Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RijkswaterstaatStaatscourant 2019, 10784Onteigeningen

Besluit van 8 februari 2019, nr. 2019000240 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor het verbreden en deels verdiept leggen en overkappen van de rijksweg A9 tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht Zuid, met bijkomende werken).

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Ingevolge artikel 72a, eerste lid, van de onteigeningswet kan onteigening van onroerende zaken plaatsvinden onder meer voor de aanleg en verbetering van wegen, bruggen, spoorwegwerken en kanalen, havenwerken en werken ten behoeve van de verbetering en verruiming van rivieren, alsmede daarop rustende zakelijke rechten. Daaronder wordt mede begrepen werken ter uitvoering van een tracébesluit als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Tracéwet.

Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: verzoeker) heeft Ons bij brief van 23 mei 2018, kenmerk HB3543370, aangevuld bij brief van 9 juli 2018, kenmerk HB3572254, verzocht, om ten name van de Staat over te gaan tot het aanwijzen ter onteigening van onroerende zaken in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel.

De onteigening wordt verzocht om het verbreden en deels verdiept leggen en overkappen van de rijksweg A9 mogelijk te maken tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht Zuid, vanaf de Afrit Aalsmeer ongeveer 800 meter voor de kruising van de rijksweg A9 met de ringvaart (A9 km 32.60) tot de aansluiting van de rijksweg A9 met de rijksweg A2 in het knooppunt Holendrecht Zuid (A9 km 22.09), met bijkomende werken in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel.

Planologische grondslag

De onroerende zaken waarop het verzoek betrekking heeft, liggen in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel. Voor de realisering van het werk in deze gemeenten heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu (thans Infrastructuur en Waterstaat) op 7 maart 2017 het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2017) vastgesteld. Dit besluit heeft van 21 maart 2017 tot en met 2 mei 2017 ter inzage gelegen. In deze periode zijn beroepen ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor het besluit nog niet onherroepelijk is. Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure

Overeenkomstig artikel 63, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 63 van de onteigeningswet bedoelde stukken vanaf 16 augustus 2018 tot en met 26 september 2018 in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage gelegen.

Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb heeft Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat (Onze Minister) van het ontwerp koninklijk besluit en van de terinzagelegging van de onteigeningsstukken openbaar kennis gegeven in het Amstelveens Nieuwsblad en Nieuwsblad Haarlemmermeer van 15 augustus 2018 en in de Staatscourant van 15 augustus 2018, nr. 45372.

Verder heeft Onze Minister het ontwerp koninklijk besluit overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb, voorafgaand aan de terinzagelegging toegezonden aan belanghebbenden, waaronder de verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling zienswijzen over het ontwerpbesluit naar voren te brengen en op de mogelijkheid over de zienswijzen te worden gehoord.

Overwegingen

Noodzaak en urgentie

De rijksweg A9 (hierna: A9) vormt de verbinding tussen Schiphol, Amstelveen en Amsterdam Zuidoost. De weg ligt tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht Zuid en sluit in deze knooppunten aan op de rijkswegen A2 en A4. Door de ligging tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht fungeert de A9 als belangrijke schakel in de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere. Tevens fungeert de A9 door de aansluiting op de rijkswegen A2 en A4 als belangrijke omleidingsroute voor de rijksweg A10 voor het geval zich daar calamiteiten en files voordoen.

In de huidige situatie bestaat de A9 uit 2x3 rijstroken. De weg ligt deels verhoogd ten opzichte van het omliggende landschap en gaat door de stedelijke omgeving van de gemeente Amstelveen. In deze omgeving vormt de A9 een barrière voor de aan beide zijden van de weg gelegen woningen en bedrijven.

De mobiliteit op het wegennet binnen de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere is de afgelopen jaren sterk toegenomen als gevolg van de economische groei en de stijging van het inwonertal. Dit veroorzaakt veel knelpunten, onder meer op het vlak van de doorstroming van het verkeer binnen de corridor, waaronder de A9, en de kwaliteit van de leefomgeving in de aanliggende plaatsen. De verwachting is dat de verstedelijking en bedrijvigheid de komende jaren nog verder zal toenemen, wat eveneens een toename van de mobiliteit tot gevolg zal hebben. Het wegennet zal daardoor zonder investeringen in 2020 zwaar overbelast zijn, met als gevolg (nog) meer files en langere reistijden en een toenemende belasting van de kwaliteit van de leefomgeving.

