenkomst Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke voorziening (2019)

Overeenkomst ter uitwerking van het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet (2015) en het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken stelselherziening omgevingsrecht (2016)

INHOUDSOPGAVE

A.

Partijen

B.

Overwegingen en doel

C.

Definities

D.

Inhoudelijke afspraken

   

Paragrafen

1.

Het voorzieningenniveau DSO-LV basisniveau

2.

Uitbouw DSO-LV naar scenario 3 Bestuursakkoord

3.

De verdeling van verantwoordelijkheden en taken voor het beheer DSO-LV

4.

De wijze van besluitvormings-en de overlegstructuur

5.

Het beheerprotocol en de jaarcyclus: strategisch en tactisch beheerplan, begroting, rekening en verantwoording

6.

Het proces van in beheer nemen van onderdelen van DSO-LV

7.

De evaluaties

   

E.

Slotbepalingen

8.

Toepasselijk recht

9.

Juridische afdwingbaarheid

10.

Wijzigingen

11.

Onvoorziene omstandigheden

12.

Geschillen

13.

Looptijd

14.

Uittreding en tussentijdse beëindiging

15.

Verhouding tot andere overeenkomsten

16.

Status bijlagen en toelichting

17.

Inwerkingtreding

18.

Publicatie en beheer van de overeenkomst

19.

Citeertitel

     

Bijlagen

1.

Definities

2.

2.1.

Specificatie van het voorzieningenniveau van DSO-LV basisniveau bij inwerkingtreding van de Omgevingswet

 

2.2.

Elementen uitbouw DSO-LV volgens scenario 3 Bestuursakkoord

3.

Overzicht verdeling taken en verantwoordelijkheden strategisch, tactisch en operationeel beheer, overleggremia voor interbestuurlijke invloed

4.

Processchema jaarcyclus: strategisch en tactisch beheerplan, begroting, jaarrekening en verantwoording

5.

Protocol in beheer nemen onderdelen DSO-LV

6.

Protocol geschilbeslechting

   

Toelichting

Beheerovereenkomst Digitaal Stelsel Omgevingswet Landelijke voorziening (DSO-LV) (2019)

Overeenkomst ter uitwerking van het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet (2015) en het Hoofdlijnenakkoord financiële afspraken stelselherziening omgevingsrecht (2016)

A. Partijen

  • 1. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mevrouw drs. K.H. Ollongren, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en als rechtsgeldig vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, hierna te noemen de Minister van BZK;

  • 2. De vereniging het Interprovinciaal Overleg, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer mr. R.A. Janssen lid van het bestuur, hierna te noemen: het IPO;

  • 3. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer drs. B. Revis lid van het bestuur, hierna te noemen: de VNG;

  • 4. De Unie van Waterschappen, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer mr. drs. A.J.G. Poppelaars lid van het dagelijks bestuur, hierna te noemen: de UvW;

Alle partijen gezamenlijk hierna te noemen: Partijen.

B. Overwegingen en doel

  • 1. Inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt voorzien op 1 januari 2021.

  • 2. In het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel voor de Invoeringswet Omgevingswet wordt een landelijke digitale voorziening: DSO-LV geregeld voor alle gebruikers van de Omgevingswet.

  • 3. DSO als stelsel is onlosmakelijk verbonden met de Omgevingswet. Zonder een goede digitale voorziening kunnen wettelijk noodzakelijke processen niet worden ondersteund en zullen de voordelen van de Omgevingswet voor burgers en bedrijven minder groot zijn. DSO-LV is als onderdeel van DSO als stelsel een essentiële voorziening voor een goede werking van de Omgevingswet en het bereiken van de verbeterdoelen van die wet, te weten: (1) de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten, (2) de fysieke leefomgeving samenhangend benaderen, (3) de bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten en (4) de besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en verbeteren.

  • 4. Het is noodzakelijk voor de integrale beschikbaarheid van DSO-LV bij inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2021, dat reeds per 1 januari 2019 een kader voor besluitvorming over en organisatie van het beheer van DSO-LV is vastgesteld om zo voldoende voorbereidingstijd te hebben om dat beheer stapsgewijs in te richten.

