Ontheffing burgermedegebruik militair luchtvaartterrein Woensdrecht ten behoeve van RPAS Services voor vluchten voor Dutch Drone Centre Aviolanda

16 januari 2019

Nr. MLA/008/2019

De Minister van Defensie en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van de heer R.P. Muller van RPAS Services van 31 oktober 2018 door tussenkomst van de commandant van 961 squadron;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet;

Besluiten:

Artikel 1

Aan de heer R.P. Muller van RPAS Services wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht ten behoeve van RPAS-vluchten voor Dutch Drone Centre Aviolanda.

Artikel 2

  • 1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, vastgesteld bij ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11K, en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder “de vergunning” deze beschikking dient te worden verstaan.

  • 2. De commandant van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht kan aanwijzingen geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

  • 3. De uitvoering van de RPAS-vluchten blijft beperkt tot de in het RPAS Operator Certificate (ROC) 42/2017 versie 5 van 26 september 2018 opgenomen special approvals.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor het luchtvaartterrein Woensdrecht een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofddorp, 16 januari 2019

De Minister van Defensie, voor deze: De Directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit, J.P. Apon, Commodore

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, namens deze: De Inspecteur ILT, G. Kruiswijk, Senior Inspecteur

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, Dienstencentrum Juridische Dienstverlening, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 90004, 3509 AA Utrecht. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

TOELICHTING

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde verstaan onder “Onze Minister” wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat (thans de Minister van Infrastructuur en Waterstaat). Wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder “Onze Minister” de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zullen dus beide ministers toestemming moeten geven.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft, indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

Hoewel artikel 34 van de Luchtvaartwet is vervallen, geldt het artikel volgens de overgangsbepaling van de Regelgeving militaire luchthavens en burgerluchthavens (RBML, Stb. 2008, 561) nog wel voor luchtvaartterreinen waarvan de aanwijzing is gebaseerd op de Luchtvaartwet en nog niet op de Wet luchtvaart. Die situatie is van toepassing op het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht.

Ingevolge de RBML wordt het onder de Luchtvaartwet geldende regime van aanwijzing van luchtvaartterreinen gaandeweg vervangen door het in de Wet luchtvaart neergelegde systeem waarin luchthavens gestalte krijgen door middel van een luchthavenbesluit. De definitieve overgang op dit nieuwe regime was aanvankelijk voorzien per 1 november 2014, maar is bij wet van 22 juni 2016 (Stb. 2016, 260) verder verschoven naar 1 november 2018. De verwachting is dat de Tweede Kamer akkoord gaat met een verdere verlenging tot 1 november 2021. Zodoende is ervoor gekozen om de ontheffing te laten vervallen met ingang van 1 november 2021 of zoveel eerder als er voor het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht een luchthavenbesluit is vastgesteld.

Zodra een luchthavenbesluit voor de militaire luchthaven Woensdrecht (de Wet luchtvaart spreekt niet langer van militaire luchtvaartterreinen) is vastgesteld, zal er een einde komen aan de reeds aangehaalde overgangsperiode en daarmee het medegebruik op grond van de ontheffingensystematiek van de Luchtvaartwet. Vanaf dat moment zal het medegebruik van de militaire luchthaven Woensdrecht gestalte moeten krijgen in de vorm van een op het medegebruik toegesneden vergunning.

Ten aanzien van de geluidsbelasting is het volgende van belang. De Wet luchtvaart of Luchtvaartwet kent geen berekeningsmodel voor de geluidsbelasting veroorzaakt door startende of landende modelluchtvaartuigen. Per militair luchtvaartterrein wordt daarom een zodanige locatie gekozen, dat dit de minste overlast voor omwonenden oplevert en tegelijkertijd ten opzichte van het overige verkeer veilig is. Daarnaast resulteren technische ontwikkelingen in een aantoonbare vermindering van het geluid afkomstig van de met verbrandingsmotoren aangedreven modelluchtvaartuigen. Er is een duidelijke trend waarneembaar van motoren op basis van het 2-tact-principe naar het 4-tact-principe. Voorts vindt er een sterke verschuiving plaats naar het vliegen met (geluidsarme) elektromotoren.

In de onmiddellijke nabijheid van het militaire luchtvaartterrein is het Natura2000-gebied Brabantse Wal gelegen. Er zijn geen redenen aan te nemen dat het beoogde gebruik significante effecten zal hebben voor voornoemd gebied.

Naar boven