In verband hiermee verbreedt Rijkswaterstaat de drukke snelwegen tussen Schiphol, Amsterdam en Almere. De verbreding van de A9 tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht Zuid maakt hier deel van uit. De weg wordt tussen deze knooppunten verbreed van 2x3 naar 2x4 rijstroken hetgeen de doorstroming van het verkeer op de A9 zal bevorderen. Daarbij wordt de A9 ter hoogte van Amstelveen deels verdiept aangelegd en op twee plaatsen overkapt. De verdieping en overkapping zullen de barrièrewerking in Amstelveen verminderen en de kwaliteit van de leefomgeving in Amstelveen verbeteren.

Om de werken en werkzaamheden tijdig te kunnen realiseren wenst de Staat (Infrastructuur en Waterstaat) de eigendom te verkrijgen, vrij van lasten en rechten, van de onroerende zaken die in het onteigeningsplan zijn begrepen.

De verzoeker heeft met de eigenaren overleg gevoerd om deze onroerende zaken minnelijk in eigendom te verkrijgen. Dit overleg heeft vooralsnog niet tot (volledige) overeenstemming geleid. Omdat het ten tijde van het verzoek naar het oordeel van de verzoeker niet aannemelijk was dat het overleg op afzienbare termijn tot vrijwillige eigendomsoverdracht zou leiden, heeft de Staat een verzoek ingediend tot aanwijzing ter onteigening van deze onroerende zaken, om de tijdige verwezenlijking van het plan van het werk zeker te stellen.

Uit de Ons bij het verzoek overgelegde zakelijke beschrijving blijkt dat op 31 januari 2018 de aanbestedingsfase is gestart, gevolgd door de start van de dialoogfase op 5 april 2018. De financial close is gepland in het vierde kwartaal van 2019. Voorts geldt dat in oktober 2017 gedeeltelijk is gestart met voorbereidende werkzaamheden, waaronder het verleggen van kabels en leidingen en het rooien van bomen. De start van de werkzaamheden gericht op het daadwerkelijk verbreden en verdiepen van de A9 is voorzien voor het tweede kwartaal van 2020. Daarmee is aannemelijk dat zal worden voldaan aan de door Ons voor de aanvang van de werken en werkzaamheden gehanteerde termijn van ten hoogste vijf jaar na de datum van dit aanwijzingsbesluit. Het werk zal volgens planning in de periode van 2024 tot 2026 gereed zijn.

Zienswijzen

Binnen de termijn dat het ontwerp koninklijk besluit ter inzage heeft gelegen, is daarover een zienswijze naar voren gebracht door:

  • 1. Haerzathe Investments II Monumenten B.V., eigenares van de onroerende zaak met het grondplannummer 693.01, verder te noemen: reclamante.

Overeenkomstig artikel 63, vierde lid, van de onteigeningswet heeft Onze Minister reclamante in de gelegenheid gesteld te worden gehoord in een op 10 oktober 2018 te Amstelveen te houden hoorzitting. Reclamante heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen

Wij hebben hetgeen reclamante in haar zienswijze naar voren brengt, samengevat in de volgende passage. Daarbij hebben wij tevens Onze overwegingen bij de zienswijze weergegeven.

De zienswijzen van reclamante

1.1

Reclamante voert aan dat verzoeker voor de indiening van het verzoek om onteigening onvoldoende pogingen heeft ondernomen om met haar tot overeenstemming te komen. Eerst op 23 april 2018 heeft reclamante een aanbieding ontvangen. Deze stond echter vol met PM-posten, waardoor er sprake is van een loze bieding die puur voor de vorm is gedaan. Verzoeker heeft eerst na veelvuldig navragen door reclamante op 24 augustus 2018 een redelijk volledig en concreet financieel aanbod gedaan. Naar de mening van reclamante is eerst toen het minnelijk overleg aangevangen. Reclamante is van mening dat pas na dit overleg kon worden overgegaan tot de start van de administratieve onteigeningsprocedure.