  • 5. Partijen hebben in het Bestuursakkoord Implementatie Omgevingswet (2015) een gezamenlijke verantwoordelijkheid aanvaard voor het tot stand brengen en in stand houden van DSO-LV en hebben daarbij afspraken gemaakt over het te realiseren voorzieningenniveau van DSO-LV bij invoering van de Omgevingswet (basisniveau) en beoogde uitbouw daarvan in de periode daarna volgens scenario 3 uit het Bestuursakkoord.

  • 6. Partijen hebben in het Financieel akkoord afspraken gemaakt over financiering van de ontwikkelkosten van DSO-LV en het Informatiepunt door het rijk en gezamenlijke betaling door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen van de beheerkosten van DSO-LV en het Informatiepunt volgens een daarbij overeengekomen verdeelsleutel en vastgelegd dat de besparingen die samenhangen met de invoering van de Omgevingswet ten gunste komen van ieder van de betrokken partijen.

  • 7. Partijen hebben in Bestuurlijk Overleg de uitgangspunten vastgesteld voor de inrichting van het beheer van DSO-LV op strategisch, tactisch en operationeel niveau, waarbij in interbestuurlijk overleg het kader wordt vastgesteld, waarbinnen de Minister van BZK als stelselverantwoordelijke voor de Omgevingswet en het via de invoeringswet daarin geregelde DSO-LV, het strategisch beheer van DSO-LV en de opdrachtverlening van tactisch beheer en operationeel beheer van DSO-LV aan bestaande daarvoor beschikbare en geschikte publieke uitvoeringsorganisaties, op zich neemt.

  • 8. Een goed functioneren van DSO-LV is mede afhankelijk van een goede aansluiting op (ontwikkelingen in) wetgeving en beleid en op voor de toepassing van de Omgevingswet relevante kennisgebieden en instituten, alsook van inpassing in een breder stelsel van digitale overheidsvoorzieningen en aansluiting op werkprocessen bij bestuursorganen in de toepassing en uitvoering van de Omgevingswet, alsmede van het vermogen om in te spelen op veranderingen en innovaties. Door middel van het strategisch en tactisch beheer DSO wordt deze samenhang tussen het functioneren van DSO-LV en deze context bewaakt.

  • 9. De beschikbaarheid en kwaliteit van informatie die via DSO-LV wordt ontsloten is in hoge mate afhankelijk van de nakoming door bestuursorganen van rijk, provincies, gemeenten en waterschappen van daarop betrekking hebbende verplichtingen, die bij of krachtens de Omgevingswet of andere wetten worden gesteld.

  • 10. Gelet hierop, aanvaarden Partijen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het waarborgen van de continuïteit en de kwaliteit van het voorzieningenniveau van DSO-LV, voor het bevorderen van de samenhang, als bedoeld in overweging 8, en van de beschikbaarheid en kwaliteit van informatie, als bedoeld in overweging 9.

Doel

Partijen beogen met deze overeenkomst juridisch afdwingbare afspraken te maken over het integraal beheer van DSO-LV en het Informatiepunt, met een gezamenlijk bepaald en gefinancierd voorzieningenniveau en inrichting van een structuur en werkwijze voor interbestuurlijke besluitvorming en overleg, alsmede voor beheer op strategisch, tactisch en operationeel niveau.

C. Definities

In deze overeenkomst en bij de ten uitvoerlegging daarvan worden de in bijlage 1 opgenomen definities gebruikt.

D. Inhoudelijke afspraken

Partijen komen binnen de kaders en afspraken van het Bestuursakkoord en in het Financieel akkoord het volgende overeen:

Paragraaf 1 Het voorzieningenniveau DSO-LV basisniveau
  • 1. Het door Partijen in 2018 vastgestelde voorzieningenniveau DSO-LV basisniveau en het Informatiepunt omvat per datum inwerkingtreding van de wet, 1 januari 2021, de in bijlage 2.1. opgenomen onderdelen.