Ad 1.1

De zienswijze van reclamante heeft naar Ons oordeel betrekking op het minnelijk overleg en is voor het overige financieel van aard.

Met betrekking tot het minnelijk overleg overwegen Wij in het algemeen dat artikel 17 van de onteigeningswet bepaalt dat de onteigenende partij dat wat onteigend moet worden eerst bij minnelijke overeenkomst in eigendom probeert te verkrijgen. Deze bepaling heeft betrekking op de gerechtelijke onteigeningsprocedure. Het minnelijk overleg in de daaraan voorafgaande administratieve onteigeningsprocedure is echter een van de vereisten waaraan door Ons wordt getoetst bij de beoordeling van de noodzaak tot onteigening. Omdat onteigening een uiterste middel is, zijn Wij van oordeel dat hiervan pas gebruik mag worden gemaakt als het minnelijk overleg voor het begin van de administratieve onteigeningsprocedure niet of niet in de gewenste vorm tot overeenstemming heeft geleid.

Aan deze eis is naar Ons oordeel in het kader van onteigeningen op de voet van de titels II en IIa van de onteigeningswet in beginsel voldaan als voor de datum van het verzoek om onteigening met de onderhandelingen over de minnelijke eigendomsverkrijging tijdig een begin is gemaakt en het op het moment van het verzoek aannemelijk is dat die onderhandelingen tot een redelijk punt zijn voortgezet, maar dat deze voorlopig niet tot vrijwillige eigendomsoverdracht zullen leiden. Daarbij moet het gaan om een concreet en serieus minnelijk overleg. Uitgangspunt daarbij is dat ten tijde van het verzoek al een formeel schriftelijk aanbod is gedaan.

Wij overwegen verder dat in een proces gericht op de minnelijke verwerving van gronden vooreerst van een onteigenende partij mag worden verwacht dat deze een aanbod tot schadeloosstelling doet dat is gericht op deze verwerving. Van de te onteigenen partij mag echter ook worden verwacht dat deze daartegenover zijn eis wat betreft de hoogte van de schadeloosstelling kenbaar maakt. Op basis van wederzijdse taxaties, die in het verdere overleg kunnen worden ingebracht en uitgewisseld, kan vervolgens verder worden onderhandeld, in welk kader beide partijen eventueel tot wijziging van hun standpunten met betrekking tot de schadeloosstelling kunnen komen.

Voor zover de zienswijze van reclamante financieel van aard is merken Wij in het algemeen op, dat de onteigening ingevolge artikel 40 van de onteigeningswet plaatsvindt op basis van een volledige schadeloosstelling voor alle schade die de onteigende partij rechtstreeks en noodzakelijk lijdt door het verlies van zijn onroerende zaak. Artikel 41 van de onteigeningswet ziet daarnaast op de te vergoeden waardevermindering van het overblijvende. De samenstelling en de hoogte van de schadeloosstelling staan Ons in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling, maar komen bij het ontbreken van minnelijke overeenstemming aan de orde in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure. In het kader van de administratieve onteigeningsprocedure wordt evenmin getreden in de vraag of alle schadecomponenten in de schadeloosstelling zijn opgenomen. Ook dit aspect komt bij het ontbreken van minnelijke overeenstemming in de gerechtelijke onteigeningsprocedure aan de orde. Wel kan de geboden schadeloosstelling als onderdeel van de toetsing van de kwaliteit van het gevoerde minnelijk overleg bezien worden.

Het voorgaande in aanmerking nemend overwegen Wij naar aanleiding van de zienswijze van reclamante het volgende.

Uit de overgelegde stukken blijkt, dat verzoeker reclamante voorafgaand aan de indiening van het verzoek om onteigening meerdere biedingen heeft gedaan, namelijk bij brieven van 29 maart 2017, 22 mei 2017 en 23 april 2018. Deze biedingen bevatten, naar reclamante terecht opmerkt, verschillende PM-posten. In alle brieven heeft verzoeker een dergelijke post opgenomen voor de kosten van deskundige bijstand. De brieven van 29 maart 2017 en 22 mei 2017 bevatten daarnaast PM-posten wat betreft het verplaatsen van de toegang tot de onroerende zaak van reclamante met het hekwerk en de herinrichting van de entree. De brieven van 22 mei 2017 en 23 april 2018 bevatten PM-posten wat betreft de waardedaling van het overblijvende.

Gelet hierop kunnen Wij reclamante niet volgen in haar stelling dat verzoeker haar voor het eerst bij brief van 23 april 2018 een aanbieding heeft gedaan. Evenmin kunnen Wij reclamante volgen in haar stelling dat de biedingen van verzoeker als loos moeten worden aangemerkt, dat deze puur voor de vorm zijn gedaan en dat het minnelijk overleg feitelijk eerst na de bieding van verzoeker van 24 augustus 2018 is aangevangen. Uit de overgelegde stukken blijkt immers dat partijen vanaf december 2016 meerdere overleggen over de biedingen hebben gevoerd. Uitgangspunt van verzoeker is daarbij geweest dat het overblijvende niet in waarde daalt. Daarbij speelt mee dat de parkeerplaatsen die op de onroerende zaak van reclamante aanwezig zijn en die als gevolg van de realisering van het werk verdwijnen, gereconstrueerd kunnen worden op aangrenzende onroerende zaken van de Staat en de gemeente Amstelveen.

Reclamante is van mening dat er wel sprake is van waardedaling van het overblijvende, omdat haar huurders mogelijk zullen afhaken met als gevolg derving van huurinkomsten. Verzoeker deelt reclamante bij zijn brief van 23 april 2018 mee dat in verband daarmee is overeengekomen dat een taxatieopname door de ingestelde taxatiecommissie zal worden ingepland teneinde een uitspraak te kunnen doen over de mogelijke waardevermindering van het overblijvende. Tevens wijst verzoeker er, in aansluiting op eerder gedane verzoeken, op dat is afgesproken dat reclamante hem een overzicht zal verstrekken van contracten die zij met haar huurders heeft gesloten en dat reclamante hem een vergelijking zal aandragen waarin het verloop van de contracten voor de taxatiecommissie inzichtelijk wordt gemaakt. Op 22 mei 2018 heeft verzoeker telefonisch contact met de vertegenwoordiger van reclamante, waarbij zij constateren dat overeenstemming nog niet te bereiken is omdat er over de huurderving nog verschil van mening bestaat. Verzoeker vraagt hierbij nogmaals naar de huurcontracten teneinde de post waardevermindering van het overblijvende te kunnen beoordelen. De vertegenwoordiger van reclamante zegt op dat moment toe deze contracten alsnog binnen een week toe te sturen. Op dezelfde datum stuurt reclamante verzoeker per e-mailbericht een huuroverzicht van de panden en parkeerplaatsen. Reclamante merkt op dat zij alleen in een totaalovereenstemming geïnteresseerd is, zonder PM-posten. Zij zal dan ook haar medewerking opschorten tot het moment waarop zij van verzoeker een totaalaanbieding zonder dergelijke posten ontvangt.

Het voorgaande in aanmerking nemend zijn Wij van oordeel dat op het moment van de start van de onderhavige procedure genoegzaam vast stond dat met reclamante nog niet in de gewenste vorm tot overeenstemming kon worden gekomen. Vastgesteld moet worden dat partijen van mening verschillen over de vraag of sprake is van waardevermindering van het overblijvende. Dat verzoeker de post waardevermindering van het overblijvende als PM-post in zijn biedingen heeft opgenomen betekent naar Ons oordeel nog niet dat de biedingen daarom als loos of voor de vorm gedaan moeten worden aangemerkt. Voor het overige kunnen Wij in onderhavige procedure geen uitspraak doen over de vraag of verzoeker zicht terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van waardevermindering van het overblijvende. Wij wijzen op hetgeen Wij hiervoor hebben opgemerkt over de artikelen 40 en 41 van de onteigeningswet en over het feit dat de samenstelling en hoogte van de schadeloosstelling eerst aan de orde komen in de gerechtelijke onteigeningsprocedure.