  • 2. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen dragen bij aan de financiering en bekostiging van het DSO-LV en het Informatiepunt volgens de in het Financieel akkoord vastgelegde kostenverdeling:

    • a. De financiering van de ontwikkeling van DSO-LV, alsmede van het Informatiepunt, komt ten laste van de begroting van BZK;

    • b. Voor de bekostiging van het strategisch, tactisch en operationeel beheer van DSO-LV en het Informatiepunt wordt een taakstellend meerjarig budget beschikbaar gesteld;

    • c. Voor de periode 2020 t/m 2023 bedraagt het taakstellend budget 25,9 miljoen euro per jaar dat jaarlijks, voor het eerst voor 2020, wordt geïndexeerd conform de methodiek die geldt voor Agentschappen;

    • d. In de periode 2020 t/m 2023 worden overschotten in enig jaar aangewend voor de bekostiging van de extra beheerkosten die volgen uit het gerealiseerde deel van de overeengekomen uitbouw van DSO-LV, als bedoeld in paragraaf 2, of ter compensatie van kosten van voorbereiding van beheer, gemaakt door de minister in 2018 en 2019, indien en voor zover Partijen hebben vastgesteld dat het redelijk is deze gezamenlijk te dragen.

  • 3. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen leveren hun financiële bijdrage in de kosten van beheer van DSO-LV en het Informatiepunt met ingang van 1 januari 2020 volgens de verdeelsleutel, vastgelegd in het Financieel akkoord en nader gespecificeerd in onderstaande tabel, bedragen exclusief de vanaf 1 januari 2020 jaarlijks door te voeren indexatie, als bedoeld in 2 onder c.

    Rijk

    19%

    € 5 mln.

    Provincies

    6%

    € 1,6 mln.

    Gemeenten

    70%

    € 18,0 mln.

    Waterschappen

    5%

    € 1,3 mln.

    Totaal

    100%

    € 25,9 mln.

    De verdeling van bovenbedoelde bijdrage van het Rijk in de kosten van beheer over de betrokken departementen wordt bij nader besluit van het Rijk geregeld.

  • 4. De kosten, gemaakt in 2018 en 2019 die zijn toe te rekenen aan voorbereiding van beheer en beheer zelf, worden jaarlijks achteraf, op voorstel van de Minister van BZK, door Partijen vastgesteld en vervolgens uit het taakstellend budget als bedoeld in 2 onder c, bestreden, overeenkomstig de verdeelsleutel, vastgelegd in het Financieel akkoord.

  • 5. Bij onvoorziene omstandigheden, waaronder te verstaan niet voorziene, extern geïnitieerde substantiële kostenverhogingen die buiten de invloedssfeer van de Minister van BZK vallen en niet behoren tot het gangbare bedrijfsvoeringsrisico van de tactische of operationele beheerpartij, treden Partijen met elkaar in overleg om te komen tot een besluit over een eventuele tussentijdse aanpassing van het taakstellend budget en de bijdragen als bedoeld in 2 onder c, resp. 3 en 9. Partijen gaan daarbij na of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 2 Financiële Verhoudingswet en doen daarop alsdan ten behoeve van de gemeenten en provincies een beroep en bevorderen dat een vergelijkbare financiële compensatie wordt getroffen voor de waterschappen.

Paragraaf 2 Uitbouw DSO-LV naar ambitieniveau scenario 3 Bestuursakkoord
  • 6. Partijen herbevestigen dat, om maatschappelijke baten te realiseren, voor wat betreft de uitbouw DSO-LV de ambitie uit het Bestuursakkoord (op inhoud scenario 3 en op termijn, circa 2024) leidend blijft en de financiële afspraken, bedoeld in de punten 1, 2 en 19 van het Financieel akkoord blijven gelden. Partijen besluiten op basis van het feitenonderzoek, opgenomen in bijlage 2.2, vóór 1 maart 2019 in het Bestuurlijk Overleg in consensus over een Plan Uitbouw DSO-LV. Dit Plan blijft binnen de kaders van het Bestuursakkoord en Financieel akkoord en bevat naast de eerste inhoudelijke uitwerking van de verschillende elementen ook een prioritering en een inschatting van de benodigde investeringen. Het Plan vormt het kader waarbinnen Partijen vervolgens, telkens op basis van een businesscase, inclusief dekkingsvoorstel, in het OGB Beheer een go/no go besluit nemen om een element te doen ontwikkelen.

  • 7. De financiering van de uitbouw van DSO-LV komt ten laste van de begroting van BZK. De Minister van BZK bevordert het beschikbaar komen op de begroting van BZK van het investeringsbudget dat nodig is voor de uitvoering van het in 6 bedoelde Plan Uitbouw DSO.