Overigens merken Wij op dat partijen het minnelijk overleg na de indiening van het verzoek om onteigening hebben voortgezet. Verzoeker heeft de door reclamante bij e-mailbericht van 22 mei 2018 verstrekte gegevens voorgelegd aan de (onafhankelijke) taxatiecommissie. Op 2 juli 2018 heeft verzoeker reclamante per e-mail laten weten dat de taxatiecommissie tot het voorlopig oordeel is gekomen dat de onteigeningsschade in de door reclamante bedoelde zin niet is vast te stellen. Verzoeker ziet daarom geen aanleiding om de eerder gedane aanbieding te herzien. Hierop laat reclamante verzoeker op gelijke datum per e-mail weten dat de waardevermindering waaraan zij refereert niet het gevolg is van de grondverwerving of eventuele onteigening. Het gaat volgens reclamante om de waardevermindering van haar complex als gevolg van de totale verbreding van de rijksweg A9. Verzoeker deelt reclamante per e-mailbericht van 9 juli 2018 mee dat de eventuele waardevermindering van het complex als gevolg van de wegverbreding beoordeeld zal moeten worden als nadeelcompensatie. Hierover hebben partijen vervolgens verschillende malen via de e-mail contact. Verzoeker kiest er uiteindelijk voor om het gehele complex van reclamante op te nemen, ten einde ook de waardevermindering in de door reclamante bedoelde zin te kunnen vaststellen. Op 31 juli 2018 vindt een taxatieopname plaats, waarna verzoeker reclamante per e-mailbericht van 24 augustus 2018 een gewijzigd totaalaanbod doet, inclusief een bedrag voor de waardevermindering van het overblijvende is opgenomen.

Partijen zijn over dit laatste aanbod thans nog verder in overleg. Wij overwegen dat dit minnelijk overleg met reclamante moet worden voortgezet. Dit overleg dan wel het overleg dat ingevolge artikel 17 van de onteigeningswet aan de gerechtelijke onteigeningsprocedure vooraf moet gaan, kan wellicht alsnog tot een voor partijen aanvaardbare oplossing leiden.

Gelet op het vorenstaande geeft de zienswijze van reclamante Ons geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

Overige overwegingen

Uit de bij het verzoek overgelegde stukken blijkt, dat de in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaken bij de uitvoering van het overgelegde plan van het werk niet kunnen worden gemist.

Ons is niet gebleken van feiten en omstandigheden die overigens de toewijzing van het verzoek in de weg staan. Het moet in het belang van een vlotte en veilige doorstroming van het verkeer en de verbetering van de leefomgeving noodzakelijk worden geacht dat de Staat (het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) de vrije eigendom van de door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken verkrijgt.

Wij zullen, gelet op het hierboven gestelde, het verzoek van de Staat tot het nemen van een besluit krachtens artikel 72a van de onteigeningswet toewijzen.

BESLISSING

Gelet op de onteigeningswet,

op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 24 oktober 2018, nr. RWS-2018/40476, Rijkswaterstaat Corporate Dienst;

gelezen het verzoek van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij brief van 23 mei 2018, kenmerk HB3543370;

gelezen de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 9 juli 2018, kenmerk HB3572254;

de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 23 januari 2019, no. W17.18.0338/IV;

gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat 6 februari 2019, nr. RWS- 2019/3387, Rijkswaterstaat Corporate Dienst;

Hebben Wij goedgevonden en verstaan:

Voor het verbreden en deels verdiept leggen en overkappen van de rijksweg A9 tussen de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht Zuid, vanaf de Afrit Aalsmeer ongeveer 800 meter voor de kruising van de rijksweg A9 met de ringvaart (A9 km 32.60) tot de aansluiting van de rijksweg A9 met de rijksweg A2 in het knooppunt Holendrecht Zuid (A9 km 22.09), met bijkomende werken, in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel, ten name van de Staat ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaken in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel aangeduid op de grondtekeningen die ingevolge artikel 63 van de onteigeningswet in de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen en Ouder-Amstel en bij Rijkswaterstaat Corporate Dienst te Utrecht ter inzage hebben gelegen en die zijn vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Wassenaar, 8 februari 2019

Willem-Alexander

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

LIJST VAN DE TE ONTEIGENEN ONROERENDE ZAKEN

ONTEIGENINGSPLAN: A9 Badhoevedorp – Holendrecht

VERZOEKENDE INSTANTIE: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

 

Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Amstelveen

Grondplan

nr.

Te onteigenen

grootte

Als

Ter grootte

van

Sectie

en nr.

Ten name van

ha

a

ca

ha

a

ca

005.01

0

00

09

Wegen

0

61

13

G 4318

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

                   

026.01

geheel

Wegen

0

00

21

G 4317

Gemeente Amstelveen, Amstelveen.

               

028.01

geheel

Erf – tuin

0

00

36

G 4347

Farex Beleggingen B.V., Den Dolder.

                   

028.02

0

00

77

Bedrijvigheid (industrie) parkeren

0

33

75

G 4344

Farex Beleggingen B.V., Den Dolder.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: Provincie Noord-Holland, Haarlem.

                   

028.03

0

00

01

Erf – tuin

0

00

03

G 4346

Farex Beleggingen B.V., Den Dolder.

                   

029.01

geheel

Bedrijvigheid (nutsvoorziening)

0

00

28

G 4405

KPN B.V., ’s-Gravenhage.

                   

031.01

0

00

16

Terrein (natuur)

0

00

48

H 12673

Gerardine Maria Theuns, Amstelveen.

                   

031.02

0

01

81

Wonen

0

06

11

H 10517

Gerardine Maria Theuns, Amstelveen.

                   

039.01

geheel

Bedrijvigheid (nutsvoorziening)

0

00

92

V 651

Liander Infra N.V., Arnhem.

                   

039.02

0

18

97

Bedrijvigheid (nutsvoorziening) erf – tuin

1

30

05

G 4326

Liander Infra N.V., Arnhem.

                   

693.01

0

01

68

Bedrijvigheid (kantoor) wegen

0

68

15

W 743

Haerzathe Investments II Monumenten BV, Oldenzaal.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: Liander Infra N.V., Arnhem.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: gemeente Amstelveen, Amstelveen.

                   

892.01

0

00

77

Wonen

0

07

10

H 9111

Vereniging van Eigenaren Torenflat IV Meander 577 t/m 647 (oneven nummers) te Amstelveen.

               

overgegaan in

 
       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A1

Elk ½ eigendom:

Ali Erden Üngeldi, gehuwd met Mine Üngeldi, Amstelveen;

Mine Üngeldi, gehuwd met Ali Erden Üngeldi, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A2

Farshia Lystra Cadogan, Oranjestad (Aruba).

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A3

Woonfonds Nederland 5B B.V., Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A4

Chee Hing Tse, Shanghai (China).

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A5

Maryam Forouhandeh.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A6

Eswar Chand Pulivarthi, gehuwd met Manasa Bottu Ravindranath, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A7

Elk ½ eigendom:

Sylvia Regina Govers;

Fred Weber.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A8

Eelco Henri de Groot, Vinkeveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A9

Elk ½ eigendom:

Venkata Pavan Kumar Gummadi, gehuwd met Satyasireesha Tsaliki, Amstelveen;

Satyasireesha Tsaliki, gehuwd met Venkata Pavan Kumar Gummadi, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A10

Da Wen Lo, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A11

Arendina Engelina Tillema, Voorburg.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A12

João Francisco Benedito Lobo, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A13

Rashid Usman Ghaznavi

       

Justitie

     

H 18077 A14

Tobias Jurriaan Lintvelt, Shibuya-Ku Tokyo (Japan).

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A15

Elk ½ eigendom:

Alok Jain, gehuwd met Laveena Jain, Amsterdam;

Laveena Jain, gehuwd met Alok Jain, Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A16

Elk ½ eigendom:

Yuji Takayama, gehuwd met Yuriko Takayama, Amstelveen;

Yuriko Takayama, gehuwd met Yuji Takayama, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A17

Elk ½ eigendom:

Ansuman Banerjee, gehuwd met Bandana Banerjee, Amstelveen;

Bandana Banerjee, gehuwd met Ansuman Banerjee, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A18

Tom Alexander Staneke, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A19

Elisabeth Maria Gertrudis Bijl, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A20

Elk ½ eigendom:

Alok Jain, gehuwd met Laveena Jain, Amsterdam;