  • 8. De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de effectuering van het in 6 bedoelde Plan. Dit doet zij in nauwe afstemming met de andere Partijen op dezelfde of vergelijkbare wijze als bij de totstandkoming van DSO-LV basisvoorziening. Het tempo en daarmee de einddatum van realisatie van de in het onder 6 bedoelde Plan vastgelegde uitbouw zal mede afhangen van het (moment van) beschikbaar komen van de middelen voor de benodigde investeringen.

  • 9. Voor de periode 2024 t/m 2027 wordt het taakstellend budget als bedoeld in 2 onder c, verhoogd met het bedrag dat voor de hiervoor genoemde periode nodig is om de oplopende beheerkosten ten gevolge van het dan gerealiseerde deel van de uitbouw van DSO-LV, volgens het Plan, als bedoeld in 6, te dekken, dit met inachtneming van een maximum van 57 miljoen euro, exclusief indexatie, per jaar voor het integrale DSO-LV en het Informatiepunt, conform Financieel akkoord.

  • 10. Partijen treden in overleg wanneer er aanleiding is het tempo van uitbouw van DSO-LV, vastgelegd in het Plan, bedoeld in 6, te wijzigen, waardoor een eerdere of latere verhoging van het taakstellend budget en de bijdragen voor beheer dan per 1 januari 2024 nodig kan zijn. Zij besluiten in het Bestuurlijk Overleg over een eventuele aanpassing van het taakstellend budget als bedoeld in 2 onder c resp. 9 en hun bijdragen en de ingangsdatum ervan.

  • 11. De in 2 onder a en b bedoelde afspraken zijn van overeenkomstige toepassing indien Partijen besluiten bestanddelen aan DSO-LV toe te voegen.

  • 12. De jaarcyclus, bedoeld in paragraaf 5, is niet van toepassing op het Plan bedoeld in 6.

Paragraaf 3 De verdeling van verantwoordelijkheden en taken voor het beheer DSO-LV
  • 13. Partijen nemen in het Bestuurlijk Overleg in consensus besluiten:

    • a. met betrekking tot evaluaties als bedoeld in paragraaf 7 en de daaraan te verbinden gevolgen;

    • b. over wijziging van het voorzieningenniveau van DSO-LV, als opgenomen in bijlage 2.1, alsmede over nadere vaststelling van de functie, omvang en verdeling van de beheerkosten en governance van het Informatiepunt en wel vóór 31 december 2019;

    • c. over vaststelling en wijziging van het Plan voor de uitbouw van het voorzieningenniveau DSO-LV, als bedoeld in 6;

    • d. over wijziging van de omvang van het taakstellend budget en daarmee de bijdragen van de deelnemers, als bedoeld in 2 onder c. resp. 3;

    • e. over de aanwending van jaarlijkse overschotten uit het taakstellend budget, als bedoeld in 2 onder d.;

    • f. over vaststelling van de bijdragen in de beheerkosten, als bedoeld in 4;

    • g. over verhoging van het taakstellend budget, als bedoeld in 9;

    • h. over aanpassing van het taakstellend budget, als bedoeld in 2 onder c en 9; over verlenging of wijziging van de verdeling van verantwoordelijkheden en taken, zoals bepaald in deze paragraaf en als opgenomen in bijlage 3;

    • j. over de wijze van besluitvorming en de overlegstructuur, als bedoeld in paragraaf 4;

    • k. over wijziging, verlenging of beëindiging van deze overeenkomst.

    Partijen nemen bij deze besluiten geldende wetgeving in acht. Voor zover voor de uitvoering van besluiten van Partijen (aanpassing van) wetgeving nodig is bevordert de Minister van BZK de totstandkoming daarvan.

  • 14. Een partij kan ingeval van verhindering voor een Bestuurlijk Overleg een andere Partij machtigen in het Bestuurlijk Overleg namens hem een standpunt in te brengen en een stem uit te brengen of dat schriftelijk doen bij de voorzitter. Ingeval in een Bestuurlijk Overleg niet alle Partijen aanwezig zijn en de afwezige Partij(en) geen machtiging hebben afgegeven of schriftelijk een stem hebben uitgebracht, worden besluiten als bedoeld in 13, aangehouden tot het volgend Bestuurlijk Overleg dat binnen één maand wordt gehouden. In dit tweede Bestuurlijk Overleg kunnen besluiten worden genomen door de dan aanwezige Partijen. Deze besluiten binden een niet aanwezige Partij eveneens.

  • 15. De Minister van BZK neemt het strategisch beheer op zich en belegt dit binnen de beleidskern van haar ministerie.

  • 16. De Minister van BZK draagt zorg voor het verlenen van de opdracht van tactisch beheer en van operationeel beheer aan de betreffende opdrachtnemende organisaties en bevordert voor zover nodig de totstandkoming van daarvoor noodzakelijke wetgeving. De Minister van BZK waarborgt bij deze opdrachtverlening functiescheiding tussen tactisch en operationeel beheer bij de betreffende organisaties, alsook de samenhang tussen deze beheerniveaus.

  • 17. De verlening van de opdrachten voor tactisch en operationeel beheer aan de daarvoor in aanmerking komende organisaties geschiedt, onverlet wettelijke aanwijzing, voor de periode 2019 t/m 2023. Deze opdrachtverlening kan worden verlengd. Opdrachtverlening en verlenging van de opdracht van operationeel beheer, inclusief vaststelling of wijziging van in ieder geval de aard en omvang van de opdracht, het daarbij behorende budget, de risicoverdeting, het releasemanagement en de randvoorwaarden voor opdrachtuitvoering, gebeurt uitsluitend in overeenstemming met de opdrachtnemende organisatie.

  • 18. De Minister van BZK draagt zorg voor het jaarlijks ten laste brengen van het Gemeentefonds van de financiële bijdrage van gemeenten, voor facturering van de bijdrage aan waterschappen en voor de rijksbijdrage, als bedoeld in 3 resp. 9.

  • 19. IPO draagt zorg voor de inning van de jaarlijkse bijdrage van provincies, als bedoeld in 3 resp. 9, en voor de afdracht daarvan aan de Minister van BZK.

  • 20. De Minister van BZK draagt zorg voor interdepartementale afstemming bij besluitvorming over en samenwerking bij strategisch, tactisch en operationeel beheer. Een nader door de belanghebbende geledingen van de rijksoverheid aan te wijzen departement draagt zorg voor de interdepartementale afstemming van de gebruikersinbreng.

  • 21. VNG, IPO en UvW bevorderen instemming van hun leden met besluitvorming over en medewerking bij de samenwerking ten aanzien van strategisch, tactisch en operationeel beheer.

  • 22. Partijen bevorderen dat bestuursorganen van rijk, gemeenten, provincies en waterschappen maatregelen nemen ter verwezenlijking van het in wet en regelgeving voorgeschreven of tussen Partijen overeengekomen kwaliteitsniveau van hun informatie in relatie tot het voorzieningenniveau van DSO-LV.

Paragraaf 4 De wijze van besluitvorming en de overlegstructuur
  • 23. Het Bestuurlijk Overleg wordt ten minste een maal per jaar; aansluitend op de verantwoordingscyclus als bedoeld in paragraaf 5, gevoerd en zoveel vaker als nodig in het kader van de in paragraaf 7 vastgelegde evaluaties of in het kader van wijziging, verlenging of beëindiging van of geschillen bij de uitvoering van deze overeenkomst, als bedoeld in onderdeel E.

  • 24. Partijen richten op ambtelijk niveau een Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV in dat in opdracht van het Bestuurlijk Overleg tot taak heeft:

    • a. Voorbereiding van besluitvorming en overleg in het Bestuurlijk Overleg;

    • b. Namens Partijen onderhouden van de relatie met de beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer over alle aspecten van dat beheer die relevant zijn voor alle bestuursorganen;

    • c. Besluiten te nemen over het beheerprotocol, als bedoeld in 28 en over de spelregels voor beheer van de jaarlijkse overschotten uit het taakstellend budget, als bedoeld in 2 onder d;

    • d. Besluiten te nemen, in het kader van de jaarcyclus, over het strategisch en tactisch beheerplan, de begroting en rekening en verantwoording, als bedoeld in paragraaf 5;

    • e. Besluiten te nemen over wijziging van de jaarcyclus, als bedoeld in paragraaf 5;

    • f. Leiding te geven aan de acceptatieprocedure van in beheer nemen van onderdelen van DSO-LV, als bedoeld in paragraaf 6;

    • g. Besluiten te nemen over wijziging van de procedure voor het in beheer nemen van bestanddelen van DSO, als bedoeld in paragraaf 6 en vaststelling van het acceptatieproces voor uitbouw DSO-LV, als bedoeld in paragraaf 2;

    • h. Leiding te geven aan de evaluaties, als bedoeld in paragraaf 7.