Laveena Jain, gehuwd met Alok Jain, Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A21

Elk ½ eigendom:

Freddy Oei, gehuwd met Ien Hwa Gouw, Amstelveen;

Ien Hwa Gouw, gehuwd met Freddy Oei, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A22

Dharmdjietsingh Ajay Surjbalisingh.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A23

Elk ½ eigendom:

Jan Ringeling, gehuwd met Monique Ravoo, Amsterdam;

Monique Ravoo, gehuwd met Jan Ringeling, Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A24

Elk ½ eigendom:

Anupam Yadav, gehuwd met Suman Yadav, Amstelveen;

Suman Yadav, gehuwd met Anupam Yadav, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A25

Elk ½ eigendom:

Leo Martinus Johannes Copier, Amstelveen;

Rebecca de Vos.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A26

Linda José de Jong, gehuwd met Boudewijn Gerardus Theodorus Hendricus Jongsma, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A27

Mansoor Elahi, Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A28

Elk ½ eigendom:

Antoon Moorman, Amstelveen;

Adriana Johanna Schillemans, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A29

Khashayar Zeray.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A30

Elk ½ eigendom:

Hsien-Yi Lin, gehuwd met Hsiu-Hsing Hsieh, Hoofddorp;

Hsiu-Hsing Hsieh, gehuwd met Hsien-Yi Lin, Hoofddorp.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A31

Elk ½ eigendom:

Ankit Pradhan, gehuwd met Vandana Mittal Pradhan, Amstelveen;

Vandana Mittal Pradhan, gehuwd met Ankit Pradhan, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A32

Chia-Chin Yi, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A33

Johan Rudolf Haites (overleden), Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A34

Elk ½ eigendom:

Saikat Mitra, gehuwd met Runa Das, Amstelveen;

Runa Das, gehuwd met Saikat Mitra, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A35

Marcus Jacobus Maria Visser, Halfweg NH.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A36

Elk ½ eigendom:

Ruurd Sijbrand Epema, gehuwd met Jacobi Daniéla Marijke Samuel, Vinkeveen;

Jacobi Daniéla Marijke Samuel, gehuwd met Ruurd Sijbrand Epema, Vinkeveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A37

Elk ½ eigendom:

Jan Ringeling, gehuwd met Monique Ravoo, Amsterdam;

Monique Ravoo, gehuwd met Jan Ringeling, Amsterdam.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A38

Elk ½ eigendom:

Vishal Kumar Mittal, gehuwd met Preeti Mittal, GB Harrow London HA1 4PJ (Groot Brittannië);

Preeti Mittal, gehuwd met Vishal Kumar Mittal, Harrow on the Hill (Groot Brittannië).

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A39

Gerrit Jan Bakker, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A40

Elk ½ eigendom:

Anton Khozei, gehuwd met Kseniia Khozei, Amstelveen;

Kseniia Khozei, gehuwd met Anton Khozei, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 18077 A41

Manminder Kaur Bains, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A42

Elk ½ eigendom:

Sourajit Das, gehuwd met Tanvi Sehgal, Amstelveen;

Tanvi Sehgal, gehuwd met Sourajit Das, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A43

Dina Frieda Cohen, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A44

Elk ½ eigendom:

Matthijs van Ommen, Amstelveen;

Elsje Martine Murris, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A45

Anna Maria Quasten, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A46

Helga Maria van Dongen, Hilversum.

       

Berging-stalling (garage-schuur)

     

H 10877 A47

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

       

Berging-stalling (garage-schuur)

     

H 10877 A48

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

       

Berging-stalling (garage-schuur)

     

H 10877

A49

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

       

Berging-stalling (garage-schuur)

     

H 10877 A50

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

       

Berging-stalling (garage-schuur)

     

H 10877 A51

Elk ½ eigendom:

Wilma Margaretha Bosma;

Cornelis Jacobus Maria Dignum, Amstelveen.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A52

Elk ½ eigendom:

Hendrik Theodorus Kloos, Laren NH;

Jilles Willem Kloos, Ridderkerk.

       

Wonen (appartement)

     

H 10877 A53

Elk ½ eigendom:

Gerrit Jan Bakker, Amstelveen;

Nelly Bangma, Amstelveen.