  • 25. Het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV wordt samengesteld uit een vertegenwoordiger van resp. Rijk, VNG, IPO en UvW met mandaat van zijn bestuur of bestuurder om zijn organisatie te binden en wordt roulerend voorgezeten door de vertegenwoordiger van VNG, IPO of UvW. Het Rijk wordt uit oogpunt van functiescheiding vertegenwoordigd door een ander departement dan BZK. De eindverantwoordelijke managers van de strategische en de tactische beheerorganisatie worden met het oog op de benodigde dialoog en intensieve samenwerking als adviseur toegevoegd.

  • 26. Het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV voert overleg met de eindverantwoordelijke manager van de beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer en neemt besluiten in het kader van de in 22 bedoelde taken in consensus. Het bepaalde in 14 is van overeenkomstige toepassing. Bij het ontbreken van consensus wordt een beslissing gevraagd aan het Bestuurlijk Overleg.

  • 27. De in deze paragraaf opgenomen besluitvormings- en overlegstructuur is van overeenkomstige toepassing op het Plan voor uitbouw van het voorzieningenniveau DSO-LV, als bedoeld in 6.

Paragraaf 5 Het beheerprotocol en de jaarcyclus: strategisch en tactisch beheerplan, begroting, rekening en verantwoording
  • 28. In het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV wordt uiterlijk in juni 2019 op voorstel van de beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer een beheerprotocol vastgesteld dat in ieder geval de volgende elementen bevat:

    • a. Visie op kaders en uitgangspunten voor beheer en doorontwikkeling van DSO-LV;

    • b. Visie op kwaliteit van dienstverlening in het kader van DSO-LV en de daarvoor te hanteren criteria;

    • c. Spelregels voor de opdrachtuitvoering en uitgangspunten voor budgetbeheersing;

    • d. Spelregels voor de keus die de tactische beheerorganisatie kan maken om bepaalde taken uit te besteden;

    • e. Uitgangspunten voor de organisatie van de gebruikersondersteuning;

    • f. Hoofdlijnen van een innovatie – en marktstrategie;

    • g. De inrichting van bronhouder-gebruikersoverleg op tactisch en operationeel niveau;

    • h. Uitgangspunten voor de organisatie van de kwaliteitszorg en omgang met fouten, gebreken en verstoringen in (informatievoorziening via) DSO-LV;

    • i. Waarborgen voor aansluiting van DSO-LV op daarmee samenhangende informatievoorzieningen;

    • j. Waarborgen voor de naleving van eisen in het kader van generieke (wettelijke) kaders voor digitale overheidsvoorzieningen, privacybescherming en informatiebeveiliging.

  • 29. In het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV wordt uiterlijk in juni 2019 voor de periode 2019 t/m 2023 op voorstel van de beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer een meerjarig voortschrijdend strategisch beheerplan vastgesteld voor de in het kader van het integrale beheer van DSO-LV uit te voeren werkzaamheden en de daaruit volgende besteding van het taakstellend budget. Het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV toetst het strategisch beheerplan aan het beheerprotocol.

  • 30. De beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer sluit met de organisatie waaraan opdracht wordt verleend voor het tactisch beheer een raamovereenkomst van opdrachtuitvoering Tactisch beheer DSO-LV en Informatiepunt.

  • 31. De organisatie waaraan opdracht wordt verleend voor het tactisch beheer stelt ter uitvoering van de overeenkomst als bedoeld in 30, voor de periode 2019 t/m 2023 een meerjarig voortschrijdend tactisch beheerplan op.

  • 32. Het tactisch beheerplan, als bedoeld in 31 wordt vastgesteld door de beleidskern van BZK waaraan opdracht wordt verleend voor strategisch beheer en behoeft goedkeuring van het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV. Deze goedkeuring wordt verleend indien dit tactisch beheerplan in overeenstemming is met het beheerprotocol, als bedoeld in 28 en het strategisch beheerplan, als bedoeld in 29.