 

Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Ouder-Amstel

Grondplan

nr.

Te onteigenen

grootte

Als

Ter grootte

van

Sectie

en nr.

Ten name van

ha

a

ca

ha

a

ca

005.02

0

14

36

Wonen erf – tuin

7

22

48

K 884

De Staat (Infrastructuur en Waterstaat), ’s-Gravenhage.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: Liander Infra N.V., Arnhem.

005.03

0

06

57

 

(voorlopig)

 
                   

010.01

0

13

03

Terrein (grasland)

6

46

05

I 162

Elk ½ eigendom:

Gerrit Worm, gehuwd geweest met Antje Huberta Dubelaar (overleden), Ouderkerk aan de Amstel;

Hermanna Worm, gehuwd met Manuel Parra Martinez, Palma de Mallorca Baleares (Spanje).

                   

010.02

0

01

48

Berging-stalling (garage-schuur) erf – tuin

0

13

60

I 169

Gerrit Worm, gehuwd geweest met Antje Huberta Dubelaar (overleden), Ouderkerk aan de Amstel.

                   

010.03

0

02

19

Wonen

0

03

65

I 168

Gerrit Worm, gehuwd geweest met Antje Huberta Dubelaar (overleden), Ouderkerk aan de Amstel.

                   

016.01

0

45

90

Terrein (grasland)

5

90

55

I 205

Gerrit Worners, gehuwd met Gerarda de Bruin, Ouderkerk aan de Amstel.

                   

020.01

0

31

43

Terrein (grasland)

3

26

00

K 119

Gregorius Ignatius Maria Zeinstra, Ouderkerk aan de Amstel.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: Liander Infra N.V., Arnhem.

                   

020.02

0

41

12

Terrein (grasland)

1

24

80

K 790

Gregorius Ignatius Maria Zeinstra, Ouderkerk aan de Amstel.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: Liander Infra N.V., Arnhem.

                   

023.01-1

023.01-2

0

0

75

03

91

02

Terrein (grasland)

8

19

62

K 791

Gerardus Cosmas Maria Korrel, gehuwd met Anna Alida Maria van der Maarel, Ouderkerk aan de Amstel.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: Liander Infra N.V., Arnhem.

                   

023.02

0

35

04

Wonen terrein (grasland)

2

82

70

K 89

Gerardus Cosmas Maria Korrel, gehuwd met Anna Alida Maria van der Maarel, Ouderkerk aan de Amstel.

                   

023.03

0

16

17

Terrein (grasland)

1

58

30

K 85

Gerardus Cosmas Maria Korrel, gehuwd met Anna Alida Maria van der Maarel, Ouderkerk aan de Amstel.

                   

039.03

geheel

Terrein nieuwbouw-bedrijvigheid

0

00

20

I 115

Liander Infra N.V., Arnhem.

 

Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Haarlemmermeer

Grondplan

nr.

Te onteigenen

grootte

Als

Ter grootte

van

Sectie

en nr.

Ten name van

ha

a

ca

ha

a

ca

060.01-1

0

07

84

Wegen

0

08

65

H 11040

Schiphol Real Estate B.V., Schiphol.

060.01-2

0

00

01

           
                   

060.02

0

50

90

Luchtverkeer

18

24

00

H 11004

Schiphol Real Estate B.V., Schiphol.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: gemeente Amsterdam, Amsterdam;

N.V. Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland (WRK), Velserbroek, zetel: Amsterdam.

                   

060.03-1

060.03-2

0

0

11

00

81

08

Recreatie – sport

68

54

94

H 11035

Eigendom belast met erfpacht: Schiphol Real Estate B.V., Schiphol.

Erfpacht: The International B.V., Badhoevedorp, zetel: Amsterdam.

Zakelijk recht als bedoeld in art. 5, lid 3, onder B, van de Belemmeringenwet Privaatrecht op ged. van perceel: gemeente Amsterdam, Amsterdam;

Gemeente Haarlemmermeer, Hoofddorp.

                   

060.04

0

03

10

Terrein (natuur)

0

03

70

H 8976

Schiphol Nederland BV, Schiphol, zetel: Haarlemmermeer.