  • 33. Door de organisatie waaraan opdracht wordt verleend voor het tactisch beheer worden namens de Minister van BZK overeenkomsten van opdrachtuitvoering afgesloten met de organisaties waaraan opdracht wordt verleend voor operationeel beheer. Daarbij worden het niveau van dienstverlening en de daaraan verbonden kosten vastgesteld. De organisatie waaraan opdracht wordt verleend voor het tactisch beheer wordt namens de Minister van BZK tevens betast met het tot stand brengen van samenwerkingsafspraken met organisaties die belast worden met het beheer van onderdelen van DSO die van belang zijn voor het functioneren van DSO-LV. Tot slot wordt de organisatie waaraan opdracht wordt verleend voor het tactisch beheer, namens de Minister van BZK belast met het opdrachtgeverschap aan ontwikkelpartijen voor onderdelen van de uitbouw, als bedoeld in 6.

  • 34. Voorbereiding en vaststelling van het strategisch beheerplan, als bedoeld in 29, en sturing – en verantwoording met betrekking tot de uitvoering van het strategisch beheerplan en het tactisch beheerplan en de in deze paragraaf genoemde overeenkomsten van opdrachtuitvoering, vindt plaats in een jaarcyclus volgens een procedure- en tijdschema, als opgenomen in bijlage 4.

  • 35. In de opdracht voor strategisch beheer en in de overeenkomsten tot opdrachtuitvoering met betrekking tot tactisch en operationeel beheer wordt opgenomen dat de opdrachtnemer knelpunten en geschillen bij de uitvoering zelf tot een oplossing brengt en daartoe ook handelingsruimte krijgt en dat alleen escalatie naar het naast hogere niveau plaatsvindt indien niet tijdig een oplossing kan worden bereikt.

Paragraaf 6 Het proces van in beheer nemen van onderdelen van DSO-LV
  • 36. Partijen besluiten in het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV over het accepteren en in beheer doen nemen van onderdelen van DSO-LV, als opgenomen in bijlage 2.1, in de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet, nadat de ontwikkelingsfase daarvan is afgesloten, op basis van een voor 1 januari 2020 in samenspraak met de tactische beheerorganisatie uit te voeren acceptatieproces volgens een protocol, als opgenomen in bijlage 5.

  • 37. Partijen stellen voor het in beheer doen nemen van onderdelen van DSO-LV in het kader van de uitbouw na inwerkingtreding van de Omgevingswet, uiterlijk 1 november 2020 of zoveel eerder als nodig in het Opdrachtgevend beraad Beheer DSO-LV op voorstel van de tactische beheerorganisatie een acceptatieprotocol voor deze uitbouw vast.

Paragraaf 7 De evaluaties
  • 38. Partijen evalueren de werking van deze beheerovereenkomst in 2026.

  • 39. Partijen evalueren de taakverdeling tussen het strategisch, tactisch en operationeel beheerniveau, als bedoeld in paragraaf 3, de taaktoedeling aan organisaties voor tactisch en operationeel beheer, als bedoeld in 16, alsmede de afspraken omtrent het taakstellend budget, als bedoeld in 2 onder c. voor 1 juli 2022 en nemen uiterlijk 1 november 2022 in het Bestuurlijk Overleg een besluit over continuering of aanpassing van deze taakverdeling, respectievelijk toedeling en het taakstellend budget.

  • 40. Partijen spreken af het in punt 12 van het Financieel akkoord afgesproken integrale beeld, dat in 2020 wordt opgesteld, te gebruiken als input voor de gezamenlijk te accorderen opzet van een monitoringsinstrument, waarbij de al in gebruik zijnde monitoringsinstrumenten als input worden gebruikt. De investeringen, transitiekosten en structurele kosten van de bestuursorganen maken onderdeel uit van dit integrale beeld. De resultaten van deze monitoring worden betrokken bij een in 2022 uit te voeren eerste financiële evaluatie van de gehele stelselwijziging, als bedoeld in punt 12 van het Financieel akkoord, waarbij de evaluatie van het taakstellend budget, als bedoeld in 39, en de voortgang in de uitbouw volgens het Plan Uitbouw in relatie tot het rendement ervan worden betrokken.

  • 41. Partijen voeren het in punt 24 van het Financieel akkoord bedoelde onderzoek uit, gekoppeld aan de eerste evaluatie van de Omgevingswet die zal plaatsvinden in 2026.

E. Slotbepalingen

8. Toepasselijk recht
  • 42. Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing.

9. Juridische afdwingbaarheid
  • 43. Partijen beogen met deze overeenkomst juridisch afdwingbare verplichtingen in het leven te roepen.

10. Wijzigingen
  • 44. Partijen kunnen elkaar te allen tijde voorstellen tot tussentijdse evaluatie of wijziging van deze overeenkomst doen.

11. Onvoorziene omstandigheden
  • 45. Partijen treden met elkaar in overleg over noodzakelijke of gewenste wijzigingen van deze overeenkomst, indien nieuwe of onvoorziene feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. De afspraken uit het Bestuursakkoord, het Financieel akkoord en deze overeenkomst zijn daarbij leidend.

12. Geschillen
  • 46. Alle geschillen tussen Partijen die mochten ontstaan over hun verplichtingen in deze overeenkomst of de uitleg van deze overeenkomst, zullen via een minnelijke regeling worden opgelost volgens het protocol geschilbeslechting, opgenomen in bijlage 6. Bij het uitblijven van overeenstemming over het oplossen van het geschil kan elk van de Partijen zich wenden tot de bevoegde rechter te Den Haag.

13. Looptijd
  • 47. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde duur en eindigt op 31 december 2028.

  • 48. Partijen kunnen besluiten de looptijd van deze overeenkomst te verlengen.

  • 49. Indien Partijen niet tot verlenging van de looptijd van deze overeenkomst besluiten, voeren zij overleg om te komen tot afspraken over de gevolgen van de beëindiging van de overeenkomst met het oog op het waarborgen van de continuïteit van DSO-LV. Op geschillen tussen partijen bij het maken van deze afspraken over de gevolgen van de beëindiging van deze overeenkomst is de geschillenprocedure, bedoeld in 46, niet van toepassing.

14. Uittreding en tussentijdse beëindiging
  • 50. Partijen kunnen deze overeenkomst niet opzeggen, niet ontbinden en zich niet beroepen op dwaling en kunnen verplichtingen uit deze overeenkomst niet opschorten of verrekenen.

  • 51. Deze overeenkomst vervalt indien Partijen het Bestuursakkoord en het Financieel akkoord opzeggen.

  • 52. Partijen kunnen besluiten tot tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst indien zij tot overeenstemming zijn gekomen over een overeenkomst die in de plaats treedt van deze overeenkomst waarmee de continuïteit van DSO-LV wordt geborgd.

15. Verhouding tot andere overeenkomsten
  • 53. Deze overeenkomst brengt geen wijziging in overige bestaande overeenkomsten tussen partijen.

16. Status bijlagen en toelichting
  • 54. De bijlagen maken onderdeel uit van de overeenkomst. Bij eventuele strijdigheid gaan de bepalingen uit de overeenkomst voor op de betreffende bijlage.

  • 55. De toelichting bevat geen juridisch afdwingbare afspraken tussen Partijen.

17. Inwerkingtreding
  • 56. Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2019.

18. Publicatie en beheer van de overeenkomst
  • 57. De Minister van BZK draagt zorg voor publicatie van deze overeenkomst in de Staatscourant zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ondertekening. De Minister van BZK beheert de tekst van deze overeenkomst en draagt zorg voor het bijhouden van wijzigingen en het publiceren daarvan in de Staatscourant.

19. Citeertitel
  • 58. Deze overeenkomst wordt aangehaald als: Beheerovereenkomst DSO-LV (2019).

Aldus in viervoud opgemaakt en ondertekend te Den Haag, 18 december 2018

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKRELATIES, K.H. Ollongren

DE VERENIGING HET INTERPROVINCIAAL OVERLEG R.A. Janssen lid van het bestuur

DE VERENINGING VAN NEDERLANDSE GEMEENTEN B. Revis lid van het bestuur

DE UNIE VAN WATERSCHAPPEN A.J.G. Poppelaars lid van het dagelijks bestuur